PlusExclusief

Ed van Thijn (1934-2021) loodste Amsterdam als burgemeester door krakersrellen en crises

Zondagochtend is Ed van Thijn overleden. Van Thijn was lang actief voor de PvdA, in Amsterdam en Den Haag, als gemeenteraadslid, Kamerlid en minister. Maar zijn roeping bleek het burgemeesterschap van Amsterdam.

Marcel Wiegman
Ed van Thijn in 1991.  Beeld John Scholten
Ed van Thijn in 1991.Beeld John Scholten

Blessuretijd heet het laatste boek dat Ed van Thijn schreef, in 2012. Nog één keer wilde de oud-burgemeester van Amsterdam, op zijn 78ste, terugblikken op wat hem bezighield in zijn lange leven als politicus. Wat bleef er over? De oorlog. “En de Bijlmerramp,” zei hij in een interview met deze krant. Maar toch vooral het eerste.

De blessuretijd van Van Thijn heeft lang geduurd. Vanaf de zomer van 1943 om precies te zijn. Toen werden in kamp Westerbork de namen van hem en zijn moeder afgeroepen. Dankzij een list van zijn vader, zo luidt het verhaal, gingen ze niet naar het oosten, naar de concentratiekampen van de nazi’s, maar terug naar Amsterdam. Zijn biograaf Willem van Bennekom suggereerde later dat het zijn moeder was die redding bracht door zich in het kamp te laten misbruiken.

Van Thijn: “Ik mocht niet bestaan, maar ik besta.”

Dikke muur van zwijgzaamheid

‘Dilemma’s van een Joods politicus’, luidt het onderschrift van het boek. Het is een identiteit die Van Thijn een groot deel van zijn leven heeft weggedrukt. Vlak na de oorlog wilde niemand ervan horen en toen hij eenmaal in de politiek zat, vreesde hij het verwijt dat hij een carrière bouwde op het leed van de Holocaust.

Toch kwam de omslag: in 1972, toen de Tweede Kamer in een emotioneel debat moest beslissen over het gratieverzoek van drie Duitse oorlogsmisdadigers, die nog vastzaten in Breda. Van Thijn, parlementariër namens de PvdA, wenste zich niet langer te verschuilen achter de dikke muur van zwijgzaamheid. Maar pas in 1999, vijf jaar na zijn burgemeesterschap, trad hij ook echt onomwonden met zijn oorlogsverleden naar buiten in het indrukwekkende Het Verhaal. En toen was er ook geen houden meer aan.

Tien jaar was Van Thijn toen hij, nog maar net vrij uit Westerbork, begon aan een eindeloze tocht langs achttien verschillende onderduikadressen. Aan het einde van de oorlog belandde hij na verraad opnieuw in het kamp, maar weer ontsnapte hij aan de fatale treinreis naar Auschwitz. Bij hem thuis in Amsterdam-Zuid hing een drukwerk van Hendrik Werkman aan de muur dat hem deed denken aan de tijd dat de bevrijders kwamen en de Hollandse NSB’ers in het kamp werden opgesloten. Er staan vage figuren op, tussen een rij bomen.

Van Thijn werd na de bevrijding in Westerbork ingezet als bewaker, slechts gewapend met een stok.

Uit Blessuretijd: ‘De mannen waren als schimmen, gekleed in vodden, uitgemergeld en haveloos, al dagen zonder eten. Ze bedelden om voedsel en sommige wierpen zich voor mij op de knieën, smekend om een korst brood die ik hun niet kon verschaffen. Mijn opdracht was om met hen het bos in te gaan om hout te sprokkelen. En zo liepen we daar, acht schimmen en een jongen van tien die voortdurend bevelen gaf op een toon die hem tijdens de razzia’s maar al te vertrouwd was geworden.’

Kindsoldaat voor een dag. Het was een blijvend spookbeeld voor de man die de rest van zijn leven vocht tegen onrecht en discriminatie.

Ruzies

Amsterdammer Ed van Thijn kwam op 16 augustus 1934 ter wereld in de ooglijderskliniek op de Spinozastraat. Zijn kinderjaren bracht hij door in de Rivierenbuurt. Na een bominslag in 1940 vertrok het gezin naar Bussum, maar in 1950 keerde Van Thijn met zijn moeder terug naar de Churchilllaan. Een jeugd getekend door ruzies tussen zijn in de oorlog uiteen gedreven ouders, aanvallen van zware astma en een overbezorgde moeder. Wegens ‘toenemende onhandelbaarheid’ werd hem onder haar toeziend oog een elektroshockbehandeling toegediend.

Hij kon goed roeien. Dat was zijn redding, stelde Van Thijn fijntjes vast. Als hij op het water was, hoefde hij nergens anders aan te denken.

Een lange politieke carrière volgde. Gemeenteraadslid voor de PvdA tussen 1962 en 1971 (lijsttrekker in 1966 en 1970) en, tegelijkertijd, vanaf 1969 lid van de Tweede Kamer. Soms reisde hij twee maal per dag op en neer tussen Amsterdam en Den Haag. “Het was overal roerig,” zei van Thijn later. “Het Maagdenhuis werd bezet en de ramen van ons huis werden ingegooid.”

Ed van Thijn en zijn toenmalige vrouw Eveline Herfkens tijdens de receptie na zijn installatie als burgemeester. Beeld anp
Ed van Thijn en zijn toenmalige vrouw Eveline Herfkens tijdens de receptie na zijn installatie als burgemeester.Beeld anp

Onder Joop den Uyl leidde hij de PvdA-fractie. De legendarische premier beheerste zijn leven. Over de mislukte pogingen om in 1977 een tweede kabinet onder diens leiding te formeren haalde hij zijn gram in Dagboek van een onderhandelaar. In 1981 (en nogmaals in 1994) was Van Thijn kortstondig minister van Binnenlandse Zaken.

Turbulente tijd

De ‘kroonprins van Den Uyl’ werd in 1983 benoemd tot burgemeester van Amsterdam. Het was, opnieuw, een turbulente tijd. Het land verkeerde in een diepe economische crisis, de werkloosheid steeg naar recordhoogte en de hoofdstad werd getekend door hevige krakersrellen, verloedering en criminaliteit. Op de Zeedijk durfde de politie zich nauwelijks te vertonen. Junks en dealers maakten er de dienst uit. ‘Sterkte jongetje,’ voegde zijn voorganger Wim Polak hem toe, toen zijn benoeming eenmaal bekend was gemaakt.

Na de eerste vergadering had Van Thijn, gewend aan de snelkookpan in Den Haag, er al geen zin meer in. Zeven uur aan een stuk praten en geen onderwerp dat werkelijk zijn belangstelling had. En als het in het college van burgemeester en wethouders over de echte politiek ging, dan werd hij als benoemd ambtsdrager geacht zich er buiten te houden.

Ook in de stad kreeg Van Thijn het stevig voor zijn kiezen. In de Staatsliedenbuurt werd hij bespuugd en verjaagd door krakers en hun sympathisanten. Twee maanden na zijn aantreden was er de moord uit racistische motieven op de 15-jarige Kerwin Duinmeijer. Van Thijn was de eerste burgemeester die een raadslid van de extreemrechtse Centrumpartij moest installeren. Op straat klonk uit duizenden kelen: ‘Van Thijn, collaborateur’.

Ed van Thijn bezoekt de Staatsliedenbuurt in 1984, waar hij belaagd wordt door krakers. 
 Beeld Bert Verhoeff/ANP
Ed van Thijn bezoekt de Staatsliedenbuurt in 1984, waar hij belaagd wordt door krakers.Beeld Bert Verhoeff/ANP

En het kon nog erger. In 1985 werd kraker Hans Kok dood aangetroffen in een politiecel. ‘Van Thijn moordenaar’, stond er deze keer op de spandoeken. En: ‘Van Thijn, zwijn’. In een leegstaand pand naast de ambtswoning op de Herengracht werden twee zware bommen aangetroffen, op een meter afstand van zijn hoofdkussen. Ze hadden om twee uur ’s nachts af moeten gaan, maar wonder boven wonder was het ontstekingsmechanisme in het vloerkleed blijven steken.

Revanche

Van Thijn verklaarde in 1986 tot afgrijzen van velen de gevierde schrijver Willem Frederik Hermans tot persona non grata, nadat die de culturele boycot tegen Zuid-Afrika zou hebben doorbroken. Hij haalde een zeperd in Lausanne met de grandioos mislukte kandidatuur voor de Olympische Spelen van 1992 en lanceerde desalniettemin de leus ‘Amsterdam heeft ’t’. Maar wat?

“We moeten ophouden met gezeur over futiliteiten,” zei hij in een rechtstreekse uitzending met Adriaan van Dis. “De Amsterdammer moet kijken naar de positieve kanten van de stad. En u denkt toch niet dat ik me als burgemeester met siertegels en afvalbakken bezighoud?”

Dat was nog wel het ergste, repliceerde van Dis. “Ik mag toch van mijn gemeentebestuur verwachten dat het juist wel aandacht besteedt aan de dagelijkse ergernissen van de burgers? Bent u weleens beroofd? En hoe vond u dat?”

In zijn terugblik op het burgemeesterschap, BM, schreef Van Thijn gegeneerd: ‘Dat ik me onsterfelijk geblameerd heb wordt bevestigd door de woedende brieven die bij tientallen tegelijk binnenkomen. Zelfs het lachende geveltje op mijn bureau slaat de ogen neer.’

Maar de goedlachse Van Thijn revancheerde zich. Als vredestichter, als promotor van de stad en als bestrijder van veelvoorkomende criminaliteit met de eigengereide hoofdcommissaris Eric Nordholt aan zijn zijde.

Nelson en Winnie Mandela tijdens het eerste bezoek aan Nederland na zijn vrijlating uit gevangenschap op Robbeneiland in 1990. In het midden burgemeester Ed van Thijn. Beeld Jan Everhard/ANP
Nelson en Winnie Mandela tijdens het eerste bezoek aan Nederland na zijn vrijlating uit gevangenschap op Robbeneiland in 1990. In het midden burgemeester Ed van Thijn.Beeld Jan Everhard/ANP

Van Thijn liet zich ook graag voorstaan op zijn ontmoetingen met de groten der aarde. Ed Koch, burgemeester van New York, Jiang Zemin, burgemeester van Shanghai, de Franse president François Mitterrand en de Zuid-Afrikaanse president, Nelson Mandela, die in 1990 de stad bezocht. ‘Met kloppend hart en knikkende knieën stap ik op hem af’, schreef Van Thijn met milde zelfspot in BM. ‘Welkom in anti-apartheidsstad Amsterdam, prevel ik. Maar Mandela heeft duidelijk geen behoefte aan plichtplegingen. Where is the toilet?, vraagt hij meteen.’

Bijlmerramp

Op 4 oktober 1992 boorde zich een Boeing 747 van El Al in de Bijlmerflats Kruitberg en Groeneveen, waarbij 43 mensen de dood vonden. Van Thijn was bijna drie weken onafgebroken te vinden in het crisiscentrum onder het Amsterdamse stadhuis. Als een verstikkende deken lag sindsdien de ramp over zijn burgemeesterschap heen.

In BM beschreef Van Thijn wat daarna gebeurde: tweeduizend illegalen meldden zich bij de gemeente voor een verblijfsvergunning, ter beschikking gesteld voor mensen die konden aantonen dat zij op het moment van de ramp in het getroffen gebied woonden. De enorme rij voor het bevolkingsregister op de Herengracht, tegenover de ambtswoning van de burgemeester, deed het publieke klimaat rond de ramp op slag verkillen. Politiek Den Haag liet zich van zijn slechtste kant zien.

Van Thijn, teleurgesteld: ‘Wij willen geen illegalenjacht in de stad. En zeker nu niet.’ Het kenmerkte hem als burgemeester: mededogen en een groot gevoel voor rechtvaardigheid. “Ik sta voor politieke correctheid,” zei hij in 2003 in een interview met deze krant. “Dat is het grootste scheldwoord van deze tijd, maar ik vind dat je fatsoenlijk met elkaar om dient te gaan. En dan bedoel ik niet het fatsoen van Jan Peter Balkenende, maar het elementaire fatsoen dat je elkaar niet kwetst en beledigt. Ik gruw met alles wat ik in me heb van een samenleving waarin wordt geaccepteerd dat je iedereen voor rotte vis kunt uitmaken.”

Tot op het laatst heeft Van Thijn met afschuw gesproken over onrecht en onwetendheid. “Het is de tijd dat we kinderen in gevangenissen stoppen,” zei hij na verschijning van Blessuretijd. “Er worden grappen gemaakt over gaskamers! Aan sisgeluiden op het voetbalveld zijn we stilaan gewend geraakt. Maar over de geschiedenis mag je het niet meer hebben. Ik wil weerstand bieden aan de weerzin tegen het oprakelen van de geschiedenis.”

Het was de affaire rond het Interregionaal Rechercheteam Noord-Holland/Utrecht (IRT) die in 1994 een plotseling einde maakte aan zijn politieke carrière. Van Thijn, op speciaal verzoek van PvdA-leider Wim Kok teruggekeerd naar Den Haag om er minister van Binnenlandse Zaken te worden, had zich als burgemeester in 1993 gedistantieerd van de IRT-methode, waarbij infiltranten zelf drugs importeerden in de hoop grote bendes op te sporen. Als minister van Binnenlandse Zaken moest hij de zaak (en zichzelf) opnieuw beoordelen, maar deed dat volgens de Kamer niet goed.

Gekozen burgemeester

Van Thijn stapte op, een terugkeer in het eerste Paarse kabinet-Kok zat er niet in. Hij werd schrijver, voor zover hij dat al niet was. Nog even flakkerde het politieke licht op toen hij in 2005 als lid van de Eerste Kamer een voorstel voor de gekozen burgemeester tegenhield, maar van grote betekenis achtte Van Thijn dat zelf niet.

Rust vond hij thuis in Amsterdam-Zuid bij Odette Taminiau, voormalig hoofd externe betrekkingen van het stadhuis, met wie hij in 1992 trouwde. Zijn derde huwelijk. Het eerste, waaruit twee kinderen voortkwamen, liep eind jaren zestig vast in de hectiek van het drukke politieke bestaan. Aan het tweede, een ‘huwelijk op afstand’ met PvdA-politica Eveline Herfkens, kwam in 1990 na zeven jaar een eind. Daarvoor was er nog een langdurige relatie met Hedy d’Ancona, eveneens een prominente PvdA’er.

Na zijn burgemeesterschap werd Van Thijn lid van de Liberale Joodse Gemeente in Amsterdam. Hij voelde zich deel van een eeuwenoude traditie, lichtte hij toe, maar religieus is hij nooit geworden. Van Thijn: “Een almachtige God die Auschwitz heeft toegestaan, is of niet almachtig of deugt niet.”

Reacties op het overlijden van Ed van Thijn

Lodewijk Asscher:
Ed van Thijn keek nooit weg en gaf nooit op In een In Memoriam op de website van de PvdA schrijft oud-minister Lodewijk Asscher dat met Ed van Thijn “Amsterdam een anker verliest, de PvdA een icoon, en Nederland een politicus en bestuurder die in zijn leven en werk toonde dat het altijd de moeite waard is voor een ander op te komen, en te blijven hopen op beter.”

Volgens Asscher heeft Van Thijn “zijn geschiedenis en zijn identiteit weten om te zetten in een oerkracht. Een indrukwekkende werklust - grenzend aan workaholisme, een grote intellectuele nieuwsgierigheid, de bereidheid om altijd op te staan en altijd in gesprek met zichzelf om te zorgen dat hij aan de goede kant zou staan”.

Premier Rutte:
Van Thijn leidde Amsterdam door roerige tijden De sociaaldemocraat Ed van Thijn (1934-2021) heeft Amsterdam door een “roerige tijd” geleid, aldus demissionair premier Mark Rutte in een reactie op het overlijden. “Bedroefd door het overlijden van Ed van Thijn. Respect voor zijn grote inzet in diverse rollen voor zijn partij en het land. Ik wens zijn familie en vrienden veel sterkte toe met dit grote verlies,” twitterde Rutte.

Gemeente Amsterdam:
‘diepe buiging’ voor oud-burgemeester Ed van Thijn Amsterdam “maakt een diepe buiging” voor Ed van Thijn, aldus de gemeente zondag in reactie op de bekendmaking van zijn overlijden. “Het college en de raad hebben met verdriet kennisgenomen van het overlijden van Ed van Thijn. Als joods jongetje uit de Rivierenbuurt overleefde hij, ondanks dat zijn onderduik werd verraden, de Jodenvervolging. Die gruwelijke geschiedenis zat in hem zoals die geschiedenis in Amsterdam zit.”

Lilianne Ploumen:
Ploumen noemt Van Thijn ‘scherpzinning en betrokken’ De zondag overleden Ed van Thijn was een “scherpzinnig en betrokken sociaaldemocraat,” aldus PvdA-leider Lilianne Ploumen in een reactie op Twitter. “Wijs, gezaghebbend en onvoorwaardelijk strijdend voor een weerbare democratie, tegen racisme en onrecht. We gaan hem missen.”

Ajax:
Ed van Thijn sinds zijn jeugd hartstochtelijk Ajacied De zondag overleden Ed van Thijn was “al sinds zijn jeugd een hartstochtelijk Ajacied,” aldus de Amsterdamse club in een reactie. “Ajax staat bij mij zeer hoog op de ranglijst. Na mijn privéleven en arbeidsvreugde komt de club op een goede derde plaats”, vertelde de bekende PvdA’er rond de eeuwwisseling tegen het Ajax Magazine.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden