PlusGeschiedenis

De geschiedenis van het Amsterdams toerisme is er een van vallen en opstaan

VVV-promotie 1938: ‘Amsterdam is rustig en aangenaam, zo niet een goedkoper verblijf dan andere Europese hoofdsteden.’

Toeristen op de Dam, eind jaren zestig of begin jaren zeventig.Beeld Stadsarchief

‘Ons land had voor de oorlog het buitenlandse bezoek niet zo zeer nodig. Wij behoorden, dankzij de inkomsten uit Nederlands-Indië en onze beleggingen in het buitenland, tot een van de rijkste landen ter wereld,’ schrijft de Amsterdamse VVV-directeur J. Nikerk in 1952 in het lustrumboek Vijftig jaar Vreemdelingenverkeer. ‘Thans is de toestand veranderd en moeten wij dankbaar zijn voor hetgeen de vreemde toerist hier achterlaat.’

Amsterdam behoort anno 2020 tot een van de populairste toeristensteden. Ondanks de door de gemeente ingevoerde hotelstop worden binnenkort nog 8100 nieuwe hotelkamers opgeleverd. Ter vergelijking: in 2002 telde Amsterdam 326 hotels, met een gezamenlijke capaciteit van 16.000 kamers. Overigens kende Amsterdam lang geen logementen. Voorname reizigers sliepen in kloosters, minder gefortuneerde bezoekers bij mensen thuis. Of desnoods gratis in de Bajert aan de Nes, tussen de bedelaars en zwervers. Pas in 1580 werd in de Kalverstraat het eerste logement geopend: De Keizerskroon.

In 2002 vond de Amsterdam Tourist Board (ATB) de bouw van nieuwe hotels cruciaal, met oog op de ranglijst van Europese toeristen­steden. Maar de board pleitte wel voor spreiding van de groeiende toeristenstroom over de stad, om verdringing van de voorzieningen en verslechtering van de leefbaarheid voor bewoners te voorkomen. ‘Als het toerisme naar Amsterdam jaarlijks blijft groeien met drie procent, zullen over pakweg tien jaar in de binnenstad congestieproblemen ontstaan,’ was de waarschuwing. Beoogde overloopgebieden waren de Arenaboulevard, De Pijp, de Westergasfabriek en het Oostelijk Havengebied.

Planoloog Zef Hemel, die onlangs in opdracht van burgemeester Femke Halsema een toekomstvisie op de binnenstad heeft ontwikkeld, beschouwt de groei van het toerisme als een gegeven. Maar creatie van een nieuw tweede toeristencentrum op de Zuidas kan de druk op de historische binnenstad verminderen.

Overigens werden bij de omdoping van de oude Vereeniging tot Bevordering van het Vreemdelingenverkeer ’t Koggeschip tot Vereniging Vreemdelingen Verkeer (VVV) in 1937 de moderne villawijken in Amsterdam-Zuid genoemd als nieuwe toeristische trekpleisters.

Vordering van hotelkamers

In 1938 lanceerde de VVV een campagne gericht op Amerikaanse toeristen. Amsterdam werd gepromoot als een ‘rustig en aangenaam, zo niet goedkoper verblijf’ dan andere hoofdsteden in het dan onrustige Europa. In het jaarverslag 1939 is er van dat enthousiasme weinig over, door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam het internationale toerisme tot stilstand. Het vizier werd noodgedwongen gericht op binnenlandse toeristen en dagjesmensen. In 1940 was de bezettingsgraad van de hotelbedden weer redelijk op peil, al was dat vooral door de vordering van hotelkamers door de Duitse bezetter. In 1942 meldde de VVV trots dat ze zich met succes heeft ‘kunnen instellen op de gewijzigde verhoudingen’ voor het propaganderen van ‘onze onvergankelijke schone stad’.

Gemotoriseerde arbeidersklasse

In 1950 ontdekten internationale reisagenten de verkoopwaarde van de historische binnenstad. Ook onder de in Duitsland gelegerde Amerikaanse troepen werd een kort verlof in Amsterdam populair. Het resulteerde in een explosieve groei van het aantal hotelbedden, met als hoogtepunt de opening van het Hilton Hotel aan de Apollolaan in 1962. Eenmaal ingecheckt in het Hilton konden de Amerikanen in het kader van de VVV-actie ‘Get in touch with the Dutch’ op bezoek bij 200 heuse Amsterdamse gezinnen.

Amsterdam werd onder Amerikanen gepromoot als perfecte bestemming voor winkelen, trouwen of sportvissen. Bij lancering van de snoektoerismecampagne (1986) droomde directeur Frits van ’t Groenewoud van drommen Amerikanen: “Daar zijn liefst 59 miljoen sportvissers, die niet weten dat ze tijdens het shoppen van hun vrouwen in Amsterdam hun favoriete sport kunnen uitoefenen.”

De VVV had al vroeg oog voor een andere, nieuwe doelgroep: de opkomende gemotoriseerde arbeidersklasse. Een groep ‘rijp voor individueel internationaal toerisme, nadat het reizen over de grens is geleerd in groepsverband met bus en trein’. Voor deze doelgroep opende de VVV een informatiekiosk aan de Sloterweg, vanwaar werkstudenten op scooters de bezoekers door het drukke stadsverkeer loodsten naar hun pension of hotel.

Ondanks de groeiende faam van Amsterdam als toeristenstad kampte de VVV in 1965 met een penibele financiële situatie. Slechts 1200 van de 10.000 Amsterdamse bedrijven die baat hadden bij het toerisme, betaalden mee. Een Rotterdams dagblad concludeerde cynisch dat de Amsterdamse VVV een ‘straatarm goudmijntje’ was. Toch nam de VVV een nieuw personeelslid aan: de Japanner Joshio Kawai, die zijn landgenoten moest binnenhalen. De Japanners waren opeens gewild, nu ze van hun regering buitenlandse tripjes mochten maken. En de Japanse vakanties vielen buiten het traditionele toeristische zomerseizoen. In de winter was Amsterdam nog een oase van rust. 

Déjà Vu Toerisme

De toestroom van toeristen in Amsterdam is de laatste jaren enorm. Zeker het centrum en de direct daaraan grenzende wijken ondervinden hiervan overlast. Wat kan daaraan gedaan worden, en hoe ging Amsterdam in vroegere tijden om met toerisme?

De nieuwe editie van Déjà Vu op 19 februari, waarin Ons Amsterdam, Spui25 en Het Parool de actualiteit van Amsterdam onderzoeken door naar het verleden te kijken, staat in het teken van toerisme. Met medewerking van planoloog Zef Hemel, architectuurhistoricus Aart Oxenaar en publiekshistoricus Emma Los. Moderatie: Koen Kleijn en Peter de Brock.

Deze Déjà Vu is al uit­verkocht, maar is vanaf 19 februari 17.00 uur live te bekijken via spui25.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden