Amsterdam Bewaar

De vele onuitwisbare herinneringen aan de Bijlmerramp

De vele onuitwisbare herinneringen aan de Bijlmerramp
© FBF

Woensdag precies 25 jaar geleden boorde de boeing 747 van El Al zich in twee flats in de Bijlmermeer. De vliegramp heeft grote impact gehad op de inwoners van de stad. Dit zijn de herinneringen van Paroollezers aan de Bijlmerramp van 4 oktober 1992.

Geur van verdriet

Meepraten? Ook een herinnering aan de ramp delen? Dat kan in onder dit bericht op Facebook.

De zweetvoetenlucht in de Bijlmersporthal geeft even iets gewoons aan de wereld. Zelfs nu, volgepakt met nabestaanden, buurtbewoners en nerveuze hoogwaardigheidsbekleders in dampende winterjassen, is er voor het eerst iets van ontspanning  in de ruimte.  

De zeven lange dagen voorafgaand aan de bijeenkomst raakte de buurt doortrokken van een wee-walmend mengsel van ouwewijvenparfum, vliegtuigbenzine en rook. Het werd de geur van angst en wanhopig verdriet. 

Zweetvoeten in de sporthal brengen een beetje het leven van 3 oktober terug. Ze troosten. Net zoals het Leger des Heils-orkest hier nu troost, met Thelounius Monk's Abide with Me. Of eigenlijk helemaal niet van Monk, weet ik sinds deze week. Het is van de kerk. De Surinaamse swingband speelt het als we in de rouwstoeten lopen. Het Bijlmer Kerkkoor zingt het in de Nieuwe Stad. Blijf mij nabij. Hoe vaker je het hoort, hoe troostender het wordt. 

Er bestaan nog geen Stille Tochten en schoolkinderen hoeven niets met ballonnen of zweeflichtjes. Ze mogen nog huilen met de juf bij het lege stoeltje in de kleuterkring, zonder rouwverwerkingsdeskundigen. Ze lopen met ons mee in de tochten met hoempamuziek en zang.  

Met dansers die de stoet vooruit gaan, eerder uitgelaten dan plechtig. Door de tranen, het snikken en geschreeuw. Door het hartverscheurend gillen van een naam.

Reaguurders die gniffelen dat zo'n vliegtuig in één keer lekker opruimt daar in de Bijlmer, hebben zichzelf nog niet uitgevonden.

Er zijn ook nog geen sociale media en niemand hoeft zijn profielfoto te omfloersen met de foto van het gat tussen de uiteengereten flats. Niemand schrijft nog dat zo'n plaatje iconisch is. Of episch. We zijn nog gewoon wat we ons voelen. Ontredderd en in de war. We doen maar wat er voor onze voeten of handen komt. We zoeken elkaars gezelschap. Op school, in Albert Heijn, op straat, in de sporthal.

En stiekem zijn we ook een beetje blij dat het vliegtuig niet een paar seconden eerder viel. Op ons. Reaguurders die gniffelen dat zo'n vliegtuig in één keer lekker opruimt daar in de Bijlmer, hebben zichzelf nog niet uitgevonden. Academische dames uit  aanpalende Vinexsteden die ons komen vertellen dat de ploegen uitgeputte brandweermannen en Leger-des-Heilssoldaten eigenlijk helper whitey's zijn, ook niet. 

De muziek valt stil. Er is nog zoveel meer. En zoveel niet meer. De week heeft eindeloos geduurd, we zijn moe. Dankbaar voor zweetvoeten. Na de pastoor, de dominee, de pandit  en een humanistische dame, houdt de imam een onverstaanbare en langdurige preek.

Achterin schuift de samengeklitte jeugd onrustig heen en weer tegen de opgestapelde gymbanken. Er wordt onderdrukt gefluisterd, gegiecheld en tenslotte raken de pubers collectief door de slappe lach overmand. Ze kalmeren pas als een jong meisje met een joods gebedskleed om haar smalle schouders vanuit het niets de plaats van de imam overneemt en een glashelder kaddisj uitspreekt.

Ze is ook net zo plotseling weer verdwenen en laat de zaal ademloos achter. Het is stil. Bazuingeschal en tromgeroffel. Het Leger, inmiddels versterkt door de kerkkoren en de samengeraapte bands, zet het slotlied in. We schrikken op, de zweetvoetenstank komt weer in beweging. Blijf mij nabij.
Marleen Helleman, Amsterdam

Met stomheid geslagen voor de tv

Ik zal het nooit meer vergeten. Wij, mijn man, zijn zoon en ik fietsten rond die tijd langs de brandweerkazerne Marnixstraat. Er was chaos, paniek. Wij hoorden ongeveer wat er aan de hand was en zijn als een gek naar ons huis aan de Leidsegracht gefietst.

Daar de tv aangezet en hebben daarna alleen maar met stomheid geslagen zitten luisteren en kijken. Maanden erna ben ik er naartoe gegaan en weer kon ik geen woord uitbrengen. Verschrikkelijk. Toen ik deze week weer beelden op tv zag, overkwam me hetzelfde.  Dat deze mensen dit overleeft hebben en hoe. Diep respect!
Marion Schouten, Vijfhuizen

Een nacht bij TCA om nooit te vergeten

Het is zondagavond 4 oktober 1992 om 18.30 uur als ik mijn vrouw gedag kus en zij zegt: "fijne dienst jongen en doe voorzichtig". Dat beloof ik. Ik vertrek  vanuit Almere als TCA-taxi richting Amsterdam om aan een nachtdienst te beginnen.

Wanneer ik op de Hollandse brug rijd zie ik boven de Bijlmermeer een grote rookpluim en mijn eerste gedachte 'dat is een behoorlijke fik'. Ik kom steeds dichterbij en op de een of andere manier bekruipt mij een naar gevoel omdat ik inschat dat daar meer aan de hand is dan een behoorlijke fik. Al snel hoor ik op de radio wat er daadwerkelijk is gebeurd. Overal zie ik vervolgens blauw blauw.

Ik heb een politie scanner in de auto en hoor hier ook bij de politie de paniek toe slaan. Het is chaos in en rond de Bijlmermeer. Het wordt vervolgens een vreemde nachtdienst.

Via de scanner hoor ik het bericht dat er diverse politie wagens, die allemaal op de dreef geparkeerd staan, zijn opengebroken en de mobilofoons uit de politiewagens zijn gestolen.

Ik besluit voordat ik naar huis rij nog even te gaan kijken in de Bijlmermeer.

Via de mobilofoon van TCA hoor ik in de loop van de avond een oproep van de centrale of chauffeurs die gratis ritten willen rijden voor de hulpdiensten zich op willen geven. Een groot aantal chauffeurs, onder wie ikzelf, meldt zich hiervoor aan.

Vervolgens worden er veel ritten gratis gereden door TCA-chauffeurs met familie en nabestaanden van en naar de sporthal in de Bijlmermeer, waar een opvang is ingericht. Om 03.00 uur 's nachts wordt ik opgeroepen door de centrale of ik nog een gratis rit kan doen en ik zeg; "jahoor kom maar op".

Ik meld me vervolgens bij de sporthal waar ik al snel door een hulpverlener wordt aangesproken. Zij vraagt of ik de ouders van een zwaargewond kind, dat al in Beverwijk is, naar het brandwonden centrum wil brengen. Geen probleem.

De ouders zijn echter (logisch) heel erg overstuur en ik vraag of de hulpverlener dan ook mee gaat om de ouders bij te staan tijdens de rit en ik mijn aandacht op de weg kan houden. Zij gaat akkoord en we vertrekken.

De rit was zeer emotioneel: reddeloosheid, schreeuwen, huilen, radeloosheid, onbegrip, woede, haat en dankbaarheid voor mij en de hulpverlener. Op een gegeven moment zaten we alle 4 te huilen.

Na een bak koffie in Beverwijk vertrek ik weer richting Amsterdam. Het is dan inmiddels 6 uur en ik besluit voordat ik naar huis rij nog even te gaan kijken in de Bijlmermeer.

Wat ik zie is onvergetelijk. Rokende puinhopen, een sterke stanklucht, het lijkt wel een oorlogsgebied uit een film. Die film en de rit naar Beverwijk zal ik nooit meer vergeten.  
Arie de Graauw, Almere

4-10-92

Ik was stewardess bij een luchtvaartmaatschappij en destijds en verbleef ik in Dar es Salaam. Deze tiendaagse reis stond bekend als redelijk primitief en je moest je vermaken met spelletjes en kampvuren. Truth or Dare was favoriet.

Maar ook zeer persoonlijke gesprekken en ervaringen deelden we uit. Zo ook de bijzondere gave van een collega die beweerde dat haar dromen en nachtmerries uitkwamen. We waren zeer onder de indruk, haar gave had de zelfmoord van haar vader voorkomen, of voorspeld. Dat laatste weet ik niet meer zeker.

Wij vroegen haar welke droom zij vaak droomde. Na veel aandringen vertelde ze over haar angstige droom over een vliegtuigcrash met veel Nederlandse betrokkenen en een hoog gebouw of berg. Wij vroegen naar een datum. Die kende zij niet, maar cijfers 4, 0, 9, 2, en 1 kwamen erin voor. 

De stewardes in kwestie, ik weet nog steeds haar naam, zat er erg mee. Ook ik vergat dit verhaal niet. Ik ben totaal niet bijgelovig en geloof niet in hocus pocus, maar toen ik op 3 oktober naar de Kilimanjaro in Kenia zou vliegen met een vriendin, die zich moest afmelden vanwege ziekte, kreeg ik het benauwd. Zo benauwd dat ook ik mij ziek meldde.

De vlucht vertrok 's avonds om 22.00 uur en je kwam dus de volgende dag, de 4e aan en de Kilimanjaro passeer je op weg naar Kenia. Die datum speelde maar door mijn hoofd. Ik durfde niet op die vlucht te stappen. Bizar natuurlijk.

Maar toen de volgende dag, 4-10-92, de vliegtuigcrash in de Bijlmer geschiedde, stond mijn hart even stil. 
Lotte van Oostveen

Een enorme impact

Ik ben nu 56 jaar en ik kan me de ramp als de dag van gisteren herinneren. Ik woonde toen in Gein. Veldhuizenstraat 76 3 hoog. Ik was thuis. Ik hoorde een onbekend geluid en ik dacht meteen aan een vliegtuig. Ik weet dat ik meteen koud werd.

Ik heb meteen mijn moeder gebeld in Helmond en vertelde: "Mam, er is een vliegtuig gevallen, ik ben ongedeerd, maar het is erg!"  Vlak daarna was bellen niet meer mogelijk. Maar het was zo angstig en ik was zo alleen. Ik kon niks, alleen de tv aanzetten.

Ben daarna nog meegelopen in de mars ter herdenking, heb het monument bezocht. Ik was destijds in therapie bij de Riagg. Ik werd afgebeld, omdat men alle psychologen nodig had om direct betrokken op te vangen. Dat weet ik nog zo goed en ik dacht: Ik ben nu niet belangrijk. Anderen hebben heel veel hulp nodig.

Het heeft zo een enorme impact gehad op mij. Heb nog lang naar gedroomd over neerstortende vliegtuigen. Terwijl ik in 1995 januari naar de Jordaan ben verhuisd.
Mayke van Lieshout, Amsterdam

Een van de eerste foto's

Op zondagmiddag 4 oktober 1992 vierden we de verjaardag van mijn vrouw en onze woning op het Mijndenhof in Amsterdam Zuidoost in de wijk Gaasperdam zat vol met familie en vrienden. Iedereen bleef eten en mijn vrouw had een uitgebreid Indisch buffet gemaakt.

Omdat er ook een aantal kinderen op bezoek waren werd er voor hen patat gebakken in de schuur achter in de tuin. Mijn vriend Cees en ik bemanden de tijdelijke patatkraam en op een bepaald moment hoorden we een vreselijk gierend geluid en allebei keken we verbaasd naar de patatpan omdat we vermoedden dat het geluid daar vandaan kwam.

Al snel werd duidelijk dat het geluid kwam van een groot vliegtuig dat heel laag en volledig op zijn kant in een bocht recht over ons huis kwam vliegen en kort daarna achter het dak van ons huis uit het gezicht verdween. Onmiddellijk gevolgd door een enorme rookkolom die opsteeg vanuit de richting van de hoogbouwflats in de Bijlmer.

Op de scanner die bij ons bijna altijd aanstond volgden we de eerste meldingen van de Brandweer en de Politie en aan de reacties van de vaak zeer ervaren brandweer- en politiemensen kon je merken hoe ernstig de situatie was.

Ik was in die tijd amateurpersfotograaf en stond stond te poppelen om naar de rampplek te vertrekken maar omdat ik na een ongeluk niet mijn rechterhand kon gebruiken en dus ook niet kon autorijden was daar geen sprake van.

Mijn vriend Henny leende mijn camera en ging samen met zijn zoon op pad naar de plaats waar het vliegtuig was neergestort. Bijgaande foto maakte Henny onmiddellijk nadat hij samen met de eerste hulpdiensten op de rampplaats was gearriveerd.

De rest van die dag stond bij ons thuis in het teken van chaos, De telefoon ging constant. Familie, vrienden en relatie's belden om te horen of alles goed was met ons. Mensen die ons wilden bezoeken konden niet bij ons huis komen omdat de hele Bijlmer hermetisch was afgesloten.

Tot aan de dag van vandaag schrik ik enorm als er een vliegtuig boven ons huis een afwijkend geluid maakt, die angst verdwijnt nooit.
Reinder van Zaanen, Amsterdam

Bussen naar de Bijlmer

Toen ter tijd had bus-ploeg 7 van het GVB nachtdienst. Verschillende wagens werden richting Bijlmer gedirigeerd, zo ook mijn bus. Wij moesten ons opstellen bij de Bijlmerhal om later in de nacht mensen die dakloos waren geworden te vervoeren naar opvanghuizen.

In de hal heerste vooral woede, paniek, ongeloof en onwetendheid. Later die nacht heb ik mensen vervoerd in de buurt van het Roelof Hartplein in Amsterdam Zuid. Iets dat ik nooit zal vergeten. 
Frits Spijkers, Aalsmeer 

Gevoel van verbondenheid

Ik woonde toen op de Overoom, de kinderen (pubers met verkering) bleven eten en uiteraard naar voetbal op tv kijken. Plotseling verdwenen alle zenders. Dat was schrikken. Een ingelast journaal volgde, met daarin de oproep aan mensen om bloed te komen geven voor slachtoffers van de ramp.

Wij zijn toen direct met vijf man naar de de bloedtransfusiedienst aan de Plesmanlaan gegaan. Aldaar waren al een kleine honderd personen aanwezig, de wildste geruchten gingen de ronde.

Helaas was de Bloedtransfusiedienst dicht en de portier van het Slotervaartziekenhuis wist ook van niets. Uiteindelijk droop iedereen rond een uur of acht af naar huis. Het gevoel van verbondenheid van de mensen die avond zal mij altijd bij blijven.
Hendrik Worst, Amsterdam

De eerste momenten van de ramp

Daar stonden we, allemaal te huilen.

Na een mooie zondagmiddag waarop ik lekker gefietst had, kwam een vriend bij mij op bezoek in Kikkenstein. We kletsten wat en dronken een glaasje wijn.  

Aan de dalende vliegtuigen om de 45 seconden was ik wel gewend geraakt. Studio Sport zou zo beginnen en ik had de aardappels al geschild en zou gaan koken. Toen kwam er weer een vliegtuig, maar met veel meer lawaai, zo erg dat een boekensteun al trillend op de grond viel.  

We liepen naar het balkon en zagen een donkere wolk met een staart al vlakbij de flat, sliertjes brandende kerosine kwamen naar beneden, maar veroorzaakten geen brandjes. We liepen naar de galerij kant en zagen hoe die rokende en brandende massa zich tussen twee flats boorde. We zagen mensen van de tweede en derde verdieping van Klein Kruitberg van hun balkons sprongen en ook wij renden naar beneden zoals zo velen.

Er kwam een brandweerauto die probeerde dichtbij te komen. Wat je in de Bijlmer niet moest doen was weg gaan en je voordeur open laten staan. Ik keek omhoog en zag allemaal voordeuren open staan. 400 meter verder de andere kant op was de ramp bezig. De eerste tv-auto met schotel zagen we aankomen.  

Weer naar boven kwam recht boven ons een helikopter hangen die met een fel licht de hulpdiensten bij scheen. We stonden een beetje ontredderd met de buren te praten, maar we wisten ook dat we veilig waren. De lucht van brand en kerosine kwam ons met een harde wind tegemoet.  

Een buurvrouw die later aankwam vertelde met veel emotie dat die avond om kwart over zeven hun eerste kleinkind was geboren. Daar stonden we, 15 mensen, allemaal te huilen. Mijn 80-jarige buurman zei toen: en nu wordt het tijd voor een borrel.
Kees de Vries, Amsterdam

Verwarring

Als hulpverlener van het Leger des Heils mochten we de auto zo dicht mogelijk bij de plaats van de brand zetten. De parkeerplaats bij een sporthal, waar mensen werden opgevangen. Het wemelde van de politie, brandweerlieden en bewoners. Maar ondanks al die mensen, was de zijruit van mijn auto ingeslagen en mijn autoradio gejat. Tja, zo gaat dat. 

Maar wat een verwarring onder de mensen die op zoek waren naar familieleden, kennissen en vrienden. Ik ruik de brandlucht nog steeds. Later achter de getroffen flat nog met brandweermannen en mensen van het RIT gesproken. Van de huisraad en de slachtoffers was niets meer terug te vinden.
Hans Schiedon, majoor Leger des Heils (R), Veenendaal

De laatste bocht

Een paar keer per week at ik als NOB-medewerker in het bedrijfsrestaurant van de NOS in Hilversum.

Bij het verlaten van het huis die avond op de Bosboom-Toussaintlaan in Hilversum maakt een laagvliegende Boeing 747 een bocht westwaarts om naar Amsterdam te draaien voor de landing.

Vaker vliegen toestellen laag over Hilversum op weg naar Schiphol, maar deze 747 maakt een uitzonderlijk kabaal en laat 2 sporen na in de lucht alsof het condensstrepen zijn. De sporen blijven hangen en zichtbaar in de prachtige avondlucht tijdens het korte ritje naar het Mediapark.

Tijdens het eten in de bedrijfskantine worden plotseling de medewerkers van het NOS Journaal met spoed weggeroepen, waarvoor is me echter onduidelijk. Als bij thuiskomst de TV aangaat begrijp ik wat er zojuist is gebeurd. Het vliegtuig dat ik hoorde en zag boven Hilversum is de 747 van EL-AL die  kort daarna in de Bijlmer is neergestort, de laatste bocht voor de ramp.

Had het vliegtuig eerder de flaps uitgeschoven dan was wellicht het vliegtuig bij ons neergekomen, het vloog echter verder. De onfortuinlijke slachtoffers van de ramp hoorde wellicht hetzelfde kabaal als ik, maar zij hadden de pech dat het vliegtuig oncontroleerbaar werd en crashte. Sinds de Bijlmerramp tel ik altijd de motoren van een overvliegende toestellen; hangen de motoren nog aan de vleugel?
Robert Meulendijk

Dochter in Kruitberg

Stil staarden we naar de vlammen.

Mijn dochter woonde destijds in Kruitberg. Zij belde ons even over half 7 op en zei, er is een vliegtuig neergestort. Ik dacht een grapje. Maar nee, dat was het niet. Ze zei 'het stinkt vreselijk en ik ga er vandoor'. Ik zei 'doe voorzichtig en doe je deur goed op slot;.

Toen we de beelden zagen, drong het verschrikkelijke pas tot ons door. Ik heb tot een uur of 11 zitten trillen van de stress, eindelijk nam ze weer contact met ons op. Ik hoorde toen dat het met haar goed ging.

Toen we een dag later bij haar langs gingen, zagen we het verschrikkelijke wat daar gebeurd was. Het staartstuk van het vliegtuig lag zogezegd bij haar voor de deur. Later vertelde ze dat zetoen het het vliegtuig neerstortte door de klap van de bank was gevallen. Zij heeft ongelofelijk veel geluk gehad, enkele brokstukken lagen bij hen op de flat.

Stil staren naar de vlammen

Rond kwart voor zeven deed ik de radio aan om te horen hoe Ajax had gespeeld. Terwijl ik aan de radioknop draaide en verschillende zenders voorbij hoorde flitsen hoorde ik het bericht dat er een vliegtuig was neergestort in de Bijlmer. Een Jumbo om precies te zijn, precies zo'n toestel waar ik toevallig een dag tevoren naast had gestaan op Schiphol en me had verwonderd hoe zo'n groot ding de lucht in kon.  

Ik woonde toen op de Albert Cuijpstraat en, nieuwsgierig als ik was, wilde de rampplek met eigen ogen zien. Ik fietste snel naar de metro om naar de Bijlmer te gaan. Het was surrealistisch in de metro. Niemand wist wat er was gebeurd, behalve ik. Ik stapte uit op een donker station Bijlmer, maar zag niets. Wel hoorde ik in de verte sirenes.  

Op het geluid afgaande kwam ik uiteindelijk op de rampplek. Het stonk er naar kerosine. De brokstukken lagen overal verspreid, zoals een grote motor, te pletter geslagen in een grasveldje. Je kon nog overal bij, want er was nog niets afgezet. Met een paar nieuwsgierigen gingen we een flat binnen. We liepen de galerij op tot vlak bij de rampplek, waar het vliegtuig zich in had geboord en een bijna recht gedeelte van de flat had weggeslagen.  

Stil staarden we naar de vlammen. Nu bedenk ik hoe het link was om op een galerij te zijn waar net een vliegtuig op was neergestort. Ik doolde verder nog wat rond op de rampplek om daarna met veel herinneringen tot de dag van vandaag terug huiswaarts te keren.
Rob Kooij, Amsterdam

Ontdaan naar het journaal kijken

Na een maand samen moest het er maar eens van komen om mijn vriend aan mijn ouders voor te stellen. Dat hij in dat rare Amsterdam woonde, vonden ze maar niks, maar hijzelf werd goedgekeurd. In de hoekbank en elkaar verstrengeld zoenden we de tijd tussen het dessert en het begin van het journaal weg, terwijl mijn ouders koffie zetten. 

De vrolijk gestreepte stropdas van een ernstig kijkende Gijs Wanders verscheen in beeld. Ontdaan keken we met het hele gezin naar de vuurzee en naar naamloze, hevig bevende handen die door een brandweerman nat werden gespoten. 

Twee maanden later verruilde ik alsnog het ouderlijk huis in Rijswijk voor de Bilderdijkkade, waar Handige Huisbaas Hassan zijn bergzolder tot studentenkamertjes had verhokt. 

Mijn moeder sjokte bozig zwijgend de vier steile trappen op, een zware tas met zich meezeulend. "Een brandblusser. Voor het geval dat."
Emma van Nifterick, Amsterdam

'Behoorlijke brand'

De volgende dag bleek het stoeltje van Gerber leeg te zijn.

Op zondagavond 4 oktober 1992 gaan mijn man en ik uit eten, omdat we die dag 2 jaar getrouwd zijn. We staan nog even op ons balkon, vier hoog, in hartje centrum. Ik zie in de verte een rookwolk. Ik vraag mijn man of hij dat ook ziet. Hij knikt en zegt dat als we de rook vanaf hier kunnen zien het wel een behoorlijke brand moet zijn. 

Het wordt een gezellige avond met een heerlijk diner. Pas de volgende ochtend horen we wat er is gebeurd.
Maud en Reinoud van der Baan, Amsterdam.

Opvang in de kerk

Romario had net een doelpunt gemaakt toen de telefoon ging en iemand van de kerk vertelde dat er een vliegtuig was neergestort. Ik stond aan de grond genageld. Ik reed onmiddellijk naar kerkcentrum De Nieuwe Stad in de Bijlmer en zag dat Kruitberg en Groenveen in brand stonden. Enorm veel vuur.  

Terug naar huis. Weer ging de telefoon, de kerk was opengesteld voor slachtoffers. Op de fiets naar de kerk. Daar aangekomen waren al veel slachtoffers aanwezig. Matrassen werden gebracht, soep gemaakt en broodjes uitgedeeld. Pastores meldden zich voor bijstand. Het was een desolate situatie.  

Kinderen werden vermist. Om één uur s' nachts waren alle slachtoffers naar de Sporthal gebracht. En toen was het heel stil in de kerk. Ik sloot de kerk af en fietste naar huis. De lucht was vol sirenes en geluiden van helikopters.  

De volgende dag bleek het stoeltje van Gerber, een kind van acht, leeg te zijn. Op zondag had hij in zijn kerk nog voorgelezen uit de Bijbel, Openbaring 21: 'Zie ik maak alle dingen nieuw'. 's Avonds was hij er niet meer. Een briefje van school meldde dat Gerber en zijn moeder als vermist waren opgegeven.   
Henk de Boer, oud-koster van De Nieuwe Stad

Erg dichtbij

Ten tijde van de Bijlmerramp woonde ik in de flat Hoogoord in Zuidoost, op zo'n kilometer afstand van de plek waar het vliegtuig neerstortte. Ik herinner mij dat kort tevoren een vliegtuig laag overvloog (over de F-buurt) en dat kort daarna mijn voordeur hevig heen en weer rammelde.  

Achteraf door de druk. Ik verwonderde mij daarover, maar liep verder naar de keuken. Was bezig boerenkool te maken. Kort daarna belde mijn vader uit Zeeland dat er een vliegtuig in de Bijlmer was neergestort. Dat had hij op het nieuws gehoord. Ik keek naar buiten en zag inderdaad een rookpluim in de verte.  

Gelukkig kwam mijn destijds 15-jarige zoon toen thuis, nadat hij bij een vriend in de flat Huigenbosch was geweest. Zij hadden ook de rook gezien en waren er naar toe gesneld. Maar ze mochten er niet door. Alles werd afgezet door de politie. Gelukkig maar.  

Mijn zoon en ik hebben er geen traumatische of gezondheidsklachten aan overgehouden. Er was een vliegtuig in onze buurt neergestort, maar ons leven ging verder zijn gangetje. Pas later realiseer je je dat het toch wel heel dichtbij is geweest.
Lisa Bergsma

Over de Bijlmerramp

Lees ook:

De Ghanese gemeenschap in Amsterdam werd zwaar getroffen bij de Bijlmerramp. Toch heeft de ramp ook positieve gevolgen gehad, zegt Kwame Adu-Ampoma.

Binnen een uur waren deze mensen alle drie ter plekke, toen het El Alvliegtuig op 4 oktober 1992 was neergestort op flats Klein-Kruitberg en Groeneveen in Zuidoost. Een brandweerman, bewoner en Leger des Heilshulpverlener kijken terug.

Verder lezen over de herdenking van de Bijlmerramp kan hier