Plus

De nalatenschap van de tweede Gouden Eeuw? Dat zijn de Amsterdamse grachtenpanden

Amsterdam kende tussen 1860 en 1920 een tweede Gouden Eeuw en de komst van gas, stromend water en elektriciteit veroorzaakte een moderniserings­drift. De bewoners van de grachtenpanden wilden hun gasten in een passende en eigentijdse ambiance ontvangen.

De kamer van Marie Katz-Geesink in Keizersgracht 630, op een foto uit de jaren 1880 van Albert Greiner.Beeld Stadsarchief

Op geen enkele koffietafel in de grachtengordel zou het nieuwe boek van kunsthistoricus Coert Peter Krabbe (57) misstaan. Huizen van fortuin is met zijn roze omslag en gouden belettering een kloek werk waarin Krabbe eerst en vooral beschrijft – en de lezer zeer uitgebreid toont – hoe vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw zich een fikse verbouwingsdrang meester maakte van de grachtengordel­bewoners. 

“Grachtenpanden hebben doorgaans oersterke constructies – ze staan er uiteraard nu nog steeds – dus afbraak was nergens voor nodig. De bewoners voegden er gewoon een laag aan toe.”

Grachtenpaleizen

Als architectuurhistoricus van de gemeente Amsterdam, afdeling Monumenten en Archeologie, komt Krabbe nog eens ergens – ook in de monumentale panden aan de grachten waarover hij schrijft. Veel van die ‘grachtenpaleizen’ hadden in de achttiende eeuw al een interieurtransformatie ondergaan. Een eeuw kwam daar nog eens een ware moderniseringsdrift overheen.

Daar zijn verschillende oorzaken voor te noemen, vertelt Krabbe. “Met enige overdrijving wordt de periode tussen 1860 en 1920 ook wel de tweede Gouden Eeuw genoemd,” zegt de historicus. “Er kwamen veel nieuwe rijken naar de stad, maar de oude families in de grachtengordel lieten zich qua verfraaiingen van hun huizen ook niet onbetuigd.”

Bloeiende economie

De reden dat Amsterdam juist dan weer groeit en bloeit? Het bankwezen, de exploitatie van Nederlands-Indië, de diamantnijverheid en de opleving van de bouwnijverheid. De bloeiende economie lokte arbeiders, kleine ondernemers en middenstanders naar de stad. Dankzij liberaal voorman Johan Rudolph Thorbecke kwam een eind aan het raadslidmaatschap voor het leven. 

Mede daardoor werd de stad een aantrekkelijke vestigingsplaats als je niet tot de oude toplaag behoorde. De waarden van de Franse revolutie – vrijheid, gelijkheid en broederschap – sijpelden na een jaar of zeventig eindelijk door op de Amsteloevers. “Daarbij had je figuren als Samuel Sarphati, die er echt voor zorgden dat de stad veel aangenamer werd voor wie niet tot de regentenkliek behoorde.”

Tekst gaat door onder foto

Herengracht 502, de ambtswoning van burgemeester Halsema.

Behalve een wellicht hedonistische zucht naar verfraaiing speelde nog iets anders. De indus­triële revolutie was in Nederland in volle gang en dat wierp praktische vruchten af. Kaarsen en olielampen werden vervangen door gaslampen en rond 1900 door elektrisch licht, er werd door Britse ondernemers een duinwaterleiding aangelegd  – Waternet bestond nog niet – en centrale verwarming maakte begin twintigste eeuw zijn opwachting (ten koste van de haard). Badkamers werden aangelegd, keukens kregen fornuizen, zogeheten kookmachines. Krabbe: “Al die verworvenheden en noviteiten wilden de rijken natuurlijk graag in huis hebben en dus kwam er een renovatiehausse op gang.”

Paleis voor Volksvlijt

Er was dus vraag, maar er was ook aanbod. Bracht de industriële revolutie een nieuw slag vakmensen – ingenieurs – op de been, alle nieuwe bouwtechnieken zorgden ervoor dat huizen niet meer alleen door aannemers en ambachtsbazen werden neergezet, daar kwamen architecten aan te pas. Die hadden sinds enige tijd een opleiding in Delft en een eigen beroepsvereniging en staken bepaald niet onder stoelen of banken dat ze gezien wilden worden. Krabbe: “Ze ontwierpen grote, complexe gebouwen als het Paleis voor Volksvlijt, het Centraal Station, het Amstel Hotel en het Rijksmuseum, maar ze richtten zich ook op woonhuizen. Sommige kunstlievende eigenaren zagen dat wel zitten, die wilden hun huizen graag laten ontwerpen door die artistieke architecten.”

Tekst gaat door onder foto

Herengracht 605

Die laatsten lieten er, op hun beurt, geen gras over groeien en namen behalve grote gebouwen en exterieurs ook interieurs voor hun rekening, zodat je een compleet huis met inrichting bij een bepaalde architect kon bestellen. Een zogenaamd gesammtkunstwerk om in te wonen. “Een fascinerend fenomeen,” noemt Krabbe het. Karel de Bazel was zo’n architect, Eduard Cuypers een andere – hun werk wordt in Huizen van fortuin in beeld gebracht en komt uitgebreid ter sprake.

Cirkel is rond

Het allermooist aan het ‘toevoegen van een laag’ in, aan of op een grachtenpand vindt Krabbe nog wel de eerbied waarmee dat doorgaans gebeurde. “Dat verklaart ook het grote aantal interieurs dat bewaard is gebleven. Breekwerk werd met respect voor de bestaande afwerking gedaan, zo is er een historische gelaagdheid ontstaan. Aan de constructies uit de zeventiende eeuw zijn in de volgende eeuwen nieuwe interieurs en andere gevels toegevoegd. Dat vind ik toch wel de grote charme van Amsterdamse grachtenhuizen.”

Daarmee is de cirkel rond, want als architectuurhistoricus bij de gemeentelijke afdeling Monumenten en Archeologie maakt Coert Krabbe zich juist ook sterk voor het behoud van de gelaagde karaktertrekken van de grachtengordelpanden.

Coert Peter Krabbe: Huizen van fortuin – Woon­cultuur aan de Amsterdamse grachten 1860-1920. Uitgeverij Stokerkade, € 29,50.

Ook het interieur uit Halsema's huis stamt uit 1870

Het voorwoord van Huizen van fortuin is van burgemeester Femke Halsema, die zelf in een van de besproken huizen woont op Herengracht 502, sinds een kleine eeuw beter bekend als de burgemeesterswoning. De ‘praalzieke’ burgemeester Willem de Vlugt, geboren op het nederige Kattenburg, troggelde het af van de directeur van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, zo schrijft Krabbe. Halsema schrijft verrast te zijn dat het interieur niet zeventiende- of achttiende-eeuws is, maar goeddeels uit 1870 stamt. Tevens roemt ze de multifunctionaliteit van het pand. ‘Zo woon ik met mijn gezin op de zolder waar vroeger het dienstpersoneel werd ondergebracht,’ aldus de GroenLinkspoliticus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden