Amsterdam Bewaar

De eerste toeristenbus oogstte vooral verbazing

Toeristenbus van Lissone-Lindeman Sight Seeing op de Dam voor het Koninklijk Paleis. Op de achtergrond de Nieuwe Kerk Datering
Toeristenbus van Lissone-Lindeman Sight Seeing op de Dam voor het Koninklijk Paleis. Op de achtergrond de Nieuwe Kerk Datering © Stadsarchief Amsterdam

Nu geschiedenis, maar destijds een primeur in Amsterdam. Van Mozart tot de eerste stempelautomaat: wat gebeurde er op deze dag in de stad?

15 april 1911 - de eerste toeristenbus

De eerste toeristenbus, die op 15 april 1911 opdook op de Dam, oogstte vooral verbazing. Deze 'helrode automobiel van buitengewone afmetingen' bood plaats aan veertien personen. De eerste rit, aangeboden door reisbureau Lissone, voerde naar de bollenvelden.

De kranten waren enthousiast over het nieuwe vervoer­middel, gemaakt door de Amsterdamse autofabrikant Spijker. Een jaar later kreeg de firma een vergunning voor het 'stationeren van harer groote toeristenauto's' op de Dam 'ter bevordering van het vreemdelingenverkeer'. Tweemaal per dag werden sightseeingtours aangeboden.

Nog dezelfde zomer kreeg Lissone concurrentie van reisbureau Thomas Cook, dat een door paarden getrokken open rijtuig inzette.

Amsterdam in de middeleeuwen

Over middeleeuws Amsterdam is relatief weinig bekend. Stichting Middeleeuwse Archieven Amsterdam wil dat veranderen. Probleem is dat de oudste archieven van de stad op één hoop zijn gegooid.

Lees verder: 'Amsterdam is nooit echt middeleeuws geweest'

13 april 1942 - Anne Frank doet aangifte

'Ik wou dat ik niet naar school moest, m'n fiets is in de paasvakantie gestolen,' schrijft Anne Frank op 24 juni 1942 in haar dagboek. Twee ­weken later, op 6 juli, duikt de familie Frank onder in het achterhuis aan de Prinsengracht. Daar worden ze op 4 augustus 1944 na verraad ontdekt en opgepakt.

De aangifte van diefstal van haar fiets deed Anne Frank op 13 april op het politiebureau aan de Pieter Aertszstraat. Deze aangifte is terug te vinden in het archief van de Amsterdamse politie, dat wordt ­bewaard in het Stads­archief: 'Anne Frank, 12 jaar, scholier, woont Mer­wedeplein 37-III alhier, doet aangifte van diefstal van haar rijwiel, gepleegd op 13-4-42 tusschen 12 en 14 uur van voor haar woning. Waarde 45 gulden. Geen vermoeden.'

3 april 1778: Johan van Gogh onthoofd

'Maar wyl mijn zotte min trad buiten 't spoor der reden, moet morgen 't zotte hoofd van 't lichaam zijn gesneden,' dichtte broodschrijver Johannes Bartholomeus ­Ferdinandus van Gogh op 3 april 1778, de dag voor zijn openbare executie op de Dam. 

Van Gogh, schuldig bevonden aan doodslag van zijn geliefde, de prostituee Anna Smitshuizen, beklaagde zich in zijn afscheidsgedicht dat hij 'gehoor had gegeven aan hoerenlist'.

Het proces tegen de voormalige acteur en scheepschirurgijn trok veel aandacht, net als zijn onthoofding op 4 april. Iedereen probeerde aan de zaak te verdienen, er verscheen een stortvloed aan publicaties. De prent die uitgever Dirk Schuurman voor tien stuivers op de markt bracht, inclusief een beschouwing van de strafvoltrekking, werd een bestseller.

3 april 1987 - eerste Hasjmuseum gesloten

Het eerste Hasjmuseum ter wereld wordt op 3 april 1987 op last van het Openbaar Ministerie gesloten, 24 uur na de officiële opening. Het Amsterdamse museum, in een verbouwde huiskamer aan de Oudezijds Achterburgwal, is al enkele maanden open. Tot de justitiële actie vond de persofficier van justitie, Leo de Wit, de tentoongestelde foto's en softdrugs vooral een 'ludiek initiatief', maar na de officiële opening blijkt het tij gekeerd. 

De inboedel wordt in beslag genomen, omdat conservator Ed Rosenthal 'het gebruik en de verkoop van softdrugs' heeft bevorderd. De Amerikaan vindt de inval 'belachelijk', maar minister van Justitie Frits Korthals Altes prijst in het NOS Journaal de justitiële actie: "Dit is een goede zaak voor Amsterdam."

De Gouden Eeuw - ook veel singles in de stad

Amsterdam is een stad van singles. Dat was in de Gouden Eeuw niet anders, zo staat in het boek Ja, Ik Wil! van René van Weeren en Tine de Moor. Uit Amsterdamse ondertrouwakten blijkt dat de manier waarop we relaties (niet) aanknopen de afgelopen eeuwen amper is veranderd.

21 maart 1974 - De witkar

Irene Vorrink, minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, opent op 21 maart 1974 op het Amstelveld het eerste witkarstation. De witkar, een ontwerp van provo Luud Schimmelpennink, is een elektrisch voertuig op drie wielen voor collectief gebruik.

Een levenslang lidmaatschap kost 25 gulden, de magnetische sleutel jaarlijks 20 gulden en de ritprijs een dubbeltje per minuut. Er moeten nog vier andere stations worden geopend, maar het beoogde aantal van 25 stations en 125 voertuigen blijkt onhaalbaar. 

De witkar wordt geen succes. Schimmelpennink beschouwt de witkar nu als een 'systeemexperiment uit het verleden' en ziet toekomst voor de Biro als nieuw collectief stadsvoertuig. "Ik ben al twee keer bij ze geweest in Italië: zij willen wel."

Voorjaar 1994 - De fietstaxi

Amsterdam dankt de fietstaxi aan dertien studenten van de Haarlem Business School, die als afstudeeropdracht een origineel en winstgevend project moesten bedenken. In het voorjaar van 1994 reden ze een week door Amsterdam met vijf in Harderwijk gehuurde riksja's.

Het was niet de eerste keer dat er fietstaxi's reden in Amsterdam, maar in 1941 vond de Duitse bezetter ze 'strijdig met het natuurlijke moraliteitsgevoel van den Noord-eeuropeeschen mensch'. De media springen er nu bovenop, van het Jeugdjournaal tot de Herald Tribune. Tv-programma Nova organiseert een wedstrijd tegen een TCA-taxi, die door de studenten glansrijk wordt gewonnen: de riksja is goedkoper en sneller. De fietstaxi is sindsdien niet meer weggeweest.

1 maart 1913 - De eerste honkbalclub

Er is bijna geen sportpark in Amsterdam waar honkbalvereniging Quick niet ooit heeft gebivakkeerd. Maar het begon voor de Amsterdamsche Honkbal Club Quick allemaal op 1 maart 1913, op een gehuurd hoekje van het IJsclubterrein, het huidige Museumplein. Daarmee is de Amsterdamse vereniging de oudste honkbalclub van Europa.

Vanaf 1924, toen de landelijke honkbalcompetitie vorm had gekregen, kende Quick grote triomfen op de honkbalvelden en werd de club meerdere malen Nederlands kampioen.Ondanks alle titels moesten de honkballers bijna tien keer hun thuisbasis verhuizen. Van 1951 tot 1960 lag die op het Olympiaplein, maar het jeugdteam werd in 1960 kampioen van Nederland op het sportpark aan de Jan van Galenstraat.

Twintig jaar later vierde het eerste team de promotie naar de hoofdklasse op sportpark Goed Genoeg en tegenwoordig is Quick gevestigd op sportpark Sloten. De club afficheert zich nu vooral als een 'gezelligheidsvereniging, waarbij ervaring niet is vereist'.

11 februari 1920 - Het eerste schooltuincomplex

Op 11 februari 1920 stemde de gemeenteraad in met een subsidie van 9000 gulden voor de Amsterdamsche Vereeniging voor Schoolwerktuinen. Het geld volstond voor de inrichting en exploitatie van een eerste schooltuincomplex in de polder tussen de Petroleum- en de Houthaven. Daar konden 280 schoolkinderen aan de slag, elk op 20 vierkante meter grond.

De economische schaarste na de Eerste Wereldoorlog speelde een rol, maar het tuinieren moest de kinderen ook behoeden voor 'de demoraliserende invloed van de straat'.De tweede tuin kwam in de Watergraafsmeer aan de Ringdijk, achter de voormalige hofstede Klein Dantzig, en de derde aan de Zuidelijke Wandelweg in Zuid.

Eerst werden de lessen gegeven op woensdag- en zaterdagmiddag, in 1934 kregen dertien scholen toestemming om onder schooltijd te gaan tuinieren. Amsterdam telde in 1980 negentien schooltuincomplexen, waarvan er nu nog dertien in gebruik zijn.

11 februari 1489 - De keizerskroon

Maximiliaan van Oostenrijk, vorst van het Heilige Roomse Rijk, werd in 1489, tijdens zijn verblijf in Den Haag, zo ziek dat voor zijn leven werd gevreesd. Hij beloofde bij genezing op bedevaart te gaan naar Amsterdam.

En zo geschiedde: op 11 februari gaf hij de stad het privilege het stadswapen te sieren 'metter crone van onsen Rijcke, tot eeuwighen daghen'. Tot zover de legende, want Maximiliaan was in 1484 doodziek en ging pas vijf jaar later op bedevaart. Maar Amsterdam was een belangrijke financier van zijn strijd tegen het opstandige Vlaanderen en de Hoekse steden - en voor wat hoort wat.

Overigens was Maximiliaan destijds nog geen keizer. De kroon die wij kennen van het stadswapen en de Westertoren is die van de latere keizer Rudolf II, uit 1602.

29 januari 1766 - Mozart in Amsterdam

De pas 10-jarige Wolfgang Amadeus Mozart en zijn oudere zus Maria Anna kwamen in de winter van 1766 naar Amsterdam. Vader Leopold Mozart en zijn vrouw waren al sinds 1763 op pad om de muzikale kunsten van hun kinderen uit te venten. De familie Mozart vindt onderdak in herberg De Gouden Leeuw in de Warmoesstraat.

Hoogtepunt van het verblijf in Amsterdam zijn de optredens in de zaal van de Hollandsche Manege, hoek Leidsegracht en Lijnbaansgracht. Voor het eerste concert op 29 januari plaatst Leopold annonces in de Amsterdamsche Dinsdagsche Courant en de Opregte Haarlemsche Courant, waarin hij Wolfgang opzettelijk twee jaar jonger maakt. Het optreden is een groot succes, in februari en mei volgen nog twee reprises.