PlusExclusief

De supersolo: wie het als alleenstaande in Amsterdam wil maken, moet veel in zijn mars hebben

De stad biedt alleenstaanden, die in Amsterdam inmiddels een stevige meerderheid van 63 procent vertegenwoordigen, meer dan genoeg afleiding en kansen. Beeld Rosa Snijders
De stad biedt alleenstaanden, die in Amsterdam inmiddels een stevige meerderheid van 63 procent vertegenwoordigen, meer dan genoeg afleiding en kansen.Beeld Rosa Snijders

Een ruime meerderheid van de Amsterdammers is alleenstaand. Wie het alleen wil redden in de steeds duurder wordende stad moet van alle markten thuis zijn: Amsterdam creëert de supersolo.

Malika Sevil en Raounak Khaddari

De stad is een walhalla voor de solo. En de enorme aantrekkingskracht is goed terug te zien in de cijfers stadsbreed: alleenstaanden vormen in Amsterdam inmiddels een stevige meerderheid van 63 procent – inclusief een significante groep alleenstaande ouders, en solo’s in een woongroep (zie kader). Ook in de rest van Nederland groeit het aandeel eenpersoonshuishoudens: volgens het CBS gaat het om 46 procent. Dat zijn 3,2 miljoen Nederlandse eenpersoonshuishoudens; in 1961 – voor de ontzuiling – waren dat er 400.000.

De dienst Onderzoek, Informatie en Statistiek Amsterdam (OIS) heeft het voor de stad bekeken: De Pijp is een van de Amsterdamse buurten met de meeste eenpersoonshuishoudens (18 jaar of ouder). Het stadsdeel met de minste solo’s is Noord (na Westpoort).

Maar wat betekent het eigenlijk voor de stad dat het aantal alleenstaanden maar blijft groeien? En wat is de prijs die je betaalt om als alleenstaande hier te kunnen wonen – letterlijk en figuurlijk? En waar komt die groei toch vandaan? De stad is altijd aantrekkelijk geweest voor alleenstaanden, zegt universitair docent stadsgeschiedenis aan de UvA Tim Verlaan, “maar sinds de jaren tachtig, toen de jonge hoogopgeleiden hun weg naar Amsterdam begonnen te vinden, is de opmars definitief.”

Iedereen zijn meug

De stad biedt de alleenstaande meer dan genoeg afleiding en kansen, meer dan ooit is het een pretpark. Draai midden op het kruispunt van de Saenredamstraat en de Frans Halsstraat een rondje om je as en je kunt kiezen uit Restaurant Maris Piper, wijnbar La Dilettante, brasserie Sent en Saartjes Taartjes.

De Pijp, maar eigenlijk de hele stad, is gul voor de uitgaanderige types. Het aanbod in theaters, bioscopen en musea is gigantisch en als je eens een avond alleen naar het ballet of een arthousefilm wilt, word je ook niet meteen als contactgestoorde einzelgänger weggezet, maar als een stedeling die zich wil verrijken met alles wat de stad te bieden heeft.

Iedereen vindt er zijn meug, zoals een 31-jarige alleenstaande bewoonster van De Pijp, die de stad roemt om alle sportniches. Zelf gaat ze naar gymboutique Rocycle. “Iedereen die er komt, komt voor hetzelfde: een uurtje zweten in een schone en gezellige omgeving voor een mooi lichaam. Daar voel ik me prettig bij. Niemand kijkt raar op als je ervoor uitkomt dat je een strakke kont wil.”

Wie wil sporten kan kiezen uit 1001 varianten van yoga, crossfit of spinnen. De supermarkten hebben een gigantisch aanbod aan verse eenpersoonsmaaltijden. En wie wil daten, kan zich uitleven, want een potentieel afspraakje zit doorgaans niet verder dan twee tramhaltes van je verwijderd.

Seksuele revolutie

Grote keerzijde is dat wonen in de stad inmiddels een godsvermogen kost. Dát is waar het nu echt schuurt, zien de onderzoekers: de stad was er ooit voor iedere alleenstaande, maar die tijd is voorbij. Verlaan: “Het type dat naar de stad trekt, is veranderd, afgezet tegen de jaren zeventig. Destijds kon je ook zonder geld je intrede maken. Je kwam desnoods arm binnen voor een studie of werk en maakte carrière, ook in het wonen.”

In die jaren zeventig wilden én konden, ingegeven door maatschappelijke en politieke veranderingen, meer mensen alleen wonen – de zogenoemde Tweede demografische transitie. “Het was een tijd van toenemende welvaart, van de seksuele revolutie. De anticonceptiepil werd omarmd; mensen stelden het krijgen van kinderen uit,” aldus Verlaan. Studeren werd voor meer mensen mogelijk, ook voor vrouwen. Dat leidde weer tot financiële onafhankelijkheid, en dus tot een eigen plek in de stad.

En los van de emancipatie en de komst van de pil speelt de langere levensverwachting een rol. Werd een gemiddelde man in 1940 nog 70 jaar, nu is dat volgens het CBS tien jaar ouder. “Als een partner wegvalt, betekent dat logischerwijs ook dat meer mensen alleen komen te wonen.”

Plekje op de bovenste etage

Met het huisvestingsbeleid rond 1975 zette de overheid groots in op de bouw van woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens. De HAT-eenheid (Huisvesting Alleenstaanden en Tweepersoonshuishoudens) werd geïntroduceerd. Dat was een breuk met de naoorlogse bouw die vooral rekening hield met gezinnen, zegt Verlaan. “Die bouw was nog naar de agenda van de KVP en later het CDA – christelijke partijen die het gezin als hoeksteen van de samenleving zien.”

Verlaan: “In de jaren zeventig ontstaat vanuit de PvdA juist het idee: we moeten ook voor jongeren goedkope woningen gaan bouwen. Liefst midden in de stad, want dat vinden ze fijn.” Stadsvernieuwingsbuurten van de jaren zeventig en tachtig, zoals de Nieuwmarkt- en Dapperbuurt zijn daar het resultaat van. “Omdat jongeren doorgaans goed ter been zijn, kregen ze een plekje op de bovenste etage.”

Sinds de jaren tachtig nam het aantal alleenstaanden heel hard toe. “Dat heeft ook te maken met de opkomst van yuppen, dat klinkt als een scheldwoord, maar het zijn natuurlijk gewoon young urban professionals, mensen die in de jaren tachtig de stad inkwamen vanwege de groeiende werkgelegenheid voor theoretisch opgeleiden.” Met de yuppen kwamen er ook steeds meer koffietentjes, cafés, clubs en andere plekken om mensen te ontmoeten.

Gezelschap opzoeken

Dat is zonder meer de mooie kant voor een stad waar alleenstaanden de dominante groep zijn, zegt emeritus hoogleraar sociale demografie Jan Latten. “Maar je kunt ook stellen: de stad raakt steeds meer gefragmenteerd. Je ziet veel solo’s de warmte opzoeken buitenshuis in cafés en uitgaansgelegenheden en tegelijkertijd verliezen we ergens een soort collectief gevoel.”

Zo geldt er een lage mate van verbinding in de buurten waar veel alleenstaanden wonen, zegt Latten. Anders geformuleerd: velen kennen hun buren niet. Ook binnenshuis schuilt gevaar, zegt klinisch psycholoog Jan Derksen. “Wij mensen hebben aanspraak en warmte nodig. Mensen groeien in hun solobestaan. Ze zijn vrij, hebben eigen rituelen en gedragspatronen, maar dat maakt ook kwetsbaar. Het kan lastiger worden je nog aan iemand te binden. Op oudere leeftijd ontstaat er hierdoor meer eenzaamheid.”

Het is dus zaak, aldus Derksen, dat alleenstaanden actief investeren in hun vriendenkring en familie en meerdere keren in de week gezelschap en activiteiten opzoeken. “Het is belangrijk om initiatief te nemen.”

Emeritus hoogleraar Latten kan niet anders dan concluderen dat ‘zij die blijven’ van alle markten thuis moeten zijn: de stad creëert de supersolo. Daarmee wordt alleen wonen in de stad ook steeds meer een leefstijl. Een actieve keuze die mensen maken, met alle consequenties die erbij horen, zegt Verlaan. Wie het niet kan bijbenen, een baan verliest of gewoon simpelweg te weinig verdient, valt af. “Het leven is zwaarder als je het alleen moet doen, ook als je er bewust voor kiest: onderaan de streep kost het je behalve meer geld, ook meer energie.”

Alle klussen zelf klaren

Een goede baan is voor nieuwkomers niet meer genoeg, het moet vooral ook een goed betaalde baan zijn om alle kosten te kunnen opbrengen. Arjan Vliegenthart, directeur van budgetinstituut Nibud, vergelijkt het graag met een pot pindakaas. “Een kleine pot pindakaas is verhoudingsgewijs duurder dan een grootverpakking pindakaas. Dat principe geldt eigenlijk voor alles. Een kleinere woning is verhoudingsgewijs duurder dan een grotere woning, die je kunt delen met een huisgenoot. Daarbij moet je als alleenstaande alle kosten zelf betalen.” De energiekosten, de waterschapsbelasting, wifi, Netflix, een krantenabonnement – het komt allemaal op de schouders en voor rekening van één en dezelfde persoon.

En behalve dat goede inkomen, heb je ook een breed sociaal netwerk nodig, zie je er bij voorkeur goed uit en neem je ook het hele huishouden voor eigen rekening. Dat is niet niks, zegt klinisch psycholoog Jan Derksen. “Stellen kunnen taken en verantwoordelijkheden delen. De een neemt bijvoorbeeld de rekeningen en het vuilnis op zich, de ander het huishouden. Alleenstaanden moeten alle klussen in het leven zelf klaren.”

Kenners benadrukken dat de verschillen binnen de grote groep solo’s in Amsterdam groot zijn in. Verlaan: “De zichtbaarste groep zijn nu eenmaal de young urban professionals, omdat er simpelweg het meeste geld aan te verdienen is. De stad wordt ingericht op de mensen met geld. De hele explosie van horeca en andere plekken waar je kunt samenkomen, vloeit hieruit voort.”

Maar, zegt Arjan Vliegenthart van het Nibud, daarnaast zijn er zovelen, in alle leeftijden, die creatief moeten zijn om het te redden, of zelfs alle zeilen moeten bijzetten. “De groep waar ik me de meeste zorgen over maak bijvoorbeeld, zijn de oudere mensen in de stad die alleen zijn komen te staan. Het gaat dan niet alleen om het financiële aspect, maar ook om eenzaamheid.”

En dan zijn er nog de vele solo’s die een huis moeten delen. Ontwikkelaar AM maakte er een woonconcept van: ‘vriendschappelijk wonen in één appartement’. Én: ‘Share the fun, split the rent’. Op verschillende plekken – zoals het complex B’Mine in Overhoeks in Noord – is dit concept in stenen opgetrokken. “Velen hebben daarin geen keuze,” zegt Verlaan, “als de binding met de stad groot is. Het illustreert de flexibiliteit van solo’s, hun aanpassingsvermogen én de prijs die ze betalen voor die levensstandaard.”

Roltrap in de wooncarrière

Volgens Verlaan en Latten was er lange tijd een ‘maatschappelijke roltrap’ voor velen die in de stad begonnen. Hoe dat er zo’n beetje uitziet: Verlaan noemt als voorbeeld OurCampus Diemen – een wooncomplex voor alleenstaande studenten nabij station Diemen-Zuid: hét startpunt van menig solo die een leven in Amsterdam wil opbouwen. Zo’n 27 vierkante woonmeters. Voor alleenstaanden dus. Huidige kosten per maand: 621 euro exclusief.

Wie zich, eenmaal aan het werk, meer kan veroorloven verhuist bijvoorbeeld naar de buren: wooncomplex OurDomain. Net geen 1500 euro huur per maand. “En wie het dan écht gemaakt heeft, verhuist nog iets verder naar Holland Park, naar een appartement van 500.000 euro.”

Dat is de klassieke ‘roltrap’ in de wooncarrière, maar met de prijzen van nu: welke Amsterdammer, laat staan alleenstaande, kan het nog betalen? “Die roltrap is de afgelopen twintig jaar langzamer gaan draaien, maar is de laatste paar jaren gewoon helemaal gestopt. Je komt de stad amper nog in.” Het zijn niet voor niets voornamelijk de welgestelde jongeren met rijke ouders die nu de grootste groep vormen van starters op de woningmarkt. Ouders zijn vaker in de positie om een appartement voor hun kinderen aan te schaffen.

“Amsterdam raakt enorm gepolariseerd,” zegt Latten. “Je hebt aan de ene kant de minderverdienende mensen, de lage inkomens. Die maken aanspraak op sociale huurwoningen, al is de druk daarop hoog.” In Amsterdam is de wachttijd voor een sociale huurwoning gemiddeld meer dan 13 jaar. “Aan de andere kant heb je de particuliere markt, die steeds onbereikbaarder wordt voor de gemiddelde alleenstaande.”

Zelfs als de alleenstaande (heel) klein wonen accepteert, sparen laat zitten en niet maalt om balkon of buitentje, is het niet aan iedereen gegeven om in de stad te blijven. Hoeveel alleenstaanden de stad uit worden gedrukt, omdat ze Amsterdam simpelweg niet kunnen betalen, is onbekend.

Vergeefs zoeken

Een alleenstaande 28-jarige stewardess uit Noord moet concluderen dat het niet is gelukt. Ze kwam tien jaar geleden voor vrienden, voor de gezelligheid en om dicht bij Schiphol te wonen. Ze woonde vijf jaar lang in verschillende studentenwoningen en bemachtigde uiteindelijk een jongerenwoning. “Dat concept is in theorie fantastisch. Ik kon huren voor een schappelijke prijs in de stad. Het idee is dat je daarna doorgroeit naar een ander appartement of huisje, maar dat idee is een hoax. Ik zoek al twee jaar en heb niets gevonden dat ik kan betalen.”

De stewardess mag van haar werkgever niet met naam in de krant. Ze verdient met haar fulltime baan te weinig om in Amsterdam te wonen, maar moet wel binnen een uur op Schiphol kunnen zijn. “Je kan dan wel zeggen dat ik buiten de Randstad moet kijken, maar dat is onmogelijk met mijn baan. Nu heb ik me ingeschreven bij vrienden in de stad en slaap ik af en toe bij hen en af en toe bij mijn ouders.”

De 31-jarige communicatie-adviseur Elout van Staveren verhuisde twee jaar geleden naar zijn moeder in Lemmer, in Friesland. Hij was zo’n tien jaar geleden naar de stad verhuisd voor zijn studie Facilitair Eventmanagement aan de hogeschool InHolland. In het studentencomplex Student Experience bij Overamstel had hij een studio à 21 vierkante meter gehuurd voor net geen 700 euro per maand.

Toen hij fulltime ging werken in een restaurant zocht hij vergeefs naar een woonplek. “De wachtlijst voor sociale huur is te lang, samenwonen is een optie, maar dat wil ik nog helemaal niet. Ik was gelukkig toen ik alleen woonde. Met een gewone fulltime baan kun je als alleenstaande niet in Amsterdam blijven wonen.”

Wie is de solo?

In dit artikel hanteren we de term ‘solo’, een brede definitie voor mensen die alleenstaand zijn en alleen wonen én voor mensen die alleenstaand zijn maar met huisgenoten of kinderen wonen. De verschillende onderzoeksbureaus registreren het aantal alleenstaanden/solo’s, maar dat zijn niet per definitie singles. Iemand die alleen een huishouden runt, kan ook een relatie hebben. Zo heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgesteld dat 63 procent van de Amsterdammers ‘alleenstaand’ is, daarin meenemend de alleenwonende mensen in een relatie, de alleenstaande ouders en de mensen die samenwonen met huisgenoten (anderen dan partner of familie). Het gemeentelijk onderzoeksbureau OIS rekent die laatste twee groepen niet mee en komt uit op een veel lager percentage: 29,6 procent. Dat gaat dus puur en alleen om volwassenen die hun woning met niemand delen.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden