Fietswedstrijd voor slagersjongens op de Keizersgracht.

Plus

De naoorlogse situatie van de Amsterdamse sport was zorgwekkend

Fietswedstrijd voor slagersjongens op de Keizersgracht. Beeld Stadsarchief Amsterdam

Voor sport was er in Amsterdam na de bevrijding geen ruimte. Sportvelden moesten wijken voor nieuwbouwwijken, de bouw van nieuwe sporthallen bleek een utopie. De Sportweek Amsterdam moest de ‘onbegrepen massa-jeugd’ omvormen tot ‘levensblije, bruikbare jonge mensen’.

‘Een bonte verscheidenheid van tuig- en zadelpaarden heeft het concours-hippique zondagmiddag in een grillige omlijsting van boomgroepen en… bunkers, met het silhouet van het Rijksmuseum op de achtergrond, tot ene bijzonder geslaagd paardensportfeest gemaakt,’ schrijft Het Parool op maandag 7 juli 1947. 

Het paardenspektakel op het Museumplein was een van de vele activiteiten van de ­allereerste editie in 1947 van de Sportweek Amsterdam, de eerste grote naoorlogse sportmanifestatie. Amsterdammers konden kennismaken met minder populaire sporten. Belangrijk was ook het aantonen van ‘het grote nut van de sportbeoefening’ voor de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van de jeugd, ‘die in de oorlogsjaren zozeer is afgegleden van een juist begrip voor de hoge levenswaarden’.

Viswedstrijden

Sportclubs en sportbonden grepen de kans aan om voor het eerst na de bevrijding weer wedstrijden op niveau te organiseren, zoals de wielerwedstrijd Amsterdam-Arnhem-Amsterdam. Populaire en amusante onderdelen waren de viswedstrijden, de Sierbrulcragtwagen-puzzeltocht voor automobilisten en een bestelfietsrace voor slagersknechten (zie kader). 

Alle jolijt ten spijt, de naoorlogse situatie van de Amsterdamse sport was zorgwekkend. In een gemeentelijk rapport werd berekend dat er minstens vijftien nieuwe sporthallen moesten worden gebouwd. Maar in een tijd van wederopbouw, met door de overheid gereguleerde bestedingsbeperkingen en een bouwstop voor grote projecten, bleek zelfs de bouw van een enkele sporthal een utopie.

Bij het eerste lustrum in 1951 blufte de organisatie dat de Amsterdamse Sportweek onmisbaar was. Najaar 1950 had het voortbestaan nog aan een zijde draadje gehangen. De twee grootste Amsterdamse sportbonden, de voetbal- en de turnbond, stapten uit de organisatie omdat ‘Jan en alleman’ zich overal mee bemoeiden. 

Gratis evenementen
Redding kwam met de instelling van de gemeentelijke sportraad, met adviserende bevoegdheid. Veel meer kreeg de jubilerende stichting niet cadeau, de inkomsten van de lustrumeditie vielen zwaar tegen. De Amsterdammers kwamen massaal af op de gratis evenementen, zoals de kelnerhardloopwedstrijd op het Thorbeckeplein of kanowedstrijden op de Bosbaan, maar het Olympisch Stadion bleef op de Gala-avond als vanouds leeg.

Het bestuur bestookte de deelnemende sportclubs met richtlijnen. Men moest niet denken dat ‘in sportcostuum gestoken jongelui’ volstond: ‘Dan begint pas het spitsroeden lopen voor het critische hoofdstedelijke publiek.’

Educatie was cruciaal, zeker bij demonstraties van minder bekende sporten. Zoals tot tevredenheid van het Algemeen Handelsblad gebeurde bij een rugbydemonstratie op het Olympiaplein: ‘Voor velen was rugby een enigszins reglementaire knokpartij tussen een stel wilde knapen. Maar na deze ontmoeting zullen hoogstwaarschijnlijk degenen, die er aldus over dachten, hun mening gewijzigd hebben, want een sober doch duidelijk commentaar maakte niet-ingewijden duidelijk welke waarde ook rugby voor lichaam en geest kan hebben.’ De Parool-verslaggever klaagde vooral over ‘de vloedgolf van decibels, die de jongste jeugd van omwonenden tot ver over negen wakker houdt.’

De editie van 1958 zou ‘groter worden dan ooit tevoren’.

Ambitieuze plannen

Voorjaar 1958 lanceerde het Sportweekcomité ‘om verstarring tegen te gaan’ ambitieuze plannen. In de Singelgracht zouden tien tot ‘sprookjesachtige tropische eilanden’ omgebouwde dekschuiten met ‘prachtige exotische planten, flamingo’s en papagaaien’ worden afgemeerd. Het comité droomde al weg van een judo-demonstratie in een bloeiende Japanse kersentuin met een theehuis ‘waarin zelfs geisha’s niet zullen worden vergeten’. In april werd het plan ‘vanwege de vele beperkingen bij de autoriteiten’ geschrapt. Wederom had de organisatie grote moeite om geld bij elkaar te sprokkelen. Dat merkten ook de microkorfballers van Blauw-Wit en Luto, tot hun teleurstelling kregen alleen de aanvoerders een herinneringsvaantje.

Het einde van de Sportweek werd ingeluid in 1961 met het schrappen van alle gratis straatactiviteiten. Over bleven internationale evenementen als de turnwedstrijd Amsterdam-Berlijn en een volleybaltreffen tussen een Amsterdams en een Parijs team. Van de traditionele onderdelen overleefden slechts de vlettenrace in het Oosterdok, een rijwieltocht rond Amsterdam en een wandelevenement. De week werd afgesloten met internationale speedboatraces op de Sloterplas.

In 1962 hief de Sportweek zichzelf op. Een verstandig besluit, volgens de sportraad: ‘Van de Sportweek geen woord kwaad, allercharmantste initiatieven hielpen de sport haar plaats te verkrijgen, die zij op het ogenblik heeft.’ Amsterdam werd door radioluisteraars ook nog eens uitgeroepen tot Sportstad 1962. Maar belangrijker, dat jaar werden de plannen goedgekeurd voor de bouw van een sporthal in de Van Hogendorpbuurt. Daarmee had Sportweek Amsterdam alsnog de belangrijkste doelstelling bereikt.

Peter Post

Een van de populairste onderdelen van de Sportweek Amsterdam was de bestelfietsrace voor bakkers en slagersknechten, die volgens de Volkskrant ‘hun ware aard en robuuste Amsterdamse inborst zouden verloochenen, wanneer zij als wellevende en ordentelijke burgers rustig en bedaard met hun transportfietsen langs ’s heren wegen zouden fietsen.’ 

Bij de race in 1947 belandde nummer 67 in het water van de Keizersgracht. Terwijl hij werd opgelapt, zei winnaar Willem Benschop aan de toog van café De Zon: “Ze magge de straten wel eens opknappe!” In 1949 won een zekere Peter Post. De zoon van slager Post uit de Staatliedenbuurt zou drie jaar later zijn eerste wielrenlicentie aanvragen. “Ik deed er altijd aan mee, dit waren mijn eerste wedstrijden,” aldus Post later terugkijkend op zijn succesvolle wielercarrière. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden