PlusInterview

Deze rechercheur pakte in de jaren 90 de georganiseerde misdaad aan: ‘Er was héél veel geweld’

Arno van Leeuwen: ‘De roverhoofdman in de Mercatorbuurt had een restaurant in de Witte de Withstraat, waar in de kelder de lokale afdeling van de PvdA bleek te vergaderen.’ Beeld Erik Smits
Arno van Leeuwen: ‘De roverhoofdman in de Mercatorbuurt had een restaurant in de Witte de Withstraat, waar in de kelder de lokale afdeling van de PvdA bleek te vergaderen.’Beeld Erik Smits

Lang voordat de term ‘ondermijning’ bestond, zocht rechercheur Arno van Leeuwen (64) al wegen om te voorkomen dat Amsterdamse criminelen autoverhuurders of woningbemiddelaars misbruikten, en zich invraten in sportclubs. Hij gaat met pensioen.

Paul Vugts

Criminelen doen er alles aan om onzichtbaar te blijven. In auto’s die ze anoniem met contanten huren. In luxe appartementen waar ze niet staan ingeschreven, gehuurd via malafide woningbemiddelaars.

Al sinds de jaren negentig zette Arno van Leeuwen met naaste collega’s tal van projecten op om de foute autoverhuurders en woningbemiddelaars uit de markt te zeven – en daarnaast zoveel mogelijk anderen te helpen hun bedrijf schoon te houden. Nadat Van Leeuwen cum suis de gemeente dossiers hadden aangeleverd, weerde die voetbalclubs en vechtgala’s waar criminelen de dienst uitmaakten.

Tegenwoordig is dat beleid in zwang, maar tientallen jaren was het pionieren. Dat past Van Leeuwen, want hij stond – toevallig of niet – vaak vooraan bij bepalende gebeurtenissen in de moderne geschiedenis van de Amsterdamse politie.

Brand in Hotel Polen

Op zijn zeventiende belandde Van Leeuwen op de politieschool, nadat hij in de Eerste Van Swindenstraat in Oost ‘uit balorigheid’ een formulier had ingevuld bij een wervingsbus. Nadat hij op bureau Linnaeusstraat de eerste praktijkervaring had opgedaan, werd hij agent op bureau Lijnbaansgracht. “Mijn eerste werkdag was 9 mei 1977. Hotel Polen vloog in brand, aan het Rokin. Een ramp.” De dodelijkste brand in Nederland sinds de oorlog kostte 33 levens, en 21 mensen raakten zwaar gewond. Van Leeuwen bewaakte het afzetlint. “Rechercheurs struinden in lieslaarzen over de puinhopen, waar ze met grijpers lijkdelen uit visten.”

Vervolgens werd hij uitverkoren voor ‘de burgerpot’: in onopvallende kleding op zakkenrollers en winkeldieven jagen. “Daar leerden collega’s me boeven vangen. Wie van die duizenden in de Kalverstraat is de winkeldief? Je leert kijken. Verslaafden stroopten met grote boodschappentassen de winkels af. Van autokrakers herken je op enig moment het gedrag voor ze toeslaan. Middenin de heroïnetijd hadden we genoeg te doen.”

In 1982 werd Van Leeuwen wijkagent in de Indische Buurt, waar hij in 1957 op straat was geboren. Letterlijk. “We hadden thuis geen telefoon, dus mijn vader had de ziekenwagen gebeld vanuit een telefooncel, maar ik kwam al.”

Eén buurt, 120 inbraken per maand

Zijn nieuwe werkomgeving was dus thuiskomen. “Wijkteams waren er nog niet. Wij werkten vanuit bureau IJtunnel, en de gemeente had in een noodgebouwtje op het Timorplein een voorpostambtenaar, zoals dat heette. We zaten midden in de stadsvernieuwing van wethouder Jan Schaefer, met zijn ‘In gelul kun je niet wonen’, dus er werd volop gesloopt voor nieuwbouw.”

De verslaafden trokken ‘in optocht’ naar de slooppanden in de Indische Buurt. “We hadden 120 woninginbraken in de maand. In één buurt! Ik hield dat bij met speldjes op een plattegrond. We kregen een zogeheten ‘gedoogachtige ruimte’ in de Eerste Atjehstraat. Ik zat in de beheersraad. Verslaafden mochten daar 24 uur per dag harddrugs gebruiken, maar er mocht níet gedeald worden. Tja.”

Het was ‘een beetje een naïeve tijd’. “Gebruikers mochten niet inbreken in de buurt, want na betrapping werden ze geschorst voor die gedoogruimte. Tijdens je avonddienst zag je ze met televisies op hun schouders uit andere buurten komen sjouwen. Vreselijk. Al die dealpanden hadden een ongelooflijke impact.”

In de tweede helft van de jaren tachtig kwamen de wijkteams, de gespecialiseerde wijkagent zou verdwijnen. “Bewoners van de Indische Buurt trokken met spandoeken naar het stadhuis, en met resultaat: de wijkagenten verdwenen overal, maar ik mocht blijven.”

Haringen opsmullen

Uiteindelijk stapte Van Leeuwen niettemin over naar de recherche. “We zaten midden in vreselijke armoe door de bezuinigingen. Ik zal nooit mijn afscheid vergeten, waar oude mensjes in een hoek keurig alle haringen opsmulden die ze jaren niet hadden gegeten.”

In de narcoticabrigade joeg Van Leeuwen vanaf 1986 op de drugshandelaars. Oost, de Bijlmer, De Pijp, de Zeedijk, de Staatsliedenbuurt: de stad was vergeven van de dealers. Na weer een reorganisatie kwam hij begin jaren negentig op het hoofdbureau terecht, bij een nieuwe tak van de recherche.

“We moesten onderzoeken beter voorbereiden. Daar heb ik die roemruchte zaak tegen de Ghanezen opgezet die vanuit de Bijlmer heroïne en cocaïne smokkelden naar Hamburg en Parijs. Afluisteren leverde zóveel relevante gesprekken op dat de banden binnen 24 uur van de recorders af liepen. De koeriers gingen de hele wereld over, met koffers vol drugs of als bolletjesslikkers. Een enorm probleem werd zichtbaar.”

De politie werkte voor het eerst samen met andere overheidsinstellingen, zoals het bevolkingsregister, de sociale dienst en de Belastingdienst.

Een tweede enorm project was Exodus: een onderzoek naar Turkse criminelen die de Mercatorbuurt in hun greep hadden, met de extreemrechtse Grijze Wolven als geweldstak. “Na een jaar voorbereiden ben ik overgestapt naar het onderzoeksteam. In twee jaar hebben we de ongelooflijke problemen in kaart gebracht. “Er was héél veel geweld. Vijf doden in een woning, schietpartijen, ontvoeringen… De overheid was niet meer de baas. De roverhoofdman had een restaurant in de Witte de Withstraat, waar in de kelder de lokale afdeling van de PvdA bleek te vergaderen. Ze hadden via de PvdA in de deelraad weten te komen.”

Tijd voor nieuw beleid. “Voor het eerst sloot de gemeente via het bestuursrecht restaurants en woningen, en pasten we bestemmingsplannen aan om nieuwe criminelen uit de panden te weren. Na talloze aanhoudingen en sluitingen is het Mercatorplein helemaal opgeknapt, en heropend door koningin Beatrix.”

Heroïnehandelaars

Van Leeuwen leidde het Arrow-team, dat op een vergelijkbare manier andere buurten op de Turkse heroïnehandelaars moest heroveren, zoals de Indische Buurt en De Pijp. “Wij moesten toentertijd ook moorden onder criminelen onderzoeken, maar zo’n project ging vóór. In de jaren negentig was het idee dat de georganiseerde misdaad moest worden aangepakt, als fenomeen, dus wat nu ondermijning heet.”

Ontvoeringen bleven de aandacht vragen. Van een heroïnehandelaar, bijvoorbeeld, die gewoon overdag door een neparrestatieteam was gekidnapt in de Rivierenbuurt. Kort daarop kregen zijn buren een pakketje bezorgd dat aan zijn adres was gericht. “In die dagen had de maffia John Paul Getty ontvoerd (kleinzoon van de gelijknamige Amerikaanse oliemiljardair) en een oor naar zijn opa opgestuurd. Wij maakten de grap dat het oor van die gijzelaar wel in dat pakje zou zitten. Nou, in een fotokokertje zat zijn afgesneden vinger, met zijn ring erom. Het lachen verging ons.” De drugshandelaar werd dood gevonden.

Na een kort intermezzo als wijkagent in de Dapperbuurt (‘even geen 400 overuren per jaar’) kwam Van Leeuwen vanwege een armblessure toch weer ‘binnen’ terecht. Bij het ‘Harde Kern Jeugd-team’. “Samen met justitie en de jeugdreclassering richtten het wijkteam en de recherche zich op de jonge veelplegers. Vooral op hun persoon. Dat draaide als een tierelier. We brachten honderd aangiften van straatroof per maand terug naar vijftig.”

Ondermijning via autoverhuurders

In 2006 werd hij chef van een vijftienkoppig innovatief team dat samen met de Belastingdienst en de gemeente de gangen in kaart bracht van honderd Amsterdamse Beroepscriminelen (ABC’ers). “We zijn naar de structuren rond die mannen gaan kijken. Wat voor auto’s rijden ze? Hoe wonen ze? Wie helpt ze?”

De criminelen reden vrijwel allemaal in dure huurauto’s. Een rechercheur richtte zich op de autoverhuurders, óók om met de goedwillenden oplossingen te zoeken. “We werkten voor het eerst ook samen met partners buiten de overheid. Dat lukt alleen als je gezamenlijk belang hebt, merkten we. Als wij ook eens zorgden dat een bij een boef in beslag genomen huurauto snel terugkwam bij de verhuurder, bijvoorbeeld.”

Na vijftien jaar heeft de Amsterdamse politie een goede verstandhouding met de meeste autoverhuurders. “We hebben wel vreselijk veel hinder van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Privacy is belangrijk, maar als een beroepsinbreker in een huurauto heel Nederland doortrekt, mogen wij dat niet vertellen aan de verhuurder met wie we om tafel zitten.”

Iets dergelijks gebeurde met ‘het stoplichtconvenant’ voor makelaars, waar Van Leeuwen en zijn team veel baat bij hadden. Criminelen huren geregeld peperdure woningen in de vrije sector. “Wij hadden een convenant met de makelaars, waarin wij ze niet vertelden of hun kandidaat-huurder crimineel was, maar wel ‘rood’ of ‘groen’ adviseerden. Het mag niet meer van Den Haag en er is nooit iets slims voor in de plaats gekomen.”

Ook al lang voordat de term ‘ondermijning’ werd gemunt, richtte Van Leeuwen zich op voetbalclubs en vechtgala’s die in handen waren van criminelen. Het schoolvoorbeeld was voetbalclub Türkiyemspor in Amsterdam-Nieuw-West, die jaar na jaar promoveerde en de top van het amateurvoetbal bereikte. “Een multicultureel icoon van integratie, zoals ook Het Parool schreef. Willem-Alexander en Máxima kwamen op bezoek, terwijl wij tandenknarsend toezagen, omdat die goedlachse voorzitter Nedim Imaç een grote heroïnehandelaar was.”

Criminele suikerooms in het voetbal

Imaç werd in 2007 geliquideerd, aanvoerder Ali Akgün van het sterrenelftal zat jaren vast voor liquidaties en werd na zijn tijdelijke vrijlating ook vermoord. “Ik kreeg het onderzoek naar de liquidatie van Imaç. We vonden in zijn keuken de 900.000 euro waarmee hij de belastingschuld van de club had willen voldoen.” Türkiyemspor is na mislukte doorstartpogingen opgeheven.

Van Leeuwen, die zelf fanatiek voetbalde bij SV De Meer, zette de schijnwerpers op vergelijkbare misstanden bij andere clubs. “Criminele suikerooms moeten we niet willen. Steeds als wij signalen krijgen over criminelen die een club als speeltje gebruiken, proberen we in te grijpen. Het kostte héél wat tijd, maar samen met de gemeente hebben we eredivisiezaalvoetbalclub ’t Knooppunt een verbod kunnen opleggen de sporthal nog te huren, omdat die club openlijk geleid werd door criminelen uit De Pijp.”

Van Leeuwen zou willen dat de politie veel meer energie stak in het voorkomen of bestrijden dat criminelen zich in de bovenwereld invreten, maar de capaciteit wordt al snel elders ingezet. “Doordat we nu zo focussen op moorden, omdat de maatschappij dat vraagt, blijft de strijd tegen ondermijning en drugshandel achter.”

Arno van Leeuwen begin jaren 80,  voor de Elthetoschool in de Javastraat. Beeld Het Parool
Arno van Leeuwen begin jaren 80, voor de Elthetoschool in de Javastraat.Beeld Het Parool
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden