PlusInterview

Decaan religiefaculteit VU: ‘Zo tolerant is Nederland ook weer niet’

Een fel antihomopamflet spleet begin dit jaar de kerk. Op de religiefaculteit van de VU ondertekenden diverse docenten het. Decaan Ruard Ganzevoort – zelf homo – zat met de brokstukken.

Ruard Ganzevoort.Beeld Hans de Kort

De Nederlandse Nashville-verklaring staat bol van kerkelijk jargon. Toch was de boodschap begin januari niet mis te verstaan: homosek­sualiteit en transgenders worden fel afgekeurd, het traditionele huwelijk tussen man en vrouw is zoals God het bedoeld heeft. Een aantal van de orthodoxe sympathisanten werkt op de faculteit religie en theologie van de Vrije ­Universiteit van Amsterdam.

Dus zat decaan Ruard Ganzevoort (54) met een heikele kwestie. Hijzelf was als dominee van de Nederlands Gereformeerde Kerken in 2006 nog uit het ambt gezet nadat hij uit de kast was gekomen en een relatie met een man had gekregen. De Nashville-discussie leidde op de VU tot een stevig debat over het pamflet, maar ook over de invulling van het onderwijs.

Stel: we stappen nu vijf collegezalen binnen, horen we dan nergens fundamentalistische teksten of onverdraagzame dogma’s uit de mond van docenten?

Een paar tellen zwijgt Ganzevoort. “Eeehm, ik zou er niet voor 100 procent mijn hand voor in het vuur steken dat het niet gebeurt. Maar dan speelt ook iets anders mee. Als je teksten van strenggelovigen leest of hoort, kun je als buitenstaander denken: wat is dat nou?! Maar als je de kerk van binnen kent, dan snap je het jargon. Zo’n Nashville-verklaring: de toon past helemaal in de traditie.”

Het uit de VS overgewaaide religieuze pamflet leidde tot grote ophef binnen en buiten de geloofsgemeenschap, van lhbt-belangenclubs tot op het Binnenhof: massaal klonk woede over de afwijzende geboden. Toen de storm eind januari weer ging liggen, zat Ganzevoort met een probleem. Hier op zijn faculteit, de plek waar dominees, imams en andere voorgangers worden opgeleid, was het stille oog van de Nashville-storm. Diverse docenten ondertekenden het pamflet, een van hen – Piet de Vries, theologiedocent aan het Hersteld Hervormd Seminarium – vergeleek de ‘transgenderideologie’ zelfs met die van de nazi’s: “Toen de nazi-ideologie zich opdrong, zwegen de kerken. Nu dringt de genderideologie zich op en zwijgen de kerken weer te vaak.”

Wat dacht u toen?

“Het was een bizarre redenering. Dat je transgenders op één lijn zet met nazi’s is ondenkbaar. We lieten meteen weten dat zo’n uitspraak absoluut niet kan, hij nam zijn woorden terug.”

Hoe gaat zo’n gesprek?

“Rustig, toch wel. We vroegen hem waarom het op deze manier moest, waarom hij het zo formuleerde, waarom gekozen werd voor deze vorm. Een afwijkende mening hebben mag, maar als je het zo opschrijft, kwets je mensen.”

Schrok u ervan? U bent zelf uit het domineesambt gezet nadat u uit de kast was gekomen.

“Ik ken de kerk. Ik weet dat in orthodoxe kringen zulke opvattingen leven over homoseksu­aliteit of transgenders. Niet alleen bij christenen, maar ook in de islam bijvoorbeeld. Mijzelf raakt het inmiddels niet meer, ik vat het niet persoonlijk op. Maar ik besef ook dat ik in een luxe positie zit, ik sta aan het hoofd van de faculteit. Voor studenten die worstelen met hun geaardheid bijvoorbeeld, ligt dat anders. En dat vind ik het ook het pijnlijke: je zet mensen weg in plaats van je te ontfermen over hen. Terwijl geloof over naastenliefde gaat.”

Waar komt dan de behoefte vandaan om zo’n fel antihomopamflet op te stellen?

“Ik denk dat het vreemd genoeg een signaal is dat het de goede kant opgaat. Ik ben ervan overtuigd dat het pamflet een reactie is op de verschuiving die men in de eigen achterban ziet, dat er steeds meer begrip komt voor homoseksualiteit. Dat je kunt trouwen met degene van wie je houdt. De verklaring is een ultieme po­ging mensen bij de les te houden, maar het is een achterhoedegevecht, het verschuift al.”

Het maakt ook veel kapot.

“Het kwetst en het polariseert, jazeker. Maar we moeten ook niet doen alsof dit exclusief iets is voor de Biblebelt, zo tolerant is Nederland ook weer niet, vrees ik. Kijk wat er op de voetbal­velden gescholden wordt, wat in tv-programma’s nog over tafel gaat.”

Hoe blussen jullie hier die ideologische brand?

“We zijn veel met elkaar in gesprek gegaan. Na­tuurlijk mag je afwijkende meningen hebben. Als jij denkt dat ik als homo in de hel komt, mag je dat denken. Maar we moeten hier met respect met elkaar omgaan, studenten moeten zichzelf kunnen zijn. Daar sta ik voor.”

Toen jullie de regenboogvlag hesen als steun aan de lhbt-gemeenschap kwam er kritiek van gelovige studenten.

“Ja, zij vonden dat we partij kozen tegen hen. Veel van de studenten hier zijn in de loop van de jaren ook orthodoxer geworden. Tegenwoordig kiezen enigszins in religie geïnteresseerde studenten eerder voor filosofie of geschiedenis, bij theologie zitten vaak mensen met sterkere geloofsidentiteiten. Maar ook tegen hen zeggen we: als universiteit zijn we er voor iedereen.”

“Toch biedt geloofsvrijheid geen vrijbrief voor fundamentalisme. Het Nashville-pamflet heeft het debat over het onderwijs aangewakkerd. Ganzevoorts faculteit ging met de opleiders in gesprek over hun lessen; niet als een soort liberale politie, maar wel om het ‘academisch niveau’ op peil te houden. “We kijken opnieuw naar literatuurlijsten. Als je bijvoorbeeld stelt dat homoseksualiteit iets psychisch is dat je kunt genezen, ga je voorbij aan wetenschappelijk bewijs dat het anders ligt. Dat kan niet op een universiteit, zoals je ook niet kunt ontkennen dat het klimaat verandert. Ze hoeven echt niet allemaal liberalen te worden, maar het moet wel een academisch niveau hebben.”

Dat zullen gezellige bijeenkomsten zijn.

“We praten, we hoeven geen vrienden te zijn. Maar we moeten wel streven naar verbinding. Soms zeggen mensen: het is al heel wat als twee kampen vreedzaam langs elkaar heen leven en elkaar niet de hersens inslaan. Maar dat vind ik niet genoeg om een samenleving op te bouwen. Een vriend uit de Verenigde Staten zei eens te­gen mij: Nederland tolerant? Nee hoor, you just don’t care. Het maakt ons gewoon niet uit. Dat klopt, denk ik. Soms moet het schuren, dan komt er een gesprek en volgt meer begrip.”

Wat levert zo’n gesprek dan op?

“Begrip. En dat is nodig. Een van onze studenten schreef een essay over homoseksualiteit. Hij is conservatief, somde keurig op wat zijn kerk daarvan vindt, waarom het allemaal niet mocht. Klaar. Ik daagde hem uit en zei: ga nou eens in gesprek met echte mensen. Ga interviews afnemen met gelovige homo’s, trans­genders, lesbiennes, ouders en dominees die ermee hebben geworsteld. Uiteindelijk kwam hij met een ander stuk, was hij in staat te reflecteren. Hij was natuurlijk niet van mening veranderd, maar leerde wel om met de menselijke maat te kijken. Dan ben ik al tevreden. Stel dat hij ooit dominee wordt, en hij zit alleen nog maar op die harde lijn, dan kan hij mensen beschadigen.”

CV

Ruard Ganzevoort (Haarlem, 1965) is Eerste Kamerlid voor GroenLinks, hoogleraar praktische theologie (sinds 2005, VU) en sinds 2017 ­decaan van de faculteit religie en theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Ganzevoort was dominee van de ­Nederlands Gereformeerde Kerken. In 2006 werd hij uit het ambt gezet nadat hij uit de kast was gekomen en een relatie met een man had gekregen. Ganzevoort heeft vijf kinderen uit een eerder huwelijk.

Nashville-verklaring

Begin dit jaar barstte de bom rond de orthodoxe Nashville-verklaring, een uit Amerika overgewaaid ‘tegengeluid’ van strenggelovige christenen tegen ‘de seculiere tijdgeest van de 21ste eeuw’. De opstellers wijzen homoseksualiteit en transgenderisme fel af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden