PlusGeschiedenis

De sobere Zomerspelen van 1992 kwamen niet naar Amsterdam

De Zomerspelen van 1992 gingen aan de neus van Amsterdam voorbij. De campagne om ze binnen te halen, mislukte faliekant. Of toch niet? Al snel na de deceptie overheerste de tevredenheid.

Ed. van Thijn en zijn chauffeur Roel Jonge lopen een rondje in Lausanne. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Ed. van Thijn en zijn chauffeur Roel Jonge lopen een rondje in Lausanne.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

In oktober 1986 werd de Amsterdamse burgemeester Ed. van Thijn joggend met zijn chauffeur gezien in Lausanne, zetel van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). In korte broek, gympen en een T-shirt met de olympische ringen, drie andreaskruizen en de tekst ‘Amsterdam 1992’ renden ze langs het Meer van Genève. Hier sprak een duidelijke wens uit: Amsterdam wilde de Olympische Spelen.

Van Thijn en zijn delegatie stond een bittere deceptie te wachten. Een paar dagen later koos het IOC voor Barcelona.

Aan de kandidaatstelling van Amsterdam was een periode van economische onzekerheid voorafgegaan. De crisis van 1979 had de stad hard geraakt. Traditionele industrie als de scheepsbouw was ernstig in verval, de werkloosheid steeg, tussen 1975 en 1986 trokken bijna 200.000 inwoners weg. Het gemeentebestuur moest zich gaan bezinnen op wat voor stad Amsterdam eigenlijk wilde zijn. De kandidatuur kon daarbij helpen.

Tijdens de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles maakte Amsterdam haar kandidatuur aan het grote publiek bekend, kort daarna werd de Stichting Olympische Spelen Amsterdam ’92 (SOSA) opgericht. De stichting was verantwoordelijk voor de kandidatuur en zou, mocht het sportfestijn worden toegewezen, ook de feitelijke organisatie op zich nemen. In SOSA vonden het Amsterdamse bestuur en het bedrijfsleven elkaar. Centraal in de campagne stond het idee van sobere en compacte Spelen, met een kostendekkende begroting. Zoveel mogelijk faciliteiten gebruiken die al bestonden of waarvan de bouw al gepland was; alleen nieuwbouw als het niet anders kon. De gemeenteraad ging in grote meerderheid akkoord met de kandidatuur.

Olympisch dorp

Voor de bouw van het olympisch dorp, waar tussen de 11.700 en 14.400 sporters moesten worden gehuisvest, viel de keuze op het tuindersgebied bij Sloten, dat na de Spelen zou worden omgetoverd tot een nieuwe woonwijk. De keuze voor een stadion ging tussen Strandvliet en Stadionplein. De uiteindelijke keuze voor de plek van het oude Olympisch Stadion uit 1928 werd pas in een later stadium gemaakt. Dat pakte ongelukkig uit: juist in de Stadionbuurt bestond al langere tijd bezorgdheid over de plannen van de gemeente met het oude stadion.

 Voorzitter Saar Boerlage tijdens een demonstratie van haar Komitee Olympische Spelen. Beeld Bert Verhoeff/HH
Voorzitter Saar Boerlage tijdens een demonstratie van haar Komitee Olympische Spelen.Beeld Bert Verhoeff/HH

In mei 1984 bleek dat buurtbewoners onder leiding van Saar Boerlage een actiegroep hadden opgericht met de alleszeggende naam Komitee Olympische Spelen Nee. Dat nam het de gemeente zeer kwalijk dat ze ‘haar eigen burgerij’ niet geraadpleegd had. Het waarschuwde dat het zou gaan protesteren en contact zou opnemen met internationale olympische organisaties om duidelijk te maken dat Amsterdammers de Spelen niet wilden. Overigens werd de kritiek niet breed gedeeld: halverwege 1985 bleek 71 procent van de Nederlandse bevolking vóór de spelen.

Brieven en bommen

De tegenstand van het Komitee – een kleine, harde kern van zeven à negen mensen – verhardde. Niet langer was het gebrek aan inspraak of de vraag waar het nieuwe stadion zou komen een probleem: er moest koste wat kost verhinderd worden dat de Spelen naar Amsterdam zouden komen. Met harde woorden, kleine acties en eindeloze brieven aan leden van het IOC wist het comité de aandacht op zich te vestigen. Waarbij Amsterdam werd geschetst als een chaotische stad met een ongehoorzame bevolking. Ook foto’s van krakersrellen werden bijgevoegd.

Het protest werd lange tijd niet serieus genomen. Dat veranderde toen in de nacht van 20 op 21 augustus 1986, twee maanden voor de verkiezing in Lausanne, bommen afgingen bij het SOSA-kantoor in de Bijlmer en het PTT-gebouw voor telecommunicatie in Sloterdijk. De aanslagen werden opgeëist door de nog onbekende groepering Revolutionaire Cellen, Kommando ins Blaue hinein. Boerlage ontkende elke betrokkenheid, maar vond het wel een geslaagde actie: “Ik denk zeker dat dit slecht is voor de kandidatuur van Amsterdam. Daar zijn wij verheugd over en in die zin distantiëren wij ons niet.”

Samaranch won de race

SOSA stortte zich vol overgave op de promotiecampagne, die er vooral op gericht was om de harten van IOC-leden te stelen. Het Amsterdamse plan bleek aan de meeste eisen voldoen. IOC-leden die een bezoek brachten aan de stad beoordeelden Amsterdam dan ook positief. Maar bij de verkiezing in Lausanne kreeg Amsterdam in de eerste ronde slechts vijf stemmen, en viel zij als eerste af. Dat het Barcelona van de Spaanse IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch de race won, kwam niet geheel onverwacht. Maar de score van slechts vijf stemmen, nog minder dan Belgrado, Brisbane en Birmingham, was uiterst pijnlijk.

Toen de bittere pil eenmaal geslikt was, bleek er onder het stadsbestuur toch ook tevredenheid te bestaan. Twee weken na het debacle antwoordde Van Thijn op de vraag wat er verbeterd was in Amsterdam sinds de kandidatuur: “De lijnen naar Den Haag zijn korter geworden en vooral ook de lijnen naar het bedrijfsleven.” Meedoen was dus toch belangrijker geweest dan winnen: de kandidatuur alleen al had een verandering in de bestuurlijke, economische en planologische situatie van de stad teweeggebracht.

Nasleep

Na de teleurstellende stemming ging de ruzie tussen voor- en tegenstanders nog even door. Bij thuiskomst bleef de sfeer grimmig. Zo was er een opstootje tussen de Nederlandse delegatie en actievoerders. NOC-voorzitter Henk Vonhoff zou in zijn gezicht zijn gespuugd door een actievoerder en Van Thijn vertelde de pers dat demonstranten van het Komitee in Lausanne Afrikaanse IOC-leden en hun vrouwen hadden bespuwd en uitgescholden voor ‘fucking nigger’. Boerlage ontkende dat haar comité er iets mee te maken had: “Er zijn hier en daar wat ontsporingen geweest, maar we hebben goed op elkaar gelet. Onze acties zijn altijd geweldloos geweest, hoewel sommigen van ons heftige karakters hebben.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden