Plus

De 'vletters' van De Koperen Ploeg maken zeeschepen vast en los

Het vastleggen en losmaken van zee­schepen oogt simpel, maar is fysiek zwaar, zeker bij slecht weer. De vletterlieden van De Koperen Ploeg doen het 24 uur per dag. 'Alles is hier leuk aan.'

Stef de Bast bij de chemische tanker Celsius Birdie. Beeld Niels Blekemolen

Diep in het Westelijk Havengebied - en toch hemelsbreed slechts acht kilometer van CS - bedient een vletterman de kraan. Daarmee worden vanaf de kade de pallets met proviand voor de bemanning van olietanker Seamuse in transportponton Supplier 1 gehesen. Daar staat een andere vletterman gereed om straks de flessen water, de dozen diepgevroren vlees en de honderden kilo's aan verse groente en fruit naar de Usselincxhaven te brengen.

Op de kade zijn meerdere vlettermannen in de weer met het papierwerk voor de vrachtwagens, die voor het hek in de rij staan, wachtend om te mogen lossen. Intussen brengt een vletterman een nieuwe laag zwarte verf aan op de reling van de KP10, een van de zestien vaartuigen. En in de controlekamer monitort de wachtsman het scheepvaartverkeer in de Amsterdamse haven, om te kijken of er al een vlet in actie moet komen.

Bikkelhard
De vletterman, meervoud vletterlieden; het klinkt misschien als een uitstervend beroep, maar op de kade van de Capriweg zit het hoofdkwartier van een van de vele radertjes die 24 uur per dag in de Amsterdamse haven doordraaien. Dit is De Koperen Ploeg, een coöperatie van zestig mannen die op elk moment van de dag klaarstaan om zeeschepen aan te meren en los te gooien.

Lange tijd, al ver voor de opening van het Noordzeekanaal in 1876, waren er vletterlieden actief in Amsterdam. Ze stonden bekend als vrijbuiters. Sterke mannen, die er geen probleem mee hadden om door ruig weer te roeien om met de zware, armdikke trossen te slepen. Of een concurrent soms een klap te geven. De strijd op het water was namelijk bikkelhard: er waren meerdere ploegen en gelegenheidsroeiers actief, die allemaal als eerste bij een schip probeerden te komen. Wie als eerst aan boord was, kreeg de klus.

Vlettermannen Stef de Bast (l) en Danny Hogendorp onderweg naar de Celsius Birdie. Beeld Niels Blekemolen

Dat veranderde toen in 1926 De Koperen Ploeg werd opgericht, een vereniging waar uiteindelijk alle verschillende vletterlieden zich aansloten. In 1965 werden de laatste roeiboten omgeruild voor de snelle en wendbare motorvletten, die worden gebruikt om de trossen van de binnenkomende zeeschepen om de bolders op de kade, of de palen in het water, te leggen. En als de kapitein besluit te vertrekken komen de vletterlieden weer om de touwen los te gooien.

Toen hij nog jong was, en zijn vader kapitein op een havensleepboot, kreeg Michael Schotte (50) al - zoals hij het noemt - het havenvirus. Enthousiast was hij vooral over de vletterlieden, op hun kleine vletten. Zeventwintig jaar geleden, na een korte carrière bij de Koninklijke Marine, werd hij lid van De Koperen Ploeg. Nu is hij voorzitter.

Tijdens de rondleiding over het terrein noemt Schotte zijn collega's soms vletters in plaats van de vletterlieden, of heeft hij het over bootmannen - een verbastering van de Engelse term boatmen, hoewel in buitenlandse havens ook vaak de term linesmen wordt gebruikt.

"En in Rotterdam hebben ze het nog steeds over roeiers," zegt Schotte. "Maar in elke haven ter wereld is het werk hetzelfde. Een scheepsbemanning weet alles van het schip, maar niets van de plaatselijke omstandigheden. Daarvoor hebben ze hulp nodig. De loods helpt met navigeren, de sleepboot met manoeuvreren en de vletterlieden helpen met de trossen. Dat is tachtig procent van ons werk."

Schroefwater
Schotte had geadviseerd om vooral eens in de winter langs te komen. Bij veel wind, regen, hagel of sneeuw moeten de vletterlieden echt gebruikmaken van hun schipperskills. Ze moeten rekening houden met de stroming van het water, de wind en het schroefwater, en altijd alert zijn op de risico's: dat de kleine vlet wordt gekraakt tussen kade en de vaak honderden meters lange, volgeladen schepen, bijvoorbeeld.

Vandaag is het alleen een prachtige, zonnige februaridag. Bovendien is er - ondanks dat elk jaar ruim 7500 zeeschepen arriveren in de Amsterdamse haven - voorlopig geen schip op de radar dat komt aanmeren of vertrekt.

Vrouwen zijn welkom
"Ons werk is eigenlijk niet te plannen," zegt Schotte. "Dus moeten we op elk moment van de dag klaarstaan." Daarvoor werken ze met zes ploegen van tien man de klok rond. De mannen - vrouwen zijn welkom, benadrukt Schotte, maar er heeft er nog nooit een gesolliciteerd - draaien in 48 uur achtereenvolgens een nachtdienst, een avonddienst en een dagdienst. Daarna zijn ze 72 uur vrij.

Als het in de nacht rustig is, kan een deel van de ploeg blijven slapen, maar overdag is er altijd wel wat te doen. De pallets vol voedsel, waar nu iedereen op de kade druk mee is, maakt deel uit van een andere activiteit van De Koperen Ploeg: het provianderen van schepen, die na de stop in Amsterdam soms weken achtereen op zee zijn.

Dan meldt de wachtsman vanuit de controlekamer dat er bij de Hornhaven een schip bijna gereed is om te vertrekken. Een paar minuten later varen Danny Hogendorp (45) en Stef de Bast (55) met de KP16 door de Westhaven, langs koelschip Green Selje, waar een lading diepgevroren vis wordt gelost.

Aan de andere kant van het water liggen heuvels zwarte steenkool uit Colombia, bespoten met een witte laag cellulose om wegstuiven tegen te gaan. Opeens is daar de geur van cacao, waarschijnlijk afkomstig van de containers op de kade. Verderop wordt schroot geladen dat vermoedelijk naar Turkije gaat.

"Wat maakt mijn werk níet mooi, dat kun je beter vragen," zegt De Bast, terwijl hij over het rustige water staart, waar de zon op weerkaatst. En zelfs over dat antwoord moet hij even nadenken. "Dat is toch het weer hè. Dat je ook van die weken hebt dat het maar blijft regenen."

Michael Schotte, voorzitter van vletterlieden­vereniging De Koperen Ploeg. 'Het havenvirus had ik al jong.' Beeld Niels Blekemolen

De Yangtze Flourish lost grote rollen staal. Uit de laadklep van de Nordic Ace rijden achter elkaar Nissans de parkeerplaats voor nieuwe auto's op. En verderop ligt de chemische tanker Celsius Birdie te wachten, na het lossen van een lading ethanol. Nu is hij klaar om een nieuwe lading op te halen in Hamburg en daarna naar de Verenigde Staten te varen. Alleen: hij ligt nog aan tien trossen vast.

Uit de boeg van het 157 meter lange schip stroomt het water, bedoeld om de winches te koelen waar de trossen mee naar binnen worden gehaald. Matrozen lopen over het dek, bezig met de laatste voorbereidingen voor vertrek. Op de brug staat een kapitein met tulband, daarnaast de Nederlandse loods die het schip tot voorbij de sluizen in IJmuiden zal begeleiden. De havensleepboot is vastgemaakt.

Ogenschijnlijk simpel
Als de valreep is opgehaald, het papierwerk is afgerond en de verkeerstoren in IJmuiden toestemming heeft gegeven voor vertrek, komen de trossen slap te hangen. De Bast klimt op de paal - een dukdalf - gooit de drie trossen in het water en vaart met de vlet daarna snel naar de andere kant van het schip. Daar worden de andere trossen losgegooid.

En dat was het: de uitgebreide 24 uursoperatie van de Koperen Ploeg draait uiteindelijk om deze, ogenschijnlijk, simpele handeling.

De sleepboot doet vervolgens zijn werk, en helpt de Celsius Birdie weg te draaien van de kade. Daarna vaart het langzaam de Westhaven uit, het Noordzeekanaal op.

"Vastmaken is spectaculairder dan losgooien hoor," zegt Schotte. "Zeker in de nacht, of als het stormt. De moeilijkheidsgraad hangt af van de locatie en omstandigheden. Er zijn ook weleens tankers van 300 meter, die aan 6 meter hoge steigers aanleggen, met trossen van staal waarbij je zestig tot tachtig kilo moet slepen."

Alleen is de verwachting dat er vanmiddag geen schepen zullen aankomen of vertrekken. "Het hele jaar is het ronkend druk, maar soms heb je van die dagen," zegt Schotte. "Misschien moet je op een ander moment nog eens terugkomen."

Een paar dagen later is het even voor middernacht als de Bow Pioneer door de sluizen bij IJmuiden gaat. De 227 meter lange tanker voer vorige maand nog in Brazilië, en is nu onderweg naar de Amerikahaven.

"Die is over een uur wel daar," zegt Sebastiaan Plug (32), wachts­man in de controlekamer. Opgegroeid met uitzicht op de sluizen in IJmuiden kende hij al het werk van de vletterlieden. Na de mavo, de havo en baantjes in de vis en de horeca, meldde hij zich aan. In Amsterdam was uiteindelijk plek, dertien jaar geleden.

Terwijl hij zijn verhaal vertelt komen Michael Tijsmans (38) en Menno Doornbos (43) de controlekamer binnen voor hun nachtdienst.

Als op het scherm te zien is dat de Bow Pioneer de Amerikahaven indraait, gaan ze naar een van de rode auto's - boatmen, staat er tussen de zwaailichten - en rijden ze naar een steiger in de Australiëhaven. Om overal zo snel mogelijk te kunnen zijn, liggen de vletten van De Koperen Ploeg verspreid over de haven.

Kleine lichtpunten
Overdag heeft het varen door de haven vooral een verwonderend effect, nu is het vervreemdend. Het enige wat in het duister te zien is zijn kleine witte lichten op de aangemeerde schepen en op de kades, alsof je door een sterrenhemel vaart. Het is windstil, maar ijskoud op de KP14.

Tijsmans wijst op drie lichten die in de verte langzaam voortbewegen. Als de KP14 het schip nadert, blijkt onder de kleine lichtpunten een gigantisch gevaarte te zitten dat langzaam opdoemt. Het donkerrood van het schip kleurt felrood, naarmate de vlet dichterbij komt. Door het duister vliegen spierwitte meeuwen, die hoog in de lucht het werklicht van de Bow Pioneer weerkaatsen.

Twee sleepboten draaien - 'zwaaien' - het schip, zodat het met de achterkant bij de terminal komt te liggen. "Dan kan hij bij een calamiteit meteen wegvaren," zegt Doornbos, die al op de voorkant van het vlet staat om zo de trossen op te vangen.

Na het draaien stuurt Tijsmans de vlet langszij, en legt hem tegen de grote, rode metalen wand aan. Tientallen meters hoger verschijnen de hoofden van een paar bemanningsleden, die twee trossen laten zakken.

'Charlie, Charlie'
Doornbos wijst. "Als je goed kijkt, zie je in de verte onze collega's op de KP5. Die doen de andere kant van het schip." Pas na een halve minuut staren zien we de contouren van de KP5. Het laat zien hoe klein de vletten zijn, vergeleken met de gigantische tanker.

Op de vlet zet Tijsmans de dikke trossen vast in een klem, terwijl hij luistert naar de marifoon waarmee hij contact houdt met de loods en de sleepboten. Als de Bow Pioneer op de juiste plek ligt, vaart hij naar de paal in het water.

"Charlie, Charlie, more slack," schreeuwt Tijsmans naar de bemanning, om aan te geven dat ze de lijnen moeten laten vieren. "Ik noem bemanningsleden Charlie, dat werkt altijd." Intussen heeft Doornbos de lus van de tros om zijn nek gelegd, en zwiept hij hem in één beweging over de paal. Daarna volgt de tweede tros.

Terwijl Tijsmans de vlet naar een veilige plek vaart, beginnen de trossen te kraken als de Bow Pioneer ze binnenhaalt. "Ken je het gevoel van een elastiekje dat in je hand knapt?" vraagt Doornbos. "Dit zijn mega-elastieken. Er staat zo veel spanning op dat ze in een keer je ledematen kunnen doorsnijden als ze knappen en jij in de lijn van de tros staat."

'Vletter' Menno Doornbos bij de Bow Pioneer. Beeld Lex Boon

Nu de eerste trossen vastzitten, zijn de sleepboten nog een paar minuten bezig om de Bow Pioneer op de exacte plek te krijgen.

Gek van de haven
Tijsmans vertelt dat hij het werk sinds 2000 doet, maar dat hij als achtjarige verliefd werd op de haven. Een oom die op een sleepboot voer nam hem eens mee. Een paar jaar later belde een buurman aan, een vletterman. Michael was toch zo gek van de haven, wilde hij niet een keer meekijken met het meren?

"Het is hard werken," zegt Tijsmans, "maar ik zou niet anders willen. Het meren en ontmeren, het zijn kleine handelingen, maar we maken deel uit van een team in de haven dat het echt samen doet. De loodsen, de sleepboten en wij. Als een schakel ontbreekt, gaat het mis."

Vrijheid
Doornbos voer eind vorige eeuw zelf op de zeevaart. Met de reder had hij afgesproken dat hij voor de millenniumwisseling naar huis zou kunnen, maar toen die belofte niet na werd nagekomen, nam hij ontslag.

"Ik heb overal ter wereld met vletterlieden gewerkt, dus ik wilde het ook weleens van de andere kant zien. Best fijn, zei mijn vriendin na een paar weken, dat je nu vaker thuis bent. En dat was dat."

Soms, als hij aan boord is van een groot schip, mist hij de zeevaart nog wel, maar de vrijheid van nu bevalt hem ook goed.

De Bow Pioneer zal met nog wat meer trossen worden vastgelegd, waarna Tijsmans en Doornbos terugvaren. Daarna volgt nog een schip. Een 'EV'tje', kregen ze net door van Plug in de controlekamer. Eigen Vervoer, wat betekent dat ze daarna door naar huis kunnen. Bijslapen, voordat de volgende dienst begint.

Beeld Niels Blekemolen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden