Plus

Deelvervoer avant la lettre: bij De Studio van Nemo is de witkar terug

De witkar, het deelvervoer voordat dat woord ook maar bestond, is vanaf heden in actie te zien op het Marineterrein: een gerestaureerd exemplaar uit 1974 rijdt weer als een zonnetje.

Marc Kruyswijk
Witkar bij de Studio van Nemo met achter het stuur restaurateur Martin IJdo. Beeld Daphne Lucker
Witkar bij de Studio van Nemo met achter het stuur restaurateur Martin IJdo.Beeld Daphne Lucker

Alles beweegt min of meer onafhankelijk van elkaar als je in een witkar over een straat met klinkers zoeft. Het voertuig zelf is, motorisch gesproken, opvallend stil. Maar ieder hobbeltje in het wegdek resoneert met een vertraging van een halve seconde ergens in de bovenkant van de kar. Eerst hoor je het portier beneden piepen, vlak daarna kraakt de bovenkant, ten slotte is het dak aan de beurt. Geen schande, uiteraard: de witkar waarmee over het Marineterrein wordt gereden is bijna een halve eeuw oud.

Historisch, maar toch volledig op orde. Deze witkar, bouwjaar 1974, heeft net een restauratiebeurt van ongeveer zes maanden achter de rug. Hij lag helemaal uit elkaar, alles wat losgedraaid kon worden, is losgedraaid. Ieder schroefje, ieder boutje, tot aan de richtingaanwijzer toe: alles is nagekeken, opgeknapt en weer op de juiste plaats teruggezet. Met kennis, aandacht en liefde, de onderdelen werden vertroeteld en gemasseerd.

Collectie van Nemo

Met resultaat dus: de witkar rijdt weer zoals het ooit bedoeld was. Soepel en uitstootvrij. Hooguit zou je kunnen zeggen dat de manier waarop enigszins anders is: het voertuig doet niet langer dienst als deelauto avant la lettre, maar maakt onderdeel uit van de collectie van Nemo. Woensdagmiddag kwam hij aan bij Het Atelier, de dependance van Nemo voor volwassenen.

Hier gaat de 97-GS-08 dienst doen als noviteit. Vanwege de lopende tentoonstelling Energy Junkies, als vroeg voorbeeld van elektrisch deelvervoer. Maar het idee is ook dat genodigden en bijzondere gasten met de witkar over het terrein kunnen worden gereden. Alles wat de bestuurder doet, vergt beweging: de witkar heeft hendels, geen knopjes. Maar rijden doet hij dus, als een zonnetje.

Elektriese Munt-Oto

De witkar is bedacht en ontworpen door Luud Schimmelpennink, de provo die eind jaren zestig toetrad tot de Amsterdamse gemeenteraad. Hij ergerde zich aan de problematische vormen die de opkomst van de auto in de stad met zich meebracht en bedacht zijn wittefietsenplan: 2000 collectieve fietsen die door iedereen zouden kunnen worden gebruikt.

Toen deze deelfietsen werden afgewezen, kwam Schimmelpennink met een alternatief, zijn Witkarplan: een collectief motorvoertuig, ook wel bekend als ‘Elektriese Munt-Oto’, een soort cilindervormig golfkarretje op drie wielen. Wie een witkar wilde gebruiken, moest lid worden van een vereniging en kon aanvankelijk voor een gulden per vijf kilometer een witkar lenen bij een van de vijf stations in de binnenstad. Een rit diende ook weer op zo’n station te eindigen, waarna de accu’s van de witkar binnen zeven minuten konden worden opgeladen.

De tijd was er nog niet rijp voor

Het was een goed plan, zou je heden ten dage kunnen concluderen. Maar de tijd was er nog niet rijp voor: deelvervoer kon nog niet profiteren van apps op telefoons waarop de karren konden worden gevolgd en waarmee beschikbare exemplaren konden worden opgespoord. En ook de accu’s leverden nog niet voldoende vermogen om intensief gebruik toe te kunnen staan.

Schimmelpenninks plan stierf een heel langzame, stille dood en deelvervoer kreeg pas weer de wind in de zeilen doordat slimme auto- en scooterverhuurders gebruikmaakten van moderne technieken. In tegenstelling tot voor de witkar, zijn er geen grote laadstations op centrale plekken in de krappe binnenstad noodzakelijk.

Moderne veiligheidseisen

Martin IJdo staat erbij en kijkt ernaar. Trots is hij, IJdo is dé deskundige in Nederland als het aankomt op de museale restauratie van technische objecten. Hij is degene die heeft gesleuteld, gesmeerd en gerepareerd. Maar vooral heeft hij naarstig onderzoek moeten doen, want restaureren is iets anders dan domweg opknappen. “Ik heb onderdelen moet vervangen die tegenwoordig niet meer precies zo te vinden zijn. Ik registreer alles en de onderdelen die ik verwijder worden allemaal opgeslagen. Dat mocht niet verloren gaan.”

IJdo is heel ver gegaan in zijn reconstructie. Neem bijvoorbeeld de zittingen van de witkar. Het schuim dat erin zat heeft de tand des tijds niet doorstaan. “Die zittinkjes bleken uiteindelijk van Gispen te zijn, de stoelen dus, maar dan zonder de poten. Die kon ik gebruiken. Vervolgens heb ik precies dezelfde stof gebruikt om de zitting te restaureren. Ik schat dat ik ongeveer een derde van de tijd heb besteed aan onderzoek.”

Wie hoopt de witkar in het wild aan te treffen, dat ligt ingewikkeld: de openbare weg is verboden terrein. Het voertuig voldoet niet meer aan de modernste veiligheidseisen. Wie over het terrein rijdt, voelt zich ook best kwetsbaar, met niets anders dan plexiglas om de bestuurder te beschermen.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden