Joris van Casteren: ‘Frank (Starik) wilde het al eerder aan mij overdragen. Ik wilde dit graag doen.’

Plus Achtergrond

De uitvaart voor wie stierf zonder te bestaan: ‘Alsof je een tegel licht’

Joris van Casteren: ‘Frank (Starik) wilde het al eerder aan mij overdragen. Ik wilde dit graag doen.’ Beeld Wouter le Duc

Schrijver Joris van Casteren volgde vorig jaar wijlen F. Starik op als coördinator van stichting De Eenzame Uitvaart. Hij tekent het levensverhaal op van mensen die eenzaam zijn gestorven. Vorig jaar waren er dertien eenzame uitvaarten in Amsterdam.

Een fotoalbum, een matras op de grond, een winkelwagen met kratten bier in de tuin, muizenkeutels op de schouw. De foto’s en voorwerpen in de dikwijls sterk vervuilde woningen van de eenzaam overledene bieden Joris van Casteren zicht op hun leven. 

In de minibiografieën die op de site van stichting De Eenzame Uitvaart worden geplaatst, laat de schrijver niet alleen hun treurige einde, maar ook de andere zijde van hun leven zien. ‘Want vaak, zo is tot op heden mijn ervaring, hebben verloren levens, zoals Starik ze noemde, ook momenten van glorie gekend, momenten van hoop en voorspoed,’ schrijft Van Casteren (43) in het voorwoord van het zojuist verschenen jaarverslag 2018 van De Eenzame Uitvaart.

Om deze ‘verslagen’ te kunnen schrijven betreedt hij samen met Trup (Team Rampendienst, Uitvaarten en Pension) van de gemeente Amsterdam het huis van de overledenen. “Dat voegt veel toe,” zegt hij.

Zo stapte hij december 2018 het huis binnen van Martin van D. (1961), kelner van het Marriott, Hilton en Amstel Hotel. ‘Martin sliep in de woonkamer, op een comfortabel luchtmatras. Exportbier in halveliterblikken binnen handbereik. Steviger geschut – whisky, wodka, likeuren – in een buffetkast om de hoek (…) Op het bureau: vitaminepreparaten, drie chocoladerepen, een bandenplakset van Simson (wilde hij weer fietsen?), een geperforeerd paspoort (lachende Martin), een flesje Maggi, bril, borstel, agenda zonder afspraken.’

Betaald door de gemeente

Maria Barnas, dichter uit de Poule des Doods, een dichtersgroep die gedichten schrijft voor de eenzame uitvaarten, schreef over Van D. het gedicht In de luwte. Van Casteren verzorgde de muziek: een soundtrack van de film The Shining van Kubrick. De video van de film trof hij aan in het schuurtje. Ook het nummer 5 shots of whiskey van Hank Williams III werd gespeeld.

Van Casteren was bevriend met zijn voorganger F. Starik, die sinds de oprichting van de stichting in 2002 zo’n tweehonderd eenzame uitvaarten had meegemaakt. Vorig jaar stierf Starik aan een hartaanval. “Frank wilde het al eerder aan mij overdragen. Ik wilde dit graag doen. Eenzaamheid is onzichtbaar, maar met dit werk niet meer. Het is alsof je een tegel licht. Het zijn dikwijls heel oorspronkelijke mensen die niet meer meedoen en al tijdens het leven niet meer bestaan. Dat is het ergste wat er is.”

In Amsterdam zijn gemiddeld zeventien eenzame uitvaarten per jaar. Deze begrafenissen op begraafplaats Sint Barbara worden door de gemeente bekostigd. Elf uitvaarten heeft Van Casteren inmiddels opgetekend. Een van hen was ‘Meneer R.’, een journalist (1949). Van Casteren bladerde door een fotoboek dat hij zag liggen in R’s huis en trof het geboortekaartje van R. aan.

Van Casteren: “Op jeugdfoto’s zag ik een doorsnee jongetje, en later een slanke jongeman. Er waren trouwfoto’s en kiekjes van een kerstdiner in een café op de Zeedijk waarbij de man in een groot gezelschap verkeerde. Het zijn vaak normale mensen, wier levens ellendig eindigen. Hoe heeft deze man al die mensen uit het oog verloren? En wanneer hebben zij hem de rug toegekeerd? Of hij hen?”

Alleenstaand en kinderloos

Bij een van de eenzame uitvaarten was er geen woning om te bezichtigen. In het water bij de Zuider IJdijk was in januari een koffer met een romp gevonden. “Dit wordt lastig, dacht ik meteen,” zegt Van Casteren. Hij toog naar de troosteloze plek waar de koffer was aangetroffen. De politie was er bezig met een reconstructie voor het tv-programma Opsporing verzocht. “De zaak zat muurvast. Ik heb toen ‘voor NN’ het gedicht Transferium Zeeburg geschreven:

In dit schunnig niemandsland/ van opgeworpen modder ben je/ door een hond met wandelaar gevonden/Tussen riet en slijk lag je/ in een degelijke Samsonite/tijdelijk verpakt te wezen.”

Een maand later bleek dat het om Miranda Zitman van kapsalon Medusa in de Jordaan ging. Het lichaam is drie weken geleden opgegraven en gecremeerd. “Ze had wel degelijk familie, een moeder en een broer, en vriendinnen. Achteraf gezien was dit geen eenzame uitvaart.”

De eenzaam gestorvenen zijn vaak alleenstaande mannen, die gescheiden en kinderloos zijn en geen contact meer hebben met familie of vrienden. “Ze hebben gewerkt, stonden midden in de maatschappij, maar hebben in hun leven een afslag gemist of genomen. Ze hebben zich er dikwijls bij neergelegd dat er geen contacten meer zijn. Meneer R. was een belezen man die zelfs prins Bernhard had geïnterviewd, maar hij had een psychische stoornis en leefde een mensonterend bestaan. Sommige mensen hebben zich bewust uitgegumd, anderen onbewust.”

Vier eenzame uitvaarten

Martin van D. (1961), kelner van beroep, leefde in een sterk vervuild huis aan de Blankenstraat in Oost. 

Een echte horecaman. Hij was barman in verschillende cafés, werkte als kok op cruiseschepen, stond in een poffertjeskraam, was werkzaam als hoofdbarkeeper bij Novotel en als kelner in het Marriott, Hilton en Amstel Hotel. Nadat de artsen een uitgezaaide vorm van slokdarmkanker bij hem hadden ontdekt, wenste hij de laatste periode van zijn leven tussen de eigen vier wanden door te brengen, zo schreef hijzelf in een verslag dat Van Casteren tussen de spullen in het huis van Van D. vond. In zijn achtertuin werd een winkelwagen met kratten bier aangetroffen.

Miranda Zitman (1967) is de vermoorde kapster van kapsalon Medusa in de Jordaan.

De romp van de vrouw werd in januari van dit jaar gevonden in een Samsonite koffer langs de waterkant van de Zuider IJdijk. De ‘koffermoord’ werd in maart behandeld in het tv-programma Opsporing verzocht. In april werd zij tijdens een eenzame uitvaart begraven op Sint Barbara. De muziek Hello Stranger van Barbara Lewis werd gedraaid. Een maand later werd de identiteit van de vrouw bekend. Haar ex-partner Bart B. uit Soest is inmiddels aangehouden.

Meneer G. (1949) publiceerde als journalist bij de Tilburger Koerier, Panorama, de glossy Woonsignatuur, vakblad De Drogist en NRC Handelsblad.

Hoogtepunt moet het gesprek zijn dat hij op paleis Soestdijk voerde met prins Bernhard, schrijft Van Casteren in zijn verslag. Het artikel stond ingelijst op de schouw in zijn huis, tussen de muizenkeutels. Van D. was niet getrouwd en had geen kinderen. Het contact met zijn zussen en broer was verbroken. Een etalagepop die in zijn huis stond, noemde hij zijn vrouw. Na de dood van zijn hond ging het berg­afwaarts. Buren hoorden in april dit jaar een zware val. G. werd uit zijn zwaar vervuilde woning aan de Ter Haarstraat in West gehaald en overleed enkele dagen later.

Meneer D. (1935) uit Zuidoost was ongehuwd en kinderloos.

Zijn portiekwoning in Zuidoost doet denken aan The Beanery, het namaakcafé van Edward Kienholz in het Stedelijk Museum, schrijft Van Casteren in zijn verslag. D. verzorgde het trappenhuis, legde briefjes met aanwijzingen ‘Haud de trappen schoon svp’ neer en noemde zich ‘locohuismeester’. D. was waarschijnlijk werkzaam in het Haarlemsch Koffiehuis aan de Prins Hendrikkade, concludeert Van Casteren uit foto’s. Ook treft hij foto’s van een zekere Grada aan en een brochure over trouwen en samenwonen. Maar hij vindt ook een briefje van Grada: ‘Beste R., ik wens met jou geen relatie meer, het is over en uit tussen ons.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden