PlusExclusief

Dit zijn de coalitiekansen in Amsterdam: wordt het links, kneiterlinks of toch met een snufje midden?

Winnaar Marjolein Moorman en verliezer Rutger Groot Wassink houden elkaar vast in het komende college, was direct zichtbaar op de uitslagenavond. Beeld Eva Plevier
Winnaar Marjolein Moorman en verliezer Rutger Groot Wassink houden elkaar vast in het komende college, was direct zichtbaar op de uitslagenavond.Beeld Eva Plevier

De verkiezingsuitslag geeft PvdA, GroenLinks en D66 ruim baan om het nieuwe stadsbestuur te vormen. Maar is het slim om de landelijk dominante VVD in de stad nog eens vier jaar buitenspel te zetten?

Ruben Koops en David Hielkema

De euforie bij de PvdA is te begrijpen. Voor het eerst sinds de raadsverkiezingen van 2006 heeft ze gewonnen en gelijk is ze ook weer de grootste partij van Amsterdam. De winst van de PvdA lijkt verbonden met het verlies van D66 en GroenLinks. Amsterdamse progressieve kiezers bleken in de afgelopen jaren niet erg trouw.

Tegelijkertijd is de overwinning van de PvdA een teken aan de wand: nog nooit behaalde de grootste partij van de stad ‘slechts’ 9 zetels. Maar dat maakt lijsttrekker Moorman weinig uit, zij mag de komende weken hoe dan ook het initiatief nemen tot coalitieonderhandelingen en heeft Lodewijk Asscher gevraagd om als verkenner aan de slag te gaan. Maandag zullen de partijen duidelijkheid geven in een brief aan Asscher over hun voorkeuren. Een formaliteit, de uitslag maakt meteen duidelijk in welke richting wordt gekeken.

Onderling hebben GroenLinks, D66 en PvdA al naar elkaar uitgesproken dat zij samen door willen gaan en het hart willen vormen van een nieuwe coalitie. Een driepartijencoalitie dus. Dit is opnieuw mogelijk zonder de huidige partner SP omdat het verlies van D66 en GroenLinks meer dan gecompenseerd wordt door de groei van de PvdA.

Welke partijen de komende vier jaar Amsterdam besturen is nog geen gelopen race. Er zijn drie mogelijke scenario’s, allemaal met eigen gevolgen voor de koers van de stad.

Waarschijnlijk: PvdA, GroenLinks en D66 (24 zetels)

Op het eerste gezicht zal deze bijzondere uitkomst weinig verandering brengen. Onderling hebben GroenLinks, D66 en PvdA al aan elkaar kenbaar gemaakt dat zij samen door willen gaan als de kern van een nieuwe coalitie. In het coalitieakkoord uit 2018 namen zij hier ook al een voorschot op, diverse plannen en ambities in dit document zijn geformuleerd tot 2025, het 750-jarig bestaan van Amsterdam dat over drie jaar gevierd wordt.

De drie vinden elkaar in hun duurzaamheidsbeleid – de stad moet en zal groener worden als deze partijen samen verder gaan. Woningen zullen verduurzamen, windturbines zullen bij woonwijken verrijzen en Amsterdam zal verdere stappen nemen om wijken van het gas af te halen.

Op de woningmarkt zijn de partijen het in grote lijnen ook met elkaar eens: de markt moet nog strenger gereguleerd worden. Voor grote vastgoedpartijen maar ook particulieren met meerdere huizen is er slecht nieuws: de partijen zullen inzetten op strenge antispeculatiebedingen en meer opkoopbescherming. Ze willen het bezitten van meerdere koopwoningen tegengaan. Ook zal de nieuwe coalitie pogingen doen om leegstand te gaan belasten, denk aan lege etages boven winkels of vrije sectorappartementen. Voor nieuwe koopwoningen zal daarentegen minder ruimte komen, wel komen er waarschijnlijk experimenten met sociale koopregelingen die de betaalbaarheid moeten garanderen.

Een coalitie van drie in plaats van vier partijen is bovendien praktisch om de naderende recessie het hoofd te bieden. Amsterdam kan wederom rekening houden met pijnlijke bezuinigingen. Daarover beslissen lukt doorgaans het snelst met zo weinig mogelijk onderhandelende partijen. In coalitie van drie zijn bovendien lastenverhogingen geen taboe. Parkeertarieven, de ozb, de afvalstoffenheffing en de toeristenbelasting zijn dan de knoppen waaraan te draaien valt om aan strikt bezuinigen te ontkomen.

Mogelijk: PvdA, GroenLinks, D66 en VVD (29 zetels)

Het klinkt mooi, een brede coalitie van vier partijen die de hoofdstromingen vertegenwoordigen in het stadhuis. De VVD zou na vier jaar oppositie maar wat graag meebesturen. En zelfs burgemeester Femke Halsema heeft in een interview met de Volkskrant gezegd dat het beter zou zijn als de liberalen weer meedoen in een coalitie, omdat het stadsbestuur dan een groter draagvlak in de stad zou hebben.

Door de deelname van de liberalen zou de Stopera nog beter verbonden zijn met politiek Den Haag, waar Amsterdamse bestuurders voor geld en nieuw beleid afhankelijk van zijn. De VVD wil bovendien veel water bij de wijn doen: zelfs windmolens plaatsen in de buurt van woonwijken is geen breekpunt voor partijleider Claire Martens, bekende zij in het slotdebat.

De grootste waarde van VVD-deelname aan een coalitie is symbolisch. Hiermee zou een eind gemaakt worden aan het beeld – nota bene bedacht door VVD-politicus Eric van der Burg – dat Amsterdam door ‘kneiterlinkse’ partijen wordt bestuurd.

Of deze coalitie kansrijk is, valt te bezien. PvdA-lijsttrekker Moorman zei op de verkiezingsavond dat ze nu alle opties wil openhouden, maar dat kan ook bescheidenheid zijn geweest. Wie GroenLinks-voorman Rutger Groot Wassink op dezelfde avond het podium zag opkomen, wederom met de gebalde vuist, wist dat deelname van de VVD met deze uitslag eerder verder weg ligt dan dichterbij is gekomen. Ondanks het verlies van twee zetels zei Groot Wassink onder luid applaus: “Vier jaar geleden zei Mark Rutte: deze stad is verloren aan links. Aan alle VVD’ers wil ik zeggen: deze stad was links, is links, en zal altijd links blijven.” Nu de liberalen niet noodzakelijk zijn voor een meerderheid, zal GroenLinks er alles aan doen om de VVD buiten boord te houden.

Onwaarschijnlijk: PvdA, GroenLinks en D66 met SP of Partij voor de Dieren (26 of 27 zetels)

De Partij voor de Dieren wil graag een keer meebesturen, ook landelijk is de partij daar inmiddels klaar voor. Progressief bolwerk Amsterdam zou een logische plek zijn. Voor de buitenwacht hebben bijvoorbeeld GroenLinks, PvdA en Partij voor de Dieren veel vergelijkbare groene doelen. Het risico op pijnlijke compromissen in ruil voor macht is in Amsterdam voor de dierenpartij relatief klein vergeleken met andere gemeenten.

Wel zitten de persoonlijke verhoudingen in de weg. Lijsttrekker Johnas van Lammeren heeft veel zelfvertrouwen en voerde de afgelopen maanden een keiharde campagne tegen GroenLinks. Gekapte bomen, biomassa, windmolens: Van Lammeren lijkt er de GroenLinks-wethouders soms persoonlijk verantwoordelijk voor te houden. Het maakte hem behoorlijk populair bij zijn achterban en activisten, maar in de Stopera ergeren de andere progressieve partijleiders zich vooral.

De SP is theoretisch coalitiepartner. De partij heeft de afgelopen acht jaar meebestuurd, al was dat de laatste periode getalsmatig niet nodig. De SP bleef er vooral bij omdat de coalitie tevreden was met toenmalig woonwethouder Laurens Ivens en om de oppositie wind uit de zeilen te nemen. Maar dat was in 2018 – en sindsdien is er veel gebeurd. De SP verkeerde lange tijd in een bestuurscrisis. Ivens moest weg wegens seksueel overschrijdend gedrag, de partij heeft de landelijke jongerentak afgestoten en raadslid Tiers Bakker verdween van het toneel wegens een verzwegen aanhouding voor agressie in huiselijke kring. Bovendien was de SP de afgelopen jaren zeer weifelend in de steun voor grote projecten van de coalitie, zoals het nieuwe theater in de Sloterplas of de komst van de windmolens. Dat zijn signalen van onbetrouwbaarheid, vinden de overige partijleiders, veel gevaarlijker dan politieke verschillen.

Bestemd voor de oppositie?

Partijleider van Bij1 (3 zetels) Jazie Veldhuyzen zei tegen deze krant de komende jaren oppositie te willen voeren. De partij is ‘een actiepartij’ die vanuit wijken ‘de politieke koers van onderop’ aanstuurt. Onervarenheid is een andere reden dat het onwaarschijnlijk is dat ze als serieuze bestuurskandidaat zullen worden gezien.

Het motorblok wil met de bezuinigingen waarmee de stad te maken gaat hebben niet voor verrassingen komen te staan en een stabiele bestuurspartij ernaast hebben. Hetzelfde kan daarom ook over Volt (2 zetels) gezegd worden. De affaire rondom Nilüfer Gündogan laat zien dat dit een beginnende partij is.

Ook Denk (2 zetels) lijkt geen serieuze kandidaat: de partij is cultureel conservatief en wordt betiteld als de ‘autopartij’. Dat kan ook gezegd worden over CDA (1 zetel) – voor partijleider Diederik Boomsma valt meer eer in de oppositie te halen.

De rechtse flankpartijen JA21 (2 zetels) en Forum voor Democratie (1 zetel én vooraf al uitgesloten) liggen inhoudelijk te ver weg van het linkse blok. Een coalitie vormen hiermee is uitgesloten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden