Plus Achtergrond

De vergeten watersnood van Tuindorp Oostzaan: ‘Ik heb 24 uur liggen rillen’

Met vlotten werden bewoners van de Meteorenweg en de Kometensingel geëvacueerd. Beeld Stichting Historisch Archief Tuindorp Oostzaan

Tienduizend bewoners van Tuindorp Oostzaan moesten zestig jaar geleden halsoverkop hun huis uit toen de buurt overstroomde. Een foto-expositie staat stil bij deze vergeten watersnood.

Wie Ton van Baardwijk (74) hoort vertellen over de overstroming van 1960 voelt meteen de aandrang om de thermostaat een paar graden hoger te zetten. Het water kwam al tot zijn middel toen hij op 16 januari 1960 door Tuindorp Oostzaan waadde. Ruim tienduizend Amsterdammers moesten ergens anders worden ondergebracht. “Ik was doorweekt, ijskoud, verkleumd,” weet hij nog. “Met een deken en in de pyjama van een vreemde heb ik een nacht ergens op een zeil moeten slapen. Ik heb wel 24 uur liggen rillen.”

In de vroege ochtend was de dijk rond de Noorder IJpolder doorgebroken en langzaam maar zeker overstroomde de buurt die in de volksmond bekendstond als ‘de put’. Het water steeg met 8 tot 9 centimeter per uur tot de begane grond voor meer dan de helft onder water stond. “Ik ben 1 meter 53,” zegt Nel Christ (91). “Als ik was gebleven, was ik verdronken.”

Ze blikken terug vanwege de fototentoonstelling van de Stichting Historisch Archief Tuindorp Oostzaan in het Zonnehuis. In de vroege ochtend leek er voor Christ niet veel aan de hand: “Ik had drie kinderen; eentje van 2, een van 5 en een baby van drie maanden. De oudste kwam mij wakker maken, want het had ­gesneeuwd. Nooit kon ze zich aankleden, maar toen wel.” Van Baardwijk, met een knipoog: “Haar zwemkleren zeker?”

Ton van Baardwijk: ‘We wisten natuurlijk niet dat het water tot 1 meter 80 zou komen. Dat is onvoorstelbaar.’ Beeld Lin Woldendorp

Dijkje voor de voordeur

Rond 8 uur ‘s ochtends bereikte het water het dorp. Haar man hoorde van de dijkdoorbraak bij de huisarts, zegt Christ. Op weg daar naartoe had hij nog niets gemerkt. Ze bracht de kinderen meteen naar haar ouders, verderop in Noord. Op haar netvlies had ze nog de beelden van de Zeeuwse Watersnoodramp uit 1953 die 1800 slachtoffers had geëist. “Ik zag mezelf al in een boom hangen, zoals in Zeeland.”

Van Baardwijk hielp zijn vader. “Hij stond in de grond te hakken voor een beetje zand. Hij wilde een dijkje maken voor de voordeur. Dat soort dingen ga je doen, in paniek. Hij wist natuurlijk ook niet dat het water tot 1 meter 80 zou komen. Dat is onvoorstelbaar.”

“Toen hebben we alles naar boven gebracht. Hadden we dat maar niet gedaan. We kregen een heel lage uitkering van het rampenfonds, want van wat boven stond werd de waarde niet geschat. Van de uitkering moest je alles kopen: vloerbedekking, gordijnen, tafels, stoelen. Je had niks meer.”

Rond half elf stuurde zijn vader hem weg. De tocht van 20 minuten door het ijskoude water was niet zonder gevaar, want de putdeksels knalden uit de straat door de druk die zich had opgebouwd in het riool. Van Baardwijk kreeg het huishoudgeld voor de hele week mee in zijn borstzak. “Ik was als de dood dat ik zou vallen,” zegt hij. “Voor hetzelfde geld viel je in zo’n gat.”

Het gezin met zes kinderen werd onder­gebracht op De Zuiderkruis, een troepentransportschip aan de Javakade. “Ik had daar een prachtleven. Het eten werd verzorgd en er was amusement. Ik was een puber en vond het allemaal wel spannend. Dus eigenlijk heb ik zes weken vakantie gehad, haha. Mijn schoolboeken was ik helemaal vergeten en die heb ik ook nooit meer teruggevonden. Ik ben wel gewoon ­geslaagd dat jaar. Ik heb niks gemist.”

Andere Tuindorpers kwamen terecht in de Sint-Rosaschool en in jeugdherbergen. Of ze werden ondergebracht bij familie, zoals het gezin van Christ. “Bij mijn vader en moeder op een tweekamerwoning met drie kinderen. Toen kregen er tot overmaat van ramp twee de mazelen. Je weet niet wat je overkomt, hoor.”

Dat gold helemaal voor het gezin dat de dag voor de overstroming naar Tuindorp Oostzaan was verhuisd vanuit De Bilt. De kisten met spullen hoefden ze niet meer uit te pakken, alles was doorweekt, zo is te lezen in het boek De Vergeten Watersnood dat Jan de Roos in 2011 schreef.

De overstroming veroorzaakte één slachtoffer. Althans, een weduwe van 89 werd door de politie gevonden op haar drijvende bed. Waarschijnlijk was een hartaanval haar fataal geworden, schrijft De Roos. Naast haar lag de poes. ‘Springlevend.’

De vergeten watersnood. Beeld MAPS4NEWS/Het Parool

Coentunnel

Uit het boek blijkt wat een chaos er ontstond na de dijkdoorbraak. Dat begon al met de dijk­bewoners die als eersten werden gealarmeerd. Volgens De Roos reageerden ze met: “Je kunt me nog meer vertellen, ik ga weer naar bed.”

Dat hun buurt onder water liep was simpelweg niet voor te stellen, vertellen Van Baardwijk en Christ. Ouden van dagen werden geëvacueerd met sloepen. “In onze straat was een mevrouw diezelfde nacht bevallen. Die werd met een brancard uit huis gehaald,” zegt Van Baardwijk.

De overstroming is geen schrikbeeld geworden dat ze hun verdere leven in Noord is blijven achtervolgen, zeggen ze. Zeker met de aanleg van de Coentunnel en de verzwaring van het dijklichaam rond het Noordzeekanaal was daar het gevaar geweken. Wat ze wel nog levendig voor de geest staat, is de puinhoop die het water had achtergelaten in het dorp. Toen ze terug naar huis mochten, begon het eigenlijk pas voor de ruim tienduizend bewoners. “Het hele dorp was met een dikke laag slik bedekt. Ook binnen. Alles was één grote drab,” zegt Van Baardwijk.

De riolering was overgelopen. “Er hing een verschrikkelijke lucht. Dode dieren hadden in het water liggen rotten. Op 20 januari is er nog een storm geweest. Alles wat kon drijven, was weggewaaid. Auto’s waren beschadigd omdat boten er tegenaan waren gevaren. Het was één grote bende.”

In Tuindorp Oostzaan werd men nog jaren herinnerd aan de watersnood. “De muren ­waren zwart van de schimmel en de woningcorporatie moest eerst de elektra nakijken. Pas in augustus konden mensen gaan behangen. Tot die tijd moesten de huizen eerst worden drooggestookt. En toen het in de herfst weer vochtig werd, viel het behang er weer af. Er was brak ­water binnengekomen uit het Noordzeekanaal. Dat zout zat ook in de muren. Het heeft zeker vijf jaar geduurd voor dat wegging. Aan de buitenmuren zag je nog zeker tien jaar zo’n streep tot waar het water had gestaan.”

Ook het jonge gezin van Christ wachtte een grote schoonmaak toen het na meer dan twee weken terug naar huis mocht. “We hebben de tuinslang genomen en alle muren afgespoten,” zegt Christ. “Alle kachels waren stuk. Die waren van gietijzer en knapten in het koude water.”

De overstroming zette een dikke streep door de gezapigheid die ze kort daarvoor nog had gehekeld, met haar baby op de arm. “Ik zat mijn dochter de fles te geven en ik dacht: Jezus, wat is het hier eigenlijk een saai dorp. Later dacht ik: je moet nog eens wat zeggen! Het was meteen over.”

Nog altijd voelt ze zich verbonden met vluchtelingen die ze ziet op televisie. “Ik heb altijd nog wel medelijden met mensen die húp weg moeten, hun huis uit. Ik kan het me levendig voorstellen.”

Nel Christ: ‘Als ik was gebleven, was ik met mijn 1.53 meter verdronken.’ Beeld Lin Woldendorp

‘Samen iets groots meegemaakt’

Niet voor het eerst staat de Stichting Historisch Archief Tuindorp Oostzaan stil bij de dijkdoorbraak die deze maand precies zestig jaar geleden gebeurde. De buurt blikt elke vijf jaar terug op de overstroming met een foto­tentoonstelling. Daar zijn dit keer veel nieuwe, niet eerder vertoonde beelden te zien.

De expositie loopt telkens uit op een kleine reünie, zegt Gerard van Putten, secretaris van de stichting. Ook oud-bewoners die zijn vertrokken naar Zaanstad en Purmerend komen een kijkje nemen. “We hebben toch iets groots meegemaakt samen.” Hij merkt ook veel belangstelling bij de jonge gezinnen die de laatste jaren in Tuindorp Oostzaan een huis hebben gekocht.

Zelf was Van Putten zeven jaar oud toen de buurt overstroomde. Hij kan zich nog het een en ander herinneren. “Ik zie het allemaal nog zo voor me. Ik mocht niet helpen. Ik werd naar buiten gestuurd: ga maar kijken of het water eraan komt. Toen het water te hoog kwam, ben ik de dijk op gehold en weggebracht naar een tante.”

De overstroming is elders in Amsterdam nauwelijks bekend, merkt de stichting bij elke expositie. Tien jaar geleden opende de toenmalige burgemeester Job Cohen al de fototentoonstelling en hij sprak toen van een vergeten watersnood.

De expositie is nog tot en met 19 januari te zien in het Zonnehuis, tussen 11.00 en 16.30 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden