Plus Interview

Dirk spoorde dader van homofobe bedreigingen op: ‘Politie deed niets’

‘Ga anders zelf achter de dader aan,’ kreeg Dirk van Baren te horen toen hij aangifte deed van de homofobe bedreigingen die hij via Twitter kreeg. Hij deed het nog ook – met succes. ‘Het maakte me wanhopig.’

Dirk van Baren. Beeld Ernst Coppejans

Het duurt een week of twee voordat Amsterdammer Dirk van Baren (38) besluit om aangifte te doen van de homofobe bedreigingen die hij via Twitter ontvangt: ‘Vieze heaumeau. Als ik dat kadet zie lopen dan sla ik hem zo hoog de regenboog in dat ie van narigheid geen 1 lul meer in z’n bek kan nemen.’ ‘Al die gore piercings met een waterpomptang uit zijn harses rukken.’ En: ‘MAAR WAT DIE REGENBOOGSTOKKESABBELAAR NIET WEET. DAT IS. DAT IK HEM VAAK TEGENKOM OP DE PH KADE IN GAZA020! DAT WORDT LACHEN HAHAHAHAHAHAHAH.’ ‘… je bent de lul.’

Het getreiter van de man begint in september 2017 omdat Van Baren weigert een pornografisch getinte foto van zichzelf te verwijderen van zijn Twitteraccount. “Een foto waarbij ik een seksuele handeling verricht met een andere man. Die stond prominent op mijn profiel, net als een foto van mijn favoriete popgroep K3. Als je besluit mij te volgen op Twitter dan is dat zo’n beetje het spectrum dat je kunt verwachten. Maar je hoeft me niet te volgen, net zo min als de andere Twitteraccounts waarop pornografisch materiaal te zien is. Zelf poste mijn stalker foto’s van seks met dieren. Dat is blijkbaar wel oké.”

Van Baren voelt zich extra bedreigd als blijkt dat de afzender, steeds dezelfde figuur onder nieuwe aliassen, blijkbaar in zijn buurt is. Van Baren meldt de homofobe bedreigingen bij Twitter en het account van de man – goed voor zo’n vijfduizend volgers – wordt door Twitter verwijderd.

Van Baren: “Hij was woest. Ik ben mijn hele leven al een buitenbeentje, homofobie is voor mij alledaags. Maar iemand die kan aantonen dat hij weet waar je woont en zegt dat hij je keel gaat doorsnijden, gaat daar overheen. Ik woon aan de ene kant van de Prins Hendrikkade, ik werk aan de andere kant en mijn sportschool bevindt zich halverwege. Ik nam een taxi naar m’n werk en naar de sportschool durfde ik niet meer.”

Als Van Baren de straat op gaat neemt hij een inktspray mee, waarmee hij de man kan markeren, mocht hij worden aangevallen. Zijn uiterlijk past hij aan om minder op te vallen en hij kijkt voortdurend om zich heen. “Als iemand me langer dan twee seconden aankeek, voelde dat bedreigend.”

Te ingewikkeld

Op het politiebureau suggereert de dienstdoende rechercheur dat Van Baren zelf de dader opspoort, aldus de Amsterdammer. “De politie kan bij Twitter vragen om het IP-adres van de dader maar dat was te ingewikkeld en duurde te lang, zeiden ze.”

In oktober en november komen de meeste berichten, misschien wel 200 in totaal. De echtgenoot van Van Baren gaat op onderzoek uit. Het lukt hem om te ­achterhalen wie er achter de bedreigingen schuilgaat. Een van de Twitterprofielen verwijst naar het Linkedinaccount van de dader; een aannemer, netjes ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Zes maanden nadat de politie hem naar huis stuurde, kan Van Baren een dossier overhandigen met alle informatie die ze over hem hebben verzameld, inclusief naam, adresgegevens en een duidelijk portret.

Van Baren zit dan inmiddels thuis met de diagnose acuut stress syndroom. Opnieuw besluit de politie om niks met de zaak te doen, aldus Van Baren: “Ze trokken de identiteit van de man na. Al onze informatie bleek te kloppen. Maar volgens de politie zou de man nooit zoiets doen omdat hij een succesvol ondernemer is – de dader zou ook zijn zoon kunnen zijn. Ik stelde voor dat ze dat dan zouden uitzoeken maar nee, ze wilden het niet in behandeling nemen. Ze adviseerden me lering te trekken uit wat gebeurd is en weg te blijven van sociale media. Ik voelde me laatdunkend behandeld en kreeg het gevoel dat homofobie daarbij een rol speelde.”

Ongestoord

De laatste keer dat de dader hem noemt in een bericht is mei 2018. Van Baren was al niet meer actief op sociale media, niet veel later verwijdert hij al zijn accounts. Maar de impact duurt voort: “Negen maanden heb ik niet kunnen werken. Ik ben dertig kilo aangekomen in die periode.”

Via advocaat Sidney Smeets van Spong Advocaten slaagt Van Baren er uiteindelijk alsnog in om de politie aan het werk te zetten. Het OM sommeert de politie in actie te komen.

Een paar weken geleden is het tot een veroordeling van de dader gekomen: 120 uur werkstraf waarvan zestig voorwaardelijk en een financiële schadevergoeding van 2000 euro. Een relatief zware straf, aldus advocaat Smeets: “Het homofobe karakter van de belediging en bedreiging woog volgens de rechter mee in de strafmaat. Maar als het aan de politie had gelegen, was het nooit gelukt.”

Meer nog dan van de bedreiger zegt Van Baren last te hebben van hoe laks de politie is omgegaan met zijn aangifte. “Ik werd simpelweg niet serieus genomen. Ik heb al heel wat naar mijn hoofd gekregen in mijn leven, nooit eerder heb ik me slachtoffer gevoeld. Als er dan een keer echt iets aan de hand is, stap je naar de politie toe. Die stuurde me naar huis. Waar moest ik dan naartoe? Het maakte me wanhopig: ik kon niks meer en de dader mocht ongestoord zijn gang gaan.”

Zijn eerste aangifte deed Van Baren bij Roze in Blauw, de afdeling binnen de politie die zich bezighoudt met de bestrijding van antihomoseksueel geweld en de ondersteuning van slachtoffers daarvan. Van Baren: “Het was fijn dat ik mijn aangifte kon doen bij iemand die zelf lhbti’er is. Maar als zo’n aangifte vervolgens een organisatie in gaat waar machismo en homofobie toch bestaan, voelt Roze in Blauw als niet meer dan een wassen neus.”

‘Lering trekken’

“Dit had anders moeten lopen,” zegt politiewoordvoerder Ruben Sprong. “Het gaat ook wel eens niet goed, dat is in dit geval zo geweest. Voor homofobie is in onze organisatie echt geen plaats. Dat wil niet zeggen dat het er nooit is. Ik kan moeilijk beoordelen of het in dit geval zo is geweest. We willen deze meneer uitnodigen, Roze in Blauw gaat dat ook doen. Om nog eens terug te kijken, en om te laten zien dat we dit belangrijk vinden. En misschien kunnen we hier en daar nog een en ander leren. We willen goede verbinding houden met de lhbti-gemeenschap.”

Homofobie dagelijkse kost

Volgens COC Nederland, belangenorganisatie voor lhbti’ers, krijgen zeven op de tien lhbti’ers in Nederland in hun leven fysiek of verbaal geweld te verduren. 

Van de transgenderpersonen kreeg in 2017 bijna de helft (43 procent) te maken met geweld. Lesbische- en biseksuele vrouwen krijgen vaak te maken met seksuele intimidatie. Veel lhbti’ers (zestig procent) passen hun gedrag in het openbaar aan uit angst voor geweld, bijvoorbeeld door niet meer hand in hand over straat te gaan. Jaarlijks doen zo’n 1500 lhti’ers aangifte. Dat zijn drie à vier gevallen per dag, het topje van de ijsberg, aldus COC-woordvoerder Philip Tijsma: “Mensen zijn geneigd te denken dat aangifte doen toch geen zin heeft. Doe het alsjeblieft wel. We laten daarmee zien dat er een probleem is.”

Het COC dringt bij de politiek aan op maatregelen, zoals het aanstellen van gespecialiseerde discriminatierechercheurs. Tijsma: “Bewijs leveren in discriminatiezaken is vaak complex, gespecialiseerde rechercheurs kunnen bijdragen aan meer veroordelingen. In Londen alleen al werken er 900 van zulke rechercheurs. In Nederland nul.’ COC vroeg om de maatregel mede namens onder meer Transgender Netwerk Nederland, het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders, Inspraakorgaan Turken in Nederland en activistencollectief #ikbenhetzat. De Tweede Kamer reageerde in juli positief op een motie hiertoe van D66, PvdA en Groenlinks.

COC wil ook dat agenten op de politieacademie specifiek geschoold worden in hoe je een aangifte van discriminatie zodanig rondkrijgt dat het tot een veroordeling leidt. Uit 1500 aangiften jaarijks komen uiteindelijk zo’n zestien gevallen van specifiek lhbti-discriminatie bij het OM terecht. De rechter spreekt jaarlijks zo’n zeven veroordelingen uit en legt doorgaans relatief lage boetes op (ongeveer 400 euro) en korte taakstraffen (zo’n 40 uur). Het OM eist lang niet altijd een hogere straf als er sprake is van discriminatie, hoewel de wet in zo’n geval om strafvermeerdering vraagt.

Advocaat Sidney Smeets: “Op straat is het normaal om mensen uit te schelden voor homo of flikker, op tv is het normaal om homofobe en transfobe grappen te maken. Daarmee normaliseer je homofobie. Als een homo in elkaar wordt geslagen terwijl de dader hem gore flikker noemt, wordt dat vervolgens niet als homofoob gezien. De rechter zegt soms letterlijk: dit is dagelijks taalgebruik.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden