Deze Amsterdammers houden de moed erin: ‘Ach, zo slecht hebben we het niet’

Geen keukentafel vol bezoek, met een mondkap voor door de supermarkt, niet naar Ajax, restaurants waar je om tien uur de deur uit wordt gejaagd. En dan staan ook nog eens de donkere maanden voor de deur. Toch houden deze Amsterdammers de moed erin.

Jenny van Dalen: ‘Hopelijk is het vaccin er voor de feestdagen’

Beeld Eva Plevier

Jenny van Dalen (70) geeft rondleidingen door de Bijlmer en is oud-stadsdeelraadslid. Ze is moeder van drie kinderen (49, 46 en 30) en heeft vier kleinkinderen. Van Dalen woont alleen.

“Het eerste wat ik heb gedaan toen de lockdown werd opgeheven, was bij Kwekkeboom een broodje kroket eten. Dat spontane had ik zo gemist. Even iets moois passen in een kledingwinkel, heerlijk door de stad zwieren.

Toen we in lockdown moesten, voelde ik me net als de rest van de wereld van mijn vrijheid beroofd. Dat we geen idee hadden wat ons te wachten stond, maakte me angstig. Ik ben vijf jaar na de oorlog geboren. Mijn ouders hadden een vreselijke periode meegemaakt. Hoe klein ik ook was, ik zie nog de paniek in mijn moeders ogen toen de Koude Oorlog uitbrak. Van pure schrik sloeg ze aan het hamsteren. Een half jaar geleden zag ik mezelf precies hetzelfde doen. Blikken bruine bonen, tomatenblokjes, meel; van alles heb ik ingeslagen. Voor als ik de deur niet meer uit zou mogen. Omdat ik niet wist waar het naartoe zou gaan, hè.

Mijn leven is door het virus erg veranderd. Ik ben veel meer op mezelf aangewezen, maar ik kan goed alleen zijn. Mijn kinderen heb ik amper meer gezien. Mijn dochter is nog een paar dagen bij me geweest toen ik in juni werd geopereerd. Die operatie was uitgesteld vanwege corona.

Ik dorst nog altijd niet naar drukke winkels. Ik ga de stad uit en doe mijn boodschappen in Amstelveen, Diemen, Muiden en Weesp. Overal waar het minder druk is dan in Zuidoost. Ik verbaas me over de enorme mensenmassa’s in Ganzenhoef, Kraaiennest en Gein. De supermarkten zijn er zo druk dat mensen buiten in de rij staan. Dat geeft mij zo’n onzeker gevoel dat ik liever een eind omfiets. Vier weken geleden is een goede kennis van mij aan het virus overleden, en ik wil het echt niet krijgen. Ik ben fit maar ook gezonde mensen kunnen er heel slecht uitkomen.

Twee keer in de week geef ik rondleidingen in de Bijlmer. Aan scholieren, architecten, voor verjaardagen. Die van vandaag heb ik moeten afzeggen door de nieuwe groepsgrootte. Hartstikke jammer, want ik heb er zo’n plezier in.”

In sloppenwijken

“Ik vind de winter geen onprettig jaargetijde. Als het vroeger donker wordt, pak ik gewoon mijn hobby weer op. Ik heb een uitstekende relatie met mijn haaknaald. Hele tassen en dekens haak ik bij mekaar - daar vermaak ik me zo mee.

Geloof me, daar kan geen man tegenop.

Ook al heb ik geen auto en stap ik onder geen voorwaarde het openbaar vervoer in, ik hoop op een winter vol sneeuw. Slecht weer bestaat niet, je kunt je overal op kleden. Laat maar lekker waaien, hoor, ik heb inmiddels een fiets met een motortje.

Ik bekijk alles van de positieve kant. Als je ziet hoe beroerd mensen in sloppenwijken ervoor staan, hebben wij het zo slecht nog niet. We moeten ons nog even schikken, ons aan de regels houden en hopen op betere ­tijden. Als het vaccin er voor de feestdagen is, kunnen we net als elk jaar met z’n dertigen kerst vieren in mijn zoons mooie huis in Almelo.”

Mariska de Kuiper: ‘Het worden geen saaie maanden’

Beeld Eva Plevier

Mariska de Kuiper (33) is eigenaar van banketbakkerij Blommestein. Ze woont samen met haar vriend en heeft een dochter van zes.

“Het begin van de coronaperiode vond ik spannend. Ik vroeg me af of de winkel open mocht blijven, hoe we de oudere dames die bij ons achter de toonbank staan moesten beschermen, en of we onze zeven bakkers op 1,5 meter afstand van elkaar konden laten werken.

Als ik terugkijk, is het allemaal erg meegevallen. De schoonvader van Anneke, een van onze medewerksters, is overleden in een verpleeg­huis. Heel verdrietig natuurlijk, maar hij is de enige die ik kende die aan het virus is bezweken.

Ik heb me wel druk gemaakt om mijn vader. Hij is 69 en hartpatiënt. De andere bakkers zeiden dat hij voortaan pas om half twee mag komen, als zij klaar zijn met werken. Zijn klaverjasclub komt niet meer bij elkaar, hij kan niet meer naar zijn koor, maar hij is heel gelukkig met het Netflixabonnement dat ik hem gaf.”

Gebak en koek

“De accountant zei dat we aanspraak konden maken op allerlei overheidsregelingen en betalingsuitstel. Ik ben blij dat dat niet nodig is geweest. In de winkel was het juist drukker dan ooit. Mensen mochten niet naar kantoor, de horeca was dicht, de kinderen gingen niet naar school, dus er werd thuis koffie gedronken en geluncht; het gebak en de koek vlogen weg.

Inmiddels is het nieuwe normaal al best normaal geworden. We hebben de afgelopen maanden natuurlijk enorme mazzel gehad met het mooie weer. Nu denken we na over de herfst en de winter. Er mogen slechts drie mensen tegelijk in de winkel, maar we willen de rest niet in de regen laten staan. Moeten we buiten een afdak maken? En als de mensen met kerst niet naar familie of een restaurant kunnen, wordt het bij ons misschien drukker, maar we kunnen niet iedereen in de winkel hebben. We denken nu na over een drive-through. Normaal bestellen bedrijven deze maanden veel banketletters voor hun personeel. Die leveren we dan af bij het hoofdkantoor. Misschien vragen ze ons nu wel ze bij de mensen thuis te bezorgen.”

Niet bij de zwemles

“De dag na de persconferentie van Mark Rutte deze week vond ik het opvallend rustig in de winkel. Het leek wel of Amsterdam een beetje geschrokken was. Ik baalde van die mondkapjesuitspraak. Verplicht het gewoon, dacht ik, dan heb ik in de winkel tenminste geen discussie. In de zomer was ik op Lanzarote en daar draagt iedereen zo’n ding – helemaal geen punt.

Ik vind het wel jammer dat ik niet meer bij de zwemles van mijn dochtertje mag zijn. Maar zolang dat het ergste is, klaag ik niet. Twee vriendinnen zijn hun baan kwijt – dat is wel even wat anders. Ik zie de komende tijd eerder als een uitdaging dan als een probleem.

In zakelijk opzicht worden het zeker geen saaie maanden. Het is een gezellige tijd. Van de herfstbonbons vliegen we naar de gevulde speculaas en de oliebollen. En als we weer in lockdown moeten, ach… De tijd dat ik alleen maar in de winkel of thuis was, gaf het leven iets prettig overzichtelijks.”

Leon Stolk: ‘Misschien komt het nog wel goed’

Beeld Eva Plevier

Leon Stolk (53) is ontwerper en mede-eigenaar van communicatie- en designbureau Bourne. Hij woont samen met zijn zoon van twintig.

“In eerste instantie raakte ik vooral in de stress over mijn werk. Ons bureau doet veel voor musea en de culturele sector viel eigenlijk meteen stil. Pas later realiseerde ik me dat ik gezondheidstechnisch in de risicogroep val. Dus toen ik in mei verkouden werd, dacht ik: nou, dit was het dan, daar gaan we. Maar een dag later was het alweer over.

Thuiswerken beviel me onverwacht goed – elke dag voelde als zondag. Mijn collega’s en ik zoomden elke ochtend drie kwartier en daardoor was ik eigenlijk veel beter op de hoogte van hun werkzaamheden dan daarvoor. Vervolgens ging ik volkomen gefocust aan de slag, met af en toe een kopje koffie in de zon voor het huis. Heel prettig.”

Niemand niezen, graag

“Toen er half mei een grote klus binnenkwam die veel samenwerking vereiste, ben ik teruggegaan naar kantoor. Dat kon prima, het is een grote ruimte met een grote tafel waaraan we op afstand kunnen werken. Een keertje stapten we per ongeluk met z’n vieren de lift in. We hadden er gewoon niet aan gedacht dat dat niet mocht. Nu moet er echt even niemand niezen, dacht ik.

In de zomer was ik in Zwitserland. Daar was het, eerlijk gezegd tot mijn verbazing, ontzettend relaxed. Je hoefde alleen een mondkapje op in het openbaar vervoer. Ik vergat dat hele coronavirus. Het leek wel net zo snel gegaan als dat het kwam.

De afgelopen weken las ik natuurlijk dat het aantal besmettingen in rap tempo groeide. Ik zag een enge berekening met een bizarre hoeveelheid slachtoffers rond kerst; laten we hopen dat het niet uitkomt. Het kan natuurlijk nog alle kanten op, en als we met z’n allen ons gemak een beetje houden, komt het misschien nog wel goed

Ik ben nu alerter dan in de eerste periode. Ik had gehoopt dat Rutte het mondkapje overal verplicht zou stellen. Ik zou daar helemaal geen moeite mee hebben. Bij mijn ouders, kwetsbaar want 89 en 90 jaar oud, droeg ik het al. Mijn moeder had er eentje voor me gemaakt van een oud laken, met een patroon uit de Libelle of zo; heel zoet. Mijn ouders wonen in Holten. Gelukkig niet in een verzorgingshuis met een groot slot op de deur maar in hun eigen huis. Dat is met hulp van buurtzorg en vrijwilligers goed te doen.”

Weinig verandering 

“Over mijn zoon van twintig maak ik me weleens zorgen. Als besmettingshaard, zeg maar. Dan heeft die vriend corona, dan vertelt hij weer dat ook die studiegenoot positief is getest. En hij woont gewoon bij mij – toch ook niet meer de jongste.

De nieuwe maatregelen veranderen niet veel voor me. De tijd dat ik me in het nachtleven stortte, ligt al wat jaartjes achter me. Ik pik graag een terrasje, en dat kan ik voorlopig blijven doen; de bioscoop is nog steeds open dus ik hoef me niet zo erg aan te passen. We zijn beter voorbereid dan destijds.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden