PlusDe ziel van de stad

De ziel van de stad? Dat zijn de anarchistische Amsterdammers zelf

null Beeld Van Santen & Bolleurs
Beeld Van Santen & Bolleurs

De ziel van Amsterdam schuilt volgens de lezers in een lied van Ramses Shaffy, een gedicht van Jacob Israël de Haan en in het Oosterpark. En natuurlijk ook in het ingebakken anarchistisch denken en doen van de Amsterdammer.

Patrick Meershoek

Was het van meet af aan een onmogelijke opgave, onze poging om deze zomer de ziel van Amsterdam te vangen in een twintigtal plekken, gebeurtenissen, gerechten, mensen en dieren? Ja, dat was het. Zuchtend en steunend streepten de door ons geraadpleegde deskundigen braaf maar met grote tegenzin een hele vracht aan favorieten weg. Mogen het er geen vijf worden? Of zes? Nee, was het onverbiddelijke antwoord, niet meer dan drie. Want de krant is niet van elastiek en het geduld van de lezer trouwens ook niet.

Het resultaat was een verzameling die weliswaar compact was en solide, maar ook verre van compleet. Dat was in elk geval de indruk van de lezers die de moeite namen om ons in enkele tientallen reacties – vaak vriendelijk, soms streng – te wijzen op de leemten en lacunes in de eindlijst. Hoe kon Johan Cruijff ontbreken in het selecte gezelschap Amsterdammers dat de ziel van de stad vertegenwoordigt, wilde bij voorbeeld Peter de Haan weten. “Zijn lef, zijn branie en zijn grappige wijsheden hóren bij de ziel van Amsterdam.”

Vic Veldheer wees ons op de net overleden dichter Remco Campert, die volgens hem als geen ander de ziel van de stad in woorden kon vatten. Als overtuigend bewijs van dat meesterschap stuurde hij het gedicht mee dat Campert schreef voor zijn vriend, journalist Henk Hofland. “Het dooit op de Overtoom/ maar het vriest ook alweer op/ melden mijn voeten/ die mijn dag verlopen/ ik blijf dicht bij huis/ steeds dichter/ dat is mijn leeftijd”. Ja, goed punt, Campert en Hofland zijn samen beslist ook een winnende combinatie.

Als het over de ziel van de stad gaat, is de oorlog nooit ver weg. Verschillende lezers noemden de Februaristaking van 1941 als essentieel onderdeel van die ziel. Hanszl wees op de woorden van schrijver Jacob Israël de Haan die op het kunstwerk van Hans ’t Mannetje bij de Sint Antoniesluis nog dagelijks herinneren aan de gevolgen van de Jodenvervolging voor de buurt. “Die te Amsterdam vaak zei: “Jeruzalem”/ en naar Jeruzalem gedreven kwam/ Hij zegt met mijmrende stem/ “Amsterdam, Amsterdam”.

Volgens Herman ter Balkt geeft Mari Andriessens beeld van de Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein het mooist gestalte aan de wapenspreuk van Amsterdam: vastberaden, heldhaftig en barmhartig. Liesbeth de Lange voegde daar aan toe dat van die drie eigenschappen alleen de barmhartigheid nog pal overeind staat. “Wat mij betreft de werkelijke kwaliteit van Amsterdam en de Amsterdammers. Niet voor niets heeft Amsterdam al heel lang een progressief stadsbestuur dat zich bekommert om de mensen die het minder hebben dan hun welgestelde stadgenoten.”

Er zaten ook nogal wat liedjes bij de zielenpost. Ilona Dekker wees op Ik leef mijn eigen leven van André Hazes (“Ik leef m’n leven zoals ik dat wil/ Ik bemoei me toch ook niet met een ander”), Bettina op het aanstekelijke Amsterdao tem coracao van Sail-Joia. Gabriël Deriga vroeg om een eervolle vermelding voor Mama Mokum van Ramses Shaffy: “Je bent mijn moeder, je bent mijn steiger en mijn brug/ Je bent mijn haven, je bent mijn steun in de rug”. Deriga: “Met Amsterdam kun je je tijdens alle hoofdstukken van je leven verbonden voelen.”

Dirk Vos brak een lans voor het Oosterpark als bewaarplaats van de Amsterdamse ziel. “Het is het park waar kleine kinderen spelen in het pierenbadje van Aldo van Eyck, waar de Surinaamse zangvogeltjes kwinkeleren in hun kooitjes. Het Oosterpark is de ontmoetingsplaats voor mensen van alle leeftijden, kleuren en geloven. In het Oosterpark voel ik de ziel van Amsterdam, de mooiste en fijnste stad van de wereld.” Nog meer groen: Liesbeth de Lange steekt de loftrompet over de iepen die de stad schaduw, kleur en levendigheid geven.

Judith Pijl tapt uit een heel ander vaatje met haar voorstel: de technofeesten van Awakings in de Gashouder. Vanuit de Verenigde Staten laat Adam Eeuwens weten graffitischrijver en beeldend kunstenaar Niels Shoe Meulman te willen kandideren als bewaker van de Amsterdamse ziel. “Zijn werk is mijn navelstreng naar de stad die ik in 1966 verliet omdat ik verliefd werd op een Mexicaanse vrouw in de Verenigde Staten, die ik trouwens nog steeds probeer uit te leggen hoe het Nederlandse weer in elkaar steekt.”

De hel, dat zijn de anderen, aldus Jean-Paul Sartre – geen briefschrijver maar filosoof. Opvallend is dat de lezers juist geregeld met de mede-Amsterdammer op de proppen komen als belangrijk voor de ziel van de stad. Linda: “Wat voor mij bij de ziel van Amsterdam hoort, is dat iedereen die er woont de ander accepteert als gelijkwaardig.” Als voorbeeld noemt Linda theatermaker en tv-ster Jos Brink die vroeger bij haar in de buurt woonde. “Die woonde er niet alleen, maar was ook aanspreekbaar. Hij moest lachen om mijn verbaasde reactie.”

Errik Buursink barst uit in een lofzang op de straten in de stad. “Waar je de stad in al zijn rijkdom aan gezichten kunt zien. Vergeet de grachten, het zijn de straten waar je de stad kunt zien en leren kennen.” Dat de gemiddelde Amsterdammer van nature eigenwijs is, anti-autoritair en weinig conflictmijdend behoort volgens Peter de Haan ook echt bij de ziel van de stad. “Het is in de basis anarchistisch denken en handelen. Niet vanuit een negatieve instelling, maar vanuit een groot zelfbewustzijn: ik mag er zijn.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden