null

PlusExclusief

Dossier windmolens: hoe de wind opeens draaide in Amsterdam

Beeld Getty Images

Duizenden Amsterdammers lopen te hoop tegen windmolens terwijl het er toch lang op leek dat deze progressieve stad ze met open armen zou ontvangen. Vanwaar die omslag? ‘Als je groen en links bent, dan ben je voor overlast? Zo werkt het natuurlijk niet.’

Wie windmolens plant, zal storm oogsten. Buiten de stad was dat allang een natuurwet, die ­politici zich in de oren mochten knopen. In ­Amsterdam leek het anders te gaan. Tot iets meer dan een half jaar geleden bleef het stil, zelfs in de ‘zoekgebieden’ langs de randen van Noord, Oost en Zuidoost, die al in februari vorig jaar werden gepresenteerd als mogelijke locaties voor windturbines. Tot het protest alsnog in volle hevigheid losbarstte.

Tienduizenden Amsterdammers richtten zich in een petitie tot de gemeenteraad, die volgende week definitief besluit over de zoekgebieden. In sommige buurten hangen bijna huis-aan-huis posters van actiegroep Windalarm. Op demonstraties verschenen spandoeken van 200 meter lang, om maar te laten zien hoe immens zo’n ‘industriële windturbine’ is. Meer dan 400 omwonenden deden urenlang hun beklag bij de gemeenteraad – soms woedend, soms verdrietig.

Zijn dit dezelfde progressieve Amsterdammers die al jaren massaal stemmen op wind­molenvriendelijke partijen als GroenLinks en D66? Terwijl plannen voor windturbines elders in het land uitliepen op intimidatie, verdachtmakingen en vernielingen, richtten milieubewuste Amsterdammers al vijftien jaar geleden energiecoöperaties op. Tot in het NOS Journaal waren ze te zien als vertegenwoordigers van een nieuwe generatie stedelingen, die vanwege de snel opgelopen zorgen over klimaatverandering hun eigen windmolens wilden bouwen. Daarvoor bestond veel sympathie, tot de plannen van wethouder Marieke van Doorninck om zeventien windmolens te bouwen vanaf oktober alsnog een storm van protest losmaakten.

Naut Kusters, een van de oprichters van Wind­alarm, denkt dat men in de stad eerst geen besef had van de overlast. Windturbines kwamen toch vooral ver buiten Amsterdam, waar de omwonenden bij hun protest in één moeite door ook de opwarming van de aarde ter discussie stelden. “De perceptie die hier ontstond: als je tegen windmolens was, moest je wel een ­klimaatontkenner zijn.”

Kusters is de laatste die je dat kunt verwijten. In september werd hij door de politie weggevoerd, omdat hij de Zuidas had bezet met de klimaatactivisten van Extinction Rebellion. “We moeten zo snel mogelijk naar nul uitstoot.” Volgens hem zijn veel Amsterdammers die protesteren tegen de windmolenplannen het daarmee eens. “Het is binnen Windalarm geen punt van discussie.”

Windmolens rond de stad zijn echter níet de oplossing. Dat Amsterdammers daarvoor te porren zijn, was volgens Kusters een hard­nekkig misverstand. “Als je groen en links bent, dan ben je voor overlast? Zo werkt het natuurlijk niet.”

Flikkerend licht

In een enquête van de gemeente, die vanwege de vraagstelling en interpretatie fel door Wind­alarm wordt betwist, verklaarde tweederde van de Amsterdammers zich voorstander van windmolens. Uit datzelfde ­onderzoek bleek echter dat het enthousiasme als sneeuw voor de zon verdwijnt zodra het gaat om windmolens in de eigen buurt. Op IJburg zag Kusters de stemming omslaan toen stippen op een kaart lieten zien welke plekken geschikt zijn voor windmolens, recht voor de dicht­bevolkte Bert Haanstrakade. Meteen kregen de zorgen over geluidsoverlast, gezondheids­schade, de natuur en een hinderlijk flikkerend licht de overhand. Hetzelfde gebeurde later in Noord en Zuidoost.

Buiten Amsterdam werd smakelijk gelachen om de vele D66- en GroenLinksstemmers op IJburg. Ze werden gemakkelijk uitgemaakt voor nimby’s; voorstanders van windmolens totdat die ‘in hun achtertuin’ bleken te komen. “Het is een scheldwoord, maar in de kern klopt het,” zegt Peter Verbeek, die met andere woonark­bewoners bij de Noorder IJplas al jaren strijdt ­tegen de komst van windmolens. “Zodra het dichterbij komt, ga je er anders tegenaan kijken. Dat zie je overal.”

Vanwege protesterende omwonenden in de kop van Noord-Holland kwam de provincie al in 2011 met extra strenge voorschriften voor windmolens. “Dat was ergens in de kop van Noord-Holland. Die hele discussie is aan de Amsterdammers voorbijgegaan,” zegt Verbeek. Aan de Noorder IJplas voelden ze zich daarom roependen in de woestijn. Ze vonden alleen een luisterend oor bij de klimaatsceptische PVV in de ­provincie Noord-Holland, een partij die in ­Amsterdam niet in de gemeenteraad zit.

Pas toen op IJburg in november Windalarm werd opgericht, sloeg de stemming om. “Zij hebben de rest van Amsterdam wakker ­geschud,” zegt Verbeek. Zo verklaart hij het ­oplaaien van het protest. “Een hoogopgeleide, gekwalificeerde groep mensen. Die zijn naar de rapporten van RIVM gaan kijken over de ­gezondheid. Klopt dat eigenlijk wel? Hier in Noord hebben we niet veel van zulke mensen.”

Gezondheidsrisico’s

Nieuw onderzoek over mogelijke risico’s voor de gezondheid heeft het protest na de zomer verder opgezweept. Gehoordeskundige Jan de Laat kondigde toen een nog altijd niet gepubliceerde studie aan. Op basis van buitenlands ­onderzoek waarschuwt hij dat wonen dicht bij windturbines gezondheidsrisico’s meebrengt. Dat bracht Windalarm ertoe om de mildere conclusies van het RIVM ter discussie te stellen en nog altijd noemen omwonenden van de zoek­gebieden hun gezondheid als dé reden voor hun protest.

Dat het te simpel is om de IJburgers voor nimby’s te verslijten, blijkt ook al uit het feit dat ze bleven actievoeren toen Van Doorninck in maart de IJburgbaai schrapte uit de lijst met zoekgebieden. “Vanwege het gevoel dat er iets niet klopt,” zegt Kusters. Zelf loopt Kusters al ­jaren rond in de milieubeweging, maar hij was nooit enthousiast over windmolens. “Ik vind het landschapsvervuiling. Er was alleen geen alternatief.” Nu wel, zegt hij, omdat windturbines op de Noordzee snel goedkoper zijn geworden. “Het plan is ingehaald door de tijd. Je moet ook ­kijken naar de impact en het draagvlak. Die luxe hebben we nu.”

Kusters vreest dat het doorzetten van de windmolenplannen funest is voor het draagvlak voor duurzame energie. “Het protest tegen wind­molens is gekaapt door klimaatsceptici als Wilders en Baudet. Er is in Europa geen land waar zoveel voorstanders zijn van nieuwe kern­centrales. De enige reden is dat tegenstanders van windmolens geen andere uitweg zien.”

Wethouder Van Doorninck is niet geschrokken van de discussie. “Het hoort bij zoiets ­extreem ingrijpends als de energietransitie.” Die discussie is juist heilzaam, vindt zij, omdat meteen duidelijk wordt dat Nederland nog maar een klein deel van de energie duurzaam opwekt en nog een lange weg heeft te gaan.

Bang gemaakt

Daarom vreest ze niet voor het draagvlak. Tegenstanders zeggen haar zonder uitzondering dat ze voor duurzame energie zijn. Volgens Van Doorninck schept dat een basis om het eens te worden over plekken waar windmolens tóch mogelijk zijn. Maar eerst neemt ze, op aandringen van de gemeenteraad, extra tijd, een ‘reflectiefase’, om meer duidelijkheid te krijgen over de gevolgen, voor de gezondheid en de natuur met name. “De tegenstanders moeten weten dat hun zorgen worden gehoord en dat er ook iets mee wordt ­gedaan. Een windmolen komt er niet als die ­onaanvaardbare risico’s meebrengt.”

Ook diverse energiecoöperaties verwachten dat er nog veel mogelijkheden zijn om de overlast te dempen door precies te kijken naar de ­locaties van windmolens, naar de hoogte en door ze stil te zetten op hinderlijke momenten – bijvoorbeeld als het ’s nachts rustig is op de Ring A10 en het verkeersgeluid wegebt. Omdat windmolens voor de helft eigendom moeten zijn van Amsterdammers zelf, is er geen drang naar een zo hoog mogelijk rendement, zeggen Tineke de Vries, Martijn Pater en Marcel Gort namens de betrokken energiecoöperaties.

Dat de discussie zo hoog is opgelopen, komt volgens hen ook doordat Amsterdammers bang zijn gemaakt over de gevolgen voor de gezondheid. Ze zeggen de GGD na dat Amsterdam ­bepaald geen stille stad is. Dus of windmolens nu voor extra lawaai zorgen?

“Dat er geen weerstand zal zijn, is een illusie,” zegt De Vries. “Er zijn altijd tegenstanders van grote ontwikkelingen binnen de stad,” vult ­Pater aan. “De Noord/Zuidlijn is er ook niet zonder slag of stoot gekomen en daar zijn we nu ook blij mee. Het eerlijke verhaal is dat we tot 2050 flink aan de bak moeten. We moeten als land en als wereld nog veel verder gaan dan deze wind­molens.”

‘Dit wordt een enorm hoofdpijndossier’

De woonbootbewoners aan de Noorder IJplas vrezen dat windturbines daar een stap dichterbij zijn gekomen door ‘belangenverstrengeling’. De ontstane discussie lijkt een voorschot op de komende jaren: elke windmolen wordt een gevecht.

De gemeenteraad besluit ­volgende week over de ‘zoek­gebieden’ waar het volgens het stadsbestuur mogelijk lijkt om windturbines te bouwen. Aan de Noorder IJplas, waar de plannen concreter zijn omdat het gebied jaren terug al is aan­gewezen als mogelijke wind­molenlocatie, blijkt wel dat het protest niet zal verstommen.

Een consultant die door de gemeente is aangetrokken als procesbegeleider, is partner binnen adviesbureau, Pondera, dat ook windturbines ontwikkelt. En dat is dan weer hetzelfde adviesbureau dat voor de gemeente onderzocht waar windmolens mogelijk zijn in Amsterdam-Noord.

Namens de bewoners van zestig woonarken spreekt Peter Verbeek van belangenverstrengeling. “Zijn belang is dat hier windmolens komen te staan.” Hoe dan ook voelen de woonbootbewoners zich er niet prettig bij dat hij ook de participatie in goede banen moet leiden. En dat ze dus hun zorgen over windturbines op tafel moeten leggen via deze ‘amb­tenaar’. “Hij is niet neutraal.”

Verder vinden ze de energie­coöperaties een soort schaamlap die suggereert dat er draagvlak is in de buurt. De leden mogen overal vandaan komen. “Er wordt gezegd dat er automatisch draagvlak is als er een burgercoöperatie tussen zit, maar dat blijkt helemaal niet te kloppen. Er is geen draagvlak.”

“De energiecoöperaties zijn niet bedoeld voor draagvlak,” reageert Van Doorninck. “Voor het draagvlak wordt een parti­cipatieplan opgesteld, dat als basis dient voor het overleg met omwonenden.” Dat de consultant wederom van adviesbureau Pondera komt, is de uitkomst van een openbare aan­besteding, dus tot op zekere hoogte toevallig, zegt Van ­Doorninck. “Het moest een expert zijn en dan vissen we in een kleine vijver van adviseurs met verstand van windenergie, want het gaat om een precair proces.”

De energiecoöperaties hopen dat de omwonenden na volgende week inschikkelijker worden en alsnog aan tafel willen. Toen ze jaren geleden voor het eerst aanklopten bij de woonbootbewoners, waren die volgens hen niet allemaal faliekant tegen.

Toch lijkt het waarschijnlijk dat elke windmolen uitdraait op een gevecht. Van Doorninck spreekt liever van ‘een continue discus­sie’. Naut Kusters van Wind­alarm: “Dit gaat nog tien jaar door. Het wordt een enorm hoofdpijndossier.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden