PlusExclusief

De ouderenzorg verschraalt: ‘Ouderen, kom zelf in actie, nu het nog kan’

De zorg voor ouderen zal de komende jaren minder toegankelijk worden en de kwaliteit zal achteruitgaan. Beeld Getty Images
De zorg voor ouderen zal de komende jaren minder toegankelijk worden en de kwaliteit zal achteruitgaan.Beeld Getty Images

De ouderenzorg verschraalt de komende jaren, terwijl de behoefte eraan door de vergrijzing juist groeit. Zeker Amsterdam, waar veel alleenstaanden wonen, wordt hard geraakt. ‘Ouderen moeten nu zelf in actie komen,’ waarschuwt gezondheidseconoom Xander Koolman.

Jop van Kempen

Vergeet de wachtlijst voor ziekenhuisoperaties. Vergeet ook de wachtlijst in de geestelijke gezondheidszorg. Vergeet zelfs de impasse in de jeugdzorg. Hét zorgprobleem dat zich de komende jaren in Nederland zal aandienen, is de zorg voor ouderen, zegt gezondheidszorgeconoom aan de Vrije Universiteit (VU) Xander Koolman.

Denk aan een wijkverpleegkundige die over de vloer komt voor de nazorg na een operatie. Of een verzorgende die een patiënte met suikerziekte en hartproblemen helpt met douchen, aankleden en medicatie-inname. Of aan de verzorging van mensen met dementie, de duurste ziekte van Nederland (zie kader).

Die zorg zal de komende jaren minder toegankelijk worden en de kwaliteit zal achteruitgaan, verwacht Koolman. Voortekenen daarvan zijn er al. Vaker dan vóór de coronapandemie liggen ouderen zo lang alleen op de grond van hun eigen woning dat ze onderkoeld bij de spoedeisende hulp van een ziekenhuis aankomen, zo schreef het Algemeen Dagblad deze maand. Paroolcolumnist Marcel Levi repte in dat verband al eerder van ‘een nieuwe ziekte, het syndroom van Vattenfall’.

“Het grootste deel van de zorg voor ouderen komt van familie of vrienden,” zegt Koolman. “Met name een samenwonende partner draagt veel bij, maar Amsterdammers wonen wezenlijk vaker alleen. Bij een ontbrekende partner komt die zorg in landen als Duitsland of Frankrijk vaak op de schouders van de kinderen terecht. Zij nemen soms gewoon ontslag van hun baan. In Nederland is dat veel minder gebruikelijk. Het zorgstelsel moet het dan oplossen. Mijn verwachting is: dat gaat niet gebeuren, omdat het bijzonder veel gaat kosten.”

“De hogere zorgkosten die eraan komen, wil de samenleving waarschijnlijk niet betalen, als de voortekenen niet bedriegen,” vervolgt Koolman. Hij voorziet dat Nederland weliswaar vele miljarden extra gaat uitgeven aan de ouderenzorg, maar dat loopt niet in de pas met de stijging van het aantal ouderen met een zorgbehoefte. Zo neemt het budget per patiënt af.

Koolman promoveerde aan de Erasmus Universiteit en is tegenwoordig sectiehoofd van de afdeling gezondheidseconomie van de Vrije Universiteit. Ook is hij verbonden aan Equalis, een gezondheidseconomisch adviesbureau. Hij benadert zijn vakgebied niet louter vanuit een ivoren toren, maar voorziet vele politieke partijen, overheden, marktpartijen, beroeps-, en brancheorganisaties van advies. Ook twittert hij over publieke zaken.

Het vakgebied van Koolman gaat in de kern over de vraag hoeveel zorg en gezondheid de maatschappij met geld kan kopen. En wat daarvan de gevolgen zijn.

Want hoe meer gezondheidszorg de staat voor zijn burgers koopt, hoe minder er voor diezelfde burgers kan worden uitgeven aan bijvoorbeeld sociale zekerheid en onderwijs. Of de premies en belastingen moeten omhoog, wat ten koste gaat van de koopkracht. Dat is geen populair politiek standpunt.

Het mooie van staatsgeld spenderen aan zorg is dat burgers gelukkiger worden van die zorg. Het nadeel is dat het de staat bijna niets oplevert, zegt Koolman. Zorg geef je namelijk vooral uit aan mensen die al naast de arbeidsmarkt staan en financieel dus bijna niets meer bijdragen aan de staatskas. Met een cynische blik is roken in dat kader wel eens een oplossing genoemd in plaats van een probleem.

Een hoge standaard van de zorg – zoals in Nederland – houdt meer mensen steeds langer in leven. Fantastisch natuurlijk, maar dat creëert tegelijkertijd een maatschappelijk probleem. Zeker nu het aandeel ouderen toeneemt. De grote groep babyboomers bereikt binnen nu en tien jaar de tachtig jaar.

“Tachtig jaar is vaak een omslagpunt,” zegt Koolman. “Mensen komen vaker alleen te staan omdat hun partner wegvalt, terwijl hun zorgbehoefte juist toeneemt. Dat leidt tot een sterkere zorgbehoefte dan we de afgelopen jaren gewend waren.”

Hoeveel tijd is er volgens u om in te grijpen?

“Als er binnen nu en vijf jaar niets verandert, kun je de leefomstandigheden voor de eerste naoorlogse generatie niet meer bijsturen. Dan verschraalt voor hen dus de zorg.”

Waarom wilt u het punt over de ouderenzorg maken?

“Omdat mensen dan in actie kunnen komen. Mensen van 75 jaar die nog fit zijn, kunnen nu al beginnen met het oprichten van een woongroep, bijvoorbeeld. Als je voldoende privacy hebt, kan dat heel aangenaam zijn. Als student woonde ik zelf in een woongroep. Voor alleenstaande ouderen is het ook functioneel, want ze kunnen elkaars mantelzorger worden. Niet alleen ouderen zelf kunnen initiatieven nemen, dat geldt ook voor hun kinderen.”

Zulke initiatieven zijn er toch al?

“Ja, maar nog veel te weinig. In vergrijzende provinciegemeenten zie je zoiets wel al, maar in Amsterdam en andere grote steden ontbreekt het eraan.”

Een woongroep dus. Waar denkt u nog meer aan?

“Een idee dat ineens in me opkomt is een flat waarbij elke bewoner zijn eigen woning pas kan betreden als ie eerst door een gemeenschappelijke huiskamer loopt. Het gaat om woonvormen waarin sociale structuren vanzelf tot stand komen, zodat niemand aan zijn lot wordt overgelaten.”

U spreekt geregeld met politici. Waarom komt dat geluid niet uit Den Haag?

“Oppositiepartijen zeggen dan vaak: er moet geld bij, dan komt alles goed. Maar de oppositie houdt in haar plannen weinig rekening met de kosten. Voor de oppositie lijkt extra zorg gratis.”

“De coalitie realiseert zich heus wel dat dit probleem zich aandient. Maar zowel extra belastingen als het beperken van de zorg liggen politiek heel gevoelig, en kan bij de verkiezingen stemmen kosten. Het is dan makkelijker om te doen alsof extra zorg geen offers vraagt. Daarom krijgen burgers geen goed beeld van wat de toekomst zal brengen.”

Is er wel genoeg zorgpersoneel voor ouderen?

“Ja, dat is minder een probleem. Het gaat toch vooral om geld. Personeelsgebrek is een gemakkelijk excuus om het werkelijke dilemma te omzeilen. Het is mogelijk om de salarissen in de zorg sneller te laten stijgen dan daarbuiten. Dan maken meer mensen de overstap naar de zorg.”

Wat zou uw oplossing zijn?

“Dat zijn er meerdere. Ik zou beginnen om gezonde 65-plussers op allerlei wijzen te stimuleren om informele zorg te leveren voor ouderen met een zorgbehoefte. Als er extra geld nodig is, dan kun je de vermogenswinst op de huizenmarkt aan het eind van het leven belasten. Dat ligt ook gevoelig, want dan gaat de overheid bij de erfenis geld afromen ten koste van de kinderen. Maar zo dragen ouderen wel direct bij aan voorzieningen die ook voor hen zijn bedoeld.”

Dementie slokt grootste deel zorgbudget op

In 2020 werd 11,8 miljard euro uitgegeven aan de intensieve thuiszorg en verpleeghuiszorg voor mensen met dementie, zo becijferde registratiebureau Vektis. Daarmee is dementie de aandoening die het grootste gedeelte van het zorgbudget inneemt. Zolang er geen geneesmiddel tegen is en ook technologische oplossingen niet fors besparend zijn, zullen de uitgaven als gevolg van de vergrijzing toenemen.

Volgens Alzheimer Nederland heeft meer dan een kwart van de 80-plussers dementie. In 2019 vormden 80-plussers 5 procent van de bevolking en in 2050 zal dat zijn piek hebben bereikt met ruim 10 procent, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In heel Nederland groeit het aantal 65-plussers, ook in Amsterdam: van 12 procent in 2022 naar 16 procent in 2040, volgens cijfers van de GGD Amsterdam. In absolute getallen gaat het om een groei van 90.000 mensen naar 160.000.

Volgens het CBS vormt 55 procent van de Amsterdammers een eenpersoonshuishouden, terwijl dat in Nederland 39 procent is. Mede daardoor blijft het aantal mantelzorgers in de hoofdstad achter. Terwijl in Nederland 14 procent in de leeftijdsgroep 65-74 jaar mantelzorger is, blijft dat in Amsterdam steken op 9.

Verder heeft Amsterdam een grote groep inwoners met een lagere sociaaleconomische status. Zij moeten na hun AOW-leeftijd (nu bijna 67 jaar) vaker rondkomen van alleen hun AOW. Ook krijgen zij relatief vaker dementie vanwege een minder goede basisgezondheid.

Via onder meer de inzet van buurtteams, preventie (meer sporten, gezonder eten) en het huisvestingsbeleid probeert Amsterdam de aankomende zorgvraag te verkleinen. Wethouder Shula Rijxman (Zorg) zei onlangs in deze krant dat bestaande flats worden omgebouwd om ouderen langer zelfstandig te kunnen laten wonen: de zogenoemde Lang Leven Thuisflats. “Er zijn er al zeven in ontwikkeling, de ambitie is om er tien te realiseren,” aldus Rijxman.

Xander Koolman: ‘Het gaat toch vooral om geld. Personeelsgebrek is een gemakkelijk excuus om het werkelijke dilemma te omzeilen.’ Beeld VU
Xander Koolman: ‘Het gaat toch vooral om geld. Personeelsgebrek is een gemakkelijk excuus om het werkelijke dilemma te omzeilen.’Beeld VU

Luister ook naar onze podcast Amsterdam wereldstad, zoals deze afleveringen over ouder worden in verschillende stadsdlen:

Afl. 19 - Waarom Amsterdammers in het ene stadsdeel ouder worden dan in het andere

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden