Plus

Directeur Museum Van Loon: ‘Ook het ongemakkelijke verhaal moet verteld’

De Commewijne-rivier bij Potribo in Suriname, een van de plantages waar de familie Van Loon in investeerde. Beeld Museum van Loon

Voor het eerst wijdt Museum Van Loon een tentoonstelling aan het omstreden verleden van de familie Van Loon. ‘In Suriname moesten slaafgemaakten zwoegen voor dat comfortabele leven aan de gracht.’ 

Boven aan de monumentale trap van Museum Van Loon hangt een portret van een streng kijkende Jan van Loon (1677-1763). Zijn beeltenis blijft nog tot oktober op de ­eerste verdieping hangen, daarna verhuist hij naar het Koetshuis in de tuin. Daar opent 5 oktober een tentoonstelling over de relatie van de familie Van Loon met Suriname in de achttiende en negentiende eeuw.

 Wat ­precies te zien zal zijn, staat nog deels open. Het museum nodigt Amsterdammers uit mee te denken over de samenstelling van deze tentoonstelling over de Amsterdams-Surinaamse plantage-economie. “We willen graag een huis zijn waar uiteenlopende verhalen, visies en gevoelens met ­elkaar gedeeld kunnen worden,” zegt museumdirecteur Gijs Schunselaar (42).

Het grachtenpand is het voormalige woonhuis van de welgestelde familie Van Loon, die in de zeventiende eeuw het Brabantse voor het Amsterdamse verruilde en dit ­specifieke pand betrok in 1884. Sinds 1973 is de familie­woning als museum toegankelijk voor publiek. Terwijl museumbezoekers in de andere kamers ontdekken hoe fraai de welvarende regentenfamilie leefde in de achttiende en negentiende eeuw, vertelt Schunselaar in een van de weinige kantoorruimtes die het museum rijk is bedachtzaam over de tentoonstelling in wording.

Hoe is de familie Van Loon zo welvarend geworden?

“Als de familie begin zeventiende eeuw naar Amsterdam komt, zijn ze in feite buitenstaanders en moeten ze zich inspannen om de sociaaleconomische ladder te beklimmen. Dit doen ze door gunstige ­huwelijken te ­sluiten, en door lucratieve handelsactiviteiten. Zo was Willem van Loon in 1602 medeoprichter van de VOC. Die relatie met de VOC komt al wel aan bod in het museum, maar de relatie met de WIC gaan we nu voor het eerst uitlichten.”

Wat had de familie met de West-Indische ­Compagnie?

“We dachten dat Jan van Loon het enige familielid was dat iets met de West-Indische Compagnie van doen had. Hij was er vanaf 1728 bewindhebber en een aantal jaren ­later directeur van de Sociëteit van Suriname. Toen wij onderzoek naar hem deden, ontdekten we dat zijn na­geslacht ook bemoeienissen had met Suriname – zij investeerden in plantages. Dat verhaal willen we delen in de tentoonstelling.”

Is de familie Van Loon zelf vaak in Suriname geweest?

“Voor zover we nu weten zijn er in de achttiende en ­negentiende eeuw nooit familieleden in de toenmalige kolonie geweest. Een van de vertrekpunten van de tentoonstelling is dus dat je, zonder zelf in Suriname te zijn geweest, invloed kon hebben op het koloniale systeem. De tentoonstellingstitel, Aan de Surinaamse grachten, verwijst naar die twee uitersten. Aan de ene kant het wel­gestelde leven aan de Amsterdamse grachten, en aan de andere kant het zware leven op plantages, langs hand­gegraven grachtjes, waar slaafgemaakten moesten zwoegen om dat comfortabele leven in Amsterdam mogelijk te ­maken.”

Directeur Gijs Schunselaar: ‘We kunnen het verloop van de geschiedenis niet veranderen, maar hoe we daar met z’n allen mee omgaan wél.’ Beeld Museum van Loon

In 2016 sprak documentairemaker Sunny Bergman met Tonko Grever, die tot februari 2018 directeur was van Museum Van Loon. ­Grever ontkende niet dat de familie Van Loon rijk is ­geworden op discutabele wijze. ‘Maar,’ citeert Bergman de voormalige directeur in haar boek Wit is ook een kleur, ‘we zijn geen educatief museum. Onze kerntaak is het huis in zijn natuurlijke context te laten zien. Het is een stukje koopmansglorie. (…) Maar een waarschuwingsbord op de gevel dat dit huis is gebouwd met bloedgeld – dat gaat niet gebeuren. We gaan de familie Van Loon niet aan de schandpaal nagelen.’

Wat is er sinds dat interview veranderd?

“Als ik er mijn eigen interpretatie aan mag geven: we kunnen het verloop van de geschiedenis niet veranderen, maar hoe we daar met z’n allen mee omgaan wél. Wat mij betreft is onderdeel daarvan dat we bereid zijn in ons museum vele verhalen te vertellen, óók de ongemakkelijke. Wanneer we dat bovendien qua perspectiefkeuze zo volledig mogelijk doen, denk ik dat we kunnen voldoen aan iets waar grote behoefte aan is: erkenning van stemmen uit de geschiedenis die tot nu toe te weinig gehoord zijn. Dat is overigens niet ‘de geschiedenis van de ander’, het is ónze gezamenlijke geschiedenis. Het lijkt mij logisch om op die manier met geschiedschrijving om te gaan.”

Uw voorganger zei dat het museum geen educatief ­museum is, maar dit klinkt toch educatief, in de zin van ‘kennisoverdracht’?

“Ik vind dat het woord ‘educatie’ in dit verband nog te veel klinkt alsof de een wat aan de ander overdraagt. Inter­actie, dat is waar het volgens mij om moet gaan. Tijdens de voorbereidingen hebben we met heel veel mensen gesproken, en kwamen er al ongelooflijk veel familieverhalen naar boven die rechtstreeks linken aan het familie­verhaal van Van Loon, maar dan vanuit een andere context – bijvoorbeeld de familiegeschiedenissen van voormalig slaafgemaakten.”

Portret van Jan van Loon (1677-1763) dat boven aan de monumentale trap hangt. Beeld Bert Muller

Het museum vindt deze verhalen van gedeelde geschiedenissen door met heel veel partijen, organisaties en individuen samen te werken. Bij de samenstelling worden ­onder anderen curator Marian Duff en het buurtnetwerk van Imagine IC uit de Bijlmer betrokken. Met Black Achievement Month (een initiatief van het Nationaal ­Instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis) wordt een debat georganiseerd, en met Stichting Music And ­Fashion Battle het ‘fashion fest,’ waarbij jonge mode­professionals zich laten inspireren door historisch erfgoed. Ook is het niet toevallig dat de tentoonstelling tegelijk opent met de grote Surinametentoonstelling in De Nieuwe Kerk. Het museum spreekt graag van co-creatie.

“Op papier wordt veel getheoretiseerd dat we de geschiedenis vanuit meerdere perspectieven moeten belichten en volgens mij is dit een manier om dat in de praktijk te doen. Dat past ook bij de aard van dit museum; we vertellen hier persoonlijke verhalen. Wij moeten hier niet hét verhaal over kolonialisme en slavernij willen vertellen, want dat kunnen andere musea beter, maar wij kunnen daar wel een persoonlijke en openhartige illustratie bij geven. Door daar anderen bij te betrekken wordt het ­verhaal rijker.”

Hoe vertellen jullie die verhalen?

“We presenteren het hele spectrum, van welgestelden in Nederland tot de slaafgemaakten in Suriname. We zullen een aantal historische personages ten tonele voeren: de Van Loons als investeerders natuurlijk, maar ook mensen die rechtstreeks aan hun geschiedenis te verbinden zijn en die een rol hadden in deze economische keten. Denk aan de eigenaar van een plantage, of de administrateur die namens de eigenaar ter plaatse de plantages bestierde, of de slaafgemaakte die werkte op een van de plantages waar de familie Van Loon in investeerde. Ik vind het mooi dat we de geschiedenis daadwerkelijk een gezicht gaan geven. Elk personage lichten we toe met portretten, voorwerpen of documenten. En per historisch personage presenteren we een videoportret van een nazaat, iemand die nu leeft. We zijn nu nog volop bezig met de samenstelling, het is reuzespannend.”

Waarom is dat spannend?

“Voor ons als museum is dit een nieuw onderzoeks­terrein. Het is voor ons veel eenvoudiger om aan voor­werpen te komen van de historische personages uit Amsterdam, dan van de personages die destijds in Suriname waren. Een nazaat van de investeerder is zo gevonden, want de jongste erfgenaam van de familie is Philippa van Loon, maar de andere nazaten moeten we opsporen.”

En jullie staan nog open voor input, toch?

Schunselaar, breed lachend. “Ja, we willen iedereen uitnodigen om mee te denken. Misschien zijn er Amsterdammers die goede ideeën hebben voor tentoon te stellen voorwerpen, of kunnen ze helpen nazaten te vinden. Op onze site staat een lijst van de plantages waar het om gaat. We hopen dat mensen die daar informatie, verhalen of objecten van hebben zich bij ons melden, zodat we samen kunnen kijken of dat goed aansluit bij de tentoonstelling.”

Aan de Surinaamse grachten opent op 5 oktober in Museum Van Loon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.