Plus Geschiedenis

De rijke geschiedenis van Huis Marseille

Koopman Isaac Fouquier liet in 1665 een huis bouwen aan de Keizersgracht. Caroline Hanken dook in de rijke geschiedenis van Huis Marseille, waar nu het fotomuseum is gevestigd. Haar boek leest als een kleine geschiedenis van Amsterdam.

Huis Marseille rond 1953. Beeld Stadsarchief Amsterdam

De koopman Isaac Fouquier is een jaar of vijftig als hij in bezit komt van een bouwperceel aan de Keizersgracht. Als telg van immigranten uit de Zuidelijke Nederlanden heeft hij een fortuin verworven met de handel op de Levant en het Middellandse Zeegebied.

Fouquier bezit meer onroerend goed in de stad, maar laat hier in de nieuwe stadsuitbreidingswijk een huis verrijzen geheel naar eigen smaak. De gevel van Huis Marseille wordt versierd met een reliëf van de haven van Marseille en stenen guirlandes vol citroenen, druiven en granaatappels. Kostbaar fruit uit de streken waarmee hij handel drijft.

Al tijdens de bouw zijn de koopmanshuizen aan de nieuwe Amsterdamse grachten een bezienswaardigheid. Hier staan ‘de aanzienlijkste en heerlijkste gebouwen der stadt,’ beschrijft Melchior Fokkens in zijn in 1662 verschenen reisgids. Stadspaleizen ‘zoo overkostelijk van huysraat als schilderijen en oost-Indische vercierselen voorzien’ van puissant rijke koopmannen, die bijdragen aan en profiteren van de in Amsterdam florerende wereldhandel.

Bankroet

Na een bezoek op 11 januari 1676 aan de desolate boedelkamer op het Amsterdamse stadhuis wordt Isaac Fouquier bankroet verklaard. De reden voor zijn faillissement blijft onduidelijk. Caroline Hanken, die voor haar boek Een huis genaamd Marseille in de geschiedenis van het grachtenpand dook, vermoedt dat hij zoals zoveel handelaren in de problemen was gekomen door de oorlogen tegen Frankrijk en Engeland.

Op een reeks executieveilingen worden zijn bezittingen verkocht. Koper van het Huis Marseille is lakenhandelaar Egbert de Vrij (1626-1701), telg van een vooraanstaande Amsterdamse regentenfamilie.

In de koopakte worden bij gebrek aan huisnummers ook de buren bij naam genoemd. Zo is daar Cornelis Spruijt, eigenaar van het huis links van Huis Marseille. Dit buurpand op Keizersgracht 399 maakt sinds 2013 ook onderdeel uit van het huidige fotografiemuseum. De gevel van dit pand is bescheidener van aard, zonder tierlantijnen. Logisch: Cornelis Spruijt (1612-1680) was een vrome, doopsgezinde diamantslijper. Aanhangers van de doopsgezinde kerk waren wars van uiterlijk vertoon.

Suikerbakkers

Wouter Valckenier, de derde bewoner van het pand, was de zoon van de machtige Gilles Valckenier, die negen maal burgemeester van Amsterdam was. Wouters huwelijk met Anna Maria Trip is een verhaal op zich. De puissant rijke wapenhandelaar Louys Trip hoopte als ‘nieuwe rijke’ met het huwelijk van zijn dochter eindelijk aanzien te verwerven onder de oude Amsterdamse regentenfamilies.

En dat mocht wat kosten. Louys Trip trakteert de gasten op een megalomane bruiloft inclusief vuurwerkspektakel. De rekening bedraagt 8300 gulden, omgerekend naar huidige maatstaven bijna 217.000 euro. En dan moet de eindafrekening van het huwelijk tussen de Valckeniers en de Trips nog worden opgemaakt…

Na Wouter Valckenier volgt er nog een reeks bewoners, van bankiers tot suikerbakkers, de een spraakmakender dan de ander. Maar stuk voor stuk zeggen die bewoners ook iets over de geschiedenis van de stad.

Huis Marseille wordt in 1782 de ambtswoning van een van de vier burgemeesters van de stad. Maar van alle bewoners van het pand ambieerde de kleurloze Pieter Elias het burgemeestersambt misschien wel het minst. Caroline Hanken vermoedt dat hij zijn benoeming in de voor de Oranjes roerige tijden niet te danken had aan zijn kwaliteiten. Eerder vanwege de andere voor de stadhouder onaanvaardbare kandidaten. Elias is slechts een jaar burgemeester, in 1783 sterft hij op 55-jarige leeftijd aan heftige koortsaanvallen.

Op een dag in 1900 belt fotograaf Nicolaas Schuitvlot aan bij Huis Marseille. Bewoonster Eva Smidt van Gelder (1845-1920) wil het hele huis op de foto laten zetten. Niet alleen de salons, ook de keuken en zelfs de kelder. Alleen de dienstbodekamertjes op de vierde verdieping ontbreken in het fotoalbum dat Schuitvlot levert. De lampetkan in de slaapkamer doet vermoeden dat het huis nog geen stromend water heeft. Ook geen spoor nog van elektrische lampen.

Wat dat betreft woont Eva Smidt van Gelder in 1900 nog met vrijwel hetzelfde comfort als haar voorgangers sinds de 17de eeuw, concludeert Caroline Henken in het fraai uitgeven boek: ‘Het album laat dan ook een manier van wonen zien die op het punt stond te verdwijnen.’ En dat overgeleverde fotoalbum is weer een link naar de huidige functie van Huis Marseille als fotografiemuseum.

Caroline Hanken, Een huis genaamd Marseille, nai010 uitgevers, 29,99 euro.

Advocaat in bezettingstijd

Aan de vooravond van de Duitse bezetting neemt de jonge Tilburgse advocaat Jan de Pont zijn intrek in Huis Marseille. Door zijn beheersing van het Duits wordt De Pont door de ingestelde Duitse rechtbanken gerechtigd op te treden als advocaat. Hij verdedigt mensen die in conflict raken met de bezetter, van kleine wetsovertreders tot verzetsmensen.

In de zomer van 1944 verzoekt Wim van Norden om juridische bijstand voor een grote groep opgepakte medewerkers van het illegale Parool. Van de drie verdachten die De Pont verdedigde komt er één meteen op vrije voeten. De andere twee, tegen wie de doodstraf wordt geëist, krijgen drie en vijf jaar gevangenisstraf. Ze worden op transport gezet naar Duitsland, maar overleven de kampen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden