PlusExclusief

De stad internationaliseert, maar nieuwe migranten mengen moeizaam met Amsterdammers: ‘De expat is een fijne zondebok’

null Beeld Lois Notebaart
Beeld Lois Notebaart

Amsterdam internationaliseert in rap tempo, in grote mate door de komst van flink verdienende migranten. De expat drukt onmiskenbaar zijn stempel op de stad, maar is nog geen vertrouwd gezicht op de buurtborrel. ‘Het is heel moeilijk om Nederlandse vrienden te maken.’

Anna Herter en Tim Wagemakers

Een tijd terug kreeg de 60-jarige Amsterdamse Tamar Rubinstein in een restaurant in Oost een Engelse pint bier in plaats van een vaasje. ‘De Oost-Europese mevrouw van de bediening vond dat grote glas meer op een vaas lijken,’ deelde ze daarover op Facebook. ‘Niet eens meer klakkeloos een vaasje kunnen bestellen in mijn eigen stad vind ik niet leuk.’

Vloeiend Nederlands hoeven ze van Rubinstein niet te spreken, het is nu eenmaal een lastige taal. Maar dat buitenlanders die in Nederland komen wonen zich de taal een beetje eigen maken, dat is toch niet te veel gevraagd?

Amsterdam internationaliseert in stevig tempo. Al zo’n vijftien jaar groeit de stad met gemiddeld 10.000 inwoners per jaar, met uitzondering van de coronajaren. Intussen wordt het aandeel Amsterdammers dat in Nederland is geboren en Nederlandse ouders heeft juist kleiner: van 50 naar 44 procent tussen 2011 en 2021.

Uit recente prognoses blijkt daarnaast dat Amsterdam al in 2030 de grens van 1 miljoen inwoners doorbreekt. Die groei komt vooral door internationale migratie van expats en studenten. Het aantal mensen dat zonder Nederlands paspoort in Amsterdam woont groeit gestaag. In 2009 was dat ruim 12 procent, inmiddels betreft het bijna een vijfde van de inwoners. Wat doet die groeiende internationalisering met de stad? En wat merken we ervan?

Amsterdam is altijd een stad van migranten geweest. Er zijn bijvoorbeeld grote Turkse en Marokkaanse gemeenschappen in de stad en een grote Ghanese gemeenschap in Zuidoost. Daarnaast is de aanwas van buitenlandse studenten enorm gegroeid de afgelopen jaren.

Europa, VS of India

Maar er is iets opvallends gaande. Want waar migranten de afgelopen decennia vooral uit de arbeidersklasse of de middenklasse kwamen, stuwen de afgelopen jaren mensen die flink verdienen in grote mate de internationalisering van de stad.

Hun uitgaven- en leefpatroon zorgt ervoor dat Amsterdam op sommige plekken meer voelt als New York dan Almere. Dat geeft de stad een economische boost en leidt tot een bruisend stadsleven, maar zorgt er ook voor dat een steeds grotere groep weinig contact meer heeft met de armere Amsterdammer of de toch al kleiner wordende middenklasse.

De arbeidsmigrant van nu, in de volksmond ‘expat’ genoemd, komt veelal uit Europa, de Verenigde Staten of India. Naast studenten zijn dit vaak mensen die hierheen komen voor een goedbetaalde baan. Hoewel er niet veel onderzoek naar is gedaan, bleek in 2017 uit onderzoek van ING dat de helft van de expats een jaarinkomen van meer dan 50.000 euro bruto heeft.

Verliefd op de stad

De term expats is lastig te definiëren. Sommige experts gebruiken de term liever helemaal niet. “Als nieuwkomers wit, hoogopgeleid en middenklasse zijn, worden ze vaak geen migranten maar expats genoemd,” zegt Wouter van Gent, stadsgeograaf aan de Universiteit van Amsterdam. “Het woord migrant associëren velen met lage status.”

Onderzoekers van het CBS probeerden in 2015 meer grip te krijgen op de term in het onderzoek ‘Expat, wanneer ben je het?’. Enkele criteria waarmee de groep volgens hen is af te bakenen: het zijn mensen die in een ander land zijn geboren en opgegroeid, hoogopgeleid zijn en doorgaans bovengemiddeld veel verdienen, niet de intentie hebben hier permanent te blijven en die zich nauwelijks met Nederland identificeren.

Expat is dan ook een onduidelijke term, die in het algemeen gebruik (en dus ook in dit stuk) geldt voor mensen die hier vrijwillig komen voor werk of liefde en vaak tijdelijk blijven, maar net zo vaak verliefd worden op de stad en niet meer weggaan.

Wat maakt Amsterdam dan een plek voor hen om verliefd op te worden? De stad is aantrekkelijk om allerlei redenen, bijvoorbeeld werk in de IT-sector. Uit een recente enquête van adviesbureau Boston Consultancy Group bleek dat Amsterdam een van de meest gekozen tech hubs is om naartoe te verhuizen. Alleen Dublin is populairder, mede omdat daar het Europese hoofdkantoor van Google staat.

Korte reistijd

Amsterdam wordt daarnaast beschouwd als een plek met een goede balans tussen werk en privé. De reistijden zijn kort en het leven is er relatief goedkoper dan in bijvoorbeeld Londen, Dubai of Shanghai. Specifiek beleid gericht op expats is een andere reden voor de komst van deze groep. Zo krijgen ze een belastingvoordeel van 30 procent gedurende de eerste vijf jaar dat zij naar Nederland verhuizen.

De afgelopen jaren heeft Amsterdam ook flink ingezet op een grote dienstensector in IT en financiën met bedrijven als Booking.com en Adyen. In korte tijd zijn in deze sector veel arbeidsmigranten gekomen, vaak gelokt met speciale expat- en communityprogramma’s vanuit het bedrijf, gratis vakanties en goede salarissen.

Maar juist die clustering van bedrijven zorgt ervoor dat deze internationale arbeidsmigrant zich op andere plekken in de stad begeeft dan veel Amsterdammers. Expats sturen hun kinderen veelal naar internationale scholen, wonen in dure, vaak gemeubileerde woningen, en ontmoeten elkaar op speciale expatborrels en de werkplek.

In het niet eens zo grote Amsterdam raken de twee werelden van bestaande en nieuwere stadsbewoners elkaar zo toch weinig. Waar ze elkaar wel raken lijken ze elkaar te verdringen, zoals op de woningmarkt. Valt de stad uiteen in verschillende werelden? Een kosmopolitisch en een lokaal Amsterdam?

Huizenprijzen

De stijgende huurprijzen in de vrije sector, die voor menig Amsterdammer onbetaalbaar zijn geworden, zijn voor een ingevlogen IT’er vaak prima te betalen. Expats de schuld geven van de oververhitte huizenmarkt is absoluut te kortzichtig, stelt stadsgeograaf Van Gent, maar het is waar dat het hogere segment in de vrije huursector zich vormt naar buitenlanders met flink wat geld te besteden.

Eind vorig jaar was de gemiddelde huurprijs in de vrije sector 1805 euro per maand. Bij Pararius steeg de huurprijs per vierkante meter dat jaar voor nieuwe huurders met 9 procent tot bijna 25 euro. Op een kleine 10 procent van de woningen na verhuurt dit woningplatform alleen nog maar gemeubileerd, wat voornamelijk op expats is gericht.

“De huurprijzen daalden toen er nauwelijks meer expats naar Amsterdam kwamen,” zei Parariusdirecteur Jasper de Groot daar destijds over, refererend aan de coronajaren. “Nu ze weer terug zijn, zie je dat ogenblikkelijk de huren weer omhooggaan.”

Ondanks de ‘expatbubbel’ zijn sommige buitenlanders in Amsterdam zich bewust van de problemen waar ze soms de schuld van krijgen. “Sorry voor het opstuwen van de huizenprijzen,” is het eerste dat de Hongaarse Peter (41) zegt als je je voorstelt als Nederlander. Zolang zijn achternaam niet in de krant komt wil hij best vertellen wat hij betaalt: 1060 euro voor een studio aan de Sloterplas. “Ik werk in IT en kan dat betalen. Ik weet dat het voor veel Amsterdammers veel geld is.”

Peters huur is niets vergeleken bij die van sommige anderen die zich in Amsterdam hebben gevestigd. Zo betaalt de 38-jarige Stefanus met zijn vriendin en twee kinderen 4000 euro voor 80 vierkante meter voor een appartement in de Jordaan. “Maar het is minder dan we betaalden in Singapore.”

Stefanus betaalt het geld met liefde. Hij werkt als consultant in de IT-sector en is naar Amsterdam gekomen vanwege het ‘progressieve karakter’. Van zijn twee kinderen van 13 en 16 is er één non-binair. “Dat is heel lastig in Singapore. Maar in Amsterdam kan dat gewoon. Je wilt niet weten hoe trots mijn kind was tijdens de Pride-week.”

Bovendien versnellen migranten met een goed inkomen door hun uitgavenpatroon de gentrificatie. Ingegeven door hun wensen, verandert het aanbod, zegt Van Gent. “Bepaalde culturen werken door in het winkel- en horeca-aanbod. Kijk naar Buitenveldert, waar relatief veel Japanners wonen. Dat zie je terug in allerlei Aziatische winkels en restaurants in die buurt.”

null Beeld Lois Notebaart
Beeld Lois Notebaart

Iedereen buitenlands

Wat niet helpt: onbekend maakt onbemind. Natuurlijk treffen jonge Amsterdammers mensen van over de hele wereld op de hogescholen, universiteiten en in het nachtleven, en wie in de horeca komt ziet veel internationale studenten of arbeidsmigranten. Op de basisschool kent elke ouder wel een leerling met internationale ouders. Maar hoeveel contact is er nu echt tussen bestaande en nieuwere stadsbewoners?

De Facebookgroep The Amsterdam Expat Meetup Group, waar zelfbenoemde expats – veelal werkzaam in IT of finance – samenkomsten organiseren en elkaar om advies vragen, is exemplarisch. De 24-jarige Paul uit Zuid-Afrika bijvoorbeeld, werkt in de financiële sector en is lid van de groep. “Eigenlijk kom ik zelden Nederlanders tegen,” zegt hij, “op mijn werk is iedereen buitenlands.”

“Ik heb het idee dat er veel meer expats dan Nederlanders wonen in Amsterdam,” zegt de 28-jarige Italiaanse Ricardo D’Azzi. “Of komt dat omdat ik in een bubbel zit?” Niet iedereen zit vrijwillig in die bubbel. Ja, sommige buitenlanders zijn van plan hier maar tijdelijk te blijven, en hebben dus geen behoefte om de taal te leren of op andere manieren in te burgeren. Maar een hoop expats doen wel degelijk een poging te mengen met de stad, zegt Summer Souleyman, beheerder van de Facebookgroep voor expats. Kijk alleen al naar de meest gezochte termen in de groep: ‘learning Dutch’ en ‘Dutch culture’.

Maar, ziet Souleyman ook, die pogingen zijn vaak tevergeefs. “Het is heel moeilijk om Nederlandse vrienden te maken. Het lijkt erop dat Amsterdammers hun vrienden vaak al in hun kindertijd maken, en nu geen nieuwe vrienden meer nodig hebben.”

In een whatsappgroep met ruim 500 zelfbenoemde expats worden verhalen gedeeld van mensen die van een koude kermis thuiskomen. Zo is Tom bij een sportclub gegaan om in contact te komen met Nederlanders. ‘Ik heb echt moeite om het gevoel te krijgen dat ik erbij hoor,’ schrijft hij. ‘Elke keer dat we samen trainen of een drankje doen, ben ik het buitenbeentje. Niemand praat Engels en als ze dat wel doen, voel ik me bezwaard. Hoe doen jullie dit?’

Ja, hoe doe je dat? Of is die bubbel gewoon niet uit te komen?

Het krijgen van kinderen helpt enorm, ziet Summer bij leden van de groep. “Vanaf dan ben je niet meer op zoek naar andere expats, maar naar andere ouders. Via de kinderen kom je sneller in contact met Nederlandse families in dezelfde levensfase.” Ook ziet hij soms leden verdwijnen die een Amsterdamse liefde hebben opgedaan. “Maar als zo’n relatie stukloopt, komen ze gewoon weer terug.”

Loyaliteit

Expats vinden het lastig om met Nederlanders in contact te komen, maar hoe kijken Nederlanders tegen expats aan? De expat is volgens stedelijk onderzoeker Willem Boterman van de UvA een ‘shorthand’ geworden voor heel veel dingen die misgaan in de stad. “Betaalbaarheid natuurlijk, maar ook de vervreemding die mensen ervaren nu de stad verandert. Dan is de expat een fijne zondebok, omdat er altijd een loyaliteitsvraag onder ligt. Want het vaderland is ergens anders.”

Die loyaliteitsvraag is ook te bespeuren bij buurtbewoner Ellen, die niet wil dat haar buren dit lezen en daarom haar achternaam en leeftijd achterwege laat. In haar straat woont een Engelstalig gezin, waar ze in het begin niet goed mee overweg kon vanwege geluidsoverlast. “Ik denk dat expats snel het gevoel hebben dat ze veel kunnen maken doordat ze zulke hoge huren betalen en het idee hebben dat ze toch weer vertrekken. Door de taalbarrière konden we niet eens normaal ruzie maken.”

“Ik zie de afgelopen jaren een duidelijke omslag,” vervolgt Boterman. “Waar Amsterdam zich eerst liet voorstaan op het internationale karakter wat er al decennia is, lijkt het omgeslagen naar een negatief sentiment. Niet per se vreemdelingenhaat, maar een soort antirijkeyuppengevoel.”

Internationalisering dwingt volgens Boterman af dat normen worden heronderhandeld. “Amerikanen komen hier, kijken naar onze gebruiken en verbazen zich bijvoorbeeld over Zwarte Piet. Of, een minder heftig voorbeeld, zien dat Nederlanders anders verjaardagen vieren. Andere tradities, culturen, dat is altijd een rommelig proces. Dat is nu ook gaande in de stad.”

Straatfeestje

Tamar Rubinstein hoopt dat het verbindende karakter van de stad niet in het geding komt. “Laatst had ik een straatfeestje, en geen van de expats uit de straat was erbij.” Aan de andere kant snapt ze het wel: “Waarom zou je moeite doen elkaar te leren kennen als je van plan bent na twee jaar weer te vertrekken?”

Juist via de kinderen kun je als internationale migrant een zachte landing maken in Amsterdam. Bijvoorbeeld bij de Olympiaschool in Amsterdam-Zuid waar in ‘nieuwkomersklassen’ veel immigranten hun kinderen laten integreren.

Directeur Marjan de Smit: “Vorig jaar was 45 procent van onze vierjarigen niet-Nederlands.” Dat zijn veel Russen, Spanjaarden, Amerikanen en Britten en sinds kort Oekraïeners.” Ze ziet allerlei verschillende gezinnen in de school, ‘echt niet alleen hoogopgeleid en goed verdienend’.

Juist via de kinderen lukt het de ouders om een plek te vinden in Nederland. “Onze leraren leggen bijvoorbeeld uit dat je in Nederland prima bij je buren kunt aanbellen om te vragen of ze je kinderen een keer een uurtje willen voorlezen.”

Een stukje verder in de stad zit de Amsterdam International Community School (AICS), een school die zich specifiek richt op expats die van plan zijn tijdelijk te blijven. Directeur Rynette de Villiers ziet dat tijdelijk verblijf vaak verandert in langer of zelfs permanent verblijf. “Maar wat wil je? Nederlanders zijn zo hard over hun eigen stad, maar kijk om je heen: het is hier superveilig, je kunt je kind ’s avonds alleen laten fietsen, het is relatief betaalbaar en alles is fantastisch georganiseerd.”

Volgens De Villiers is het voor ouders soms best lastig Nederlanders te ontmoeten, maar ‘hoe langer ze blijven hoe beter het vaak gaat’. Vervelender vindt ze het dat de stemming veranderd is. “We moeten echt blijven uitleggen dat expats veel economische activiteit bieden en vaak heel graag willen bijdragen aan het succes van de stad.”

Eigen identiteit

Wat gebeurt er met de stad als de internationalisering in dit tempo doorzet? Wordt Amsterdam een Engelstalige stad waar de meerderheid niet-Nederlands is? De internationalisering van de stad is volgens Boterman ‘geen natuurwet’. “Je kunt natuurlijk een beetje sturen en dat gebeurt ook steeds meer.”

Zo probeert de UvA de instroom van buitenlandse studenten te beperken en maakt een landelijke wetswijziging het mogelijk dat gemeentes een gedeelte van de woningen uitsluitend aan hun eigen inwoners gunnen. Daarnaast is het een keuze om Amsterdam ‘te willen verstevigen als internationale start-up- en handelsstad’ zoals in het coalitieakkoord staat.

Tegelijkertijd denkt Boterman dat we wel iets meer vertrouwen mogen hebben in de kracht van de stad om haar eigen identiteit te behouden. “Mensen die hier blijven, leren uiteindelijk vaak de taal en gaan fietsen. En veel mensen krijgen kinderen. Dat is toch echt vaak de ingang tot integratie.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden