Deel bij razzia opgepakte Amsterdammers vergast in geheime gaskamer

Het is een schokkende ontdekking: zeker een kwart van de 389 Joodse mannen die tijdens razzia’s in februari 1941 werden opgepakt in Amsterdam, zijn niet gestorven door uitputting, ziekte, mishandeling of op de vlucht doodgeschoten, maar in de zomermaanden van 1941 vergast in een geheime gaskamer. 

22 februari 1941, de eerste razzia in de Jodenbuurt. Beeld
22 februari 1941, de eerste razzia in de Jodenbuurt.

Dat gebeurde op kasteel Hartheim, 35 kilometer van concentratiekamp Mauthausen. Deze daad, aangeduid onder de codenaam 14f13, was ‘de ultieme leerschool voor wat later de Shoah is gaan heten’.

Onderzoeker en schrijver Wally de Lang ontdekte het administratieve camouflagesysteem van de SS, die de moorden wilde verhullen om onrust te voorkomen. Tachtig jaar na dato beschrijft ze in haar nieuwe boek De razzia’s van 22 en 23 februari 1941 in Amsterdam hoe ruim een kwart maar vermoedelijk zelfs bijna 150 van de 389 Joodse mannen tussen de 19 en 35 jaar in die verborgen gaskamer aan hun einde komen.

De mannen, die veelal in de Jodenbuurt woonden, werden tijdens het razziaweekend met vrachtwagens naar Kamp Schoorl gebracht en vijf dagen later naar Buchenwald gedeporteerd. Tientallen bezweken er door het zware werk in de steengroeven.

Bewijs

In mei ging de overgebleven groep van 340 mannen naar Mauthausen. Van 108 opgepakte Joden heeft De Lang bewijs gevonden dat zij in het door de SS geconfisqueerde kasteel Hartheim of in geblindeerde tot mobiele gaskamers omgebouwde bussen zijn vermoord en gecremeerd. Over 38 mannen heeft zij aanwijzingen dat ook zij dit lot ondergingen.

De Lang vergeleek administratieve lijsten, registratiekaarten en zogeheten ‘Veränderungsmeldungen’ met elkaar. “In de eerste week van september 1941 bleken er ineens 146 mensen te zijn gestorven. Een opvallend hoog aantal. De overlijdensdata en -plekken waren gefingeerd en over verschillende dagen verdeeld. Achter hun namen stonden verschillende doodsoorzaken, zoals ziektes of misleidende termen als ‘Auf der Flucht erschossen’ of ‘Ertrinkung’. In werkelijkheid zijn ze in Hartheim omgebracht.”

De hoofdingang van het voormalige concentratiekamp Mauthausen. Beeld anp
De hoofdingang van het voormalige concentratiekamp Mauthausen.Beeld anp

Namen

De namen van alle mannen heeft De Lang in haar boek op een rij gezet. Ze werkten veelal in de handel. Velen waren marktkoopman, venter, handelsreiziger, eigenaar van een winkeltje of werkten in de textiel als kleermaker of kledingperser. 172 van de 389 mannen waren getrouwd, kostwinner of hoofd van een gezin.

De meeste gezinnen waren klein: een tot vier kinderen. Van de achtergebleven echtgenotes waren 23 in verwachting. In een bewaard gebleven brief schreef Meier Vieijra aan zijn zwangere vrouw Blanche Nabarro in augustus 1941 vanuit Mauthausen: ‘Blanche, als je een zoon krijgt, noem hem dan Jacob ben Meijer, is het een dochter, noem haar dan Rachel.’ De brief die Blanche terugschrijft, komt retour: ‘An Absender zurück’. Vieijra was op 17 september 1941 om het leven gekomen. Blanche noemde haar dochter Rachel.

Het illegale Parool repte al in september 1941 over het grote aantal doden ‘door onbekende oorzaak’ in Mauthausen. Ondanks de geruchten wist niemand op welke wijze deze mannen worden vermoord, aldus de krant.

Max Nebig en Gerrit Blom zijn de enige twee uit de groep die het hebben overleefd.

Foto’s

Van de razzia’s zijn 21 foto’s, gemaakt door een onbekende Duitse soldaat, bewaard gebleven. De soldaat had zijn fotorolletje bij fotohandel Capilux in de Roelof Hartstraat gebracht. De winkelmedewerker zag het belang van de foto’s in en maakte twee sets afdrukken. De tweede set werd onder het vloerkleed en achter de kachel bewaard, een levensgevaarlijke actie.

Op die foto’s van de razzia’s ontdekte De Lang ook nog twee namen van tot nu toe onbekend gebleven mannen: marktkoopman van radio-onderdelen Joseph Meljado uit de Blasiusstraat en lompenkoopman Aron Smeer van de Tugelaweg.

Wally de Lang: De razzia’s van 22 en 23 februari 1941 in Amsterdam, uitgeverij Atlas Contact, ­verschijnt 18/2, €24,99 euro.

In het Stadsarchief is in maart een expositie te zien. Op de site staan de biografieën van de 389 vermoorde mannen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden