De portalen zijn niet in grachtengroen geschilderd, maar in een chocoladebruin.

Plus

De Haarlemmerpoort heeft weer bewoners, nu de horeca nog

De portalen zijn niet in grachtengroen geschilderd, maar in een chocoladebruin. Beeld Tammy van Nerum

De Haarlemmerpoort is gerenoveerd en de eerste huurders zijn erin getrokken. Er is een gevecht geleverd met de monumentale delen. Nu is het wachten op de horeca op de begane grond.

Dat de klokken in het fries zijn teruggekeerd en ook werkelijk lopen, is misschien wel het belangrijkste symbool van de wederopstanding van de Haarlemmerpoort. Op 1 september hebben bewoners hun intrek genomen in de tien appartementen nadat de poort jaren was gekraakt en ten prooi was gevallen aan zwervers en graffiti­spuiters. De zandkleurige Bentheimer zandsteen heeft de wonden geheeld. Er ligt een nieuw patina over de gevel. En gelukkig zijn de portalen niet in het oersaaie grachtengroen geschilderd, maar in een chocoladebruin. Op oude foto’s is herkenbaar dat deze accenten zich het beste verhouden met de zandkleurige achtergrond.

De Haarlemmerpoort (Willemspoort) is de enige neoclassicistische poort van Nederland – in de tijd dat ook de Mozes en Aäronkerk in die stijl werd opgetrokken. Neoclassicistisch wil zeggen een strikt symmetrische structuur, kapitelen met acanthusmotief (bloemen), rozetten in de plafondcassettes, timpanen aan de west- en oostkant en een zuilenrij. Voor de inhuldiging van Willem II in 1840 werd de poort gebouwd, vlak daarvoor was het verdedigingswerk aan de singelgracht gesloopt met inbegrip van de bouwvallige poort. Ook de Muiderpoort was deel van dat militaire bolwerk, maar die is nooit bewoond.

André van Stigt

In 1840 lag de Willemsbrug nog over de vaart zodat de koning vanuit het westen de stad kon binnenrijden. Het spoor in wording naar Haarlem eindigde bij een neoclassicistisch station naast de spoorbrug. In 1866 werd de Willemsbrug verplaatst naar de Haarlemmerweg, en was de Haarlemmerpoort functieloos.

De douane hief niet langer accijns in de onderdoorgang. De poort werd een brandweerkazerne, daarna politiebureau met cachot, een opslag voor spullen van Monumentenzorg en provisorische bewoning. In de jaren zeventig en tachtig nam de gemeente er HAT-eenheden in op, studio’s voor jonge alleenstaanden.

Ymere kon of wilde poort niet langer in eigendom en deed het gebouw in 2015 over aan Stadsherstel. Die gaf André van Stigt de opdracht de poort te restaureren en geschikt te maken voor tien appartementen. Dat kun je een architect als Van Stigt wel toevertrouwen. Die transformeerde met succes ‘onmogelijke’ panden zoals Pakhuis de Zwijger, de Hallen en de silo Korthals ­Altes.

Door de balken wit te schilderen lijken de vertrekken minder benauwd. Beeld Van Nerum Tammy

Dat Stadsherstel ervoor koos tien kleinere appartementen in de poort op te nemen, heeft een praktische reden. Gezinnen worden er niet verwacht omdat de ruimtes zich daar niet goed voor lenen. En dat twee horecagelegen­heden zich op de begane grond en kelder mogen vestigen, is ingegeven door de rendements­gedachte: anders zijn de kosten van restauratie en exploitatie niet op te brengen. In februari zal het resultaat te zien zijn. Nu al geven de entresols in aanbouw een voorschot op de invulling van de ruimte. Elke meter in de brasserie moet worden benut.

Eigenlijk is het een onmogelijke opdracht om appartementen te wrikken in een symmetrisch monument met dikke muren en raampjes als kanonsgaten. Het plafond op de tweede etage is ook nog laag: de Nederlandse reus van dit moment moet het laten afweten. De vensters – die trouwens prachtig geluidsdicht zijn gemaakt met voorzetramen – liggen onpraktisch hoog, zodat je alleen staand naar buiten kunt kijken. En dan is er nog een onaantrekkelijke nis op de bovenste woonlaag, een balkon dat geen balkon is, maar wel licht ontvangt. Wat moet je met deze schacht, behalve lucht en licht happen?

Vrees voor terrassen

Voor het overige is het een kunststukje dat Stadsherstel, Van Stigt en de aannemer Van den Hengel hebben uitgehaald. Door de balken wit te schilderen lijken de vertrekken minder benauwd. Er is zelfs een riante hal geschapen op de hoogste woonlaag waardoor je van zuid naar noord kunt lopen – hier komen vier appartementen op uit. Want zo is de poort verdeeld: vier kleinere appartementen boven, twee riante op de tweede en weer vier op de eerste woonlaag.

De bewoners bovenin delen twee dakterrassen met uitzicht over de Haarlemmertrekvaart en het Westerpark. Richting Haarlemmerplein echter blokkeren twee forse kasten waarin de warmtepomp is ondergebracht het panorama. De poort betrekt zijn energie van zonne­panelen op het dak, haalt de warmte uit de lucht en water uit de bodem. De appartementen zijn daardoor gelijkmatig gekoeld en verwarmd. Fraai is het niet, al zijn de kasten gecamoufleerd. Hier botst het neoclassicisme met de moderne tijd.

Ten slotte de vrees voor terrassen in de onderdoorgang. Stadsherstel heeft bedongen dat de uitbaters daar geen stoelen en tafels gaan plaatsen. Het zicht vanaf de dijk naar het park moet ongestoord blijven. Als de stad een herstelde poort rijk is, moet je daar wel zuinig mee omspringen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden