PlusAchtergrond

De aanslagen van 9/11 veranderden ook Amsterdam voorgoed: ‘De onbevangenheid is nooit meer teruggekomen’

Een herdenking voor 9/11, drie dagen na de gebeurtenissen op de Dam. Beeld Hollandse Hoogte / Thomas Schlijper
Een herdenking voor 9/11, drie dagen na de gebeurtenissen op de Dam.Beeld Hollandse Hoogte / Thomas Schlijper

Twintig jaar na de terreurdaden in Amerika zijn de gevolgen ook in Amsterdam nog voelbaar. ‘De onbevangenheid was weg en die is nooit meer teruggekomen.’

Marcel Wiegman

Populaire vraag onder hen die het meemaakten: waar was je toen twintig jaar geleden twee gekaapte verkeersvliegtuigen zich in de Twin Towers in New York boorden?

Ondergetekende zat op de bank bij schrijver Leon de Winter voor een interview over diens nieuwe film The Hollywood Sign. De Winter was emotioneel, nauwelijks in staat tot praten. Enkele dagen later werd het interview hervat. Inmiddels had hij vastgesteld dat we ‘in oorlog zijn met de middeleeuwen’ en dat het tijd werd om allemaal een gasmasker in huis te halen, zoals hij dat in Israël had gezien.

“Als God op straat komt,” zei De Winter, “moet je uitkijken.”

In de Volkskrant schreef Remco Campert: ‘Ik heb nog nooit van mijn leven een gasmasker gekocht. Waar koop je die? Op het Waterlooplein? Bij Loe Lap?’

De Winter, tegenwoordig behalve schrijver ook columnist voor De Telegraaf, kan zich van die tijd – hij vindt het zelf eigenlijk ook wel een beetje vreemd – weinig meer herinneren. Het zal de shock zijn geweest, zegt hij.

Aanval

En na twintig jaar is die er nauwelijks minder op geworden. “Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 voelden we ons veilig en tevreden. Het leven kabbelde voort en we dachten: er ligt alleen maar meer veiligheid en tevredenheid op ons te wachten. Opeens werd dat kolossale symbool van westerse zelfverzekerdheid, arrogantie en onschendbaarheid aangevallen. Ik kan er nog steeds niet naar kijken. Het was zó betekenisvol.”

We hebben, zegt De Winter, tussen De Muur en 9/11 twaalf jaar mogen leven in de prettige illusie dat we geen vijanden meer hadden. En toen was het op.

“In Amerika hebben emigranten een groot verlangen om Amerikaan te worden,” verzuchtte hij twintig jaar geleden. “Maar onze Marokkanen hebben geen fantastische droom om een Nederlandse calvinist te mogen worden.”

Nu zegt hij: “Toch blijft bij mij die hoop.”

Wat was het effect van de aanslagen op Nederland en Amsterdam? En wat merken we daar nog van?

Vrijwel daags na 9/11 bracht Ahmed Aboutaleb, destijds de relatief onbekende directeur van het multicultureel instituut Forum, de resultaten van een bliksemenquête onder Nederlandse moslims naar buiten: bijna de helft zou begrip hebben voor de aanslagen en ruim 5 procent keurde ze niet af.

In Het Parool schreef Jacob Eikelboom, docent aan het vooral met islamitische leerlingen bevolkte Calvijn College: ‘Gisteren, één dag na alle ellende in de Verenigde Staten, had ik bijzonder vrolijke leerlingen in de klas. Een meerderheid van de leerlingen stond achter deze aanslag!’

Moslims en niet-moslims

De stad als kruitvat. De kersverse burgemeester Job Cohen reageerde als door een wesp gestoken en zei in de gemeenteraad dat het er toch vooral om ging ‘die gevoelens te duiden en ze gezamenlijk en openlijk te bespreken’. Hoofdofficier van justitie Leo de Wit verklaarde desondanks rekening te houden met ongeregeldheden tussen moslims en niet-moslims. Als het moest zou de stad het leger om bijstand vragen.

Cohen, de man die naar Amsterdam was gekomen om er ‘de boel een beetje bij elkaar te houden’ kijkt ervan op. Was het echt zo erg?

Wat hij zich wel goed herinnert: “Wat we ervoor gewoon Turken en Marokkanen noemden, waren na de aanslagen opeens moslims.”

Fatima Elatik, in 2001 een jonge, opkomende politicus van de PvdA, weet nog hoe ze met Cohen de wijken in trok. “De mensen waren bang,” zegt ze. “En wij kwamen langs om ze gerust te stellen. Toen we na zo’n bezoek aan een buurthuis in Noord in de auto stapten moest ik enorm huilen. Job vroeg waarom. Ik was zelf bang! Vooral voor mijn moeder. Die ging elke dag met het openbaar vervoer.” Verontwaardigd: “Op de dag van de aanslagen werd ik gebeld door De Telegraaf. Wat ik er als moslim van vond? What the fuck! Ik wist niet eens wat Al Qaida was. Een Marokkaanse vriend van me lachte me uit: arme schat, je dacht dat je erbij hoorde?”

Terugkijkend moet ze vaststellen dat ze jarenlang een rol heeft gespeeld. Elke keer maar weer benadrukken dat ze een echte Amsterdamse is, dat ze ontzettend veel hield van André Hazes en de Febo. “Waarom voelde ik die drang? Waarom kon ik niet gewoon mezelf zijn? Na 9/11 was bij mij de onbevangenheid weg en die is nooit meer teruggekomen. Elke keer als ik de deur uit loop ben ik mij ervan bewust hoe ik word gezien: als moslim. Alsof de rest er niet toe doet.”

In Amsterdam-West huist stadsdeelvoorzitter Fenna Ulichki. In 2001 was ze voorzitter van de Marokkaanse Vrouwen Vereniging Nederland. Het was totale paniek, zegt ze. Het was heftig en intens. “Maar we realiseerden ons ook onmiddellijk dat er een nasleep zou komen. Het was opeens een fait accompli: de islam is een gevaarlijk, lelijk ding. Op televisie werd de vraag gesteld: waarom haten ze ons?”

Ook zij maakte zich zorgen over haar moeder, een vrome, traditionele moslimvrouw, die op straat genadeloos werd uitgescholden: rot op naar je eigen land. Dat had ze nog niet eerder meegemaakt.

In Het Parool schreef Eikelboom vijf dagen na zijn eerste brief opnieuw een stuk: ‘Vrijdag stopte er een auto voor school waaruit werd geschreeuwd: vuile kankerislamieten! Mensen proberen mijn bezorgdheid te misbruiken voor verkeerde doeleinden. En dit terwijl mijn brief juist een positieve uitwerking had op school. Er wordt gepraat! Er wordt geluisterd! Er wordt van elkaar geleerd.’

Inmiddels is Eikelboom docent aan de Hogeschool van Amsterdam. “Fascinerend hoe iets geschiedenis wordt,” zegt hij. “Ik sta nu voor een generatie leerlingen die 9/11 niet hebben meegemaakt, maar er wel het product van zijn. Als ik om me heen kijk, zie ik hoe geharnast we tegenwoordig zitten in ons eigen gelijk. Dat geldt niet alleen voor jongeren, ook voor de mensen van mijn leeftijd. Het geldt voor links en voor rechts, of het nu woke heet of wakker: wie anders denkt, moet gecanceld.”

Failliet

Het is, zegt Eikelboom, ‘het failliet van de weldenkendheid’. Weg met de nuance. “Maar ik blijf een optimistisch mens. Ik geloof in de maakbaarheid van de samenleving en hoop nog altijd dat we nader tot elkaar komen.”

Job Cohen haalt zijn favoriete denker Abel Herzberg er nog maar eens bij. Die zei, aldus de voormalig burgemeester: het vreemde vinden wij vreemd. En dat vindt Cohen op zijn beurt dan weer niet zo vreemd. “Om elkaar te leren kennen, zullen we eerst aan elkaar moeten snuffelen. Het probleem is: sinds 9/11 gaan wij er bij voorbaat van uit dat aan de ander een naar geurtje zit.”

Twee weken na de aanslagen stonden bij tunnels in Amsterdam mariniers met bivakmutsen en machinegeweren klaar. Een bommelding hield het stadhuis in zijn greep, maar Cohen liet in Het Parool weten: “Waarom zouden mensen niet tegen Amerika mogen zijn? Waar het mij om gaat, is dat we eindelijk eens tot ons laten doordringen dat niet iedereen in onze stad hetzelfde denkt. Dat maakt mensen niet meteen tot radicalen.”

Hij heeft er destijds nog complimenten voor gekregen in het college, zegt hij nu. Grinnikend: “Dat herinner ik me dan weer wel.”

Is er iets veranderd? Fenna Ulichki denkt van wel. “Het waren verschrikkelijke jaren,” zegt ze. “Na 9/11 volgden Fortuyn en Van Gogh, in Spanje en Frankrijk waren aanslagen. Het debat is scherper geworden, maar aan de andere kant: de diversiteit en inclusiviteit zijn in deze stad niet langer zomaar weg te denken.” Ze is hoopvol, zegt ze. Ze moet wel. “We zijn het aan onszelf verplicht om optimistisch te zijn.”

Beladen herdenking

In de Verenigde Staten wordt op grote schaal stilgestaan bij dit nationale trauma, waarbij bijna drieduizend mensen om het leven zijn gekomen. President Joe Biden en zijn vrouw gaan naar alle drie de plekken, net als zijn voorganger Barack Obama tien jaar geleden.

De herdenkingen komen op een gevoelig moment. De aanslagen van 11 september 2001 waren reden voor de Verenigde Staten en hun bondgenoten om dat jaar Afghanistan binnen te vallen. De Taliban die toen in Afghanistan ook al aan de macht waren, boden destijds onderdak aan Al Qaida, de islamistische terreurgroep van Osama bin Laden die de aanslagen had opgeëist.

De Taliban werden snel verslagen, maar verdwenen niet. Na langdurige onderhandelingen sloten de Taliban en de VS vorig jaar een akkoord over het vertrek van de VS en zijn bondgenoten uit Afghanistan. Tijdens de terugtrekking van de VS en zijn bondgenoten wisten de Taliban in korte tijd het land te heroveren. Eind augustus werd de terugtrekking afgerond, maar dat ging uiterst chaotisch. De VS zag zich net als zijn bondgenoten gedwongen burgers achter te laten en tijdens de evacuatie van Kabul kwamen 13 Amerikaanse militairen om bij een aanslag.

Of het hoofdstuk Afghanistan voor het Amerikaanse leger echt is afgesloten, valt nog te bezien. Volgens het Pentagon is het niet uitgesloten dat de VS weer moeten ingrijpen om ervoor te zorgen dat Al Qaida er niet opnieuw voet aan de grond krijgt. Het maakt de herdenking dit jaar nog beladener dan voorgaande jaren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden