Plus Geschiedenis

De voorganger van de snackbar: de Amsterdamse broodjeszaak

Aan het eind van de 19de eeuw duiken in Amsterdamse Joodse buurten de eerste broodjeswinkels op, waar slagers vleeswaren voor directe consumptie verkopen. Na de oorlog wordt het belegde broodje een populaire snelle hap, maar het moet dan wel de concurrentie aangaan met een nieuwe fenomeen: de snackbar.

Hoeveel broodjeszaken de stad heeft geteld, is haast niet te bepalen, maar het zijn er een heleboel. Beeld Martin Alberts / Stadsarchief

Dagblad De Tijd wist in 1958 zeker dat het Amsterdamse broodje de wereld zou gaan veroveren: ‘Het belegde broodje, honderd procent Amsterdams van origine, gaat op de Wereldtentoonstelling te Brussel furore maken.’ De heer Halverstad, eigenaar van broodjeswinkel Plein 24 aan het Leidseplein, zou zijn befaamde broodjes tijdens de Expo 58 bij een breed, internationaal publiek onder de aandacht brengen. Als Amsterdamse antwoord ook op de snel oprukkende Belgische patates friet.

Helaas liep de Brusselse wereldtentoonstelling slecht af voor het Amsterdamse broodje. Om de populariteit van zijn broodjes te vergroten had Halverstad een groot aantal toegangskaarten opgekocht en doorverkocht. Zijn stand werd door de Belgische politie gesloten, de broodjes in beslag genomen.

De belegde broodjes hadden in Brussel misschien niet de wereld weten te veroveren, in Amsterdam waren ze – zeker in de decennia na de oorlog – ontzettend populair. De broodjeswinkels waren zo beeldbepalend dat De Tijd stelde dat het hier om ‘een instituut’ ging.

Volgens het dagblad proefde je in een echt Amsterdams broodje de stad: ‘Want om elk volgens de regels der traditie bereid broodje hangt iets van het fluïdum van het oude Amsterdam, zijn smaak en sappigheid: hartig en zoet, gepekeld of zachtzuur.’

De broodjeswinkels vinden hun oorsprong in de voormalige Joodse buurt. Vooral in en rondom de Jodenbreestraat bevonden zich in de decennia voor de oorlog veel broodjeswinkels. Ze waren veelal begonnen als bijverdienste van slagers die op deze manier hun handgemaakte producten, naast hun winkelaanbod, voor directe consumptie verkochten.

Vanaf 1882 plaatsten de eerste broodjeswinkeliers krantenadvertenties. In deze periode kwam ook de verkoop van vleeswaren rondom de tweede Joodse vleeshal tot bloei. Deze was in 1882 opgericht aan de Amstel omdat de reeds bestaande Joodse vleeshal aan de Nieuwe Kerkstraat niet meer aan de groeiende vraag kon voldoen. De nieuwe hal en toenemende handel en aanloop boden de ondernemers de gelegenheid om de nieuwe markt van broodjes met vleeswaren aan te boren.

Joodse spijswetten

De broodjeswinkels hadden ook baat bij de economische voorspoed in de diamantindustrie. In ieder geval was de Joods-Amsterdamse invloed duidelijk zichtbaar in het eindproduct. Overeenkomstig de joodse spijswetten, die voorschrijven dat vlees en zuivel niet samen mogen worden klaargemaakt of geconsumeerd, waren de witte broodjes zonder boter rijkelijk belegd met rund- en kalfsvlees, zoals pekelvlees, half­om of kroketten.

De vooroorlogse broodjeszaken beleefden hun hoogtijdagen in de jaren dertig: alles bij elkaar telde de stad toen tientallen winkels. De Tweede Wereldoorlog betekende het einde van de levendige en cultureel zo rijke Joodse buurt en de daar gevestigde broodjeswinkels.

De naoorlogse broodjeswinkels verspreidden zich in hoog tempo over de stad, vooral rond uitgaansgebieden. Voor een belegd broodje hoefde je niet langer naar de Joodse buurt maar kon je nu ook terecht bij Broodje van Kootje, Broodje van Joodje, Kadetje van Jedje, Sneedje van Keedje, Fijntje van Sijntje en Knippie van Snippie.

Exacte aantallen zijn echter lastig te bepalen, omdat de zaken heel verschillende namen meekregen. Zo noemden telefoongidsen de zaken afwisselend broodjeswinkels, eetsalons, lunchrooms, koffiehuizen of soms ook (broodjes)restaurants. Dat het er tussen 1950 en 1980 tientallen waren, staat echter buiten kijf.

Vaststaat dat de winkels met hun broodjes en met al hun verhalen, anekdotes en herinneringen eind jaren vijftig een belangrijke plaats hadden veroverd in zowel de eetcultuur als de verbeelding van de Amsterdammers. Dat de entourage daarbij te wensen overliet, kon de bezoekers blijkbaar niet deren. Naast de broodjes maakten vooral de laagdrempeligheid, snelheid en efficiëntie de broodjeswinkels aantrekkelijk.

Automatiek

Maar de jeugd ontdekte een nieuw fenomeen, waar het eten nog betaalbaarder was en anoniem uit de muur kon worden getrokken. De snackbar of automatiek werd voor de ‘nozems’ ook de plek om zich publiekelijk af te zetten tegen de gevestigde orde. Het hangen bij snackbars en automatieken werd gezien als opstandig, ongehoorzaam gedrag. De verklaring voor de opkomst en bloei van de snackbar moet ook worden gezocht in de naoorlogse technische ontwikkelingen en veranderende eetpatronen. Het zijn ook deze aspecten die nader onderzoek naar de Amsterdamse snackcultuur zo interessant maken.

Dit artikel is een ingekorte bewerking van de bijdrage die onderzoeker Lenno Munnikes (werkzaam aan de HvA en KU Leuven) schreef voor De smaak van Amsterdam. 700 jaar stedelijke eetcultuur, het Jaarboek 2019 van het Genootschap Amstelodamum. Munnikes is ook een van de sprekers op Déjà vu: La Grande Bouffe, woensdag 4 december 17:00 uur in Spui25. (zie kader)

Déjà vu live: La Grande Bouffe

Amsterdam is overvol met restaurantjes, eetcafés, nutella- en wafelwinkels en sterrenrestaurants. Woensdagmiddag 4 december organiseren Ons Amsterdam, Spui25 en Het Parool in de reeks Déjà vu een middag over de Amsterdamse (vr)eetgeschiedenis. Presentatoren Ronald Ockhuysen en Peter de Brock onderzoeken wat de typische Amsterdamse eetcultuur definieert, en hoe die de inwoners van de stad beïnvloedt. Hoe blijven Amsterdammers op gewicht? Hoe eten Amsterdammers nu, en hoe aten zij vroeger? Welke specifieke Amsterdamse eettradities zijn er? In dit programma bespreken we verleden en actualiteit van de culinaire cultuur in Amsterdam met experts en journalisten. Gratis toegang, wel even aanmelden via: Spui25.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden