PlusAchtergrond

De laatste scheepswerf van Wittenburg en het ‘Marker’ huisje

Op Wittenburg was het een en al scheepsbouw, eeuwenlang. Het Groenland was de laatste werf die er – na 150 jaar – ophield te bestaan. Alleen een ‘Marker’ huisje is ervan overgebleven. Werfbaas Gerrit Broerse bouwde het voor zijn vrouw.

Het Groenland. Beeld Collectie van de familie Broerse
Het Groenland.Beeld Collectie van de familie Broerse

Scheepstimmerman Gerrit Broerse begint in 1855 een eigen scheepswerf. Hij is dan 43 jaar. Hij koopt een stuk grond aan de Wittenburgergracht van weduwe Alida Verbrugge en laat daar drie of vier scheepshellingen verrijzen. Aan de rand van het terrein laat Gerrit een opvallend huis bouwen: een pittoresk geval in een toen al ouderwetse stijl, met een tuitgevel aan de ene en een klokgevel aan de ­andere kant. Gerrits vrouw Geertje de Groot kwam van Marken en hij zou haar hiermee een echt ‘Marker’ huis hebben willen geven.

Hij heeft de eerste jaren de wind in de zeilen. De economie trekt aan: door de toenemende ­internationale scheepvaart, de opening van het Suezkanaal en de exploitatie van Nederlands-Indië groeien de vloten van de Nederlandse reders. Talrijke advertenties en krantenberichtjes geven een indruk van de activiteiten op Het Groenland. In 1859 ligt er bijvoorbeeld het ‘extra ordinair welbezeild kofschip’ De 4 Gezusters om te worden geveild en in 1878 met hetzelfde doel de schoener Paul Ernst, die bij Zandvoort was vastgelopen op het strand en kennelijk zwaar beschadigd was. Hetzelfde jaar krijgt ­Gerrit toestemming om een flink stuk van het water van de Wittenburgergracht te gebruiken, mits andere schepen kunnen passeren.

Gerrit en Geertje Broerse, omstreeks 1870.  Beeld Collectie van de familie Broerse
Gerrit en Geertje Broerse, omstreeks 1870.Beeld Collectie van de familie Broerse

Ouderling

Gerrit Broerse is behalve scheepsbouwer ook actief lid van de Hervormde Kerk. Als ouderling spant hij zich in voor de armen op Wittenburg, een van de zwaarst verpauperde buurten van de stad. Samen met predikant Hendrik Berlage en diaken Geert van Lente doet hij in augustus 1874 een dringende oproep in Het Nieuws van den Dag: ‘Menschenvrienden! Voor een deerniswaardig gezin, in onze wijk woonachtig, roepen wij met aandrang en goed vertrouwen uw ­mededoogen in. Het geldt hier eene moeder met zeven kinderen, waarvan de jongste eerst elf maanden telt. Haar echtgenoot, een oppassend werkman, bezweek dezer dagen aan een uitterende ziekte, en liet haar door zijne lang­durige krankte geheel verarmd en in kommervolste omstandigheden achter. Haar uitzicht is, naast God, op uwe erbarmen gevestigd.’

Gerrit spreekt uit ervaring. Hij heeft op 12-jarige leeftijd meegemaakt dat zijn moeder na het overlijden van zijn vader met vijf kinderen achterbleef. De respons op de advertentie is groot: er komt ruim honderd gulden binnen. Na de dood van Geertje in 1880 lijkt het geloof een nog grotere rol te gaan spelen in Gerrits leven. Hij publiceert zelfs een boekje met de titel Ervaringen en Ontmoetingen op den weg naar den Hemel (1884). De opbrengst bestemt hij voor de bouw van de ‘Twaalfde Kerk’ in Amsterdam, de ­Muiderkerk in de Linnaeusstraat.

Het werk op de werf gaat ondertussen gewoon door met vooral de bouw en de verhuur van dekschuiten. Na Gerrits overlijden in december 1893 treedt zoon Dirk in zijn voetsporen. In maart 1930 bestaat Het Groenland 75 jaar. De kranten schrijven over een groots jubileum, met ‘een schat van bloemstukken’ van bevriende scheepsbouwers en dekschuitenverhuurders. Het is een komen en gaan van zakenrelaties die de ‘krassen ouden heer Broerse met dezen dag kwamen gelukwenschen.’ De buurt heeft de straat versierd, ’s avonds brengt de fanfare van de buurt- en speeltuinvereniging Wittenburg een serenade en de kinderen van kinderkoor Apollo zingen liederen. De hele familie gaat trots op de foto.

null Beeld Collectie van de familie Broerse
Beeld Collectie van de familie Broerse

Dekschuiten

Dirks zonen Gerrit en Jan hebben dan al heel wat jaren de leiding. Ook is in 1910 timmerman Jan Beffers – de vader van schoonzoon Simon – op een deel van de werf voor zichzelf begonnen. Hij huurt de oude loods aan de Tweede Wittenburgerdwarsstraat en een van de scheepshellingen. Als zijn bedrijf groeit, verhuist hij met zoon Simon in 1927 naar een werf op het Marine­terrein, maar nadat die in de Tweede Wereldoorlog is gevorderd, keert hij terug naar Het Groenland. De families Beffers en Broerse zetten de werf daarna min of meer samen voort, tot de Beffers eind jaren zestig de zaak formeel overnemen. De werf blijft gespecialiseerd in de bouw van dekschuiten, maar legt zich ook toe op onderhoud en reparatie van plezierboten en woonarken. Er komen nog enkele stamboekschepen van de helling, waaronder de kleine boeier Vrouwe Egberdina in 1973 en in 1980 – voor Simon Beffers jr. zelf – de tjalk Anna, een toonbeeld van ouderwets vakmanschap.

Vanaf de jaren tachtig wordt vrijwel alle bebouwing op Wittenburg gesloopt voor de stadsvernieuwing. De gemeente koopt de werf: na drieënhalve eeuw verdwijnt daarmee de laatste scheepsbouw van Wittenburg. Het Markerhuisje blijft gespaard en wordt door Stadsherstel dertig meter verderop herbouwd als restaurant aan het nieuw gegraven binnenhaventje op de hoek van de Kleine Wittenburgerstraat en de Tweede Wittenburgerdwarsstraat. Op de plek van de werf staat nu een groot blok appartementen genaamd Het Groenland.

Markerhuisje op werf Het Groenland in de zeventiger jaren van 20ste eeuw.  Beeld Collectie van de familie Broerse
Markerhuisje op werf Het Groenland in de zeventiger jaren van 20ste eeuw.Beeld Collectie van de familie Broerse

Naar Amsterdam

Aan het begin van 19de eeuw zijn de zeehandel en de scheepsbouw in de regio Amsterdam grotendeels ­ingestort. De Franse bezetter heeft een boycot van Engeland ingesteld en de havens geblokkeerd.

Veel ambachtslieden uit de omgeving trekken naar ­Amsterdam op zoek naar werk. Zo ook de scheepstimmerman Albert Pietersz. Broerse (1783-1824) uit Oostzaan.

Al zijn kinderen worden in Amsterdam geboren: Giertje in 1810, Gerrit (die Het Groenland zal beginnen) in 1812, Pieter (1813), Jan (1815) en Jaap (1817). Ze wonen op de Kadijk, bij de werf De Ridder St. Joris, en later op het Wittenburger Dijkje, waar nu de Tweede Wittenburgerdwarsstraat zo ongeveer ligt. Moeder Marretje de Vries blijft na het vroege overlijden van haar man met vijf kinderen achter.

Koen Kleijn is hoofdredacteur van ‘Ons Amsterdam’. In het recentste nummer staat een uitgebreide ­versie van dit artikel. Zie onsamsterdam.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden