PlusExclusief

De Apollohal heeft vrienden, maar is nooit door de rijkelui in Zuid omarmd

De Apollohal in oprichtingsjaar 1934, gezien vanaf de Apollolaan.  Beeld PaulGuermonprez/Stadsarchief Amsterdam
De Apollohal in oprichtingsjaar 1934, gezien vanaf de Apollolaan.Beeld PaulGuermonprez/Stadsarchief Amsterdam

Jazzgrootheid Lionel Hampton gaf er een onvergetelijk optreden, in 1935 werd er een protestvergadering tegen de Neurenberger Wetten gehouden en het is dé plek voor basketballend Amsterdam: de Apollohal in Zuid. Portret van een vreemde eend in de bijt.

Jaap Visser

Overal in de Apollohal stijgt kindergejoel op. De markante kolos van staal, beton en glas aan de binnenrand van Amsterdam-Zuid is opgedeeld in gymlokalen, waarin schooljeugd aan het ravotten is. De hal oogt vitaal, zeker voor een 87-jarig gebouw dat was bedoeld als een voorlopige voorziening. “Toch weet je het maar nooit,” zegt Menno Fluks, oud-voorzitter van de Apollobasketballers en de bemoeial die begin deze eeuw voorkwam dat de schepping van Albert Boeken stadsdeelkantoor werd. “De hal heeft vrienden, maar is door de rijkeluisbuurt Zuid nooit echt omarmd. Ze is altijd als een tikkie ordinair gezien.”

De scheidingswanden in de hal worden opgetrokken, de gymlessen zijn voorbij, de basketbaltrainingen beginnen. Tientallen junioren van de BC Apollo nemen bezit van de vloer die nog altijd van Afrikaans hardhout is en ‘zwevend’ is gelegd. Ideaal voor het basketbal, want heerlijk verend. “Zelfs ik kon hier met mijn één meter tachtig dunken,” beweert Fluks, die op bescheiden niveau basketbalde bij BV Lely en Mosquitos, twee van de vele verdwenen clubs die in de Apollohal stuiterend over het plankier gingen.

Springen op de zwevende vloer

De legendarische vloer, talloze keren gerepareerd en vernieuwd, kreeg zijn hardste klap te verduren in het najaar van 1954 aan het slot van het tweede optreden op één avond van jazzgrootheid Lionel Hampton. De hal liep twee keer achter elkaar vol met 4500 opgetogen fans van de slagwerker, pianist, saxofonist, zanger en componist van Hey! Ba-Ba-Re-Bop. Hampton besloot zijn toegift Flying home met een reuzensprong en de uitgelaten zaal sprong met hem mee. Daar bleken de hardhouten Afrikaanse planken niet tegen bestand.

“Maar dat het publiek door de vloer zakte, kwam ook omdat er nogal wat betonrot onder zat,” weet Fluks, die zich als architectuurhistoricus heeft verdiept in de bouwkundige geschiedenis van de Apollohal. Fluks, geboren en getogen Amsterdammer, studeerde kunstgeschiedenis, gaf les, was een tijdje eigenaar van het pittoreske Café de Wetering en begon een cateringbedrijf met zijn zonen Paul en Simon, die zo goed konden basketballen dat ze het Nederlandse jeugdteam haalden. Op zijn 67ste staat hij elke zaterdag met erwtensoep, braadworst, vegetarische happen en kant-en-klaarmaaltijden op de volgens hem leukste markt van Nederland, die bij de Lindengracht.

Tijdens de kerstdagen van 1967 werd er een basketbaltoernooi in de hal gehouden. Hier een spelmoment uit de wedstrijd tussen The Blue Stars en de Flamingoes. Beeld ANP /  ANP
Tijdens de kerstdagen van 1967 werd er een basketbaltoernooi in de hal gehouden. Hier een spelmoment uit de wedstrijd tussen The Blue Stars en de Flamingoes.Beeld ANP / ANP

En zo nu en dan loopt hij zijn Apollohal binnen. Als sportgekke jongen voetbalde Fluks fanatiek, maar hij ging ook dikwijls kijken naar het basketbal in de hal waar hij Ajaxtrainer Rinus Michels, die zelf wel eens een potje had gebasketbald, geregeld de tribunes zag beklimmen. Evenals Johan Cruijff en Piet Keizer.

Illustere basketbalclubs

Landlust, Delta Lloyd, Fiat Stars, Canadians, Astronauts, het Amsterdamse basketbal kent een rijke traditie van illustere clubs en Fluks volgde hun verrichtingen op de voet. In 2011 ontstond BC Apollo, door het samengaan van Mosquitos en BV Lely, en Fluks werd voorzitter, maar was tegelijk ook jeugdtrainer, jeugdcoach en chauffeur van het busje waarmee de jeugd naar uitwedstrijden werd gereden. Inmiddels kijkt hij van een afstandje toe en ziet hij dat het goed gaat met zijn fusieclub, waarvan het eerste mannenteam uitkomt in de Eredivisie en de jeugdafdeling welig tiert.

Het basketbal leeft in Amsterdam, met ruim tweeduizend bij clubs aangesloten beoefenaars, BC Apollo telt 550 leden, van wie 370 jeugdspelers. De clubs in alle stadsdelen worden gevoed met jeugd die enthousiast is geraakt door het schoolbasketbal, waarvoor Fluks jarenlang verwoed toernooien organiseerde. En dat de Apollohal er nog altijd patent uitziet, doet hem deugt. ‘Ook al is het eeuwige probleem dat het hier in de hal zomers te heet en ’s winters te koud is. Maar daar is weinig aan te doen met al dat beton, staal en vooral heel veel glas.’

De hal in 1934, het jaar van de opening. De 3400 vierkante meter zonder pilaren was een uitkomst voor de beoefenaars van de in opkomst zijnde tennissport – en bleek ook geweldig geschikt voor het houden van massabijeenkomsten. Beeld Stadsarchief Amsterdam, Guermonprez, Paul
De hal in 1934, het jaar van de opening. De 3400 vierkante meter zonder pilaren was een uitkomst voor de beoefenaars van de in opkomst zijnde tennissport – en bleek ook geweldig geschikt voor het houden van massabijeenkomsten.Beeld Stadsarchief Amsterdam, Guermonprez, Paul

Monument van staalskeletbouw

De Apollohal is van 1934 en geldt als een schoolvoorbeeld van het Nieuwe Bouwen waarvan architect Boeken een overtuigde representant was. Evenals Jan Duiker, de ontwerper van de Eerste Openluchtschool voor het Gezonde Kind in de Cliostraat in Zuid, net als de Apollohal een monument van staalskeletbouw met een open karakter. Deze architectuur stond haaks op de gesloten baksteenbouw van de Amsterdamse School, die vrijwel heel Plan Zuid kenmerkt.

Dit enorme stadsuitbreidingswerk van bouwmeester Hein Berlage was in 1925 praktisch voltooid en op het snijvlak van de Stadionweg en de Apollolaan was een cultuurpaleis voorzien. Maar dat kwam er niet, omdat het crisis werd en er op de centen moest worden gelet. Zo kon grondaannemer Charles de Vilder, die bijzonder nauwe banden met de Dienst Publieke Werken onderhield, eenvoudig de braakliggende lap grond bemachtigen. Tot genoegen van zijn tennissende dochters legde hij er een park met buitenbanen aan en bouwde hij er een hal waarin de bal heen en weer kon worden geslagen zonder dat er dakdragers in de weg stonden.

De 3400 vierkante meter zonder pilaren die De Vilder wist te bewerkstelligen, was een uitkomst voor de beoefenaars van de in opkomst zijnde tennissport en bleek ook geweldig geschikt voor het houden van massabijeenkomsten. Dan weer marcheerden de bruinhemden van NSB-leider Anton Mussert door Zuid richting de Apollohal, dan weer liepen er communisten met hun rode banieren te hoop.

Poster uit 1943 voor een sportfestival van de Hitler-Jugend. Beeld ANP / World History Archive
Poster uit 1943 voor een sportfestival van de Hitler-Jugend.Beeld ANP / World History Archive

Afgeladen was de hal op maandagavond 20 mei 1935 bij een protestvergadering tegen de Neurenberger Wetten, waarmee de Jodenvervolging werd gelegaliseerd. Het organiserende Comité voor Bijzondere Joodsche Belangen liet onder anderen dominee Jan Buskes aan het woord. De bekende socialistische theoloog was een week eerder ontdaan teruggekeerd uit nazi-Duitsland en repte van de ‘zedelijke en geestelijke vuilheid’ die hij aantrof in wat hij het ‘schendblad’ Der Stürmer noemde.

De ontrechting van Joden

De oploop van de verontwaardiging eindigde onder daverend applaus met het aannemen van een motie waarin de vergadering met ‘diepe verontwaardiging’ protesteerde tegen ‘de voortschrijdende ontrechting de Joden aangedaan door de Nationaal Socialistische regering in Duitschland, die een smaad vormt tegen de wetten der menschelijkheid’. Zeven jaar na dit hartstochtelijke doch vergeefse pleidooi konden de ‘ontrechte’ Amsterdammers in de Apollohal hun Jodenster ophalen en zat dominee Buskes in de illegaliteit.

Uitreiking persoonsbewijzen in de Apollohal, 13 mei 1941 Beeld Stadsarchief Amsterdam
Uitreiking persoonsbewijzen in de Apollohal, 13 mei 1941Beeld Stadsarchief Amsterdam

Vanaf de Tweede Wereldoorlog diende de Apollohal hoofdzakelijk als ijspiste en was als zodanig de opvolger van de baan die in de jaren dertig bij het Sportfondsenbad in Amsterdam-Oost lag. Na de bevrijding keerde het glazen gevaarte terug naar zijn veelzijdige bestaan: binnensport, beurzen, exposities, politieke samenkomsten, examens. Gebasketbald werd in de Apollohal sinds 1938, maar daar dreigde zestig jaar later een einde aan te komen, omdat binnen de stadsdeelraad het plan werd opgevat om voor een grotere behuizing uit te wijken naar de Apollohal. Namens binnen sportend Amsterdam ging Fluks het gevecht met de politiek aan en hij zegevierde mede dankzij de steun van club- en leeftijdgenoot Otto Meyer.

Die stapt op deze middag, toevallig of niet, de kantine van de Apollohal binnen en schuift aan bij het gesprek, samen met buurtbewoner Kees Boas. De twee zijn wezen banjeren door de stad, wat ze zo vaak doen. Meyer en Boas zijn van het Gilde Amsterdam, afdeling stadswandelingen. Ze gidsen dagjesmensen en toeristen door de stad. Meyer studeerde Duits, stond net als Fluks voor de klas, maar werd uiteindelijk beheerder van een bankgebouw. Hij is levenslang basketballer en gooit nog altijd een balletje bij de Apollo-veteranen. Wanneer er Eredivisie wordt gespeeld, staat Meyer aan de deur om kaartjes af te scheuren.

Bioscoop Du Midi

De 75-jarige Boas was grafisch ontwerper en programmamaker bij de tv, vooral van documentaires. Zijn herinneringen aan de Apollohal gaan het verst terug, naar de jaren vijftig, toen bioscoop Du Midi er onderdeel van was. “In 1955, ik was negen, draaide John and Julie, een film over twee kinderen die van huis wegliepen om in Londen de kroning van koningin Elizabeth te kunnen zien. Die film heeft zoveel indruk op mij gemaakt, dat ik er nu nog een beeld van heb.”

Twee jaar na John and Julie brak brand uit in Du Midi, dat in particuliere handen was, en fikte ook een deel van de Apollohal af. Maar het complex herrees uit de as, omdat het stadsbestuur van mening was dat de veelzijdige publieke functie vooralsnog gewaarborgd moest blijven.

Boas had een band met Du Midi, met de sporthal heeft hij niets, al komt hij er tegenwoordig noodgedwongen. “Omdat mijn vrouw hier op fitness zit en zij vindt dat ik met haar mee moet, omdat mijn oude lijf daar baat bij heeft. Maar aan sport heb ik altijd ongelooflijk de schurft gehad. Ik ben wel eens in de hal naar het kunstschaatsen wezen kijken, Holiday on Ice met Sjoukje Dijkstra. Die kwam me bij haar oefeningen toch steeds met een dreun neer. Ze sprong deuken in het ijs.”

Toen de hal rond de eeuwwisseling gevaar liep als sportvoorziening, lobbyden Fluks en Meyer zich een ongeluk in het politieke circuit. Met succes, want na een langdurig offensief hadden zij net genoeg politieke kopstukken voor hun strijd weten te winnen en werd de bestemmingswijziging afgeblazen. In plaats van ruimte te maken voor het kantoor van Stadsdeel Zuid werd de sporthal voor miljoenen opgeknapt en tot rijksmonument bevorderd.

Interieur van de Apollohal tijdens een renovatie in 1983. Beeld Frans Busselman/Stadsarchief Amsterdam
Interieur van de Apollohal tijdens een renovatie in 1983.Beeld Frans Busselman/Stadsarchief Amsterdam

Fluks: “In die tijd hebben wij enige sympathie van de buurt ervaren. Vooral van ouders, omdat het hun een veilig gevoel gaf dat hun kinderen hier terechtkonden voor de gymlessen en niet de hele stad door hoefden.” Meyer: “Maar in 2003, toen de vrouwen van BV Lely landskampioen waren geworden, kwam op last van diezelfde buurt wel de politie ingrijpen toen voor de hal een groepje supporters op toeters stond te blazen.”

Onzekere toekomst

Het loopt tegen vijven en omdat het virusregime een verbod voor het sporten in de avonduren heeft uitgevaardigd, dient de hal te worden ontruimd. Huurder BC Apollo heeft het onverbiddelijke gemeentepersoneel maar te gehoorzamen.

Fluks en Meyer laten zich meevoeren in de stroom van basketballertjes die de uitgang opzoeken. Fluks: “De toekomst van de hal blijft onzeker, want de sport wordt steeds verder naar de buitenwijken geduwd vanwege de nog altijd stijgende grondprijzen in de binnenstad. En deze hal staat natuurlijk op wat zo’n beetje de duurste grond van Nederland is. Zolang Zuid dichtbevolkt is met schoolgaande kinderen, is de hal betrekkelijk veilig. Bovendien, in principe kan hij niet weg, vanwege de monumentale status.”

“Maar ja, als je een monument tien jaar niet onderhoudt, is het geen monument meer. De yuppen en de expats rukken in deze buurt nog onverminderd op, en stel dat er straks na de verkiezingen ineens een rechts stadsbestuur zit...”

“Dan kan de hal zomaar weer in gevaar zijn,” vult Meyer aan, om vrij naar Lucebert nog op te merken dat ‘alles van waarde uiteindelijk toch weerloos is’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden