Plus Serie: vreemde ogen

De Cycling Sultan over Amsterdam: ‘Men fietst hier snel’

Hoe kijken nieuwe Amsterdammers naar het leven in de stad? Altaf Makhiawala doet als de Cycling Sultan op Twitter verslag van zijn avonturen per fiets. Van hem mag Amsterdam wel iets meer geduld hebben met de fietsende senior.

Altaf Makhiawala alias de Cycling Sultan: ‘Amsterdamse fietsers kunnen wel wat gastvrijer zijn ­tegenover de niet-lokale bevolking.’ Beeld Marie Wanders

Op een beige, licht verroeste Tokyobike, gekocht in Kopenhagen, fietst Altaf Makhiawala van de Postjesweg naar het Rembrandtpark. Zonder te ­vertragen wijst hij naar een grasveld met uitzicht op het water, met het ­Ramadahotel op de achtergrond. Zijn favoriete plek in de buurt om te loungen op zijn zitzak.

Makhiawala (38) komt oorspronkelijk uit India en is gewend commentaar te geven op plekken waar hij langsfietst. In Delhi, waar hij voor Unicef werkte, was het zijn vaste weekendritueel om op zijn Bromptonfiets naar historische plekken te rijden, daar van tevoren iets over te lezen en er vervolgens live over te tweeten.

Hier ontstond zijn alter ego @CyclingSultan. Eerst op Twitter en vervolgens op Instagram. In Delhi, waar hij ‘zeker’ een helm droeg, trok de keuze om te fietsen veel aandacht.

“Mensen dachten dat ik mijn overlijdensakte had ondertekend door zelfs maar te besluiten elke dag op de fiets naar mijn werk te gaan. In ­India is het gebruik van de fiets verbonden met de klasse waaruit je komt. Dus dacht men dat ik arm was, dat ik me geen auto kon veroorloven.”

Rigide verkeersregels

Makhiawala verhuisde in mei 2016 naar Amsterdam voor een baan bij een filantropische organisatie in Leiden. Het Nederlandse klimaat, en dan bedoelt hij niet alleen het weer, is totaal anders dan de omgeving waarin hij opgroeide. Hij bracht zijn eerste dertien jaar door met reizen tussen Mumbai, waar hij is geboren en naar school ging, en Saoedi-Arabië, waar hij zomers doorbracht met zijn moeder en zijn vader, die daar werkte als ingenieur.

Het fietsen zat hem altijd al in het bloed. Hij fietste niet alleen in Indiase steden, maar ook in het ‘zeer heuvelachtige’ Amman, Jordanië, waar hij met vluchtelingen werkte.

Later kreeg hij een baan in Londen. Daar was hij geregeld ‘verstijfd van angst’ – niet door de auto’s, maar door andere fietsers: “Die waren zeer agressief.” Daarna volgde Kopenhagen, een stad ‘gemaakt om te fietsen’, maar in vergelijking met Amsterdam ‘rigide’ in zijn verkeers­regels.

Fietsen is om verschillende redenen belangrijk voor Makhiawala. “In Delhi, waar ik vier en een half jaar woonde, lag ik minstens één keer per jaar in het ziekenhuis om extra zuurstof te krijgen, door de giftige lucht die ik ingeademd had,” zegt hij. “In Riyad zijn er overal benzineslurpende SUV’s.” Hij herinnert zich dat ze in Saoedi-Arabië altijd met de auto van de ene stad naar de andere gingen. “We voelden ons als in een kleine bubbel, waarin we nooit echt met de buitenwereld in contact kwamen. Ik vond fietsen daardoor bevrijdend – de ervaring zelf, de beweging.”

Bang gemaakt

Hij fietst niet om te winnen, zegt hij. “Ik hou ervan om te stoppen, foto’s te nemen. Ik dwaal als het ware rond op mijn fiets in plaats van te racen en naar anderen te schreeuwen dat ze uit de weg moeten gaan.”

Het is moeilijk de zachtaardige Makhiawala voor te stellen als ongeduldig. Hij geeft echter toe dat zijn geduld dagelijks op de proef werd gesteld, voordat hij zich in De Baarsjes vestigde. Bij zijn eerste verhuizing naar Amsterdam woonde hij aan het Singel, langs de Bloemenmarkt. “Mijn leven draaide daar om toeristen,” zegt hij. “Ik kon niet eens boodschappen laten bezorgen zonder rekening te moeten houden met de plannen van de toeristen.”

Makhiawala is zeker niet tegen de vele bezoekers van de stad. Op de vraag wat kan worden verbeterd aan de Amsterdamse fietscultuur, ­benadrukt hij dat het wel wat gastvrijer kan ­tegenover de niet-lokale bevolking.

“Als ze teruggaan naar hun land, zijn ze bang om te fietsen. Het feit dat we deze fietscultuur hebben, geeft ons de verantwoordelijkheid die aan anderen te introduceren, om hun te laten weten hoe wij fietsen. En als we de toeristen betrekken bij de manier waarop we fietsen, dat het een manier van leven is, dan kan dat een rimpeleffect hebben op andere landen en steden, over de hele wereld. Toeristen zouden dan denken: de mensen in Amsterdam waren zo vriendelijk en ze leerden me fietsen. Als ik iemand zie die het moeilijk heeft, zeg ik meestal: ‘Fiets aan ­deze kant’ of ‘Ga linksaf en dan pas oversteken’.”

Toch zou hij ‘nooit meer, nooit meer’ in het centrum willen wonen. “Ik kreeg er geen ­gemeenschapsgevoel. Iedereen is daar vluchtig, beweegt in en uit.”

In zijn buurt De Baarsjes, die hij kenmerkt als etnisch divers, met ‘veel oldtimers die elke zomer buiten zitten met hun stoelen en naar ­iedereen zwaaien die voorbijkomt’, nodigt hij daarentegen graag zijn buren uit. En wanneer hij op reis is, geven zij zijn ­planten water.

Driewieler

De buurt was ook gastvrij voor zijn ouders, die drie maanden bij hem verbleven op hun eerste reis naar Europa. In Amsterdam voelden ze zich vertrouwd. Makhiawala herinnert zich de reactie van zijn ouders: “O, er zijn halalslagerijen en moskeeën hier. En er lopen vrouwen op straat met hidjabs aan.”

Hij liet ze de coffeeshop verderop in de straat zien. “Ik zei hun: ‘Dit is een coffeeshop en mensen gaan hierheen om softdrugs te kopen. Maar zien we ooit iemand die op straat overlast maakt? Nee, toch?’”

Minder eenvoudig was het om een fiets met drie wielen voor zijn 74-jarige vader te vinden, die kort daarvoor aan zijn knieën was geopereerd. Op een dag zette Makhiawala zijn vader op zijn eigen fiets en hield hem aan het zadel vast. Zijn vader reageerde: “Jongen, wat doe je? Ik ben geen kind meer.”

Makhiawala vindt dat Amsterdam beter kan inspelen op de behoeften van oudere generaties. “Men fietst hier snel. Soms hebben mensen het geduld niet voor ouderen. Die fietsen misschien midden op de baan, omdat het veiliger aanvoelt dan links of rechts. Het is aan ons om op het fietspad ruimte te maken voor ouderen zonder ongeduldig over te komen,” zegt hij. “Fietsen in de stad heeft veel te maken met ruimte maken voor anderen.”

Voorbeeld als fietsstad

Amsterdam telt meer fietsen (ongeveer een miljoen) dan inwoners (821.000) en dat aantal zal naar verwachting de komende jaren blijven toenemen. Per dag leggen alle fietsers in de stad – oud en jong, man en vrouw, arm en rijk –bij elkaar meer dan twee miljoen kilometer af. ­Amsterdam is daarmee een voorbeeld voor ­andere wereldsteden als het gaat om duurzaamheid en mobiliteit. ­Volgens Samuel Nello-Deakin van de Universiteit van Amsterdam, ­onderzoeker bij het Smart Cycling Futures Project, is de sleutel van het Amsterdamse succes de kritische massa, de infrastructuur en het feit dat fietsen een integraal onderdeel uitmaakt van de sociale structuur. “De fiets is overal en claimt de ruimte. Amsterdammers, ook nieuwkomers, worden door hun sociale netwerk beïnvloed te gaan fietsen. Als je ­bijvoorbeeld met vrienden de stad in gaat, dan doet iedereen dat met de fiets. Als je mee wilt doen, heb je een fiets nodig.” Zelfs toeristen nemen dat gedrag over, zelfs al is deze groep vaak niet ­gewend om zich in zo’n drukke stad per fiets te verplaatsen.

Zomerserie

Of ze nu expats, internationals of immigranten worden genoemd, het aantal nieuwkomers dat in de stad werkt, een huis zoekt of naar school gaat, neemt snel toe. Deze serie bekijkt het leven in de stad vanuit de nieuwe Amsterdammers. Waarom kwamen ze naar de stad en wat maakt hen nu Amsterdammer?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden