Plus Achtergrond

De andere kant van Van Goghs bekendste werk

De tentoonstelling Van Gogh en de Zonnebloemen moet nieuw licht werpen op het bekendste werk van de 19de-eeuwse schilder. Zelfs de achterzijde is nu deel van het verhaal.

Achterzijde van De Zonnebloemen, die Van Gogh in Arles schilderde in 1889. Beeld Van Gogh Museum

Er staan letterlijk huilende Japanners op de stoep van het Van Gogh Museum als het schilderij niet op zaal hangt. De Zonnebloemen (1889) geldt al jaren als de absolute publiekslieveling in het museum. Van Gogh was er zelf erg over te spreken en na zijn dood groeide het schilderij uit tot een icoon. 130 jaar geleden wist Van Gogh een originele draai te geven aan een overbekend motief, een vaas met bloemen.

Mooi natuurlijk dat het schilderij door zoveel mensen gewaardeerd werd. Maar een paar jaar geleden wilde Ella Hendriks, destijds restaurator van het Van Gogh Museum, eens grondig onderzoek naar het schilderij doen. Dat bleek niet mee te vallen, want de Zonnebloemen moest in het museum te zien zijn. Toch lukte het om materiaal-technisch onderzoek naar het schilderij te doen, wat geleid heeft tot een wetenschappelijke publicatie vol nieuwe inzichten.

Hendriks, tegenwoordig hoogleraar conservering en restauratie van cultureel erfgoed aan de UvA: “We wilden het schilderij vooral ook vergelijken met een andere versie in de National Gallery in Londen.” Dat schilderij lijkt veel op het Amsterdamse doek. Van Gogh maakte meerdere versies van de Zonnebloemen.

Om en om dik en dun

Wat iedereen al kon zien maar wat nauwelijks aandacht had gekregen, was dat er een vreemde vouw in de bovenrand van het schilderij zit. Hendriks: “Tijdens het schilderen heeft Van Gogh bedacht dat de bloem aan de bovenkant meer lucht nodig had. Daarom heeft hij een horizontale lat op het schilderij getimmerd waarop hij de voorstelling kon doorzetten.”

Ella Hendriks Beeld Van Gogh museum

In de nieuwe wetenschappelijke publicatie wordt verslag gedaan van tal van onderzoeken. Over de chemische samenstelling en kleur­veranderingen van het doek, over technieken als optical coherencetomography, ATR-FTIR imaging, direct-temperature-resolved mass spectrometry en UV-Vis-NIR fibre optics reflectance and luminescene spectoscopy.

Staand voor het schilderij kan Hendriks ook dingen aanwijzen die met het blote oog te zien zijn, of bijna. Zo ontdekte ze aan de bovenzijde twee vingerafdrukken van Van Gogh in de gele verf. Er werd ook steeds meer bekend over de rela­tie met het Londense doek. “We dachten al dat het doek in de National Gallery eerder is ontstaan en dat is door het onderzoek bewezen.”

Van Gogh heeft het doek met de losse hand gekopieerd. “We hebben geen sporen van een raster gevonden waarmee hij de voorstelling zou hebben overgezet. Hoewel het palet ongeveer hetzelfde is in beide schilderijen, was het niet precies gelijk. De verfmengsels zijn net iets anders van samenstelling.”

Dat geldt ook voor de penseelstreken. In de Zonnebloemen varieerde Van Gogh tussen ­delen die heel vlak geschilderd zijn en partijen met een pasteuze verftoets. De bovenkant van de pot is bijvoorbeeld heel vlak, maar de onderkant is heel dik geschilderd. Hetzelfde geldt voor de bloemen en de achtergrond, waar de verf om en om dik en dun is opgebracht. Hij gebruikt de manier van schilderen als middel om contrast aan te brengen.

Met een strijkbout vastgezet

Hendriks: “Van Gogh heeft de achtergrond opgezet in twee lagen: een groenige laag en een ­gele laag. In de Londense versie zijn twee van de bloemen over de gele laag gezet, maar in het Amsterdamse doek zijn alle bloemen uitgespaard en daarna heeft hij alles ingevuld. Kijk, tussen de bloemen en de achtergrond zie je het doek van het schilderij nog zitten. Het heeft dus een veel dunnere opbouw.”

Voorzijde van De Zonnebloemen, die Van Gogh in Arles schilderde in 1889. Beeld Van Gogh museum

Uit het onderzoek naar het schilderij is gebleken dat de Zonnebloemen in 1927 en 1961 is gerestaureerd door Jan Cornelis Traas (1898-1984). Traas blijkt het schilderij te hebben verdoekt, waarbij een tweede doek met een strijkbout aan het originele doek is vastgezet. Ook heeft hij het latje aan de bovenzijde verwijderd en later weer vastgezet. 

Om de kier tussen beide delen te verdoezelen heeft hij kleine potloodstreepjes gezet om een doorlopende penseelstreek te suggereren. Traas heeft zelfs de bovenste bloemblaadjes langer gemaakt om de strook minder te laten opvallen. Die retouches zijn nu weer verwijderd, maar de potloodlijnen zijn deels gebleven. Hendriks: “Ze horen inmiddels ook bij de geschiedenis van het schilderij.”

Ook gebleven is de glanzende vernislaag die later is aangebracht. Vernis en verf zijn zo’n onlosmakelijk geheel geworden dat het onmogelijk bleek om de glanzende laag te verwijderen.

Verkleuring hoort erbij

Ook weten we nu dat de kleurverandering in de Zonnebloemen wordt veroorzaakt door het verbleken van een bepaald type rode verf (gera­niumlak) en het verdonkeren van een bepaald type gele verf (chroomgeel). In de tentoonstelling is een moderne reconstructie te zien van hoe het originele schilderij er ongeveer uitgezien moet hebben. Het resultaat is veel feller dan de huidige Zonnebloemen.

Nienke Bakker Beeld Van Gogh museum

De techniek van het restaureren gaat met enorme sprongen vooruit. Door technische mogelijkheden weten we nu veel meer over de schilderijen van Van Gogh dan vroeger. Toch maakt dat een restaurator eerder terughoudend, zegt Hendriks. 

“We kunnen ­tegenwoordig digitale reconstructies maken, terwijl de kunstwerken zelf achteruitgaan. Het begrip authenticiteit verandert. Blijft het origineel in de toekomst even belangrijk of kijken we liever naar een nieuwe versie?”

“In 2010, toen we De Slaapkamer van Van Gogh hadden gerestaureerd, hebben we voor het eerst een digitale reconstructie gemaakt. Daar ging een hele discussie aan vooraf. Willen we dat wel laten zien? Want daardoor beseft ook iedereen dat het origineel verkleurd is. Maar het publiek begreep het heel goed en men begreep dat de digitale reconstructie een benadering was.”

“In het Westen worden dingen als verkleuringen gezien als negatief, maar daar komt langzaam verandering in. De geschiedenis van het schilderij is ook uniek.”

Van Gogh en de Zonnebloemen, t/m 1/9 in het Van Gogh Museum, Amsterdam.

De Zonnebloemen onder de loep

1. Lat aan de bovenzijde van het doek, door van Gogh in 1889 aangebracht.

2. Sticker van het Gemeentemuseum Den Haag, waar het schilderij in 1948 en 1953 op exposities hing.

3. Drie bouten die waarschijnlijk in 1961 zijn toegevoegd om de lat steviger vast te zetten. (De moeren zijn te zien aan de binnenkant van de spielatten, links, midden en rechts.)

4. Bloemblaadjes bovenin zijn door een restaurator in 1961 langer gemaakt. Ze hebben nu weer de origine­le lengte.

5. In een van de zonnebloemen waren oude retou­ches verkleurd. Die zijn nu overschilderd met een kleur die overeenkomt met het origineel.

6. Afwisseling is pasteus (dik aangebracht) en vlak ­geschilderd.

Van Goghs liefde voor bloemen kwam in Parijs

Nienke Bakker, senior conservator schilderijen van het Van Gogh Museum, heeft de tentoonstelling over de Zonnebloemen samengesteld. Het schilderij wordt daarin getoond in een wand met een transparante achterkant, waardoor het latje aan de bovenkant goed zichtbaar is.

In een videopresentatie worden de vijf versies die nu over de hele wereld hangen (München, Londen, Tokio, Amsterdam en Philadelphia) naast elkaar gepresenteerd, waarbij precies tegelijk wordt ingezoomd op details van elk schilderij. De kans dat ze ooit bij elkaar komen te hangen is nihil, want net als het Amsterdamse doek zijn ook andere exemplaren te kwetsbaar om te reizen.

Bakker: “Je ziet dat Van Gogh in Nederland weinig of geen bloemstillevens maakte. Dat verandert in Parijs, waar hij een bijzondere belangstelling krijgt voor de zonnebloem. In sommige tekeningen lijkt de zonnebloem op een grote staande figuur.”

Van Gogh schilderde de beroemde serie zonnebloemen in het Gele Huis in het Zuid-Franse Arles. Het schilderij dat zich nu in de collectie van het Van Gogh Museum bevindt, was oorspronkelijk bestemd voor Paul Gauguin, die twee maanden bij Van Gogh in Arles woonde en Van Gogh toen portretteerde als de schilder van zonnebloemen. 

Bakker: “Gauguin maakte dat doek eind november, begin december 1888. Het is niet op de werkelijkheid gebaseerd want in december heb je geen verse zonnebloemen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden