Amsterdam Bewaar

Doodgeschoten man werd gewaarschuwd voor dreiging

Abderrahim Belhadj
Abderrahim Belhadj © Politie

Abderrahim Belhadj (29), de man die maandagochtend werd geliquideerd in de flat Kikkenstein in Zuidoost, werd eerder door de politie gewaarschuwd dat hij mogelijk doelwit van een liquidatie was.

Dat gebeurde nadat de politie ontdekte dat Belhadj zo'n anderhalf jaar geleden in het geheim was gefilmd door een groep mannen die nu door justitie wordt vervolgd voor het voorbereiden van liquidaties.  

Belhadj werd op 25 januari vorig jaar gefilmd bij een McDonalds in Nieuwegein, zonder dat hij in de gaten had dat hij werd opgenomen. Ook vijf anderen werden heimelijk gefilmd. De beelden werden door de politie ontdekt na een reeks invallen in Nieuwegein, Tiel en Utrecht. Die inval was onderdeel van een groot opsporingsonderzoek onder de naam 26Koper naar een groep mannen uit de omgeving van Utrecht die volgens justitie liquidaties voorbereidde.

Daartoe verzamelden de mannen volgens het OM snelle gestolen Audi's, zware wapens en explosieven en peilbakens, waarmee mensen kunnen worden gevolgd. Ook het in het geheim filmen past volgens justitie in het beeld van een organisatie die aanslagen voorbereidde.

Moordcommando
Justitie vermoedt dat de mannen, waaronder dus de maandag vermoorde Abderrahim Belhadj, waren gefilmd omdat zij doelwit van het vermeende moordcommando zouden kunnen zijn. Daarom werd Belhadj vorig jaar door de politie gewaarschuwd dat hij mogelijk gevaar liep. Ook de andere mannen op de beelden werden door de politie benaderd. De meeste gefilmde mannen hielden zich tegenover de politie op de vlakte, al ontstond het beeld dat allen in conflicten in het criminele milieu waren verwikkeld.  

Ook met Belhadj werd gesproken. Hij verklaarde erg geschrokken te zijn door de waarschuwing en bang te zijn 'dat iemand me nu iets wil aan doen.' Hij zei aanvankelijk niet te weten of hij gevaar liep, maar erkende wel in criminele zaken te zijn verwikkeld, waardoor hij mogelijk in de problemen was gekomen. Hij doelde op de handel in drugs. "Een persoon zou niet betaald zijn," zei Belhadj, die later ook zei 'wel te weten uit welke hoek het komt.'  

Hoeveel hij verder nog aan de politie vertelde, is onbekend. Belhadj zei tegen de rechercheurs van het Team Criminele Inlichtingen: "Ik wil nog wel wat zeggen, maar zonder dat ding," verwijzend naar de opnameapparatuur. Ook sprak Belhadj met de rechercheurs over getuigenbescherming en over de mogelijkheid dat hij niet zou worden vervolgd, al is onduidelijk waarover dat ging en of dat tot iets leidde.

Volstrekt onvoldoende
Volgens raadsman Christian Flokstra, die de verdediging voert van Jaouad W., die volgens justitie tot de groep behoort die de liquidaties zou hebben voorbereid, is er geen reden om aan te nemen dat de liquidatie van Belhadj iets met het onderzoek naar de groep te maken heeft. Flokstra: "Uit het onderzoek 26koper is geenszins gebleken dat Belhadj geliquideerd moest worden. Het enkele feit dat hij door iemand op beeld is genomen is volstrekt onvoldoende voor die conclusie. Er zijn daarnaast geen andere onderzoeksbevindingen die wijzen op moordplannen richting Belhadj," zegt Flokstra. 

"Ik heb geen enkele aanleiding te veronderstellen dat er een concrete link is met de verdachten in de zaak 26koper. De ervaring leert dat personen in het criminele milieu soms in vele conflicten zijn verwikkeld. Wat de aanleiding voor deze liquidatie is geweest is - naar ik begreep - nog volstrekt onduidelijk en kan dus alleen tot speculaties leiden," meent Flokstra.