PlusAchtergrond

De Portugees-Israëlietische Synagoge werd het bewijs van vestiging

Bij zijn inwijding op 2 augustus 1675 was de Portugees-Israëlietische Synagoge het grootste joodse gebedshuis ooit, afgezien van de Tempel van Salomo in Jeruzalem. Die tempel was ook de inspiratiebron voor de esnoga, zoals de Portugese Joden een synagoge noemen. De openingsfestiviteiten duurden een week.

Het interieur van de Portugese Synagoge op een prent van Romeyn de Hooghe van rond het jaar 1695.Beeld Rijksmuseum

De vier Amsterdamse burgemeesters Gillis Valckenier, Johannes Hudde, Cornelis Geelvinck en Nicolaes Pancras waren erbij toen op 2 augustus 1675 om vijf uur ’s middags de inwijdingsdienst begon van de Portugees-Israëlietische Synagoge in Amsterdam. Alle lichtkronen waren ontstoken; een koor en een orkest brachten een speciaal voor de gelegenheid door Salomo Coronel gecomponeerd lied ten gehore.

Opperrabbijn Isaac Aboab de Fonseca hield de inwijdingsrede, rabbijn Salomon de Oliveira de preek. In de dagen erna verduidelijkte rabbijn Elizar Lopes de afleiding esnoga, de Portugese benaming voor synagoge: een samentrekking van de Hebreeuwse woorden eis (vuur) en noga (helderheid), die staat voor een stemmingsvol gebouw dat uitnodigt tot geestdrift van de bezoekers. Esnoga werd al snel vernederlandst tot snoge.

Heimelijke rituelen

De ingebruikname was op de dag na Tisja Beav, de traditionele vastendag, de dag waarop zowel de verwoesting van de twee tempels in Jeruzalem als de verdrijving van de Joden uit Spanje werd herdacht. Des te groter was de vreugde dat men nu in vrijheid kon samenkomen in het schitterende nieuwe gebedshuis.

De Sefardische Joden waren in de zestiende eeuw tijdens de Spaanse inquisitie gedwongen het katholieke geloof te aanvaarden, maar hadden heimelijk hun rituelen in stand gehouden. De meesten vluchtten van Spanje naar Portugal, andere naar Antwerpen of Amsterdam.

De oude synagoge op de Houtgracht (de huidige noordzijde van het Waterlooplein) uit 1639 kon de groeiende gemeente niet meer herbergen. Er was behoefte aan een groter gebouw. Eens te meer een teken dat ‘de Portugezen’ hier gekomen waren om te blijven.

Drijvende kracht achter de bouw was opperrabbijn – chacham – Aboab (1606-1693). Hij had zich in 1666 net als de meerderheid van zijn geloofsgenoten het hoofd op hol laten brengen door Sjabtai Tsvi (ook wel Sabbatai Tsevi), die zich opwierp als de messias die de Joden terug naar het Beloofde Land zou voeren. De ontgoocheling volgde toen Tsvi een ‘valse messias’ bleek: hij was moslim geworden.

Aboab zag in de bouw van een nieuwe synagoge een middel om de eenheid in de gemeente te herstellen. Het was ook een symbool dat Amsterdam geen tijdelijk ballingsoord was, maar een permanent domicilie.

Met een gloedvol betoog zette hij in december 1670 de plannen uiteen. Eerst had de zevenkoppige bouwcommissie nog wel nieuwbouw overwogen op de plek van de oude synagoge, maar de keuze viel toch op het terrein waar de ‘tweede’ Sint Antoniespoort had gestaan, aan de gelijknamige dijk. De oproep om geld te doneren bracht bijna 40.000 gulden op, ruim genoeg om de grond te kopen.

De vermogende kooplieden in de gemeente trokken hun beurs. Maar er was veel meer geld nodig. Collectes en renteloze leningen – en ook rentedragende leningen van niet-Joden – financierden het gebouw, dat inclusief de inwijding 162.568,50 gulden ging kosten.

De bouwcommmissie koos voor het ontwerp van Elias Bouman die zich had laten inspireren door een schaalmodel van de tempel van Salomo (zie kader), dat rabbijn Jacob Jehuda Leon rond 1640 had gemaakt. De meester metselaar-aannemer was ook verantwoordelijk voor de bouw van de Grote Synagoge van de Asjkenazische Joden aan de overkant van de Muidergracht – sinds de stadsuitleg van 1662 verbonden met de Houtgracht – naar het plan van stadsbouwmeester Daniël Stalpaert. De ruime kade voor de sjoel werd Deventer Houtmarkt genoemd. We kennen het plein dat na de demping van de Muidergracht tot aan de Nieuwe Herengracht bijna twee eeuwen later zou ontstaan als het Jonas Daniël Meijerplein, naar de eerste Joodse advocaat in Nederland.

Streepje voor

Twee weken voor de inwijding van de Grote ­Synagoge op 25 maart 1671 begon de bouw van de tweemaal zo omvangrijke snoge. De Grote Synagoge was in de recordtijd van elf maanden neergezet, maar met de snoge liep het heel anders. In het voorjaar van 1672 kwam het werk tot stilstand toen de republiek van verschillende kanten werd aangevallen. Na het rampjaar bleef bouwmateriaal nog geruime tijd schaars; pas twee jaar later kon de bouw verder. Op 1 augustus van dat jaar (1674) trok er ook nog eens een tornado over Amsterdam, die veel schade aanrichtte.

Het is vooral aan de schatrijke Jeronimo Nunes da Costa (alias Mozes Curiël) te danken dat de aanleg van de synagoge en van de bijgebouwen eromheen tot een goed einde is gekomen. Als agent van de Portugese kroon had hij een streepje voor bij de import van tropisch hardhout uit Brazilië. Hij schonk onder meer de prachtige Arke (Hechal) van jacarandahout voor de gebedsrollen. De familie De Pinto speelde een belangrijke rol als geldschieter en organisator. Zo was Isaac de Pinto de penningmeester van de bouwcommissie.

Bij de viering van het driehonderdjarig bestaan van de esnoga, op 22 augustus 1975, was kroonprinses Beatrix aanwezig. Zij was niet de eerste Oranje die de synangoe bezocht: stadhouder Willem III kwam al in 1691 eens langs. 

Tempelmaquette

Het schaalmodel van de tempel van Salomo, dat rabbijn Jacob Jehuda Leon omstreeks 1640 had gemaakt (naar de schaarse bekende gegeven), was de inspiratiebron voor Elias Bouman bij zijn ontwerp van de esnoga. Met name de gezwenkte steunberen zijn overgenomen van ‘Rabbijn Templo’, zoals Leons bijnaam luidde, die twee weken voor de inwijding van de esnoga overleed. Hij was er speciaal voor overgekomen uit Londen, waarheen hij was verhuisd. De maquette is verdwenen, maar aan de hand van publicaties erover heeft Freek Putto hem ruim twintig jaar geleden gereconstrueerd voor het Bijbels Museum. Deze reconstructie staat nu voor €2500 te koop op museumdepotshop.nl.

Dit is een ingekorte bewerking van een verhaal dat werd gepubliceerd in het zomernummer van Ons Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden