PlusGeschiedenis

De jacht op vieze boekjes en vunzige foto’s in de jaren 30

De een had een bochel, de ander liep mank. Met hun handel in pikante boeken, tijdschriften en foto’s bezorgden de broers André en Henri Taurel de Amsterdamse zedenpolitie rond 1930 handenvol werk. 

Een foto was pas obsceen als ‘het geslachtelijke in de voorstelling’ werd geaccentueerd’. Beeld
Een foto was pas obsceen als ‘het geslachtelijke in de voorstelling’ werd geaccentueerd’.

“Ik vind het goed, dat mijn ­geheele zaak met alle zich daarin bevindende boeken en bescheiden door de zedenpolitie wordt nagekeken en als noodig in beslag genomen,” aldus Henri Taurel op 2 februari 1935 bij zijn politieverhoor. Bij de daaropvolgende inval in zijn boekhandel aan Singel 379 werden 457 boeken, een vijftigtal tijdschriften, mappen met correspondentie en talloze foto’s van naakte mannen en vrouwen in beslag genomen. De helft van de buit van tien strekkende meters pornografie was achter de zaak opgeslagen in een geheime bergplaats, verstopt achter een kantoorkast.

Een enkel envelopje met zes foto’s. Dat is alles wat wetenschapshistoricus Bert Sliggers in het voormalige Rijksarchief betreffende de Bestrijding van den Handel in Vrouwen en Kinderen en den Handel in Ontuchtige Uitgaven nog aantrof van de ooit florerende Amsterdamse handel in pornografie. De honderden boeken, tijdschriften en foto’s die de processtukken ooit hebben vergezeld, zijn later aan het archief onttrokken en aangeboden aan de Universiteit van Amsterdam. Tot verbazing van Sliggers zag de universiteit ‘in een periode van preutsheid en onbenul’ de noodzaak van bewaren niet in: ‘Daarna ging de geschiedenis van de Nederlandse pornografie letterlijk in rook op.’

In zijn boek De zedeloze jaren 30 schetst Sliggers het kat-en-muisspel tussen de zedenpolitie en boekhandelaren – en daarmee de Amsterdamse eroticahandel van een eeuw geleden. Tijdens zijn research stuitte hij in het hoofdstedelijke politiearchief op een foto van een uitgestalde collectie boeken ‘geconfisqueerd bij een ziekelijke persoon’ in juni 1934. Die gefoto­grafeerde buit, aangetroffen bij André Taurel, biedt alsnog een inkijkje in de illegale handel in prikkelliteratuur.

Een naaktfoto was niet per definitie oneerbaar. Beeld
Een naaktfoto was niet per definitie oneerbaar.

De gebroeders Taurel waren volgens Sliggers ‘steeds op zoek naar de mazen van de wet om hun clientèle van onder de toonbank te kunnen bedienen’. Daarbij haalden ze alle trucs uit de kast, van het leveren van bestellingen op schuiladressen tot geheime leeskamertjes achter de zaak.

De Taurels grossierden in valse namen, niet zonder reden. Henri was in 1911 al eens als tiener opgepakt voor diefstal van 762,37 gulden van zijn baas. Vader Hendricus verdween in 1899 voor negen maanden in de cel na het plegen van ontuchtige handelingen met een puberjongen in een portiek in de Vondelparkbuurt. Agenten van de zedenpolitie schrokken er op hun beurt niet voor terug om etalages te schouwen, ­klanten te schaduwen of undercover te gaan als ­potentiële klanten.

Spraakmakende zedenzaak

André duikt pas in oktober 1930 op in de politiedossiers en krantenverslagen, na inbeslagname van een enorme hoeveelheid pornografische boeken en foto’s in zijn Algemene Internatio­nale Boekhandel Universo aan de Nieuwezijds Voorburgwal 316. Tussen de reproducties van Franse, Duitse en Spaanse prentbriefkaarten werden ook enkele originele foto’s aangetroffen van een moeder die ontuchtige handeling pleegde met haar negenjarige dochtertje en een vriendinnetje. Het was kinderporno gekocht van de Duitse journalist Karl Friedrich, die de foto’s thuis in Halfweg had gemaakt van zijn vrouw Alma, dochtertje Gerda en haar vriendinnetje Jacoba de Bruyn. Een spraakmakende ­zedenzaak, waar meer volwassenen bij betrokken bleken.

 Betrof het daadwerkelijk aanstoot­gevend werk? Beeld
Betrof het daadwerkelijk aanstoot­gevend werk?

Bij zijn veroordeling tot een jaar gevangenisstraf verdedigde André zich door te zeggen dat hij aan deze handel was begonnen omdat in de reguliere boekhandel niets meer te verdienen viel. Nog maar net in de Amsterdamse straf­gevangenis kreeg hij vijftien gulden boete en vijf extra dagen hechtenis na de ontdekking dat zijn verloofde de clientèle bleef bedienen. Bij huiszoeking van het boekwinkeltje Montmartre van broer Henri in de Spuistraat werd op de toonbank een album aangetroffen met 248 aanstootgevende foto’s en een stereokijker waarmee naaktstudies konden worden bekeken. In een theetafel werden nog eens zevenhonderd foto’s gevonden van naakte mannen, vrouwen en kinderen in allerlei standjes. Het zou niet bij deze invallen blijven.

Aanstootgevend werk

Alle inbeslagnames werden op het Rijksbureau beoordeeld op het aanstootgevende karakter en de strafbaarheid. Een heidense klus, denkt Sliggers: ‘De snelheid waarmee de Taurels telkens weer hun zaken vulden, was voor de rechercheurs van het Rijksbureau niet bij te benen.’ In beslag genomen boeken werden per titel gerecenseerd: betrof het daadwerkelijk aanstoot­gevend werk, semiwetenschappelijke seksuele studies of slechts frivole niemendalletjes? Ook een naaktfoto was niet per definitie oneerbaar, stelde politiecommissaris Nolthenius de Man. Een foto was pas obsceen als ‘het geslachtelijke in de voorstelling’ werd geaccentueerd. En dus maakte het Rijksbureau een indeling in vijf ­categorieën, voor een efficiënte beoordeling van geconfisqueerd materiaal.

Het zeldzaam overleverde envelopje met zes foto’s, waarmee Sliggers zijn zoektocht begon, viel buiten deze categorieën. In één oogopslag was duidelijk dat de afbeeldingen van de 27-jarige Haagse bonthandelaar Jacques Holtzer met de 9-jarige Alma Friedrich uit Halfweg kinderporno betrof. ‘Je maakt het open en vraagt je af of je ze wel had willen zien,’ schrijft Bert Sliggers. Een vondst die hij ‘vanwege het onderwerp’ misschien wel had willen negeren. Tegelijkertijd geeft die een inkijkje in de wereld van de handel in erotica rond 1930, ‘die de zedenmeesters en politie tot wanhoop dreef’.

Bert Sliggers, ‘De zedeloze jaren 30, De gebroeders Taurel en de handel in erotica.’
Uitgeverij Boom, €24,95, 262 blz.
 

Porno wordt populair

Porno kon in 1886 een massaproduct worden dankzij de ontwikkeling van een goedkoop drukprocedé. ­Aanvankelijk is de Nederlandse pornoproduc­tie nihil en ontvangen de klanten het meeste materiaal per post vanuit ­Parijs. Als Franse, Belgische en Duitse handelaren neerstrijken in Amsterdam, blijft dat in de kranten niet onopgemerkt: ‘Sedert eenige maanden heeft zich te Amsterdam een bende vreemdelingen genesteld, waarbij zich ook enkele Nederlanders hebben aangesloten, die er hun werk van maken langs ­clandestienen weg onzedelijke ­photografieën en boeken in den handel te brengen en te verspreiden.’ Omstreeks 1900 vertrekken de ­buitenlandse handelaren weer en nemen Nederlandse boekhandelaren en fotografen de lucratieve handel over.

Ging het slechts om frivole niemendalletjes? Beeld
Ging het slechts om frivole niemendalletjes?
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden