Reportage

De eerste ogen voor de politie, marechaussee, douane en Rijkswaterstaat

Dennis Groenendijk (L) en Roland Boogaard (R). Beeld Jakob Van Vliet

De zon schijnt, het is warm, dus drukte op het water. Althans, dat zou je verwachten. Een reportage vanaf het IJ met de Amsterdamse havendienst.

Plons. Plons. De twee jonge vrouwen springen zo achter elkaar het water in. Het rood-gele patrouilleschip van de Amsterdamse haven, dat is aangemeerd aan steiger 14 achter het Centraal Station, negeren ze. Of herkennen ze niet. “Ik denk dat we gelijk kunnen gaan handhaven,” zegt Dennis Groenendijk (45) met een grote lach.

Hij loopt naar de vrouwen toe. Hier zwemmen mag niet. Het is heel gevaarlijk. Ik snap wel dat het heel lekker is, maar gewoon niet doen. Alles zegt hij met dezelfde vriendelijke stem. De meisjes knikken en druipen af naar hun eigen bootje.

Ondertussen start zijn collega, Roland Boogaard (45), de motor van het schip. Het is iets na drie uur ’s middags, zo’n 36 graden, en hun shift is begonnen. De komende acht uur patrouilleren ze over het water. Of, zoals Groenendijk het noemt, zijn ze de eerste ogen voor de politie, marechaussee, douane en rijkswaterstaat.

Groenendijk is groot, wat steviger, een kaal hoofd, doorzichtig brilletje, armbandje aan zijn linkerpols en een horloge aan zijn rechterpols. Boogaard heeft donker haar, is iets kleiner en draagt geen sieraden. Wel heeft hij een bruine Polaroid zonnebril op. “Zeer geschikt voor op het water,” zegt hij.

Een patrouilleschip van de Amsterdamse Haven op het IJ. Beeld Jakob Van Vliet

Rustig

Elke dag van het jaar, 24 uur 7, varen twee patrouilleschepen van de Amsterdamse Haven op het IJ. Ze bestrijken het watergebied vanaf IJmuiden tot aan Schellingwoude. Om ervoor te zorgen dat schepen hier veilig kunnen varen, om te handhaven waar nodig is en bij nood iedereen of dichtbij het water te hulp te schieten.

Als het schip bij het Muziekgebouw aan ‘t IJ vaart, pakt Groenendijk zijn verrekijker. Hij ziet een bootje varen met zeven mensen erop. “Ik controleer of ze wel veilig zitten.” Even blijft hij stil. “Je ziet dat ze zich keurig aan de reling vasthouden. Die laten we gaan.”

Ze varen richting Java-eiland. “Het is wel heel rustig, hè?” vraagt Boogaard. “Ongelofelijk,” antwoordt Groenendijk. “Misschien is het te warm om in de sloepjes te stappen.”

Rond half vier, als er een wit motorboortje met twee vrouwen en één man ter hoogte van de Javakade stilligt, ondernemen de mannen voor de eerste keer echt actie.

Boogaard draait het wiel om en vaart recht op het bootje af. Ondertussen heeft Groenendijk de airconditioning ingeruild voor de klamme buitenlucht. “Heeft u een vaarbewijs meneer?” vraagt Groenendijk. “Ja,” even blijft de man stil. “Ik was hier al een beetje bang voor,” zegt hij daarna verontschuldigend. “Dan weet u dat u hier niet mag stilliggen,” antwoordt Groenendijk vriendelijk.

De man biedt zijn excuses aan en maakt zich gereed om te vertrekken. Ondertussen ziet de handhaver iets verderop in het water twee jongens op een opblaasbaar ‘watermeloen’ luchtbed liggen. “Blijven jullie wel een beetje aan de kade?” De jongens, op een begrijpende toon: “Is goed, is goed.” Trappelend gaan ze terug naar de meute.

Dennis steekt zijn duim op naar Roland: alle externe apparatuur is ingeklapt om onder een brug door te gaan. Beeld Jakob Van Vliet

Agressie

Groenendijk werkt achttien jaar bij de havendienst, Boogaard vijftien. In die jaren hebben ze drenkelingen gered; de brandweer geholpen met water vanuit het IJ; GVB-pontjes veilig naar de kade gesleept, met passagiers, als deze het niet meer deden en bedrijfsschepen gecontroleerd.

Ook stellen ze, wanneer iets niet correct gaat, een proces-verbaal op. “Mensen ervaren dat toch als een boete,” zegt Groenendijk. “En 99% krijgt die ook,” zegt Boogaard lachend als hij zich omdraait vanaf het stuur.

Serieuzer: “Maar we merken dat wij steeds meer te maken krijgen met agressie.” Groenendijk: “Vooral van de schepen uit de beroepssector. En ’s avonds, als er drank in het spel is, bij mensen die op plezierbootjes varen.”

Op de Borneokade wordt, ondanks een zwemverbod, gezwommen. Beeld Jakob Van Vliet

Borneokade

Nog even gaan ze langs de Borneokade. Onlangs zijn enkele buurtbewoners naar de rechter gegaan om af te dwingen dat niemand hier meer mag zwemmen. De gemeente heeft nu bordjes neergezet met verboden zwemmen en een mogelijke boete van 140 euro. De gemeente zei direct daarna al niet te gaan handhaven, omdat het werk voor de politie is.

Groenendijk: “Het is veilig om hier te zwemmen en het is jaren door de gemeente getolereerd. Dan gaan wij toch niet handhaven?”

Rond vijf uur keren ze terug bij Centraal Station. Ze hadden vandaag op een ‘mini-Sail’ gerekend, maar die drukte verwachten ze niet meer. Boogaard: “Het moet wel door de warmte komen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden