Plus Achtergrond

Drie huisartsen over wachtlijsten: ‘Zelfs bij een sterfbed geen nachtzorg’

Huisartsen leuren met patiënten om ze in de thuiszorg, de ggz of een verpleeghuis te krijgen. Zaterdag is er een debat over dit ‘stille drama’. ‘Zelfs als een patiënt suïcidaal is, moet je soms wachten.’

Huisarts Mai Neijens Beeld Lin Woldendorp

Huisartsen bellen en mailen zich suf met zorginstanties om hun kwetsbare patiënten op de juiste plek te krijgen. Huisartsenactiecomité Het Roer Moet Om spreekt zelfs van een onhoudbare situatie. Artsen moeten steeds meer moeite doen om een goede plek te vinden voor kwetsbare patiënten, zoals dementerende ­ouderen, psychiatrisch patiënten en chronisch zieken. Ze stuiten op wachtlijsten of afwijzingen omdat de patiënt niet in ‘een hokje’ past. Twee weken geleden toog de club naar de Tweede ­Kamer om hier aandacht voor te vragen.

Zaterdag volgt deel twee van de actie: een ­debat in Den Haag met zorgbazen, wetenschappers, patiënten, verpleegkundigen en natuurlijk huisartsen. Inzet: samen een oplossing zoeken naar een systeem waarin er meer overzicht is. Nu ontbreekt het daar volgens de huisartsen aan. De invoering van de marktwerking in de zorg in 2006 maakt samenwerking lastig, zegt de Amsterdamse huisarts Bart Meijman van het comité. “Iedereen regelt dat zijn eigen toko goed draait, maar niemand heeft het overzicht en zorgt dat iedereen goed samenwerkt.”

Een wirwar aan thuiszorgorganisaties, een dichtgeslibde ggz, een gebrek aan plekken waar ouderen kunnen herstellen en een groot tekort aan wijkverpleegkundigen helpen niet. Uit een enquête van het comité onder twee­duizend huisartsen blijkt dat artsen veel tijd verspillen aan frustrerende zoektochten naar een goede plek voor patiënten in nood.

Mai Neijens (57), 24 jaar huisarts, Landsmeer

“Toen we laatst voor een patiënt belden, bleek de wachttijd voor een plek in een verpleeghuis één jaar. Er is nergens ruimte, niet in Landsmeer, maar ook niet in de verpleeghuizen in de buurt. Dat betekent dat een alleenstaande 88-jarige dame die goed bij haar verstand is, maar niet uit bed komt, veel pijn heeft, incontinent is en vier keer per dag wijkverpleging krijgt – het maximum – alleen thuis moet blijven. Nadat ze haar behoefte heeft gedaan, moet ze soms twee uur wachten voordat de thuiszorg komt om haar te verschonen. Dat is mensonterend. Ze kan niks zelf pakken. Geen eten, geen drinken. Ze heeft gelukkig een dochter die veel bij haar is. Maar als dit een jaar gaat duren, is dat wel héél erg lang. Je moet als huisarts vaak lange periodes overbruggen. Ik voel me daar niet altijd op toegerust. Soms denk ik: is dit nog wel verantwoord? Ik heb zes patiënten bij wie we, met veel hangen en wurgen, moeten wachten tot er eindelijk plek is. Ook voor de wijkverpleging moet ik heel erg leuren. Thuiszorgorganisaties kunnen het werk niet meer aan. Omdat ze geen aannameplicht hebben, kunnen ze dan dus ook een aanmelding weigeren. Dan moet ik een ander benaderen, die zegt ook nee.

En dus moet ik zoeken en zoeken en zoeken, totdat ik iemand heb die deze patiënt wil verzorgen. In de tussentijd is het eigenlijk mijn probleem. Als het dan ook niet lukt om mantelzorg in te schakelen, weet ik gewoon niet hoe ik dat moet doen.

Zelfs als een patiënt suïcidaal is, moet je dat als huisarts maar gewoon even overbruggen. Ik heb het twee keer gehad, waarbij één jonge patiënt langs de spoorlijn is weggehaald, de ander zwierf bij een gevaarlijke plek. De crisisdienst komt dan wel snel in actie, maar daarna wordt mij gevraagd of ik de zorg wil regelen. Dan blijkt er pas over twee maanden plek bij een ggz-instelling. Er zijn filmpjes en spotjes over suïcidepreventie, maar als je dan iemand beet hebt, dn moet je het een paar weken uitzoeken met zo iemand. Stel je voor dat de cardioloog tegen een patiënt met een hartaanval zegt: ‘Ik heb geen plek. Je moet even twee weken overbruggen.’ Ondenkbaar, maar net zo gevaarlijk.”

Mai Neijens Beeld Lin Woldendorp

Alex Tempelman (51), 18 jaar ­huisarts, Amsterdam-Noord.

“Een patiënt van mij had onbegrepen pijnklachten, maar ze had ook psychiatrische problemen. Tegen de pijn kreeg ze medicijnen, maar ik wilde haar ook laten opnemen in een psychiatrische instelling. Dat bleek buiten­gewoon lastig. Bij de psychiatrische instelling zeiden ze: ‘Het is een pijn­probleem, dus het moet toch eerst door de specialist in het ziekenhuis worden gezien.’ Die specialist zei: ‘Ze moet naar de psychiatrie.’ Uiteindelijk kwam ze op een wachtlijst en zat ze thuis – in nood en verwarring. De wijkverpleging was heel intensief met haar bezig. Ik ging er ook vaak naartoe en zag het lijden alleen maar toenemen. Ze kwam op den duur niet meer uit bed en overwoog, na een euthanasieverzoek, zelfs te stoppen met eten en drinken.

Dat maakt je als huisarts machteloos. Dat de zorg die ik wil voor mijn patiën­ten moeizaam voor handen is, frustreert enorm. Het heeft wel drie maanden geduurd voordat ze in een psychiatrische instelling terecht kon. Iedereen doet zijn stinkende best om iets te regelen, en toch gebeurt er niks. In de tussentijd loopt ook de familie op zijn tenen.

Ook voor ouderen, die steeds langer zelfstandig ­– en dus ook steeds kwetsbaarder – thuis wonen, is het lastig om de zorg op peil te krijgen. In de eerstelijnsverblijven, waar ouderen tijdelijk kunnen opknappen, zijn te weinig bedden beschikbaar. In een verpleeghuis kom je niet zomaar. De wijkverpleging is overbelast en familie is er ook niet altijd. Dan zit je als huisarts met dat soort patiënten in je maag.

Onlangs zijn we met een paar huisartsen gaan kijken hoe ze dat in Denemarken regelen. Daar werken de wijkverpleegkundigen ook in het ziekenhuis. Ze zien dus wie er binnenkomen. Patiënten gaan ook al tijdens de behandeling, dus bijvoorbeeld met infuus en antibiotica, naar huis, waar ze verder door de wijkverpleging worden opgevangen.

Het eigen bed is voor een patiënt immers de beste plek om ziek te zijn. Dan moet er wel goede zorg beschikbaar zijn. Dat moet eerst geregeld worden. Nu hebben we weliswaar goede wijkverpleegkundigen, maar het zijn er véél te weinig.”

Alex Tempelman Beeld Lin Woldendorp

Martine Samsom (49), 17 jaar­ ­huisarts, Spaarndammerbuurt, West

“Laatst had ik een patiënt die, na ­vermoedelijk een hartinfarct, had besloten dat ze thuis wilde sterven. Ze was ziek en had pijn op de borst. Deze mevrouw moest natuurlijk ook thuis goede zorg krijgen, maar toen wij gingen bellen, bleek dat er die nacht zelfs bij een sterfbed geen nachtzorg door een wijkverpleegkundige te regelen was.

Haar zoon, die een meervoudig gehandicapt kind heeft waarvoor hij ook moet zorgen, moest dus ’s nachts bij zijn moeder blijven. Zonder nachtzorg. Dat vind ik heel erg. Nou had deze mevrouw een rustige nacht, maar wat als ze plotsklaps medicatie had moeten krijgen? Natuurlijk, de huisarts komt dan met alle liefde. En de kinderen willen graag ook heel veel doen, maar dit is niet zoals het hoort. In mijn eentje een sterfbed doen, zonder goede thuiszorg eromheen, dat gaat gewoon niet. We besteden zoveel geld aan prachtige behandelmogelijkheden in de ziekenhuizen om kanker te genezen. Dat is allemaal heel belangrijk. Maar ook een sterfbed moet goed begeleid worden. Dat is de basis. Als dat in dit rijke land niet kan, noem ik dat armoede.

Het is tegenwoordig heel moeilijk om op korte termijn thuiszorg te regelen. Natuurlijk is er een groot tekort aan wijkverpleegkundigen, maar de marktwerking in de zorg werkt ook tegen. Die heeft tot een enorme versnippering geleid van, in Amsterdam, tientallen thuiszorgaanbieders, waardoor de huisarts niet meer kan overzien welke organisatie goed is. Ondertussen heeft niemand het overzicht. Het liefst willen we één thuiszorg­organisatie in de wijk en één aanspreekpunt die een plek voor een patiënt in een zorginstelling regelt.

Nu zijn toch vooral ouderen, verstandelijk beperkten, mensen met een ­verslaving of met een psychiatrische aandoening de dupe van dit systeem. Zij staan al 1-0 achter en dan zie je juist in de verslavingszorg, de ggz en de ouderenzorg ontzettend lange wachttijden. Sterker nog: hoe complexer de problemen van de patiënt, hoe moeilijker hij te plaatsen is. Dit raakt de meest kwetsbaren het hardst.”

Martine Samsom Beeld Lin Woldendorp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden