PlusAchtergrond

De bewogen geschiedenis van de Rivierenbuurt: biografie van een ‘klinkklare krankzinnigheid’

De Rivierenbuurt in 1983, gezien vanuit de lucht ter hoogte van de Omval. Beeld Stadsarchief
De Rivierenbuurt in 1983, gezien vanuit de lucht ter hoogte van de Omval.Beeld Stadsarchief

Hij is geen historicus, architectuurexpert of socioloog. Toch wilde Bert Esselink dé biografie schrijven van de Rivierenbuurt. ‘Speciaal voor alle voormalige, huidige en toekomstige bewoners van dit bijzondere stukje Amsterdam. En natuurlijk ook voor bezoekers.’

Is er een mooiere entree van Amsterdam denkbaar dan die via de Utrechtsebrug en de Rijnstraat? De winkeliers in de Rijnstraat waren op 1 april 1954 dan ook ­uitermate blij met de opening van de ‘duurste, grootste en mooiste brug’ van Amsterdam. Opeens zaten ze aan de doorgaande route de stad uit, naar de Nieuwe Utrechtseweg en verder.

Bij de aanleg van de 250 meter lange Brug 439 werd voor de eerste keer gebruikgemaakt van voorgespannen ­beton. In een van de brugpijlers werd een kastje met joodse sabbatskettingen gehangen, dat de Nederlandse Israëlitische Gemeente cadeau had gedaan als symbool voor de geestelijke ­vrijheid en verdraagzaamheid van de stad.

De tweedaagse openingsfestiviteiten rond de Utrechtsebrug ontbreken uiteraard niet in De Amsterdamse Rivierenbuurt, het boek van Bert Esselink. Verkeersminister Jacob Algera en wethouder Albert de Roos tekenden in 1954 voor de offi­ciële handelingen. Op 3 juli was het de beurt aan de Amsterdammers, met feestelijke rondleidingen, optochten van gekostumeerde kinderen, een autorally, kanowedstrijden, een demonstratie van blusboot Jan van der Heijden en een winkelactie.

Voorafgaand aan het volksfeest wandelde architect Piet Kramer met burgemeester Arnold Jan d’Ailly naar de overzijde. Kramer was al met pensioen en volgens Esselink ongetwijfeld trots, maar hij zal gemengde gevoelens hebben gehad: “Er was weinig kunstzinnigs aan de brug.” Overigens woonde Piet Kramers zoon Friso, de invloedrijke industrieel ontwerper, tot aan zijn overlijden in 2019 op de Zuidelijke Wandelweg, de goudkust van de ­Rivierenbuurt.

Amsterdam was rond 1860 uit een lange winterslaap ontwaakt. De industriële revolutie veroorzaakte een opleving en trok duizenden mensen uit de provincies naar de stad. Hele wijken werden uit de grond gestampt, vaak zonder samenhangend stedelijk plan – met alle gevolgen van dien. Een uitzondering vormt de Museumbuurt, in 1885 ontworpen door P.J.H. Cuypers.

Na de eeuwwisseling ging het stadsbestuur verder met dit idee van door de overheid gestuurde uitbreidingsplannen. In 1917 nam de gemeenteraad het plan voor Amsterdam Zuid aan van Hendrik Berlage, tot ongenoegen van het ­immer dwarse liberale raadslid Walrave Boissevain: “Ik geloof, dat als uitgevoerd wordt, wat de heer Berlage voorstelt, de gemeente een klinkklare krankzinnigheid begaat.”

De annexatie van 1921

De landhonger was zo groot dat Amsterdam in 1921 in één keer vijf gemeenten annexeerde: Buiksloot, Nieuwendam, Ransdorp, Watergraafsmeer en Sloten. De gemeente Nieuwer-Amstel (het huidige Amstelveen) moest een stuk grond afstaan aan Amsterdam. De gemeentegrens werd verschoven van ongeveer de huidige Fred Roeskestraat naar de Kalfjeslaan. Arie Colijn, burgemeester van Nieuwer-Amstel en de broer van de latere minister-president Hendrik Colijn, verzette zich fel. Bij de vorige, veel grotere annexatie in 1895, was het grondgebied van zijn gemeente al bijna gehalveerd. Met de moed der wanhoop ­betoogde hij dat Nieuwer-Amstel ouder was dan Amsterdam. Als er al geannexeerd moest ­worden, dan behoorde Amsterdam volgens hem toe aan Nieuwer-Amstel en niet andersom.

De Dienst der Publieke Werken van de ­gemeente Amsterdam gaf in 1921 een flinke lap onteigende grond ten noordoosten van het ­Victorieplein in erfpacht uit aan Amstels Bouwvereniging, waarin 71 bouwondernemingen ­samenwerkten. Zij bouwden uiteindelijk 1739 kleine en gebrekkige middenstandswoningen met een huur van elf tot twintig gulden per week. In 1925 werden de woningen voltooid, maar zestien bouwparticipanten konden meteen al hun verplichtingen niet nakomen. Door aankoop van hun bezit verwierf de Gemeentelijke Woningdienst Amsterdam aanzienlijk bezit ten zuiden van de Amstelkade en ten noorden van de huidige Vrijheidslaan en Churchilllaan.

Schuldig landschap

Over de Rivierenbuurt zijn al talrijke boeken ­geschreven, van architectuuroverzichten tot wandelgidsen. Dat Bert Esselink het aandurft nog een boek te schrijven, is dapper, vooral omdat hij eerlijk opbiecht ‘geen historicus, geen kunstkenner en geen expert in stadsontwikkeling of architectuur’ te zijn. ‘Ook ben ik geen ­socioloog, antropoloog of misdaadjournalist.’

Gebruikmakend van alle expertises, archieven en herinneringen van buurtbewoners heeft hij een rijkgeschakeerde biografie geschreven van zijn geliefde woonwijk. Daarbij besteedt hij ook veel aandacht aan de Duitse bezetting, die van bepaalde straten en pleinen voor velen een schuldig landschap heeft gemaakt.

Ook de bekende bewoners ontbreken niet, van Anne Frank tot Jan Wolkers. En wie wil weten waar de naam Niersstraat vandaan komt, kan terugvallen op het uitgebreide stratenoverzicht. Opvallend in deze straat zijn de houten lantaarns aan de ­gevels van het woonblok van architect Gerrit Jan Rutgers. Op Niersstraat 18-III vonden ­Jodenjagers in september 1943 op een zolder­kamertje negen Joodse onderduikers, die vervolgens werden gedeporteerd.

In de Anne Frankschool, ook in de Niersstraat, bevindt zich een monument met de namen van de 158 weggevoerde Joodse leerlingen van deze in 1933 ­opgerichte school. En op nummer 50-II woonde Ajacied Marco van Basten tot zijn transfer naar AC Milan. De voetbalvedette huurde de woning van Ajaxpenningmeester Lou Bartels, die als onroerendgoedhandelaar hele straten in de buurt aan- en verkocht.

Kunststukje van ruim honderd architecten

Ruim honderd architecten hebben een bijdrage geleverd aan de Rivierenbuurt. Voor de bouwondernemers ontwierpen ze hele woningblokken tegelijk, waardoor onder toezicht van Berlage en de gemeente een eenheid in het straatbeeld is ontstaan. Tegelijkertijd werden subtiele variaties aangebracht tussen de verschillende woonblokken. Veel van deze architecten waren aanhangers van de ­Amsterdamse School, een populaire kunst- en architectuurstijl in die tijd. Op 1 april 2018 is het complete gebied van Plan Zuid door de Amsterdamse gemeenteraad uitgeroepen tot ­beschermd stadsgezicht.

Bert Esselink: De Amsterdamse ­Rivierenbuurt, honderd jaar schoonheid en schuld. Boom, € 24,90. Beeld
Bert Esselink: De Amsterdamse ­Rivierenbuurt, honderd jaar schoonheid en schuld. Boom, € 24,90.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden