PlusGeschiedenis

De geschiedenis van Turngebouw De Hoop: heilgymnastiek in een eigen zaal

Thuis was het armoe troef, maar Sam en Willem de Hoop werkten zich op. Ze lieten een turncomplex bouwen in de Maarten Jansz. Kosterstraat, achter het Frederiksplein. Sam gaf er ook zelf les. Het ging mis toen Willem Sams goede naam misbruikte.

De kolfbaan van Kolf-Club Amsterdam in Turngebouw De Hoop, in 1910. Beeld
De kolfbaan van Kolf-Club Amsterdam in Turngebouw De Hoop, in 1910.

Bij de feestelijke opening op 27 januari 1906 was turngebouw De Hoop nog niet ­helemaal af, de kleedkamers moesten nog worden uitgebreid. Verder viel volgens De Courant de verrezen oppervlakte achter de drie oude smalle panden in de Maarten Jansz. Kosterstraat ‘enorm mee’. Gymzalen en kleedruimtes op de begane grond, boven een ruimte voor massage en heilgymnastiek met bijbehorende koudwaterbaden. En op de tweede verdieping een vergaderzaal en een sociëteitskamer met biljart. De sportzalen waren voorzien van elektrische verlichting, centrale verwarming en stofvrije vloeren.

Het turngebouw was het initiatief van Willem (1869-1962) en Samuel Carel de Hoop (1871-1937). De broers waren met hun moeder en ­zeven zussen van Leiden naar Amsterdam verhuisd na de vroege dood van hun vader Joseph Benedictus de Hoop, hoornblazer bij de infanterie. Eerst woonden ze in de Valckeniersstraat, daarna in een kelderwoning in de Utrechtse­dwarsstraat. Het gezin stond geregistreerd als ‘Nederlands-Israëlitisch’. Moeder Mietje, die niet kon schrijven, verdiende de kost als ­wasvrouw. Geld om de kinderen een opleiding te geven was er niet.

Gymnastiekonderwijzer

Willem vertrok als jongen naar Antwerpen, waar hij diamantslijper werd. Sam vond in ­Amsterdam werk als diamantsnijder. Willem probeerde zich van slijper op te werken tot koopman, maar hij beging nog weleens een misser in zaken. Ten tijde van de opening van het turngebouw woonde hij met zijn niet-Joodse vrouw Anna Fuchs – afkomstig uit een familie van kunstschilders en toneelspelers – op de hoek van de Weesperzijde en de Blasiusstraat. Ze hadden twee dochters en twee zoons.

De sportieve Sam turnde bij de Amsterdamse Gymnastiek Vereniging en nam in augustus 1903 als lid van de Nederlandse turnploeg deel aan een internationaal turnfeest in Antwerpen. Als avondstudent had hij twee jaar eerder zijn middelbare akte gymnastiek behaald. Dat was geen makkelijk examen: van de achttien kandidaten zakten er elf. Hetzelfde jaar werd Sam gymnastiekonderwijzer aan de openbare lagere school No. 11 in de Valckenierstraat. Vier jaar ­later nam de Vierde Driejarige HBS aan de ­Mauritskade hem als gymnastiekleraar aan, wat hij tot zijn pensioen bleef. Inmiddels woonde hij met zijn vrouw Hendrina de Jong, dochter van een diamantslijper, en twee dochters op Amstel 165, recht tegenover de Maarten Jansz. Kosterstraat.

Sam de Hoop met zijn vrouw Hendrina en dochter Lucie, circa 1920. Beeld Privécollectie Ellen Roco-Rosenberg
Sam de Hoop met zijn vrouw Hendrina en dochter Lucie, circa 1920.Beeld Privécollectie Ellen Roco-Rosenberg

Sam had naast zijn werk een heilgymnastiekpraktijk aan huis, stichtte de turnvereniging DVD (De Vierde Driejarige), was medeoprichter van de Algemene Roei- en Sport-vereeniging Amsterdam (ARSA) en was lid van diverse overkoepelende verenigingen op sportgebied. Ook zat hij in de redactie van het tijdschrift Revue der Sporten. Als hobby fokte hij kippen, waar hij soms een prijs mee won. In het blad Onze Tuin beantwoordde hij vragen over pluimvee. In 1905 adverteerde hij met een ‘cursus ter opleiding voor het examen tot verkorten dienstplicht’; wie het examen haalde, hoefde minder lang in dienst.

Wat broer Willem precies deed in de organisatie van het Turngebouw, is niet duidelijk. Mogelijk hielp hij vooral om het geld bijeen te brengen. De enig zichtbare connectie van Willem met het gebouw is dat Anna en hij in april 1907 hun 12,5-jarig huwelijk vierden met een receptie in de turnzaal. Hij was wel betrokken bij de Maatschappij tot exploitatie van gymnastiek­lokalen De Hoop, die Sam en hij in oktober 1906 stichtten met als doel ‘het verkrijgen, stichten, exploiteren van gymnastieklokalen, gymnastiek-, speel- en sportvelden, alsmede hetgeen in de ruimste zin daaronder begrepen is’. Na ­tweeënhalf jaar ging die maatschappij echter al failliet.

Schermleraar Foresto Paoli in Turngebouw De Hoop op floret tegen zijn landgenoot Giovanni Giandomenici, uit Revue der Sporten van 20 oktober 1909. Beeld
Schermleraar Foresto Paoli in Turngebouw De Hoop op floret tegen zijn landgenoot Giovanni Giandomenici, uit Revue der Sporten van 20 oktober 1909.

Geen betrouwbare indruk

Willem had sowieso geen geluk in zaken. Ook zijn in 1907 met negen andere diamantbewerkers opgerichte coöperatieve vereniging eindigde in een faillissement. Tien jaar later ging het ook ernstig mis tussen de broers. Willem was begin dat jaar een Emissie- en Administratiebank begonnen, met een kantoor op de Keizersgracht en een bijkantoor in Den Haag. De bank beloofde een ‘verzekering bij overlijden met gratis winstkansen op de Staatsloterij, voorschotten, financiering van uitvindingen en verdere bankzaken’. De bank zou een kapitaal hebben van 150.000 gulden, maar een betrouwbare indruk maakte het allemaal niet.

Willem had ook nog eens met de goede naam van Sam geschermd: in de prospectus stond dat ‘de heer S.C. de Hoop, leraar aan de Vierde Driejarige HBS’ commissaris bij de vennootschap was. Tot grote verbazing van Sam, die in De ­Telegraaf liet weten dat hij het commissariaat had geweigerd, omdat ‘hem de geheele zaak niet sympathiek’ was. Waarschijnlijk had Willem nog een aandeel in het turngebouw en was Sam niet in staat om hem uit te kopen. Hoe het ook zij, het turngebouw moest worden geveild om de financiële banden te kunnen verbreken.

Sam verplaatste in 1918 de heilgymnastiekpraktijk naar zijn woning in de Gijsbrecht van Aemstelstraat 29. Het turnpand werd verbouwd tot een lingeriefabriek, in opdracht van Louis de Vries (1874-1958), die in de gymzaal een serie naaimachines liet neerzetten. De naam Turngebouw De Hoop bleef op de gevel staan.

Het voormalige Turngebouw De Hoop.

 Beeld An Huitzing
Het voormalige Turngebouw De Hoop.Beeld An Huitzing

In Ons Amsterdam staat een uitgebreide versie van dit artikel. Van An Huitzing verscheen deze maand een boek over de familie De Hoop: Spartelend aan de fuik ontkomen, Hoe tientallen leden van een Joodse familie de oorlog overleefden. Uitg. Dato, €19,95.

‘Minder Joods’-verklaring

Na zijn dood in 1937 werd Sam de Hoop alom geprezen om zijn betekenis voor de sport en het gymnastiekonderwijs en zijn pedagogische kwaliteiten. Zijn oudste dochter, ­Josephine, was in 1936 overleden; Lucie overleefde de oorlog, omdat zij eind 1942 ‘minder Joods’ verklaard werd. De familie had zich uit noodzaak weer verenigd en de Joodse ­afkomst betwist op initiatief van Willem, die zich rond zijn dertigste al had laten registreren met ‘godsdienst: geen’. De meeste familieleden overleefden zo de oorlog.

Sams ­weduwe, Hendrina de Hoop-de Jong, die ziek opgenomen was in de Joodse Invalide en buiten de procedure was gebleven, werd op 23 april 1943 in ­Sobibor vermoord.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden