PlusReportage

De Kinkerstraat in de crisis: gelukkig mag je nog oliebollen verkopen

De Kinkerstraat. Beeld Dingena Mol
De Kinkerstraat.Beeld Dingena Mol

Plots moest de middenstand de deuren gesloten houden, juist de drukke weken voor kerst. In de Kinkerstraat kon deze week de balans worden opgemaakt. ‘Ik blijf zitten met agenda’s ter waarde van 25.000 euro.’

Precies terwijl Berend de Boer staat te becijferen hoeveel omzet de sluiting van zijn kookwinkel hem weleens kan gaan kosten, wordt hij aangeklampt door een man met een capuchon, die hem op zijn telefoon een plaatje van een tondeuse laat zien. Of hij die heeft? De Boer krabt eens op zijn hoofd. “We hebben die binnen liggen, maar ik mag ’m u niet verkopen. Gaat u naar de website, dan kunt u hem bestellen.”

Het gaat met pijn in het hart. Kookwinkel De Meesterslijpers, ook voor alle andere apparaten die scherp moeten zijn, moet het juist van deze periode hebben. “In december zijn mensen op zoek naar cadeautjes en in januari besluiten ze na al die etentjes wat meer zelf te koken. Dat lopen we nu allebei voor een belangrijk deel mis.”

Zoals De Boer zijn er meer in de Kinkerstraat, een doorsnee Amsterdamse winkelstraat. De grote ketens zitten er, maar vooral veel kleine zelfstandigen in voedsel en retail, die na een al zeer moeizaam jaar ook nog een tweede lockdown moeten zien te overleven. Ondernemers die pijn lijden, die de toekomst met angst en beven tegemoetzien. Ze zijn kwaad, teleurgesteld of gewoon in verwarring.

Neem Lima Masoudi van telefoonwinkel SSE Telecom: ze mag telefoons repareren, maar ze mag ze niet verkopen. “Het is een grijs gebied. Zonder oplader is je telefoon eigenlijk defect, mag ik dan een oplader wel verkopen? Mensen zien laptop, tablets, telefoons, maar ik moet steeds sorry zeggen. Terwijl dit om mijn brood gaat, om mijn inkomsten.”

De zaken gaan slecht, haar echtgenoot heeft onlangs besloten zichzelf twee maanden lang geen salaris uit te keren. Toch probeert Masoudi positief te blijven. “Ik klaag hier nu wel over, maar ik wil helemaal niet klagen. Als ik het niet meer zie zitten, denk ik: nou ja, we mogen in elk geval nog iets.”

Schaakborden

Ernaast zit Eelke Hoogstins in zijn boekenwinkel. “Wat je daar ziet is voor 25.000 euro alleen al aan agenda’s. Denk je dat ik die eind januari nog verkocht krijg? Dat kun je schudden.”

Hetzelfde geldt voor de schaakspellen: hij had een mazzeltje, kon er 550 op de kop tikken. “We verkopen ze voor vijf euro, precies een prijs waarvoor mensen het meenemen. Maar niet online natuurlijk, alleen als je hier toch al bent. Dan heb je de The Queen’s Gambit gezien en denk je: o ja, dat neem ik mee.”

Hoogstins verwacht dit jaar twee ton aan omzet mis te lopen, netto een eurootje of 80.000. “Of ik daar wakker van lig? Ik heb ervoor gekozen om dat niet te doen. Wekenlang chagrijnig zijn, daar heb je om te beginnen jezelf mee. Ik kan het wel lijen, want ik heb in de loop der jaren best wat vet op de botten gekregen. Oké, het kost me een deel van mijn pensioen, maar dat is dan zo. Shit happens.”

Oliebollen behoren tot de primaire levensbehoeften, dus de kraam op de brug mag openblijven. “Klanten zijn er blij mee,” zegt Louisa Stuij. “We staan hier al dertig jaar. We horen de hele dag: ‘Fijn dat jullie er zijn.’ Dat doet je goed, zeker in deze tijd.”

Want deze tijd is meedogenloos. Zij en haar man hebben ook twee restaurants die moeten sluiten, waaronder een steakhouse dat net open was gegaan. Stuij: “En voor een nieuwe onderneming krijg je geen steun voor gemiste inkomsten, dus we hebben nu echt moeite het hoofd boven water te houden. Daarom zijn we heel blij met de oliebollen.”

Survivalmodus

Een fietser stopt voor cadeau- en kledingwinkel Gekaapt. De eigenaar zet een papieren zak voor hem op de stoep en sluit dan weer snel de deur. Haar winkel mag niet open, legt ze even later uit, maar dit zijn oude bestellingen. Nieuwe bestellingen gaat ze voorlopig zelf maar bezorgen, op de fiets.

De tweede lockdown sinds dinsdag was een klap voor haar. Natali Salvaggio: “Toen ik het hoorde, was ik niet veel meer waard. Maar de volgende ochtend dacht ik: niks doen is geen optie. Ik sta in survivalmodus, eigenlijk al sinds maart. Als dit achter de rug is, en er is een beetje geld, ga ik zes jaar met vakantie.”

Begrip voor de harde maatregelen heeft ze wel. Toch: “Aan de zijlijn staan de beste stuurlui, maar als we dit in oktober hadden gedaan, hadden we nu fatsoenlijk kerst kunnen vieren.”

Maar niet iedereen zit in zak en as. Frans de Loos van koffie- en theewinkel Simon Lévelt bijvoorbeeld: die draait een goed jaar. “Doordat mensen al lange tijd veel thuis werken, komen ze bij ons voor goede koffie en thee. Dat het goed gaat met de zaak voelt heel dubbel, want mijn collega’s hier in de straat hebben een slecht jaar. En dan moeten ze nu ook nog sluiten, in wat voor sommigen de beste tijd van het jaar is. Ik sta hier dus echt niet te juichen, ik voel mee met de andere winkeliers.”

Plastic tasje

Zo is er de winkel in haarverzorgingsproducten en pruiken waarvan de eigenaar niet met haar naam in de krant wil. Ze heeft geen website. Wie iets van haar wil kan bellen, dan zet ze een plastic tasje met de gevraagde producten klaar. “Ik heb echt heel veel begrip voor de maatregelen, maar ik ben ook ontzettend boos. Ik moet vijf weken de deuren sluiten, terwijl drogisterijen allemaal producten verkopen die ik niet mag verkopen. Dat is krom, de zelfstandige detailhandel wordt de nek omgedraaid.”

Zij hoopt, misschien wel tegen beter weten in, zegt ze, dat de zaak dit overleeft. “Nu bellen mensen nog voor een bestelling, maar de komende dagen gaat dat helemaal opdrogen. Waar moet ik dan van leven? Geluk bij een ongeluk is dat ik niet gewend ben aan luxe, ik ga al 25 jaar niet met vakantie.”

Het komt hard aan. “Het raakt me enorm. Vroeger fietste ik vrolijk fluitend naar de zaak, maar nu voel ik me vaak triest. Deze winkel bestaat al heel lang, het kan toch niet zo zijn dat het straks afgelopen is?”

Uitgestelde kooplust

Het aantal faillissementen onder kleine zelfstandigen door de coronacrisis zal substantieel zijn, verwacht Huib Lubbers van winkelstraatonderzoeker Bureau RMC. “Velen zullen het einde van 2021 niet halen. De detailhandel had het sowieso al moeilijk, corona kwam daarbovenop.”

De individuele ondernemers moeten het zien uit te zingen tot de gevaren van de pandemie zijn geweken, want juist dan verwachten de experts een opleving van de uitgaven. Hans van Tellingen van winkeladviseur Strabo: “Zodra we weer de straat op mogen, dat zag je afgelopen zomer ook, gaan mensen weer heel graag winkelen. Het is een uitgestelde behoefte.”

Tegen die tijd kan juist ook een Kinkerstraat een stevige opleving verwachten, stelt Lubbers. “Winkel­gebieden dicht bij een woonkern waar mensen hun dagelijkse boodschappen doen, zullen sterker uit de crisis komen. Het recreatieve winkelen verhuist meer en meer van straten als de Kalverstraat naar wijkwinkelgebieden.”

Voor ondernemers zet Van Tellingen de stip aan de horizon op zomer 2021. “Er is in de wereldgeschiedenis nog nooit een epidemie geweest met meer dan twee, drie golven. Het einde is in zicht, zeker nu het vaccin eraan komt. We moeten alleen wel nog een heel vervelende winter door.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden