PlusAchtergrond

Dertig jaar na de Bijlmervliegramp: ‘Het gevoel is nog steeds dat de Bijlmer toen in de steek is gelaten’

Herdenken slijt met het verstrijken van de tijd, maar de belangstelling voor de Bijlmervliegramp lijkt dertig jaar na dato groter dan ooit. Hoe komt dat? ‘Zolang de politiek geen volledige openheid van zaken geeft, blijven de emoties sluimeren.’

Patrick Meershoek
Op 4 oktober 1992 vloog er een vliegtuig van de Is­raëli­sche luchtvaartmaatschappij El Al op flats van Groeneveen en Klein-Kruitberg in de Bijlmer. Beeld Clemens Rikken/ANP
Op 4 oktober 1992 vloog er een vliegtuig van de Is­raëli­sche luchtvaartmaatschappij El Al op flats van Groeneveen en Klein-Kruitberg in de Bijlmer.Beeld Clemens Rikken/ANP

In het winkelcentrum Amsterdamse Poort hangt in de OBA op lange banieren aan de muur het logboek van de brandweer. Het zijn korte, droge mededelingen, die misschien juist wel daarom samen een huiveringwekkend verslag vormen van de ramp. Van de eerste melding om 18.27 uur over een brand in motor 3 van de vijf minuten eerder van Schiphol opgestegen Boeing 747 van El Al, tot de berging van de laatste dode uit het puin, vier dagen later. Het logboek sluit af met het intrekken van de rampverklaring door burgemeester Ed van Thijn, op 27 oktober om 9.00 uur.

Dertig jaar later staat de Bijlmervliegramp van 4 oktober 1992 weer volop in de belangstelling. Een televisieserie, een documentaire, podcasts, gespreksavonden: de interesse lijkt groter dan ooit. “De ramp is erfgoed geworden,” zegt curator Jules Rijssen van Imagine IC in de expositieruimte van de OBA. “Tegelijkertijd worstelen nabestaanden, buurtbewoners en hulpverleners nog steeds met een trauma. Voor hen is er een leven vóór en een leven ná de ramp, en dat zal nooit meer veranderen. De naam van onze expositie is Diepgeworteld. Op allerlei niveaus heeft de ramp sporen nagelaten.”

‘Een tweekoppig monster’

In de afgelopen jaren heeft Imagine IC in Zuidoost van alles verzameld over de vliegramp, van persoonlijke memorabilia tot verhalen van ooggetuigen. “De ramp is een tweekoppig monster,” vertelt Daniëlle Kuijten namens het erfgoedcentrum. “Er is natuurlijk de crash, maar minstens zo ingrijpend is voor veel mensen de afwikkeling geweest. Er was zeker in het begin veel hulp en ondersteuning voor de getroffenen, maar er waren ook al snel geluiden te horen als: gelukkig was het in de Bijlmer. Of het nu helemaal waar is of niet, het gevoel is nog steeds aanwezig dat de Bijlmer toen in de steek is gelaten.”

De roep om gerechtigheid is volgens onderzoeker van herdenkingsrituelen Irene Stengs van het Meertens Instituut en de Vrije Universiteit een van de aanjagers van de huidige opleving van de belangstelling voor de vliegramp. “Ondanks alle onderzoeken en zelfs een parlementaire enquête zijn er nog veel vragen onbeantwoord gebleven over de afwikkeling en de nazorg. Dat zorgt bij bewoners nog steeds voor frustratie. Ook in de nieuwe tv-serie worden die kwesties weer aangekaart. Dat zegt iets. Zolang er door de politiek geen volledige openheid van zaken wordt gegeven, blijven die sluimerende emoties aanwezig.”

Onduidelijkheid over vracht

Want het is vooral de politiek geweest die dertig jaar geleden een stempel drukte op de afwikkeling van de ramp. Ook de parlementaire enquete van 1998 leidde niet tot duidelijkheid over de vracht van het ramptoestel. Veel wijst erop dat er gevaarlijke stoffen voor militair gebruik aan boord waren en geen computers, zoals de vrachtbrief vermeldde. Dat Nederland op Schiphol een oogje bleek dicht te knijpen om Israël te helpen, maakte de bewoners van het rampgebied duidelijk dat de internationale politieke belangen klaarblijkelijk zwaarder wogen dan hun gezondheid.

Het gevoel van in de steek te zijn gelaten, wordt volgens Stengs versterkt door het karakter van de jaarlijkse herdenking op de rampplek. “Het is een mooie herdenking bij de boom die alles zag, maar het is ook vooral een herdenking van Zuidoost, met een heel klein beetje Amsterdam. Daarbuiten leeft het in andere jaren niet of nauwelijks. Terwijl we het hier toch hebben over een nationale ramp, de grootste vliegramp op Nederlandse bodem. Het Amsterdam Museum heeft momenteel een tentoonstelling over de Bijlmervliegramp, maar dat is ook voor het eerst.”

‘Niet elke ramp is even relevant’

Voor een verklaring wijst de onderzoeker op de herkomst van de slachtoffers. In de getroffen flats – Groeneveen en Klein-Kruitberg – woonden hoofdzakelijk Surinamers, Antillianen en Afrikanen, onder wie veel illegalen. “Dat schept kennelijk een afstand,” vermoedt Stengs. “Vergelijk het maar eens met de massale betrokkenheid in het land na het neerhalen van vlucht MH17 of de moord op Peter R. de Vries. Bij de Schipholbrand van 2005 kwamen elf gedetineerde illegalen om. Dat zegt niemand nog iets. Er is ook niets bewaard gebleven van die mensen. Het klinkt cru, maar niet elke ramp is even relevant.”

Voor Hèlen Burleson is de Bijlmervliegramp al dertig jaar buitengewoon relevant. In 1992 was ze net anderhalf jaar stadsdeelbestuurder voor de PvdA. “Het was een hectische tijd van hard werken en weinig slapen,” vertelt ze over de oktobermaand. “Er moest in korte tijd zo veel worden gedaan. We gingen als bestuur ook naar alle begrafenissen van de slachtoffers, dat vond ik persoonlijk heel zwaar. Ach, het stelde natuurlijk niets voor in vergelijking met de ellende die de nabestaanden en hulpverleners hebben moeten doorstaan.”

Voortzetting van de herdenking

Dertig jaar later is Burleson nog steeds voorzitter van de stichting Beheer Het Groeiend Monument die elk jaar op 4 oktober de herdenking organiseert op de rampplek. “Eigenlijk was het plan om er na 25 jaar mee te stoppen,” vertelt ze. “Nog één grote herdenking, was het plan, en daarna niet meer. Wij worden natuurlijk ook een jaartje ouder. Maar daarna trad Femke Halsema aan als burgemeester en Tanja Jadnanansing als stadsdeelvoorzitter, en beiden gaven aan belang te hechten aan een voortzetting van de herdenking. Dus zijn we toch maar doorgegaan.”

Herdenken is geen doel op zich, voegt de voorzitter er meteen aan toe. “Iedereen herdenkt de ramp op zijn of haar eigen manier. Er zijn mensen die dat op 4 oktober thuis doen. Anderen komen in de loop van de dag even naar het monument of hebben het boek dichtgeslagen. Dat is allemaal goed. Zolang de nabestaanden prijs stellen op een herdenking, zullen wij die organiseren. Over de toekomst maak ik mij geen zorgen. Op alle basisscholen in Zuidoost hebben de kinderen weet van de ramp. Het verhaal wordt doorgegeven en de herdenking draagt daar een steentje aan bij.”

30 jaar na de vliegramp

Een week na de ramp, op zondag 7 oktober 1992, was de eerste herdenking. In de ochtend was er een stille tocht naar de rampplek, ’s middags was er een bijeenkomst in de RAI, gepresenteerd door Gerda Havertong. Aankomende dinsdag is de actrice de presentator van de dertigste herdenking die om 17.00 uur begint in het CEC-gebouw en vanaf 18.15 uur wordt voortgezet bij het monument van Herman Hertzberger. Namens het kabinet is minister Mark Harbers (VVD) van Infrastructuur aanwezig. Burgemeester Femke Halsema en stadsdeelvoorzitter Tanja Jadnanansing zullen spreken. De herdenking zal rechtstreeks op televisie worden uitgezonden door de NOS.

Dezelfde avond is om 22.10 uur bij Omroep Zwart op NPO 2 Een gat in mijn hart te zien. In deze documentaire gaat Akwasi, dertig jaar geleden ooggetuige van de ramp, op zoek naar de gevolgen voor de toenmalige kinderen uit de Bijlmer. Om 21.30 uur op NPO 1: de slotaflevering van de vijfdelige dramaserie Rampvlucht van Michael Leendertse. De gelijknamige documentaire van Els van Driel wordt op 5 oktober uitgezonden, om 22.40 uur op NPO 2.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden