Plus Klapstoel

Directeur Alzheimer Nederland: ‘Je neemt meerdere keren afscheid’

Gerjoke Wilmink (1960) is directeur van Alzheimer Nederland. Zaterdag, op Wereld Alzheimerdag, fietst ze mee met een sponsortocht voor het goede doel.

Gerjoke Wilmink op de Klapstoel. Beeld Harmen de Jong

Hoogezand-Sappemeer

“De jaren zestig in een gebied van veenkoloniën en scheepswerven, toen niet het spannendste deel van Nederland. Mijn ouders kwamen uit de stad Groningen, waren geen dorpelingen. Ze namen me mee toen The Beatles door de Amsterdamse grachten voeren. Ik kan me er helaas niets van herinneren. Mijn moeder was journalist bij lokale en regionale bladen. Mijn vader werkte voor de overheid, was radiotelegrafist. Eerst op schepen, later in een kantoortje aan het Zuidlaardermeer. Daar probeerde hij signalen van de Russen op te vangen. Het was de tijd van de Cubacrisis. Heel spannend allemaal.”

Vader

“Ik kan me hem helaas niet heel goed meer voor de geest halen. Hij overleed toen ik zeven was. Hij had een hersentumor. Doordat hij zich niet kon laten behandelen, kreeg hij af en toe epileptische aanvallen. Eentje op de brommer, hij kreeg een ongeluk. Vreselijk verdrietig. Toch bleven we geen gezin in rouw. Ik ben rap volwassen geworden, voelde veel verantwoordelijkheid voor mijn jongere zusje, maar ben niet minder gelukkig opgegroeid. Mijn moeder was geen type dat zich uit het veld liet slaan. Terugkijkend was het misschien beter geweest als ze wat meer rouw had toegelaten. Ze was zo vastbesloten door te gaan dat ze zijn dood niet goed heeft verwerkt. Ze sprak weinig meer over hem. Achteraf vinden mijn zus en ik dat jammer.”

Herman

“Mijn tweede vader. Echt een superman. We kenden hem al voor hij wat kreeg met mijn moeder. Ik was misdienaar in de kerk waar hij werkte als pastoor. Het voelde fijn weer een compleet gezin te zijn, maar de katholieke en conservatieve gemeenschap in Hoogezand vond het niet kunnen: een pastoor die het aanlegde met een van zijn parochianen. We kregen boze mensen aan de deur. Die schreeuwden dan echt heel vervelende dingen. Ik was twaalf, bijna dertien, had net de brugklas gedaan. Maar ook ik voelde: we moeten hier weg. Mijn ouders beslisten snel: verhuizen en onderweg trouwen. Gelukkig was er een bevriende priester in Nijmegen die dat wilde doen. We zijn neergestreken in Schijndel, bij Den Bosch. Mijn vader kwam daar in dienst van het bisdom.”

Universiteitskrant

“Het KU Nieuws in Nijmegen. Daar kreeg ik na mijn studie Nederlands mijn eerste baan. Remco was al lid van de redactie. Hij had natuurkunde gestudeerd, maar wilde veel liever de journalistiek in. Nog voor de liefde ontstond, bracht hij me tot een ander inzicht: ik schreef niet goed genoeg om journalist te worden. We zijn nu zo’n 35 jaar bij elkaar, wonen in Amstelveen. Op mijn vijftigste verjaardag vroeg hij me ten huwelijk. Samen met mijn dochters – nu 23 en 25 – had hij een groot feest georganiseerd. Halverwege ging hij ineens op zijn knieën: ‘Wil je met me trouwen?’ Niks voor hem eigenlijk, zo’n theatrale actie. Maar ik vond het prachtig. Het bandje dat mijn dochters voor de gelegenheid hadden opgericht, speelde I do, I do, I do, I do, I do van ABBA. En toen ik ja had ­gezegd, kwam toenmalig burgemeester van Amstelveen Jan van Zanen binnen. Hij heeft ons daar ter plekke getrouwd.”

Staatscourant

“Ging ik na de universiteitskrant naar toe. Leek saai, zo’n mededelingenblad vol voorgenomen wetswijzigingen, maar de toenmalige hoofd­redacteur wilde er een soort Het Financieele Dagblad van maken, maar dan gericht op politiek. En we hebben stappen gemaakt, hoor. In de jaren negentig was ons door de overheid nog verboden eigen interviews te doen. We verzonnen een list: ik vroeg een interview aan met René van der Linden, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, over de paspoortaffaire van toen. We dachten: als een kabinetslid toestemt, zullen ze ons nooit meer aan dat verbod houden. Dat plan slaagde. Ik mocht een nieuwsredactie opzetten. Toen bleek dat ik dat vrij goed kon: organiseren en leidinggeven.”

Rutte en Samsom

“Wat bedoel je? O, het koopkrachtonderzoek in opdracht van de Tweede Kamer in 2012. Dat was inderdaad wel de kroon op mijn directeurschap bij het Nibud. De oppositie geloofde de koopkrachtplaatjes van het net aangetreden ­kabinet van VVD en PvdA niet. De Kamer vroeg ons het regeerakkoord door te rekenen. Het moest in vier dagen af. Pas later begreep ik dat we toen werden gebruikt door de regeringspartijen. Die wilden tijd kopen om iets te verzinnen op het rumoer rondom de inkomensafhankelijke zorgpremie. Toen we voor maandagmiddag 17 uur een persconferentie aankondigden, deed het kabinet hetzelfde voor een uur later. Ze hadden een nieuw regeerakkoord uitgedokterd. Shit, dacht ik toen wel even. Maar goed, het was een eervolle opdracht. En hij is netjes betaald.”

Zakgeld

“Het Nibud heeft daarover vaak in de media geadviseerd, ja. Op dat vlak had ik thuis een geweldige proeftuin. Mijn dochters zijn volledig volgens de Nibudrichtlijn opgevoed: zakgeld is leergeld. Wij gaven onze dochters best veel zakgeld, maar maakten wel afspraken over wat daarvan moest worden betaald. Zo leren kinderen beter met geld omgaan. Ze hebben er nog steeds profijt van volgens mij.”

Dementie

“Een onderwerp dat me persoonlijk raakt. Mijn moeder had het en is ermee overleden. Helaas: het is een groeiende ziekte in ons land. Een op de vijf mensen krijgt een vorm van dementie, bij vrouwen is dat zelfs een op de drie. Je overlijdt eraan of je overlijdt ermee. Het aantal van 280.000 patiënten zal in 20 jaar verdubbelen. En je moet weten: 70 procent van deze mensen woont thuis. Dat betekent extra druk voor mantelzorgers. Zij verdienen onze hulp. Ik zag het bij mijn vader: die was soms bijna letterlijk 24 uur per dag met mijn moeder bezig. Dat is op den duur niet vol te houden.”

Rechtszaak

“Het lastige van mijn moeders dementie was dat ze haar ziekte bleef ontkennen. Ondanks ­alle hulp ging het thuis niet meer. Het werd ­gevaarlijk voor mijn vader, maar mijn moeder weigerde een verhuizing naar een verpleeg­huis. In zo’n geval schrijven de regels voor dat een rechter beslist. Zo’n rechtszaak wens ik ­niemand toe, hoe begripvol de rechter, die aan huis kwam, ook was. Het enige dat meeviel, was dat mijn moeder zich van alle heisa al snel niets meer leek te herinneren.”

“Als dochter neem je tijdens een dementieproces meerdere keren afscheid van je moeder. Op een gegeven moment was ze niet meer de persoon die ik me het liefst herinner. Soms ­herkende ze me helemaal niet meer, maar ook toen bleef ze me dierbaar. Niettemin gunde ik het haar toen ze drie jaar geleden overleed. Het voelt fijn dat de heftige beelden van de laatste jaren weer wat vervagen en de mooie herinneringen van vroeger weer prominenter worden.”

Wereld Alzheimerdag

“Bestaat sinds 1994. Wereldwijd zijn er talloze initiatieven, wij houden zaterdag 2bike4alz­heimer, een fietsestafette met het parcours in de vorm van een vergeet-mij-nietje. Vijf blaadjes van 80 kilometer. We fietsen, symbolisch, 24 uur lang, dag en nacht. Mijn man en ik doen ook mee, hebben al onze vrienden en familie lastiggevallen met sponsorverzoeken. Mijn training? Helaas alleen het dagelijkse tochtje van Amstelveen naar station Amsterdam-Zuid.”

Henk Brenker

“Van die ingezonden brief in jullie krant, toch? De dochter van de 88-jarige Henk deed een oproep om de voorbijgangster te vinden die haar demente vader zo lief had thuisgebracht. Hij was duidelijk in de war en wist de weg terug niet meer. Toen ik dat hoorde, dacht ik: wat prachtig! Zo moet het! Het verhaal past ook heel mooi bij het project Samen Dementievriendelijk. Als je iemand tegenkomt die in de war is, vraag dan even: kan ik misschien ergens mee helpen? Dat is eenvoudig, maar zo belangrijk. Veel mensen – ik was er vroeger zelf ook zo eentje – weten niet meteen hoe ze kunnen helpen en doen dus maar niets. Dat is zo zonde.”

Salaris

“Je doelt op de discussie over de beloning van bestuurders van goede doelen? Die keert af en toe terug in de media, ja. Er zijn landelijke richtlijnen voor en die volgen we nauwgezet. Er werken hier honderd mensen, er zijn duizenden vrijwilligers; we zijn een grote organisatie. Dan moet je enigszins marktconform betalen. Dat is in mijn geval ongeveer een ton per jaar, dat klopt. Je kunt mijn salaris gewoon op onze site lezen. We zijn hartstikke transparant. Ik snap het sentiment van ‘voor een goed doel werk je onbezoldigd’ best, hoor. We doen ons uiterste best van elke gedoneerde euro minimaal 80 procent voor onderzoek en ondersteuning te gebruiken. Het kost geld om geld te genereren. En hoe professioneler wij te werk gaan, hoe ­beter dat gaat.”

Muziekgebouw aan ’t IJ

“Hoewel ik ook vaak in het Concertgebouw te vinden ben, heb ik nu een abonnement bij het Muziekgebouw. Daar hebben ze vaker series met moderne klassieke muziek. Louis Andriessen bijvoorbeeld. Prachtig was dat. Dit jaar heb ik het meest genoten van het Nederlands Blazers Ensemble. Dat weet altijd een eigen touch aan een klassiek stuk te geven.”

Dirk-Jan Kortschot

“Een hoedenmaker. Wat een prachtig beroep. Ik vind van mezelf dat ik geen hoedenhoofd heb, maar heb er vorig jaar toch eentje gekocht. Nog nooit gedragen. Ik vind mensen met hoeden altijd geweldig, maar heb het nog nooit gedurfd er zelf eentje op te zetten. Stom hè?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden