PlusInterview

Drie keer per dag het glas heffen in café Hesp was jarenlang heel normaal

In het café hangt nog steeds deze Jiskefet-scènefoto uit Het Parool van 7 september 1991, met v.r.n.l. Michiel Romeyn, Rijk de Gooyer (gast), Herman Koch en Kees Prins, voor de deur van Hesp.Beeld Archief Cafe Hesp

Naar de kroeg kunnen we niet, erover lezen wel. Historicus Peter-Paul de Baar schreef de geschiedenis van café Hesp, waar menig journalist dagelijks in de lampen hing.

De bedoeling was een afspraak in het café. Bier erbij, bitterballen misschien. Maar Hesp is vanwege corona gesloten. “Hesp heeft extreme pech,” zegt Peter-Paul de Baar, oud-hoofdredacteur van Ons Amsterdam en medeoprichter van het Theo Thijssen Museum, door de telefoon. “Van december tot maart is het café verbouwd, wat veel meer geld heeft gekost dan gedacht. Op 12 maart ging het café weer open, drie dagen later kon het alweer dicht. En nu is het weer zover.”

Bent of was u een Hespganger?

“Niet echt, ik was er weleens geweest natuurlijk, maar het lag nooit op mijn route. Geert Mak schreef ooit een boek over De Ysbreeker. Het leek de voormalige eigenaar van het pand waarin Hesp is gevestigd leuk als er ook zoiets over Hesp zou komen. De uitgever heeft eerder boeken over Reynders en Scheltema doen verschijnen. Mogelijk wordt het een Amsterdamse kroegenserie.”

Hesp bestaat sinds 1897 en zit sinds 1907 in het huidige pand aan de Weesperzijde. Wat zou de toenmalige uitbater het meest opvallen als hij het huidige Hesp zou zien?

“De ruimte naast het café, met daarin eerst een slijterij en sinds 1991 een restaurant. Het is bij de laatste verbouwing weer heel anders ingericht. Het café zelf is nauwelijks veranderd. Er staat een andere bar, maar er zijn veel authentieke details. Het ademt de sfeer van vroeger.”

Uw boek is behalve horeca- ook persgeschiedenis.

“Toen Parool, Volkskrant en Trouw in 1965 van de Nieuwezijds naar de Wibautstraat verhuisden, gingen de redacteuren op zoek naar een goede kroeg. Ze vonden aan de Weesperzijde Hesp, dat al snel een echt journalistencafé werd, een beetje de opvolger van Scheltema. En dat is het eigenlijk gebleven tot de kranten rond 2005 verhuisden naar Oostenburg.”

Er werd in die tijd stevig gedronken. Op een foto in het boek krijgt Vrije Volk-correspondent Nico Polka zijn jenever in een limonadeglas ingeschonken.

“Ja, Nico was een innemend type. Hij werd twee keer per dag dronken in Hesp. Hij begon ’s middags en ging dan naar huis om wat te eten. Ontnuchterd kwam hij ’s avonds terug en begon opnieuw. Sommige Volkskrantredacteuren kwamen ook meerdere keren per dag. Bij de Volkskrant hadden ze om 12 uur vergadering. Een deel van de redactie ging eerst naar Hesp om daar de vergadering voor te bespreken. Erna gingen ze lunchen in Hesp, hoewel daar toen nauwelijks iets te eten te krijgen was. En aan het einde van de middag gingen ze wéér naar Hesp, om daar tot laat door te gaan.”

Na verloop van tijd verkasten redacteuren van Trouw naar De Ysbreeker en die van Het Parool deels naar Leentje. Waarom?

“Die van Trouw hadden onenigheid met het personeel over hun rekeningen. Consumpties zouden met een vork worden genoteerd. Bij Het Parool had het te maken met stijlverschillen binnen de redactie. Journalisten die niet zo waren gespecialiseerd in het harde nieuws voelden zich miskend door de praatjesmakers van de verslaggeving. Mogelijk dat sommige journalisten het ook niet prettig vonden dat er steeds meer kantoormensen in Hesp kwamen.”

Wie komen er tegenwoordig?

“Die kantoormensen komen er nog steeds, net als medewerkers van reclamebureaus. Maar er komen nu ook veel jonge mensen. Twintigers, studenten: in de zomer zit het terras er vol mee.”

U werkt aan een biografie van Theo Thijssen. Jaren geleden zei u in Het Parool dat hij bijna klaar was. Hoe staat het er mee?

“Het gaat goed. Het boek over Hesp heeft me meer tijd gekost dan gedacht, maar nu ik ben gepensioneerd kan ik me met volle kracht op Thijssen storten. Ik heb onlangs bij uitgeverij Van Oorschot een contract getekend waarin staat dat ik in 2022 het manuscript inlever.”

Thijssen woonde in zijn volwassen leven in Oost en de Watergraafsmeer. Dan zal hij ook weleens over de Weesperzijde hebben gewandeld. Is hij ooit in Hesp geweest?

“In theorie is het goed denkbaar. Thijssen was geen groot drinker, maar ook zeker geen geheelonthouder. Er is helaas geen bewijs dat hij in Hesp is geweest. Simon Carmiggelt kwam er wel. Begin jaren zestig, al voor de kranten naar de Wibautstraat kwamen, werd hij er regelmatig zwijgend in een hoekje gesignaleerd.”

Peter-Paul de Baar: Café Hesp - Parel aan de Amstel, Uitgeverij De Republiek, €17,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden