PlusReportage

Drukte bij de Voedselbank: ‘De crisis is al luid en duidelijk begonnen’

Vrijwilliger Marit Weerheijm bij de Voedselbank in Oost, waar het aantal klanten gestaag groeit.Beeld Jakob Van Vliet

Baan weg, huur en andere kosten van levensonderhoud lopen door en in een mum van tijd sta je in de rij bij de Voedselbank. Het aantal klanten groeit, en dat is pas het begin, denken hulpverleners.

Niets aan de hand nog, twee maanden geleden. Zijn massagesalon liep als een trein. Vaste klanten, passanten, vrienden en kennissen: wie lag er niet bij hem op de tafel? Zij blij met een massage, hij met zijn inkomsten. De 43-jarige Amsterdammer kon jaren onbekommerd voort, zo had hij zich voorgesteld.

En nu staat ie op vrijdagochtend in de rij bij de Voedselbank.

Corona, zucht hij. “Mensen mochten ineens niet meer gemasseerd worden. En ze willen het ook niet. Ze zijn bang, ik begrijp ze heus wel. Maar mijn huur loopt door, ik heb vaste lasten. Het past financieel niet meer. Ik kom niet uit, voor het eerst van mijn leven. Dus heb ik alle moed bij elkaar geraapt en me aangemeld bij de Voedselbank. Heel blij dat dit kan, dat deze mogelijkheid er is, maar erg is het wel.”

De masseur zonder klanten, die niet met zijn naam in de krant wil, is een van de velen die deze ochtend naar het uitgiftepunt van de Voedselbank Amsterdam zijn gekomen. Op het Makassarplein in de Indische Buurt staat de rij heerlijk in het zonnetje, dat dan weer wel. Het is er drukker dan voorheen.

18 procent

Wat heet, zegt coördinator Roger de la Chambre. “Begin maart zaten we nog op ongeveer 90 klanten, vandaag hebben zich al 123 mensen aangemeld.”

Voor de Voedselbank Amsterdam als geheel, met twaalf uitgiftepunten, is het aantal als klant geregistreerde huishoudens met 18 procent toegenomen.

Het gaat hard nu, ziet De la Chambre. Hij wijst op de rij, waarin inmiddels een tiental mensen staat. Doordat afstand moet worden gehouden is die rij weliswaar uitgerekt, maar hij is duidelijk lang. “Er staan er veel die ik ken, vaste klanten. Maar opvallend is dat we heel veel nieuwe mensen hebben, mensen die we niet kennen, die voor het eerst van hun leven te maken hebben met de Voedselbank.”

Bestaansminimum

Nieuwe klanten dus. Slachtoffers, zoals meestal, van de omstandigheden. Dit keer zijn het de nieuwe omstandigheden van de lockdown, van het coronavirus.

Hadden we niet met zijn allen in een pandemie gezeten, dan waren deze klanten niet door de ondergrens gedonderd. Veel van hen schurkten al zo’n beetje tegen de onderkant van het bestaansminimum aan: ze hielden hun eigen broek omhoog, maar buffers konden ze niet opbouwen. Dus zakt die broek af nu het misgaat.

De vijftiger bijvoorbeeld die de afgelopen drie jaar werkte als taxichauffeur. Zestig uur in de week reed hij door de stad, met lange dagen wist hij genoeg te verdienen voor de huur, boodschappen en kinderen. “Maar alles hield op. Ik ben hier nu voor de derde keer. Tranen in mijn ogen, want met deze tas boodschappen ben ik voor weer een weekje gered.”

Nog maar het begin

Het is het verhaal van een deel van de mensen op het Makassarplein. Ze willen niet naar de Voedselbank, maar ze móeten wel. Neem de man die tot eind maart werkte als uitzendkracht op Schiphol. “Een goeie baan, belangrijk administratief werk. Maar de uitzendkrachten ­vlogen er als eerste uit. Ik heb nooit mijn hand opgehouden en nu sta ik weer hier. Een paar jaar geleden was ik vrijwilliger van de Voedselbank, nu ben ik terechtgekomen aan de andere kant van de tafel.”

Enkele vrijwilligers van de Voedselbank houden hun hart vast. Want wat we hier zien, zegt er een, is nog maar het begin. “Ze zeggen: de crisis komt eraan, maar voor een deel van de Amsterdammers is de crisis al luid en duidelijk begonnen. Geloof mij: het gaat exploderen de komende maanden. De mensen die nu door het ijs zakken, zijn de eersten, maar er zullen er meer volgen.”

Hoge huren

Deze bezoekers van de Voedselbank passen precies in het beeld dat een dag eerder werd geschetst door Kathleen ­Vijent van Centram, een instelling voor maatschappelijke dienstverlening. Centram verwijst onder meer mensen door naar de voedselbanken. “Sinds de coronacrisis is begonnen, hebben wij regelmatig intakegesprekken met mensen die we bij ons voor het eerst zien. Dan heb je het over zzp’ers die in de problemen zijn geraakt doordat ze hun werk niet meer kunnen doen. Mensen die normaal gesproken wel kunnen rondkomen.”

Hoge huren, daarmee gaat het vaak fout, zegt Vijent. “Daardoor raken zij in de knel. Het lastigst is het voor mensen met kinderen. Als je alleenstaand bent, kun je vaak nog wel de eindjes met wat minder geld aan elkaar knopen. Maar met kinderen lukt dat niet meer. Voor hen is de hulp echt een reddingsboei.”

Dat geldt ook voor de vrouw die in de rij staat met een gele pas: die staat voor een voedselpakket voor zes of meer. “Ik heb vijf kinderen. Mijn man en ik zijn allebei sinds begin maart ons werk als schoonmaker kwijt. Eerst redden we het maar nét, nu eindigen we elke maand met 600 euro minder dan we ermee begonnen. De schulden stapelen zich op, dus dat we hier de boodschappen cadeau krijgen, is een uitkomst.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden