PlusAchtergrond

Dit masterplan moet het tij keren voor Van Deysselbuurt

Dat de vogelaarwijken blijven afzakken, toont de Van Deysselbuurt in Nieuw-West. Na 40 jaar wachten moet een masterplan van corporatie Rochdale het tij keren: renovatie, nieuwbouw én hulp achter de voordeur.

Timmerman Jeroen Akkerman in de woning van Farida Harrachi.Beeld Dingena Mol

Timmerman Jeroen Akkerman steekt, met gereedschapskist onder de arm, de Burgemeester Van Leeuwenlaan over, het hart van de Lodewijk van Deysselbuurt. Het groepje jongens op de hoek heeft hij al in de smiezen. Als een jongen op een scooter met een vaart langs hem rijdt, zegt Akkerman: “Die jongen hoort er ook bij. Hier zijn veel hangjongeren. Sommigen komen van buiten de wijk.”

Akkerman, de klusjesman van woningcorporatie Rochdale, is hier een bekend gezicht. Vandaag is hij op pad om wat klussen te doen in de flatwoningen. Hij wordt door menigeen gegroet. Een vrouw aan de overkant steekt haar hand op en lacht hem toe. Een paar jongetjes ­komen kijken als hij de klemmende deur van een pizzeria repareert.

Hij is de ‘oren en ogen’ van de wijk. “De mensen spreken me aan als ze een probleem hebben. Ze roepen: ‘Buurman, wilt u even komen?’ Een vrouw vertelde me over de problemen van haar broer, een nierpatiënt. Het is makkelijk om een timmerman aan te spreken.”

Beeld Dingena Mol

Laatst moest hij bij een man van rond de vijftig zijn wegens lekkage bij diens bovenburen. Het plafond van de woning van de man was beschimmeld. “Binnen was alles grauw, armoedig en armetierig. Mijn handen jeukten om de versleten vloerbedekking eruit te trekken en de muren te verven. Die man zat intussen op de bank voor zich uit te staren. Hij bleek vereenzaamd te zijn. Ik schakel dan hulp van de buurtcoördinator in.”

Akkerman haalt zijn telefoon uit zijn zak en laat foto’s zien van intens vervuilde woningen. Kortgeleden belde een man van rond de veertig voor een kapotte keukenkast. Zijn aanrecht stond vol afwas en troep. Het keukenblad was bijna weggerot. De woning was bezaaid met plastic tassen vol rommel. “Ook dit geef ik door aan de corporatie, zodat er hulp kan komen van gemeentelijke diensten als de schuldhulpverlening en zorginstanties.”

De Van Deysselbuurt is al jaren een van de slechtste wijken in de stad. Het gaat om verpaupering, drugsproblematiek, laaggeletterdheid, schooluitval en sociale onveiligheid. Van de inwoners leeft 30 procent onder de armoedegrens, in de rest van Nederland ligt dat op 11 procent. Een net verschenen gemeentelijk rapport over leefbaarheid laat zien dat die in Nieuw-West tussen 2017 en 2019 is gedaald.

De ontwikkelingen in Nieuw-West staan niet op zichzelf: deze maand verscheen het tweede rapport van ­onderzoeksbureau Rigo en de landelijke corporatiekoepel Aedes, waarin werd vastgesteld dat de voormalige vogelaarwijken sinds 2016 opnieuw achteruit zijn gegaan. Dat terwijl toenmalig minister Ella Vogelaar in 2007 de lijst met veertig Nederlandse probleem­wijken juist had aangelegd om met extra investeringen het verschil te maken. In Amsterdam ging het onder meer om Bos en Lommer en Nieuw-West.

In de Lodewijk van Deysselbuurt is 48 procent van de bewoners laagopgeleid. Beeld Dingena Mol

In de praktijk liep het anders: woningcorporaties huisvesten alleen de laagste inkomens en de moeilijkste groepen, maar tegelijkertijd moeten patiënten en ouderen vaker thuis wonen. Ze komen allemaal in dezelfde slechte buurten terecht.

De Van Deysselbuurt heeft daarbinnen zijn ­eigen verhaal. De buurt bleef achtergaan door een voortdurend uitgestelde renovatie (zie kader). Sinds een jaar werkt Rochdale aan een masterplan om de wijk voorgoed uit het slop trekken: achter elke voordeur komen om te helpen bij sociale problemen, op de lange termijn woningen renoveren, deels slopen en herbouwen én 600 huizen bijbouwen. Een deel wordt middenhuur, voor een meer gemengde wijk. Uiteindelijk moet het aandeel sociale huur­woningen, momenteel 95 procent, dalen tot 60 procent.

Misstanden

Rochdale hoopt de wijk tot hét toonbeeld van transformatie te maken. Niet zomaar werd dit de ‘proeftuin’: het ligt midden in Slotermeer, de 1250 woningen zijn volledig in bezit van de woningcorporatie. De buurt telt 3700 inwoners met relatief veel grote en arme gezinnen (20 procent). Van de bewoners is een derde tot 19 jaar oud, 45 procent is van Marokkaanse ­afkomst en 22 procent is Turks.

Ilhame Grinate (43) bemant twee dagen per week de Eendagszaak.Beeld Dingena Mol

Klusjesmannen als Akkerman, vaak vergezeld door een sociaal werker, kijken rond om onder meer gezondheidsproblemen, huiselijk geweld, vereenzaming of schuldenproblematiek te ­signaleren. Dat gebeurt binnen de regels van de privacywet; daarover zijn afspraken gemaakt, onder meer met de gemeente, en vastgelegd in stedelijk beleid en in convenanten, benadrukt Rochdale. “We willen weten wat er leeft in deze buurt. Met allerlei initiatieven proberen we het vertrouwen van de mensen terug te krijgen en de leefbaarheid te vergroten,” zegt Stefan Post, buurtcoör­dinator van de corporatie.

Akkerman, die 25 jaar als klusjesman in het psychiatrisch ziekenhuis Vogelenzang in ­Bennebroek heeft gewerkt, heeft al verschillende misstanden aangetroffen. “Ik ben in een ­woning geweest waar een kind altijd in de woonkamer moest slapen, op een bank. Ik trof ergens slangen aan, wat wijst op een hennepkwekerij. Onder een vloerluik trof ik papiertjes van ­heroïne.”

In zijn autobusje heeft hij een flesje vlooienspray. “Ik was op huisbezoek bij twee broers van 65 en 67. Hun moeder was overleden en ik ging erheen om te kijken hoe de woning eruitzag. De gordijnen waren zo smerig dat ik ze niet eens bij de vuilnisbak durfde te leggen.”

Vandaag stapt Akkerman bij Farida Harrachi binnen, moeder van vier kinderen. Ze woont al 14 jaar in de woning. Haar kraan lekt. Binnen ­enkele minuten heeft Akkerman een nieuwe geïnstalleerd. Haar keuken is, op zijn zachtst ­gezegd, aan een opknapbeurt toe. Het aanrechtblad loopt schuin af, de scharnieren van de keukenkastjes zijn stuk. Harrachi is blij met haar woning, maar Akkerman constateert dat er meer onderhoud nodig is. De douche is bedompt en beschimmeld, het slot en het luchtrooster zijn stuk, de doucheput loopt niet door, de muren in de slaapkamer vertonen scheuren en alles verdient een lik verf.

Eendagszaak

Een probleem van de wijk is de hoge werkloosheid. 16,4 procent van de bewoners zat in 2018 zonder werk, landelijk ging het om minder dan 4 procent. Een pand van Roch­dale fungeert mede daarom als ‘eendagszaak’, waar buurt­bewoners een handeltje kunnen uitproberen. Vandaag zit Ilhame Grinate (43) in het pand met uit Abu Dhabi en Dubai geïmporteerde jurken. De lange gewaden ­hangen in rekken, op een tafel liggen bijpassende riemen en hoofddoeken.

Grinate mag er ongeveer zes maanden gratis haar waren uitstallen. “Hier kan ik zien of het lukt een eigen zaak te beginnen. Het is een ontdekkingsreis. De zaken lopen tot nu toe goed, ik heb veel klandizie.”

Achter de rekken staan rijen koffers. “Alle kleding pak ik aan het einde van de dag weer in. Die gaan mee naar huis tot volgende week. Het is wel jammer dat ik ze niet steeds kan strijken.”

Hijamatherapeut Naima Baddaou (35) zat anderhalf jaar geleden in de eendagszaak. Een paar deuren verderop is ze nu met haar cuppingzaak begonnen. Dat is een alternatieve geneeswijze, waarbij de huid op bepaalde plekken vacuüm wordt gezogen. “Ik zag die eendagszaak als een kans en nu betaal ik mijn eigen huur. Ik wil groeien naar een grotere praktijk.” In haar zaak komen vrouwen met klachten als reuma, migraine, hernia, huidproblemen of stress. “Veel klachten komen voort uit psychische problemen. Er is behoefte aan deze zaak, de mensen hier hebben veel stress en spanningen.”

In drie woningen in de buurt wonen elf studenten. In ruil voor woonruimte zetten zij zich namens stichting Vooruit tien uur per week in voor de buurtgenoten. Ze geven taallessen, runnen de kids- en kookclub, beheren de moes­tuinen die door bewoners kunnen worden ­gehuurd en bemannen onder meer het Formulierencafé, waar ze bewoners helpen met het ­regelen van hun papierwerk. Ook dat is niet voor niets: het opleidingsniveau in de wijk is laag. Van de bewoners is 48 procent laagopgeleid, 49 procent wordt omschreven als laag­geletterd. Er is veel schooluitval.

Junior Zabala, student psychobiologie, vindt het fijn om iets nuttigs te doen naast zijn studie. “Ik vind het een mooi idee dat ik iets doe voor de wijk,” zegt Zabala die vandaag in het Formulierencafé zit om mensen te helpen met het lezen van brieven van de belastingdienst of de gemeente. “Ik ben nu ook bezig een helpdesk op te zetten waar mensen hulp krijgen bij internetbankieren, het aanvragen van een DigiD of het online maken van een afspraak bij de tandarts of de gemeente.”

Fabian Vlastuin, student filosofie, helpt bij bakkerij De Eenvoud, waar buurtbewoners elke donderdag met eigen deeg brood mogen bakken. Het is daarmee een belangrijke ontmoetingsplek voor buurtbewoners. “Mijn hart gaat hier open,” zegt Nassira Kirad (44). “Wij maakten vroeger in Marokko allemaal ons eigen brood. Als meisje van 15 jaar moest ik van mijn ouders het brood naar huis dragen. Ik weet nog dat ik het soms liet vallen, omdat ik die zware warme broden niet allemaal kon vasthouden. Dan werd mijn moeder heel boos.”

Annie en Henk Hoogendoorn wonen hier al 51 jaar.Beeld Dingena Mol

Zo’n zestien buurtbewoners zitten aan lange tafels te eten van hun net gebakken broodjes, afkomstig uit de hout­gestookte oven van bakker Peik Suyling (65). Buurtbewoner Huub Liebrand (86) komt elke week mee-eten. “Hij eet thuis winkelbrood, maar dit is veel lekkerder,” zegt Ilham Lyazidi (41).

Even verderop zit de soepwinkel van oud-­leraar René de Cock (51). Hij serveert vandaag posteleinsoep aan zijn gasten. In een zitje met banken en aan lange houten tafels zitten een stuk of zeven mensen. “Mensen in deze buurt zijn arm, eenzaam en hebben psychische problemen. Wij houden hier een oogje in het zeil en proberen mensen met elkaar te verbinden.”

Toekomstperspectief

Aan de andere kant van de wijk zit een pop-up-theater van Frascati, dat in 2017 een samenwerking is aangegaan met Rochdale. Theatermaker Hanna Timmers (33) en vormgever Luca van Slagmaat (27) gebruiken voor hun voorstellingen verhalen uit de buurt. Armoede, schulden, natuur (lees: rattenoverlast) en wonen waren enkele thema’s. Timmers: “Ik sta met één been in het theater en met het andere in de wijk. We luisteren naar hun verhalen. In onze voorstellingen ­krijgen ze een gezicht.”

Aanvankelijk hadden de theatermakers overlast van jongeren. “We probeerden met hen in gesprek te gaan, maar het pesten bleef doorgaan. Op een gegeven moment vroeg ik de jongens binnen, maar op de terugweg trokken ze ­allerlei spullen van de muur.” Vanwege de pesterijen nam Timmers ‘sportcoach’ Imad Aoulad Taher (29) van de stichting IMD in de arm. Hij organiseert themabijeenkomsten en sport­activiteiten voor jongeren tussen 10 en 21 jaar, met als doel een beter toekomstperspectief.

Overlast door jongeren is een van de grote problemen van de wijk. Een groep van zestig tot zeventig jongeren tussen de 14 en 21 jaar hangt op straathoeken. Thema’s van de gesprekken die Taher organiseert, zijn bijvoorbeeld ‘groepsdruk’ en ‘omgaan met autoriteiten’. Taher: “Ik werp bijvoorbeeld de vraag op of je voor duizend euro een granaat voor een deur legt van een ­horecazaak. Ik ga dan niet zeggen dat ze dat niet moeten doen. Wel laat ik een gedetineerde aan het woord, die vertelt dat hij daar drie jaar voor heeft vastgezeten en achteraf liever voor die duizend euro had gewerkt.”

Afgelopen oud en nieuw was de overlast groot. Jongeren uit de buurt, uit Bos en Lommer en uit Zuid staken illegaal vuurwerk af. Auto’s stonden in brand, agenten en brandweerlieden kregen vuurwerk toegegooid. Taher: “Ik was tien jaar geleden een van hen. Ik ken hun leefwereld. Ik sprak de taal van de straat. Voor deze groep is al jaren niets gedaan.”

Rochdale weet dat het een project van de lange adem is om de Van Deysselbuurt uit het slop te trekken. Theatermaker Timmers van Frascati is blij met het werk van Taher: “Inmiddels hebben we goed contact.” Hoe het met de buurt zal gaan in de toekomst, blijft afwachten. Van echte verbetering wil ze nog niet spreken. “Het is nog meer afgegleden, lijkt het soms wel.”

Drie trouwjurken

Henk Hoogendoorn (89) en zijn vrouw Annie (87) wonen al ruim 51 jaar in de buurt. Ze zijn blij met nieuw leven in de brouwerij. Vroeger, zegt Henk, was het een wijk met protestants-christelijke bewoners. Hij was in zijn werkzame leven ‘buitenlandmonteur’ van een machinefabriek, zij was lerares coupeuse. Het echtpaar verhuisde in 1968 met hun twee kinderen vanuit de Spaarndammerbuurt naar de Van Deysselbuurt. “Het was groen en modern. Hier hadden we tenminste een douche,” zegt Hoogendoorn. Ze gingen naar de Zionskerk of de Olijftak. “Nu zijn dat moskeeën.”

De meeste oorspronkelijke bewoners zijn lang geleden vertrokken. “Op deze trap wonen nu ­Afghaanse, Turkse en Marokkaanse mensen. Het is nog steeds een zalige buurt. Wij willen er voor geen goud weg. Mijn vrouw heeft nog drie trouwjurken gemaakt voor de buren.”

Slotermeer: een verhaal van uitstel

De bewoners van de Lodewijk van Deysselbuurt, een deel van Slotermeer, wachten al generaties p de renovatie van hun woningen. Slotermeer was de eerste tuinstad die buiten de huidige ring A10 werd ontworpen door stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren. Hij had dit project in groene wijken, bestemd voor Amsterdammer uit de krotten van de binnenstad, al ruim voor de oorlog getekend. De nieuwe wooncomplexen konden echter pas vanaf 1951 worden ­opgeleverd.

De woningen werden gebouwd met de schaarse naoorlogse middelen van inferieure kwaliteit. Daarom konden ze niet vijftig jaar blijven staan, de periode die woningbouwverenigingen van oudsher gebruiken om hun financiering rond te krijgen. De nieuwe huizen zouden al na dertig jaar moeten worden afgebroken.

Halverwege de jaren tachtig bleek echter dat de woningen niet werden opgeknapt. Er was geen geld. De woningcorporaties hadden hun handen vol aan ­stadsvernieuwingsprojecten in de binnenstad. Intussen gleden de tuinsteden af. De traditionele bevolking trok weg, terwijl ­nieuwkomers, veelal van over de grens, in de lege en verwaarloosde huizen trokken.

Rond de eeuwwisseling zou de inhaalslag volgen. De nieuwe woningcorporatie Far West, waar alle woningen in de tuinsteden werden ondergebracht, kondigde de grootscheepse vernieuwing aan. De plannen zouden tot een gloednieuwe stad met 155.000 inwoners leiden: Parkstad.

Het zou de radicaalste stads­vernieuwingsoperatie in het Europa van na de Tweede ­Wereldoorlog worden. Ruim 11.000 woningen, een kwart van het levenswerk van Van Eesteren, moesten met de grond gelijk worden gemaakt. Ook de portiekwoningen waren voer voor de bulldozers. Nieuwbouw zou de sloop meer dan twee maal overtreffen.

Het werd tijd, want Nieuw-West was in 2007 door het ministerie van Wonen hoog op de lijst van vogelaarwijken gezet. Twee jaar later bestempelde de toenmalige minister van Wonen, Eberhard van der Laan, de Kolenkitbuurt, deel van Bos en Lommer, als de slechtste wijk van Nederland.

Daarna sloeg de kredietcrisis in volle hevigheid toe bij de woningcorporaties. Far West ging ten onder in 2011; alle huizen kwamen via een herverkaveling terug bij de oude woningcorporaties. Maar er was opnieuw geen geld. De corporaties waren door financiële schandalen ook in slecht daglicht komen te staan. De vernieuwingsplannen werden voor onbepaalde tijd uitgesteld.

Slotermeer is nog steeds een van de slechtste wijken van Nederland. Enkele jaren geleden kwamen verontruste bewoners met spandoeken naar het hoofdkantoor van Rochdale aan de Bos en Lommerweg. Ze klaagden over overlast, criminaliteit, onzichtbaarheid van de corporatie en slechte woningen. “Dit is het afvoerputje van Amsterdam,” zeiden de bewoners.

Inmiddels is de crisis achter de rug en proberen de corporaties al twee jaar met man en macht de ontwikkelbuurten, zoals de vogelaarwijken nu heten, op te knappen.

Zwijgwijken

Rochdale probeert met het verbeteren van de Van Deysselbuurt in Amsterdam een lichtend voorbeeld te worden op het gebied van transformatie. Als een van de eerste woningcorporaties introduceerde Rochdale vier jaar geleden de zogeheten ‘integrale langdurige wijkaanpak’. Dat gebeurde in Poelenburg in Zaanstad, waar hangjongeren – zoals de Zaanse vlogger Ismail Ilgun – buurtbewoners intimideerden. Hester van Buren, voorzitter van de raad van bestuur van Rochdale: “De voornaamste strategie was de zichtbaarheid van de medewerkers van Rochdale in de wijk te vergroten. Met bindende afspraken met de gemeente, politie en zorg­instanties willen we twintig jaar lang de buurt en de bewoners sterker maken.”

Inmiddels heeft burgemeester Femke Halsema de langdurige ‘wijkaanpak’ omarmd voor Nieuw-West, maar ook voor Zuidoost. De methode zou ­volgens Rochdale eveneens werken tegen ‘ondermijning’ in de zogeheten ‘zwijgwijken’, waar ‘omerta’ door jonge criminelen wordt afgedwongen.

Ook werd in Zaanstad de omstreden Rotterdamwet ­toegepast, waarbij huizen worden toegewezen aan een groep met een bepaald minimuminkomen en een afgeronde opleiding. Mensen met een strafblad worden geweerd. Volgens Rochdale wordt dit deel van de Poelenburgaanpak voorlopig niet in Amsterdam toegepast. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden