PlusInterview

Denker des Vaderlands: ‘Mark Rutte mag echt tevreden zijn’

Door de coronacrisis is in Nederland weinig meer zoals het was. Voor de bevolking is dat ingrijpend, ziet ook filosofe en Denker des Vaderlands Daan Roovers. ‘Mijn conclusie? We kunnen veel meer dan we dachten.’

Daan Roovers.Beeld Pim Ras Fotografie

Ook bij de Denker des Vaderlands thuis in Amsterdam is het een rommeltje, bekent Daan Roovers. “Ik werd vanochtend wakker en ik wist niet meer of het maandag, dinsdag, woensdag of donderdag was. Normaal zou ik nu in de trein zitten, op weg naar een voordracht in Dalfsen of zo, ik noem maar wat. Nu staat alles stil, mijn agenda is in één klap leeg. Heel gek, maar ergens was het ook wel een opluchting.”

Wat zegt dat, die opluchting?
“Het zegt iets over hoe we ons leven hebben ingericht. Eén: ons leven is te vol, we willen veel meer doen dan goed voor ons is. En twee: dingen waar je voor je gevoel niet onderuit kunt, daar blijk je dus heel goed onderuit te kunnen. Je waant je als mens echt te belangrijk. Al geldt dat op dit moment natuurlijk niet voor iedereen.”

Wat valt u verder op, in deze bijzondere tijden?
“Net zoals iedereen beschouw ik deze crisis ook vanuit mijn eigen microkosmos. In mijn geval is dat mijn gezin, met mijn man en twee kinderen. We zijn een groot deel van de dag op elkaar aangewezen. Dat is heel fijn, maar ergernissen liggen natuurlijk op de loer. Precies hetzelfde geldt voor de samenleving in bredere zin. We zullen dit met z’n allen een tijdje vol moeten houden, want we zijn hier nog lang niet vanaf.”

Hoe krijgen we dat voor elkaar?
“Ik denk dat twee dingen belangrijk zijn. Eén: we zijn als individu medeverantwoordelijk voor ons gezamenlijke humeur. Daar moeten we dus allemaal ons best voor doen. En twee: we moeten afspraken maken. Thuis – wie gebruikt welke plek in het huis op welk moment? – maar ook op straat, in de winkel. Daarbij is het slim om onze morele oordelen, het commentaar op elkaar, even in te slikken. We zitten samen in dit schuitje, we moeten niet tegenover elkaar gaan staan met het geheven vingertje.”

Afgelopen weekeinde zag je dat wel gebeuren.
“Ja. Het is een makkelijke reflex om de mensen die de natuur opzochten om een frisse neus te halen dom en onverantwoordelijk te noemen. Maar het helpt ons niet, en je moet je ook afvragen of er echt zoveel mensen met verkeerde bedoelingen zijn. Ik zie op straat weinig echt egoïstisch gedrag, op het gehamster in de supermarkt na. Maar dat was ook redelijk snel voorbij.”

We doen het dus goed, als Nederland?
“Ja, dat vind ik wel. Als ik een rondje ga rennen door het park, zie ik dat mensen heel gedisciplineerd zijn in het opvolgen van adviezen. Omdat er minder mensen op straat zijn, wordt er ook weer gegroet, valt me op. Het getuigt allemaal van grote betrokkenheid en solidariteit met elkaar. Mark Rutte mag echt tevreden zijn.”

Het kabinet heeft ons veel verantwoordelijkheid gegeven.
“En dat stemt me positief. Ik ben blij dat er geen totaal uitgaansverbod is afgekondigd. Er is gezegd: je mag naar buiten, maar gedraag je. Ik hoop dat we dat als samenleving blijvend aankunnen, die verantwoordelijkheid. Als het lang duurt, is dat echt een grote inspanning.”

Voor veel Nederlanders is het de eerste keer dat ze zo direct met gevaar en mogelijke rampspoed worden geconfronteerd.
“De gebeurtenis die het meest in de buurt komt in de afgelopen tientallen jaren is de aanslag op de Twin Towers. Dat heeft ook enorme maatschappelijke implicaties gehad. Maar 9/11 was anders van aard. Dat was een strijd bínnen de mensheid. Dit is een strijd van mens tegen de natuur. In die zin is dit een betere vijand, eentje die ons kan samenbinden.”

Wat is uw conclusie, als u die strijd volgt?
“Dat we veel meer kunnen dan we dachten. We hebben ons in een paar weken enorm moeten aanpassen. De meesten van ons doen dat niet voor zichzelf, maar voor het grote doel, het algemene belang. En dat lukt ons eigenlijk heel goed. Dat is knap.”

We offeren een groot deel van onze economie op om zoveel mogelijk mensenlevens te sparen. Zijn we zo bang om dood te gaan?
“Ik denk dat we vooral bezig zijn om verspreiding van het virus tegen te houden en de zorg niet te overbelasten. Nederlandse ouderen, die het grootste risico lopen, zijn lang niet allemaal zo bang voor de dood, is mijn idee. Veel van hen zeggen: aan mijn lijf geen polonaise meer, als er iets met me gebeurt, hoeft niet alles uit de kast te worden gehaald. Daar praten we relatief open over, bijvoorbeeld met onze huisarts. Een groot verschil met Italië.”

Nederland leek de laatste jaren, ook dankzij sociale media, op een land waar mensen elkaar constant in de haren vlogen. Moeten we dat beeld bijstellen?
“Ik hoop het. Maar we zijn natuurlijk nog lang niet door deze crisis heen. En onze slechte gewoontes zullen ook heus weer terugkeren. Toch kunnen we wel positieve punten meenemen naar de toekomst. Ons improvisatievermogen bijvoorbeeld. In het onderwijs zie je nu wat er allemaal mogelijk is als je creatief nadenkt. Niemand had zich op hierop voorbereid, en toch lukt het ons. Het zou goed zijn als we dat niet vergeten.”

We hadden als Nederlanders de aardbol in onze handpalm. We vlogen overal naartoe, wanneer we wilden. Nu kunnen we nergens heen.
“Ik ben benieuwd wat daar het effect van gaat zijn. Zelf ben ik geen mens van grote verplaatsingen. Mijn kinderen van tien en twaalf hebben nog nooit gevlogen. Misschien zorgt deze periode ervoor dat we weer wat meer lokaal gebonden worden. We zijn nu aangewezen op ons eigen huis, onze straat, onze wijk. Dat kan helemaal geen kwaad.”

Daan Roovers. Beeld Pim Ras Fotografie
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden