PlusAchtergrond

De weg naar gemengde scholen is moeizaam: ‘Wie afwijkt, valt erbuiten’

De kloof tussen zwart en wit in het Amsterdamse onderwijs neemt toe. Ouders die het tij willen keren staan voor een dilemma: een kind kan een eenzame minderheid in de klas worden. ‘Hij is uitgemaakt voor asielzoeker.’

Beeld ted struwer

Met goede moed begon de dochter van de 51-jarige woonconsulent Judith Osenga op een ­basisschool in Nieuw-West, maar een paar jaar geleden – in groep 6 – is ze toch van school gewisseld. Reden: ze werd buitengesloten. “Als ze nog kleuters zijn, zien ze geen kleur. Maar naarmate mijn dochter ouder werd, kwam er een tweedeling in de klas.” Zo ging religie een rol spelen. “Opmerkingen als ‘je eet raar’, ‘je ruikt gek’ en ‘kerst is stom’ waren gewoon. Er waren drie niet-gelovige kinderen in de klas, die allemaal werden buitengesloten.”

Vorige week waarschuwde wethouder Marjolein Moorman voor de vorming van elitescholen. Steeds meer hoogopgeleide ouders sturen hun kinderen naar dezelfde scholen, waar ze minder mengen met andere groepen. Het blijkt moeilijk scholen gemengd te houden: óf ze worden homogeen, bestaande uit kinderen van hoogopgeleiden, óf ze worden juist door die groep gemeden. Vervelend bijeffect noemt stadsgeograaf Willem Boterman dat kinderen die in de minderheid zijn in hun klas onder druk komen te staan, ongeacht of de meerderheid wit of zwart is. “De uitzondering zijn is altijd ingewikkeld.”

Apengeluiden

Het neefje van de 26-jarige Samira Hoogvliets had het moeilijk in een klas met overwegend witte kinderen. “Hij is weleens uitgemaakt voor asielzoeker. Naar zijn andere, donkere, klasgenootje werden apengeluiden gemaakt.” Uiteindelijk wilde hij niet meer naar school. De aanwezigheid van haar neefje had de aanzet tot een gemengde school kunnen zijn, maar dat liep spaak.

Ze schrikt nog altijd als ze langs de school in Noord fietst, die pal naast een andere school ligt. “Op de ene basisschool zie je tijdens het speelkwartier alleen maar witte kinderen spelen, op de andere enkel gekleurde kinderen.”

Boterman doet al jaren onderzoek naar segregatie in het Amsterdamse onderwijs. Volgens hem neemt etnische segregatie in de stad over de gehele linie af. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de buitenwijken: een buurt als De Baarsjes is veel gemengder geworden doordat veel witte mensen geen koophuis meer kunnen betalen in de binnenstad of, zeg, Amsterdam-Zuid. Maar die nieuwe inwoners sturen hun kinderen niet naar scholen in de buurt, maar fietsen om zodat hun kind in de klas zit met leerlingen die op ze lijken – waardoor elitescholen ontstaan. Funest, als je bedenkt dat het Nederlandse onderwijssysteem ook al gericht is op het scheiden van groepen. Boterman: “Vmbo of vwo – al op je twaalfde wordt er een onderscheid gemaakt op opleidingsniveau.” Een effect dat wordt versterkt doordat kinderen van lageropgeleiden vaker een (te) laag schooladvies krijgen.

Helaas, zegt Boterman, is er in Amsterdam een sterke samenhang tussen wit en hoogopgeleid. “Witte arbeiders zijn bijvoorbeeld naar buiten de stad verhuisd.”

Tragiek

De gemeente herkent dat beeld ook. De meeste lageropgeleiden in de stad hebben een migratieachtergrond. Volgens Boterman zit er een zekere tragiek in de verdeling van leerlingen over scholen. “De meeste ouders willen echt wel dat hun kind op een gemengde school zit. Maar bij gebrek daaraan, hebben ouders toch liever een school waarvan het gros van de leerlingen lijkt op hun kind, dan een school waar dat niet het geval is.”

Ouders moeten wel voorzichtig zijn bij hun oordeel over een school, vindt hij. “Het feit dat een school niet wit is, kan ook betekenen dat het om een superdiverse school gaat, met kinderen met verschillende culturele achtergronden.”

Hij is overigens zelf tegen het gebruik van de labels ‘zwarte’ en ‘witte’ scholen. Dat vindt hij stigmatiserend. Veel liever heeft hij het over scholen waarop de samenstelling van leerlingen cultureel homogeen (zwart of wit) of juist heterogeen (gemengd) is.

Almere

Volgens onderzoek van Boterman dat vorig jaar is gepubliceerd, scoort Amsterdam na Den Haag en Breda het hoogst op etnische segregatie. In Almere lopen opleidingsniveaus en ­culturele achtergrond juist behoorlijk door elkaar. Dat heeft te maken met de inrichting van zo’n nieuwe stad: goedkope en duurdere huizen zijn dwars door elkaar gebouwd, zodat mensen met verschillende achtergronden door elkaar wonen.

Zo’n tachtig procent van de segregatie in het onderwijs wordt verklaard door wijken die niet zijn gemengd. De resterende twintig procent ontstaat uit vrije keuze. “Dan denk je snel aan de witte vlucht,” zegt Boterman. “Ouders die hun kind op een meer homogeen witte school plaatsen. Maar het omgekeerde komt ook voor.”

Turkse Nederlanders, bijvoorbeeld, hebben een sterke voorkeur om onder elkaar te blijven. Dat geldt in iets mindere mate ook voor Marok­kaanse Nederlanders. Dat heeft verregaande ­effecten. “In de klas kan de religie of taal van de meerderheid een rol gaan spelen. Klasse kan ook een verdelende werking hebben.”

Wie afwijkt, valt erbuiten.

Beeld Ted Struwer

Korte broek

De dochter van de 47-jarige ondernemer ­Nancy – vanwege de privacy van haar kind wil ze niet met haar achternaam in de krant – begon met zeven witte kinderen in de klas, op een middelbare school in West. Nu is ze nog de enige.

Het begon lastig. “Ze werd uitgemaakt voor ‘hoer’ omdat ze met jongens omging. Ze kan nog steeds geen hemdje of korte broek dragen op school, omdat er dan opmerkingen over komen.”

Inmiddels zit haar dochter in de vierde klas, en heeft ze het naar haar zin op school. “Maar wel omdat ze twee levens heeft: een leven op school, en een erbuiten. Het helpt dat ze mondig is.”

Ook witte kinderen kunnen dus buiten de boot vallen. Vorige week zei een moeder in deze krant dat haar zoon niet voor het Calandlyceum had gekozen, ‘want daar word je gediscrimineerd als je wit bent’.

Directeur Wendelien Hoedemaker weet niet waaraan deze moeder refereert. “Zij baseert zich niet op eigen ervaring, maar op een verhaal van derden. Dat vind ik lastig. Maar het kan natuurlijk op elke school gebeuren dat een kind zich niet prettig voelt. Kinderen zijn altijd bezig met de mensen om zich heen. Ze vragen zich af: wie doet er raar? Wie is er anders? Daar moet de school op inspelen. Je moet je kinderen leren over elkaars achtergrond. Dat is waar het openbaar onderwijs voor staat. En het verrijkt je ook nog als mens.”

Het Caland is in elk geval op havo en vwo nog gemengd, zegt Hoedemaker. “Amsterdam verschiet sowieso van kleur. Onze havo- en vwo-leerlingen komen vaker uit gemengde gezinnen.” Voor haar maakt het niet uit waar haar ­‘Calanders’ vandaan komen. “Je moet altijd trots zijn op je leerlingen. Dat is onze maatschappij.”

De school richt zich niet op het aantrekken van bepaalde groepen. “Het is belangrijker om te kijken naar de leerlingen die je in huis hebt. Die moet je goed toegespitst onderwijs bieden, en dan trek je die gemixte populatie van leerlingen aan. Kinderen komen vanuit andere stadsdelen naar het Caland gefietst.”

Succesverhaal

De geschiedenis toont aan dat ouders wel degelijk het tij kunnen keren. Zo schreef een klein groepje witte ouders ruim vijftien jaar geleden hun kinderen tegelijkertijd in op de toenmalige J.P. Coenschool – nu de Indische Buurt School – die tot dan toe gemeden werd door witte ouders.

Berend van der Lans (53) was een van hen. “Dat was eigenlijk uit nood geboren. Onze kinderen konden niet naar een school in het Oostelijk Havengebied. Die zat vol. In de Indische Buurt was er nog plek.“

Nu staat de school te boek als gemengd. “De maatschappij is nou eenmaal multicultureel. Ik ben blij dat mijn kinderen daaraan gewend zijn. Ouders moeten elkaar leren kennen en gaan vertrouwen.”

Middelbare school minder gemengd

Uit de segregatie­monitor die de dienst Onderzoek, Informatie en Statistiek in november 2019 presenteerde, blijkt dat bijna 6 op de 10 kinderen met hoogopgeleide ouders naar de middelbare school gaan in Centrum of Zuid, terwijl ze lang niet allemaal in de omgeving wonen. Dat zorgt voor een concentratie van elitescholen.

In de afgelopen zes jaar zijn middelbare scholen met veel autochtone kinderen populairder geworden, ten koste van scholen met veel kinderen met een migratieachtergrond. In schooljaar 2017-2018 zat nog een kwart van alle middelbare scholieren op een gemengde school, in schooljaar 2018-2019 ging het nog maar om 16 procent. Middelbare scholen werden dus minder gemengd.

Bij de basisscholen geldt eveneens dat scholen met veel kinderen met migratieachtergrond het moeilijker hebben. Gemengde scholen waren juist in trek, en ook scholen met voornamelijk autochtone leerlingen werden iets populairder.

“We vinden het belangrijk dat kinderen gelijke kansen hebben,” zegt wethouder Marjolein Moorman van Onderwijs. “Daar hoort voor ons bij dat kinderen samen naar school gaan en dat de leerlingen zo ook een afspiegeling vormen van de bewoners van de stad.”

Ze noemt bijvoorbeeld een integrale peutervoorziening, waar alle kinderen vanaf 2 jaar samen kunnen spelen. “Ook investeren we in brede brugklassen op het voortgezet onderwijs. Zo zitten leerlingen met diverse achtergronden en onderwijsniveaus vaker bij elkaar in de klas.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden