PlusReportage

De ic van Amsterdam UMC tijdens de tweede golf: ‘Dit wordt een heel vervelende herfst’

Een covidpatiënt wordt verplaatst. Beeld Marc Driessen

Een dag op de ic van Amsterdam UMC, waar onder andere een openhartoperatie moet worden afgezegd. Zo gaat het groeiende aantal coronapatiënten ten koste van de gewone zorg. 

Het is half acht in de ochtend als hoofd van de intensive care Armand Girbes zijn telefoon uit zijn witte jas vist, op zijn schermpje kijkt en zijn wenkbrauwen fronst: “Het verpleegkundig hoofd heeft klachten en moet worden getest.” Hij incasseert de tegenvaller en loopt verder. “Zo gaat dat dus.”

Het is het verlammende neveneffect van zorg in covidtijd: wachten op testuitslagen. Dikke kans dat de collega slechts een verkoudheid heeft, maar het coronavirus moet worden uitgesloten. En dus kan ze niet werken. Tenminste, niet totdat de negatieve testuitslag binnen is.

Begrijpelijk, maar ondertussen vallen er wel gaten in het rooster. Dan zijn er ook nog twee artsen ziek. Ondertussen ligt de ic vol. Tien op de covidafdeling, vijftien op de gewone ic van Amsterdam UMC, locatie VUmc aan de De Boelelaan. 

Nóg meer patiënten kunnen de vaste ic’ers niet aan. Maar het aantal covidopnames blijft oplopen, dus moet de ic binnen een paar dagen worden uitgebreid met zorgverleners van andere afdelingen, net als tijdens de eerste golf. Uiterlijk vandaag moet er een plan komen.

Girbes beent verder richting de overdracht van de nacht- naar de dagploeg. Hij wacht op nóg een test, vertelt hij. Ook die uitslag is belangrijk. Op de spoedeisende hulp ligt een patiënt die vannacht is gereanimeerd. Hij ademde zwaarder dan je zou verwachten en dus werd uit voorzorg een test gedaan. “Iemand die je reanimeert, kun je natuurlijk niet naar zijn klachten vragen.” Nu is het wachten. En geduld is een kwaliteit die Girbes niet per se bezit. Hij kijkt op zijn telefoon, nee, de uitslag is nog niet binnen.

Schuiven met patiënten is nooit een goed idee, maar nu moet het. Als de ene patiënt kan doorstromen, komt er ruimte voor een volgende. In dit geval: Op de hartchirurgische afdeling ligt een patiënt te wachten op een openhartoperatie. Of die door kan gaan, is onzeker, want na zo’n zware operatie volgt standaard opname op de ic. Maar dan moet daar wel plek zijn. “Het is simpel,” zegt Girbes: “Als de reanimatiepatiënt niet op korte termijn naar een ziekenhuis elders kan worden overgeplaatst, gaat de hartoperatie van de andere patiënt niet door. Dat is verschrikkelijk. Het lijkt wel koehandel.”

Diep in slaap gebracht

7.45 uur: Girbes zwaait de deur open van een zaaltje waar artsen de medische toestand van de patiënten bespreken. “Nou je hebt wel weer wat losgemaakt, hè,” zegt een collega. Ze doelt op Girbes’ podcast bij Argos. Daarin vertelt Girbes dat er relatief veel covidpatiënten met een niet-westerse achtergrond op zijn ic liggen. Dat is anders dan bij de eerste piek. Het valt hem ook op dat veel van hen slecht Nederlands spreken.

IC artsen bekijken een longfoto van een covidpatiënt.Beeld Marc Driessen

“Als mensen met een niet-westerse achtergrond een hoger risico op deze ziekte hebben, dan is dat erg. Ik wil het benoemen, zodat er wat aan gedaan kan worden. Als je symptomen van een patiënt wegkijkt, kun je ook nooit een diagnose stellen. Zo denk ik met alles.”

Maar de goede bedoelingen ten spijt, alle nuances die hij er had proberen in te leggen, werden weggevaagd, onder meer door Geert Wilders. “Het debat erover werd vergiftigd. De patiënten werden afgeschilderd als paria’s die ‘onze’ bedden inpikken. Vreselijk.”

Of hij het weer zou doen? “Daar ben ik nog niet uit. Ik weet ook niet wat het alternatief is. Het niet benoemen? Dan kun je het ook niet oplossen.” Veel tijd om erover na te denken heeft hij niet, want de patiënten worden besproken.

Op de gewone ic liggen veel acute patiënten. Er is een fietser na een aanrijding opgenomen met hersenletsel, er ligt iemand met een darmperforatie, er is een slachtoffer van mishandeling en een twintiger met een herseninfarct.

De covid-ic telt acht mannen en twee vrouwen. De jongste is eind vijftig, de oudste in de tachtig. ’s Nachts dreigde een patiënt naar Sittard te worden overgeplaatst. “Dramatisch, want zijn vrouw is slecht ter been,” zegt een arts vanuit de zaal. Het werd ternauwernood voorkomen, omdat een andere patiënt opknapte en naar de verpleegafdeling mocht. Als de patiënten zijn besproken, doet een specialist alvast een bondige voorspelling voor de dag: “Dat wordt aanpoten.”

De ic’ers splitsen zich op: één groep gaat naar de gewone ic. Het andere team voegt zich bij de collega’s van de afgeschermde covid-ic. Intensivist van dienst is Jack Haitsma. Gehuld in beschermende kleding – masker, muts, spatbril, schort – staat hij aan het bed van een patiënt die diep in slaap is. Bij zijn hoofd een wirwar aan doorzichtige draadjes die naar de infuuspompen lopen. Hij ligt aan de beademing, zoals bijna alle patiënten hier, en is goed ingestopt onder een deken.

Covid IC. Beeld Marc Driessen

“Patiënten op een ic koelen makkelijk af, zeker als ze in slaap zijn, want dan is de eigen temperatuurregulatie verstoord. Daar komt nog bij dat er een luchtstroom is om het virus weg te vangen. Ook daarvan koel je af. We zorgen dus dat mensen goed warm blijven.”

Haitsma is alweer een paar weken druk op de ic met covid en dat roept herinneringen op aan de eerste piek. “Mensen die zorg nodig hebben nadat ze een hartaanval hebben gehad, waren er ineens veel minder. Dat gaf een raar gevoel.”

In de eerste piek werden alle geplande, niet acute operaties, uitgesteld. Nu is dat anders. De ziekenhuizen proberen de gewone zorg zoveel mogelijk overeind te houden. Inmiddels is de reguliere zorg dertig procent teruggeschroefd. Haitsma hoopt dat het daarbij blijft. In de eerste plaats voor alle patiënten – regulier en covid – maar ook voor het vak, want juist ook het behandelen van patiënten met verschillende klachten maakt het zware werk op de ic mooi.

Een bed komt vrij

Een verpleegkundige komt binnen en vraagt Haitsma of een patiënt op de rug moet worden gedraaid, een zeer arbeidsintensieve handeling. Een kwartier later staan vijf ic-ers rond het bed. Een heeft de regie, een ander houdt de infusen en beademingsbuis in de gaten. De patiënt ligt in een laken gewikkeld, en de zorgverleners aan het bed hebben aan weerszijden een deel van het laken vast.

“Weet iedereen wat hij moet doen?” vraagt de anesthesioloog aan het hoofd van het bed. “Zijn er nog vragen?” Het is stil. “Iedereen klaar op drie en dan ligt hij op zes op zijn linkerzij. Een, twee, drie, vier, vijf, zes – overpakken.” Bij het opnieuw aftellen ligt de patiënt op zijn rug. “Mooi.”

Er is veel geleerd over de behandeling van covidpatiënten, zegt Haitsma. Met het inzetten van antistollingsmiddelen en ontstekingsremmer dexamethason, die het overactieve afweersysteem remt, zijn belangrijke stappen gezet. Van de patiënten die tijdens de eerste golf in Amsterdam UMC werden opgenomen met Covid-19 kwam ruim een derde op de ic. Nu lijkt dat twintig procent te zijn. De cijfers van afgelopen maanden lieten ook zien dat patiënten korter op de ic lagen. Maar Haitsma vindt het nog wat vroeg om daar conclusies aan te verbinden. “We hebben patiënten gehad die er wat korter lagen, maar we hebben ook een aantal mensen die hier al twee of drie weken liggen.”

Covid IC. Beeld Marc Driessen

Een kamer verder zit een patiënt rechtop in bed. Hij is van de beademing af en wordt klaargemaakt om naar een verpleegafdeling te gaan. Een ic-verpleegkundige pakt de tekeningen van zijn kleinkinderen en buigt zich naar de patiënt. “Kijk, ze hebben dit voor u getekend. Dit is een koe. Ik zeg het er maar even bij.” De man kijkt naar de tekening. Rond zijn lippen trekt iets van een glimlach. “Ze hebben hun best gedaan.”

Er komt dus één bed vrij, maar dat was al nodig voor de man die anders naar Sittard had gemoeten. Bovendien liggen elders in het ziekenhuis nog twintig covidpatiënten die het vooralsnog met extra zuurstof redden, maar daar kan ook zomaar iemand verslechteren. 

‘Om te huilen’

Girbes belt, appt en loopt met een grote gele map onder zijn arm door het ziekenhuis. Tussendoor wordt hij gebeld door registratiemanagers. Zijn antwoord is vaak kort en deprimerend: “Nul – nul.” Nul plekken vrij op de covid-ic, nul plekken vrij op de gewone ic.

Nu moet hij naar het beddenoverleg waar de planners van alle afdelingen uit het ziekenhuis samenkomen. Onderweg vertelt hij dat de hartoperatie vanwege plaatsgebrek toch moest worden gecanceld. “Dat is dus een patiënt die al een hele tijd wacht op deze grote operatie, waarbij er toch een klein risico is dat je doodgaat. Ik stel me zo voor dat je dan nog even naar je testament kijkt, dat je er helemaal naar toeleeft. Het is een van de grootste gebeurtenissen in iemands leven en dan zeggen wij, op de dag zelf: ‘Het kan toch niet doorgaan’. Dat is om te huilen.”

Het keren van een patiënt die aan de beademing ligt, is arbeidsintensief en vraagt om meerdere zorgverleners.Beeld Marc Driessen

Nu de ene na de andere covidpatiënt wordt opgenomen, en de ziekenhuizen met man en macht proberen de gewone zorg zoveel mogelijk door te laten gaan, begint het steeds meer te knellen. Zowel de covidpatiënt helpen als de gewone patiënt, dat gaat niet, bij gebrek aan gespecialiseerd personeel.

Dan ‘wint’ de patiënt die het snelst hulp nodig heeft, en dat is vaak de covidpatiënt. Want iemand die een veel te laag zuurstofgehalte in het bloed heeft en die in ademnood is, moet acuut in het ziekenhuis worden opgenomen. Dit ten koste van andere, gewone patiënten, van wie vaak niet bekend is wat de schade van uitstel is.

“Een collega in Parijs vertelde mij dat patiënten in haar ziekenhuis nu gemiddeld met één stadium verder gevorderde borstkanker komen. Dat betekent een enorm veel slechtere overlevingskans. Ik heb niet zoveel reden om te denken dat het in Nederland heel anders zal zijn. Er is een grote angst dat we veel schade brengen aan de reguliere zorg – en terecht.”

Hij mag dan wel intensivist zijn, hij voelt met de collega’s van andere specialismen mee. Neem oncologie. “Je kunt je het leed niet voorstellen. Mensen gaan denken: ‘Zal ik in deze tijd nog wel beginnen aan zo’n chemotherapie? Want stel je voor dat ik in of rond het ziekenhuis Covid oploop?’” Die mensen zitten met verschrikkelijke dilemma’s. Ik heb enorm met ze te doen. Ook met hun dokters, die met deze afwegingen te maken krijgen.” Tegen zijn moeder heeft hij gezegd: ‘laat die knieoperatie nou maar even zitten, kreupel maar een tijdje door’.

Hij gaat zitten voor het beddenoverleg. Terwijl op een groot scherm wordt getoond dat het in alle ziekenhuizen in de regio drukker wordt met covidpatiënten en er over een paar weken rekening moet worden gehouden met mogelijk dubbele aantallen, neemt Girbes een telefoontje van een collega uit locatie AMC op. “Nee het spijt me. Het is bij ons net als bij jullie: we zitten vol. Maar ik heb gehoord dat het Flevoziekenhuis nog plek heeft.”

In de zaal klinken de zorgen. Als Girbes de collega heeft neergelegd, steekt hij zijn vinger op: “We zitten op de ic tot aan de rand vol. We doen er alles aan om patiënten over te plaatsen en iedereen doet super zijn best, maar het blijkt voor veel ziekenhuizen lastig om die 24 uursdiensten rond te krijgen.”

Niet bijspringen

Later zal hij uitleggen dat hij die opmerking maakt om draagvlak te krijgen voor de ic-mensen. Bij de eerste golf stond iedereen klaar voor de ic, maar nu draaien de andere specialismen, zij het aangepast, door.

“Nu zeggen ze ook: arts-assistenten-in-opleiding kunnen bij een tweede golf niet bijspringen op de ic. Dat zou niet in hun belang zijn. Maar ik zeg dan: in crisistijd is patiëntenzorg het allerbelangrijkst. Bovendien valt er ook veel te leren tijdens een crisis.”

Armand Girbes op zijn kantoor.Beeld Marc Driessen

Als hij weer terugkomt bij zijn kantoor is de planning voor de opschaling klaar. Plaatsvervangend hoofd Hans van der Spoel heeft de tabellen op zijn scherm staan. Of Girbes even komt kijken. Als je scholing, vakanties en verzuim van de verpleegkundigen meeweegt, vraagt een ic-patiënt met covid 5,4 fte per 24 uur. Binnen een paar dagen moet de ic worden opgeschaald naar 15 gewone bedden en 15 covidbedden. Het gaat honderden diensten per maand kosten. Van der Spoel: “Extra!” Die mensen moeten dus van andere afdelingen worden gehaald.

“Bij de eerste golf gingen we in twee tot drie weken van 16 naar 56 ic-patiënten,” zegt Girbes.

“Dat is een belachelijke opschaling. Toen kon alles. Nu de reguliere zorg doorgaat, is het eigenlijk veel moeilijker. Het moet stapje voor stapje en overal moet over worden vergaderd. Elke keer als je weer iets van de reguliere zorg haalt, dan zijn er mensen die daar tegenaan drukken.”

De intensivisten hopen dat, door het invoeren van de maatregelen zoals het sluiten van de horeca, er minder mensen na een ongeluk op de spoedeisende hulp komen. “Als er minder gedronken wordt, vallen er ook minder mensen van de trap.”

Maar de besmettingen die er zijn, houd je niet meer tegen. Girbes: “Ik vrees echt dat er behoorlijke chaos gaat komen. Wat er nu allemaal aan extra besmettingen is, dat gaan we over twee à drie weken op de ic merken. Dit wordt een heel vervelende herfst.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden