PlusNieuws

De horeca drijft op arbeidsmigranten, maar ook zij staan niet te springen

Nergens is het personeelstekort zo groot als in de horeca. Niet alleen Nederlanders, ook arbeidsmigranten laten het afweten. Ze vinden de lonen te laag, huisvesting te duur en Nederlanders te xenofoob. Uitzendbureaus zoeken nu tot op de Filipijnen naar geschikt personeel.

Herman Stil
Het terras van Café De Jaren in het centrum van Amsterdam. Het wordt steeds lastiger om mensen te vinden die in de horeca willen werken. Beeld Dingena Mol
Het terras van Café De Jaren in het centrum van Amsterdam. Het wordt steeds lastiger om mensen te vinden die in de horeca willen werken.Beeld Dingena Mol

Een baan in de horeca en een vijfsterrenhotelkamer op de koop toe. 40 Oost-Europese hotelmedewerkers bivakkeren al maanden in luxe kamers van Krasnapolsky op de Dam, waar ze overdag kamers schoonmaken en in de horeca of achter de balies werken. En ze zijn lang niet de enigen.

“Hoeveel van mijn medewerkers wonen nu niét in een hotel?” stelt Rob Pellegrom van Arbex, een van de grotere horeca-uitzenders van Nederland, zichzelf de vraag. “Nul.” Dat is een gelukje bij het naijlende coronaongeluk: kamers staan leeg omdat hotels nog altijd een magere bezettingsgraad hebben, van 60 procent. Maar dat is eindig, in tegenstelling tot de obstakels die worden opgeworpen om arbeidsmigranten in reguliere woningen te huisvesten (zie kader).

Arbex regelt voor onder meer de 36 hotels van de NH Group, maar ook voor The Grand en Doubletree van Hilton keuken- en bedienend personeel en personeel voor het schoonmaken van kamers.

Het bedrijf heeft in Amsterdam nu driehonderd mensen in hotels werken. Eigenaar Pellegrom schat dat hij momenteel zeker het dubbele aantal nodig heeft om al zijn klanten te bedienen, nog afgezien van hotels die zich volgens hem in paniek melden omdat ze geen personeel meer vinden en die hij nul op het rekest moet geven.

Geen Nederlanders

Werknemers in Nederland vinden is al helemaal lastig, en daarbuiten wordt het ook steeds moeilijker. “Nederlanders willen dit werk niet doen, hoewel 1,1 miljoen mensen thuis zitten die in ieder geval een beetje kunnen werken. Ik heb nu geen mensen met een Nederlands paspoort werken.”

Ook arbeidsmigranten houden het hier voor gezien. Na de eerste coronalockdowns stopte hun werk en gingen de meesten naar huis. “En ze komen niet terug,” zegt Pellegrom. “Ze kiezen voor steden als Stockholm of Berlijn, waar ze wel worden gewaardeerd. Waar ze wel tegen een normale prijs in een normaal huis kunnen wonen en waar ze wel geld overhouden om thuis iets mee op te bouwen.”

Onder Europese arbeidsmigranten staat Amsterdam er inmiddels slecht op. Laag loon, te duur, xenofoob. Pellegrom: “Als ik huizen voor mijn mensen regelde, kwamen de buren vriendelijk naar me toe om kennis te maken. Tot ik hen vertelde dat het voor mensen uit Polen of Roemenië was. Want Polen zuipen en Roemenen zijn lui.”

Bovendien groeit in een aantal landen, Polen voorop, de loonkloof met Nederland snel dicht. “Door de groeispurt en de negatieve demografie in Oost-Europese landen stijgen de lonen daar harder dan in Nederland,” stellen economen van ABN Amro. “Dat maakt het minder aantrekkelijk om naar Nederland te vertrekken voor werk. De migratie vanuit Oost-Europa neemt de komende tijd waarschijnlijk niet toe, eerder af.”

Filipijnen

Pellegrom zoekt nu tot op de Filipijnen naar geschikt personeel, dat vervolgens hier aan het werk komt via een tussenpersoon in EU-landen die arbeidsmigratie makkelijker maken dan Nederland. “Maar wel met een erkend bureau daar. Ik wil geen gedonder.”

Minke de Kruijff van Jam!, een van de grootste payrollbedrijven in de horeca, ziet nog wel animo onder mensen uit Zuid-, Midden- en Oost-Europa om hier in cafés of restaurants te werken. “Mensen willen wel, maar vinden hier geen onderdak. Dat is 100 procent een probleem. Ik heb nu een klant die zelf woonruimte wil opzetten, maar het niet voor elkaar krijgt.”

De horeca drijft op arbeidsmigranten. “Ieder horecabedrijf staat daarvoor open, maar de pool waar de hele horeca en de rest van de arbeidsmarkt uit put, is eindig.”

Vluchtelingen

Jam! heeft 350 horecaklanten, waaronder Ron Blaauw, Harbour Club en club Air, en zoekt zich suf naar mensen. “We zetten nu de eerste stappen om onbenut arbeidspotentieel te vinden. Mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, of vluchtelingen.”

“Vorige week hebben we via de banenmarkt van de gemeente Amsterdam 40 Oekraïners ingeschreven die graag komen werken. In Rotterdam hebben we vorig jaar een speeddate gedaan voor statushouders. Daar vonden we op één dag 13 mensen.”

Voldoende is het niet. “Wij hebben nu ongeveer 7000 mensen aan het werk. Als er genoeg personeel zou zijn, zouden we al boven de 9000 zitten. Ik ken zo vier klanten die vestigingen hebben gesloten omdat er geen personeel is.”

Volgens het CBS waren er eind maart 44.300 vacatures in de horeca – per duizend horecabanen staan nu 112 arbeidsplaatsen open. Nooit eerder en nergens elders was die ‘vacaturegraad’ hoger dan 100.

Zomerbonus

Volgens het UWV is het aantal ex-horecamedewerkers dat met een uitkering thuiszit gedaald van ruim 21.000 in mei vorig jaar naar nog geen 8000 een jaar later. Ruwweg tweederde van de horecamedewerkers die in coronatijd hun baan verloren, is weer aan het werk gegaan. Slechts 44 procent is echter teruggekeerd naar de horeca.

“Degenen die naar een andere sector zijn overgestapt, gaan er bovengemiddeld op vooruit,” stelt een woordvoerder van het arbeidsbureau. “Hun uurloon en aantal gewerkte uren stijgen meer dan die van de werknemers die terugkeren naar de horeca.”

Zo is het moeilijk opboksen tegen de zomerbonus die Schiphol in de strijd tegen personeelstekorten betaalt, of tegen de minimumlonen van 14 euro die in verschillende cao’s zijn afgesproken, zoals onlangs voor ambtenaren. Daarbij steekt de ondergrens van 10,67 euro per uur uit de horeca-cao schril af.

Meer loon betalen is onvermijdelijk, zegt Minke de Kruijff van payrollbedrijf Jam!. “Als je meer betaalt, haal je mensen binnen.” Toch is het niet voldoende. “Ik zie bedrijven die goed betalen, maar toch personeel kwijtraken omdat het werk mensen afschrikt. In de horeca werk je in vergelijking met andere sectoren vaak harder en langer.”

Schulden

Er zit weinig rek in, zeker vanwege coronaschulden bij horecaondernemers. “In een gezond bedrijf zijn loonkosten een derde van de omzet. Als de lonen 50 procent stijgen, loopt dat mis. Dan kom je niet meer uit je kosten, laat staan dat je schulden kan betalen of als ondernemer geld overhoudt.”

“Dan gaan de prijzen omhoog, met het risico dat je klanten en omzet verliest en het personeel niet meer betaald kan worden. Voor die vicieuze cirkel is iedereen bang.”

‘Arbeidsmigranten zijn cruciaal voor de economie’

Niet alleen in de horeca. In de hele Nederlandse economie worden arbeidsmigranten steeds onontbeerlijker blijkt uit onderzoek van SEO in opdracht van uitzendkoepel ABU dat deze week verscheen. Wanneer huidige trends worden doorgetrokken, neemt het aantal arbeidsmigranten toe van 735.000 in 2019 tot bijna 1,2 miljoen in 2030.

Ongeveer de helft daarvan werkt als uitzendkracht. Tweederde van alle arbeidsmigranten zal, net als nu, afkomstig zijn uit Midden- en Oost-Europa, vijftien procent is niet-Europeaan. “Uit dit onderzoek blijkt dat de groei van onze economie deels gerealiseerd wordt door arbeidsmigranten,” aldus onderzoeker Arjan Heyma van SEO.

Daarbij is nauwelijks sprake van verdringing; arbeidsmigranten nemen nauwelijks ‘onze’ banen in. Wel zijn ze cruciaal voor een aantal sectoren, waaronder de horeca en de landbouw. Maar ook voor technische beroepen waaraan nu al een enorm tekort is, zoals elektriciens en IT’ers.

“Minder internationale medewerkers betekent bijvoorbeeld dat onze pakketjes niet meer worden bezorgd, er lege schappen in de supermarkten komen en er veel minder huizen kunnen worden gebouwd dan het kabinet van plan is.”

Arbeidsmigratie is volgens het onderzoek ook van groot belang voor onze economie. Bij de door SEO berekende groei van 60 procent loopt de bijdrage van arbeidsmigranten van 3 procent aan het Bruto Binnenlands Product (BBP) nu, op tot 4,7 procent van het nationaal inkomen in 2030.

Er zijn, los van maatschappelijke en politiek barrières, volgens Heyma twee grote obstakels, “Hoe zorg je dat er voldoende huisvesting is? Op dit moment is er al een tekort aan huisvesting plekken voor arbeidsmigranten. En gezien het feit dat arbeidsmigranten veel langer in Nederland blijven: hoe kun je er dan voor zorgen dat ze doorgroeien op de arbeidsmarkt en integreren in onze samenleving?”

Wooncrisis

Sinds 2020 liggen in Amsterdam de regels voor het huisvesten van onder meer arbeidsmigranten sterk aan banden. In de hele stad mogen, vanwege de schaarse woonruimte, niet meer dan 13.405 vrijesectorwoningen ‘kamergewijs’ worden verhuurd aan meerdere mensen zonder familiebanden — arbeidsmigranten, expats, studenten. Daarnaast zijn er per wijk en per pand strikte beperkingen.

Bovendien moeten bewoners ieder een eigen huurcontract krijgen, waardoor kamerverhuur in vrijesectorwoningen ineens onder sociale huur valt. Voor veel verhuurders is het niet langer lucratief om aan groepen te verhuren. Dat is mede de reden dat in de huidige wooncrisis alleen al in Amsterdam duizenden vrijesectorwoningen leeg staan.

Zelf huisvesting opzetten, wat in de volksmond ook wel denigrerend een ‘Polenhotel’ wordt genoemd, ziet Rob Pellegrom van horeca-uitzendbureau Arbex niet zitten. “In de land- en tuinbouw kan dat nog, omdat het daar om seizoensarbeid gaat. Wij hebben onze mensen het hele jaar door nodig.”

“Met een Polenhotel laten we als land pas echt zien dat we deze mensen, die cruciaal zijn voor onze economie, minderwaardig vinden. Ze mogen wel het werk doen waar Nederlanders de neus voor ophalen, maar ze mogen niet wonen en leven zoals wij.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden