Plus

De Dienst Speciale Interventies staat altijd paraat: ‘Gevaarlijke verdachten beginnen geen oorlog met ons’

Leden van de DSI (Dienst Speciale Interventies) trainen op situaties in treinen en trams. Beeld Joris van Gennip
Leden van de DSI (Dienst Speciale Interventies) trainen op situaties in treinen en trams.Beeld Joris van Gennip

In Broek in Waterland waren ze er binnen vijf minuten, na de steekpartij in De Pijp in vier. De zwaarbewapende en goed getrainde Dienst Speciale Interventies van politie en defensie bestaat vijftien jaar.

Klokslag 5 uur in de ochtend kraakt de hydraulische ‘booster’ de houten voordeur van de portiekwoning in westelijk Amsterdam. ‘Politie! Politie!’

Voor de bewoners het echt doorhebben, neemt het in massieve kogelwerende vesten en helmen gehulde, zwaarbewapende arrestatieteam het appartement in. In een treintje van vier koppels, zoals afgesproken in de briefing op het Amsterdamse hoofdkwartier.

Het eerste koppel draagt behalve de standaarduitrusting een bijna manshoog kogelwerend schild mee, een ‘kleine bonk’ (stormram) en een taser. Het bezet de verste ruimtes op de benedenverdieping. Het tweede duo, met behalve zo’n kogelwerend schild een zaag en een taser, brengt beneden drie broers onder controle. Het derde koppel, met de booster en een taser, richt zich op de ruimtes achterin het pand. Het vierde koppel neemt de voorkant.

Roze Crocs

Voor hij het goed en wel doorheeft, is de verdachte van een geruchtmakende overval gearresteerd. Hij is één van de drie volwassen broers die allemaal nog bij hun ouders wonen. Met een kap over zijn ogen wordt hij, op roze Crocs, verbouwereerd de trap af gedirigeerd. Één van de gepantserde bolides in, naar het politiebureau in Zaandijk.

Zijn slaapdronken ouders zijn ondertussen kalm naar de bank in de woonkamer geleid – die eerst op wapens is gecheckt. (‘Goedemorgen mevrouw. Wij zijn van de politie. Als u vragen heeft…’) Terwijl de recherche, justitie en een onderzoeksrechter arriveren voor de huiszoeking, ordent ‘het AT’ het materieel in de materiaalbus.

Mooi, rustig ABC’tje

De hele actie ademt routine en controle. De arrestatie en het ‘bevriezen’ van de woning hebben nog geen minuut geduurd. Het team heeft niet vaker of harder geschreeuwd dan noodzakelijk, stelt hoofd Rienk de Groot van de Dienst Speciale Interventies (DSI) tevreden vast in de debriefing. “Een mooi, rustig ABC’tje.”

De Groot heeft er zijn eerste honderd dagen opzitten als leider van de DSI, die deze week 15 jaar bestaat, als onderdeel van de Landelijke Eenheid van de politie. Een trotse leider, verhult hij later geen moment op het hoofdkantoor van zijn dienst, op een liever niet te specifiek aangeduide locatie in het midden van het land.

“De Dienst Speciale Interventies is uniek, met best of both worlds van politie en defensie,” zegt De Groot. “Daar zijn onze collega’s uit andere Europese landen echt jaloers op. De slagkracht die wij op de mat leggen door elkaars beste eigenschappen te combineren, heeft niemand.”

“De DSI is uniek, met best of both worlds van politie en defensie.” Beeld Joris van Gennip
“De DSI is uniek, met best of both worlds van politie en defensie.”Beeld Joris van Gennip

Het bekendste onderdeel van de DSI zijn de arrestatieteams. Het zijn er zeven. Zes onder het gezag van de politie, in Amsterdam (40 jaar nu), Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Eindhoven en Zwolle. De zevende ploeg opereert landelijk en valt onder defensie: de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) van de Koninklijke Marechaussee.

Sinds 2015, na de aanslagen op Charlie Hebdo en de Bataclan in Parijs en de aanslagen in Brussel, werken de Aanhoudings- en Ondersteuningsteams, zoals ze formeel heten, volgens het ‘reactieconcept’. Permanent is een team inzetbaar, dat snel bij elk incident moet kunnen zijn. In Amsterdam heeft zo’n ploeg soms vier of vijf ‘inzetten’ per dienst.

In Broek in Waterland kwamen de gepantserde bolides laatst aanstuiven binnen vijf minuten nadat de overvallers van een goudhandel aan de Meeuwenlaan in Amsterdam-Noord daar waren beland, na een wilde achtervolging waarin ze op de politie schoten en andersom.Toen een verwarde man twee dagen later vijf passanten neerstak in De Pijp, van wie één zou overlijden, was de aanrijtijd 4 minuten.

Medics

“Sinds zes jaar hebben we, naar het voorbeeld van militaire missies in onherbergzame gebieden, medics in elk team, die onze mensen of burgers kunnen helpen,” zegt De Groot. “In De Pijp konden zij twee gewonden helpen, toen er pas twee ambulances waren. Als ons arrestatieteam iemand zou moeten neerschieten, kunnen de medics diegene vervolgens wel verzorgen.”

De DSI zoals die in 2006 is ontstaan, vloeit voort uit een langere traditie van professionalisering van de speciale diensten. In de jaren zeventig ontstond het besef dat verdachten steeds gevaarlijker werden. Het geweld tegen de politie nam toe, soms met vuurwapens.

Het bloedbad tijdens de Olympische Spelen in München in 1972 confronteerde ook de Nederlandse regering met de noodzaak van zwaarbewapende speciale eenheden. Drie ‘bijzondere bijstandseenheden’ (BBE) zagen het licht: één van mariniers, één van de politie en één van de krijgsmacht, die laatste twee met scherpschutters.

De DSI heeft ongeveer 600 mannen en vrouwen in dienst, twee keer zoveel als bij de oprichting in 2006. Beeld Joris van Gennip
De DSI heeft ongeveer 600 mannen en vrouwen in dienst, twee keer zoveel als bij de oprichting in 2006.Beeld Joris van Gennip

Treinkaping

De treinkaping bij De Punt en de gijzeling van de kinderen in een school in Bovensmilde in 1977 was aanleiding voor verdere professionalisering. Aan het begin van dit millennium gaven de aanslagen zoals die in New York, Madrid en Londen en de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh nieuwe impulsen. “In plaats van statisch geweld, werden we geconfronteerd met dynamisch geweld. Daar moesten we een antwoord op vinden,” zegt De Groot. “Zo zijn we uiteindelijk terechtgekomen bij de DSI. We hebben de bijzondere bijstandseenheden samengevoegd en aangevuld met de arrestatieteams. Die opereren nog steeds regionaal, maar kunnen ook snel samenwerken. In 2013 zijn alle speciale eenheden samengevoegd.”

De Unit Interventie Mariniers staat paraat voor de ingewikkeldste terreuracties op het land, in de lucht of onder water – die zich gelukkig nog niet voordeden. Als een als extreem vluchtgevaarlijk beschouwde verdachte zoals Ridouan Taghi van de Extra Beveiligde Inrichting in Vught naar ‘de bunker’ van de rechtbank in Osdorp wordt vervoerd in een bepantserd transport, hangt een helikopter van de DSI in de lucht met een scherpschutter die een precisiegeweer in de aanslag heeft (geen boordmitrailleur, zoals sommigen denken).

Het groen van het leger en het blauw van de politie zijn vervangen door grijze overalls die alle eenheden onder hun uitrusting dragen. De DSI kent ongeveer 600 mannen en vrouwen, dubbel zo veel als bij aanvang. Gerecruteerd uit het Korps Mariniers, het Korps Commandotroepen, de Koninklijke Marechaussee en de politie.
De Groot: “Als DSI zijn we in 3 opzichten bijzonder. Door die samensmelting van politie en defensie; doordat we dag in dag uit de gevaarlijkste situaties met zo min mogelijk geweld oplossen en door dat reactieconcept waarin we altijd op straat zijn.”

Overrompeling

De teams die nu de DSI vormen, doden volgens onderzoek elke tien jaar maximaal 5 slachtoffers. De Groot: “Als je beseft waar wij op af gaan, met een kleine tweeduizend inzetten per jaar, is dat heel weinig. De paradox zit hem er in dat wij een heel goed getrainde en uitgeruste zwaardmacht zijn, die juist daardoor relatief weinig geweld gebruikt. Veel van ons werk zit in overrompeling, in verrassing. Door onze robuuste uitstraling beginnen gevaarlijke verdachten niet aan een oorlog met ons.”

 “Wij zijn een goed getrainde en uitgeruste zwaardmacht, die juist daardoor weinig geweld gebruikt.” Beeld Joris van Gennip
“Wij zijn een goed getrainde en uitgeruste zwaardmacht, die juist daardoor weinig geweld gebruikt.”Beeld Joris van Gennip

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden