PlusAchtergrond

Drugscriminelen profiteren van ‘onwil en verwarring’ in Amsterdamse haven

De import van grondstoffen als cacao en benzine in de Amsterdamse haven worden vaker misbruikt voor georganiseerde drugscriminaliteit. Dat komt volgens een recente politiestudie omdat het niet duidelijk is welke verantwoordelijkheden handhavers, beveiligers, douanediensten en bedrijven precies hebben. Hoofdonderzoeker Yarin Eski liep zelf ook aan tegen onwil.

De Amsterdamse haven. Beeld ANP
De Amsterdamse haven.Beeld ANP

Hoe komt het dat de Amsterdamse haven steeds aantrekkelijker wordt voor drugscriminaliteit?

“Het is een veelzijdig zeehavengebied met een flink aantal grote haventerminals langs het water. In de uithoeken van het gebied staan kleinere bedrijfsverzamelgebouwen waar vrij weinig controle en zicht op is. Deze uithoeken zijn anoniem en verscholen vergeleken met de haventerminals. Hierdoor trekken ze schimmige praktijken aan.”

Een belangrijke bevinding in jullie onderzoek is dat het voor de partijen die de haven beveiligen vaak niet altijd duidelijk is hoe deze criminaliteit het best bestreden kan worden. Hoe kan dat?

“In het havengebied van Amsterdam en bij IJmuiden staan soms 200 à 300 bedrijven met opslagruimtes ingeschreven op veertig vierkante meter. Zo’n situatie wordt met het label ‘ondermijning’ op een hoop geveegd met bijvoorbeeld schimmige praktijken in de visserij. Het is voor opsporingsambtenaren lastig om te weten waar ze precies naar op zoek naar moeten gaan.

Dat ligt niet aan de uitvoerende ambtenaren, maar komt vaak door andere zaken: een tekort aan personeel, geen tijd. Dat zit de aanpak in de weg. In de bestrijding van drugscriminaliteit helpt de term ondermijning dus niet als het niet wordt gespecificeerd en als er niet meer wordt geïnvesteerd in bijvoorbeeld extra mankracht.”

In uw politiestudie komt naar voren dat de douane, de Fiod, de Koninklijke Marechaussee, inspecties en het havenbedrijf niet goed weten hoe ze informatie met elkaar moeten delen. Wat gaat er fout?

“De informatiedeling tussen partijen zoals de douane en de politie verloopt inderdaad stroef. Veel van de beveiligende partijen weten niet goed hoe ze informatie kunnen delen, dat wordt nog extra lastig omdat er geen parate kennis is over wat er allemaal mogelijk is en mag. Instanties verwijten elkaar ook dat er onwil is bij de andere partij.”

Was het voor het onderzoeksteam lastig om de informatie te krijgen waar jullie naar zochten?

“Wij wilden toegang hebben tot dossiers van alle opsporingsdiensten, handhavers, beveiligers en bedrijven. Maar dat is helaas niet gelukt. Het is eigenlijk alleen gelukt om toegang te krijgen tot de politiedossiers. Als er dan een rechtsgrond is om medewerking te verlenen, zoals door de politie, dan wilden andere partijen nog kunnen nadenken over wel of niet meewerken. Wij begrijpen dat niet. Als de overheid per se wil dat wetenschappers onderzoek doen naar een overheidsdiensten, geef dan ook toegang.

Dit is een terugkerend patroon, ook bij studies in de haven van Rotterdam werden wetenschappers tegengewerkt. Elke instantie heeft daarbij zijn eigen informatiewetgeving. Dus daar liggen nog erg veel kansen.”

Voor oplossingen voor de bestrijding van drugscriminaliteit kijkt uw onderzoeksteam naar de Rotterdamse haven. Wat kan de Amsterdamse haven leren?

“In Rotterdam is de organisatie strakker. Daar heb je bijvoorbeeld een samenwerkingsverband van alle instanties die zich bezig houden met opsporing en beveiliging in de haven. Hier wordt hun centrale taak, namelijk ondermijningsonderzoek in de haven, vaker opgevangen door losse teams. Daar kan meer eenheid in komen.

Dat is ook meteen onze aanbeveling: breng die kleine groepen bij elkaar en zet daar dan een ‘havenmarinier’ aan het hoofd. Zoals in Rotterdam ook een zogenoemde stadsmarinier is aangesteld in de Waalhaven. Zo’n superambtenaar moet worden ondersteund door alle partijen die betrokken zijn bij handhaving, opsporing en beveiliging in de haven. De havenmarinier zou zelfstandig besluiten kunnen nemen, maar heeft tegelijkertijd ook een controlerende functie. Hij zorgt dat alles goed verloopt in de samenwerking en informatiedeling. De mensen die wij hebben gesproken, wensen vooral regie en duidelijkheid.”

‘Van verhalen naar verbalen’

Het rapport ‘Van verhalen naar verbalen’ laat zien dat de aanpak tegen de drugscriminaliteit zichzelf in de weg zit. Dat komt doordat er veel onduidelijkheid bestaat over het begrip ‘ondermijning’, doordat het niet altijd duidelijk is wie de regie moet nemen en dat er te weinig informatie gedeeld wordt tussen de instanties.

Voor het onderzoek interviewden de wetenschappers ruim 50 experts, liepen ze mee met havenbedrijven en politiemensen en deden ze dossieronderzoek. De douane, de Fiod, de Koninklijke Marechaussee, inspecties, het Havenbedrijf en ook de gemeenten aan de havenoevers, waaronder Amsterdam, waren betrokken.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden